Home » De vier steden van Twente. Enschede, Hengelo, Oldenzaal en Almelo.

 Enschede.

Zicht op Enschede voor de stadsbrand van 1862.

 

Film oud Enschede; 

https://www.youtube.com/results?search_query=oud+enschede

 

Enschede is eigenlijk al een hele oude stad. Thans is het een stad met bijna 160. 000 inwoners. De stad herbergt momenteel 160 nationaliteiten. Het is ook de grootste stad van de provincie Overijssel.

Maar hoe oud is Enschede eigenlijk? En waar komt de naam Enschede vandaan?

Over het ontstaan van Enschede is niets met zekerheid te zeggen. Ook niet wie er het evangelie heeft gebracht. Wel weten wij dat er in 1929, toen er een verbouwing plaats vond aan de oude kerk op de markt resten zijn gevonden van een vermoedelijk heidens tempeltje van een heidense Saksische godsdienst.

Paus Gregorius 1, die leefde te *Rome 540 - † 12 maart 604 had in 601een bepaling uitgegeven dat dergelijke heiligdommen niet mochten worden vernietigd maar gebruikt moesten worden voor de christelijke erediensten.

We kunnen wel bijna van uit gaan dat dit ook in het toenmalige Enschede is gebeurd. Mogelijk dat we dan ook kunnen zeggen dat het ontstaan van Enschede vanaf hier is begonnen.

Bij opgravingen op de Klokkenplas achter het Stadhuis werden er bewonerssporen gevonden uit de 12e eeuw.

Maar we moeten nog verder teug kunnen in de tijd.

Al voor het jaar 1284 was de stad een bisschoppelijke Heerlijkheid. De Bisschop van Utrecht bekleedde ook het werelds gezag. Maar in het oudst bekende document uit 1119 wordt Enschede al genoemd.

 

De betekenis van de naam Enschede. Ook daarvoor moeten we ver terug in de tijd. Er zijn verschillende benamingen die duiden op de oude Saksische tijd. De namen Anescede, Anneschethe of Anneschedhe, Enscede. Mogelijk dat de naam scheiding betekent. Maar over de scheiding van wat daarover bestaan verschillende meningen.

In de perkamenten brieven van de kerk te Utrecht wordt Enschede ook wel Anze genoemd.

We kunnen wel aannemen dat de naam betekend ‘aan de Esmarke’ gelegen. De oorspronkelijke naam was immers Anesche

 

Archeologie.

Voor de oudste bewoning van Enschede kunnen we terug gaan naar circa 3500 – 2000 voor Christus geboorte. Van vlak voor Christus geboorte zijn er bewonerssporen gevonden in Glanerbrug en op de Usseleres. Daar is ook een grafveld ontdekt. Voorts zijn er sporen van jagerskampen gevonden in het Usselerveen en aan de Sleutelweg (Noord - Esmarke).

Enschede ligt ten westen van een stuwwal. Het huis Slotzicht ligt op het hoogste punt ( ruim 50 boven N. A. P. ) van deze stuwwal. Glanerbrug ligt oostelijk van deze wal.

Achter het stadhuis zijn door archeologische vondsten gedaan die duiden op een eerste bewoning. Men zocht naar de fundamenten van de Borg van de stad. Bij het graven van het Twentekanaal vond men dierlijke resten uit de oertijd.

 

 

Voor het ontstaan van Enschede zie op onderstaande link.

Kerkgeschiedenis Enschede deel 1, 2, 3 en 4 ... - Hennepe  

 

Grote kerk markt.

 

De grote kerk op de markt, de oorspronkelijke Sint Jacobus de meerdere, is een tweebeukige laatgotische zaalkerk. Het gebouw is vrijwel geheel van Bentheimer zandsteen gebouwd.

Mogelijk is de kerk rond het jaar 1000 gesticht. Rond 1200 is de kerk vergroot. Dat was ook het geval in 1480. In die tijd is ook de toren vergroot. Tijdens de stadsbrand van 1750 brandde de kerk geheel uit. Bij de stadsbrand van 1862 werd de kerk vrijwel geheel vernield. Tijdens de opbouw van de kerk werd de toren voorzien van de huidige spits.

De zonnewijzer, uit 1836, is een ontwerp van Coenraad ter Kuile. De in 1928 geplaatste gebrandschilderde ramen zijn een ontwerp van J. Velthuis. Deze ramen zijn geschonken door een aantal textielfabrikanten. Zij geven zeven Bijbelse, en drie historische taferelen weer.

Het romaanse doopvont dateert uit circa 1200. 

 

Rk. Jacobus de Meerdere.

 

De voorganger van deze kerk dateert uit 1842.Bij de grote stadsbrand in 1862 ging deze verloren. In 1863 werd de Sint-Jacobus de Meerderekerk weer herbouwd.. Maar in 1932 werd de kerk weer afgebroken wegen ernstige mankementen. De huidige monumentale kerk werd gebouwd in het jaar 1932 – 1933.

 

De Joodse Synagoge.

 

De Joodse Synagoge is een ontwerp van K. P. C. Bazel. * Den Helder 14-02-1869 - † 28-11-1923 in de trein Naarden Bussum richting Amsterdam.

Helaas heeft hij de bouw dus niet kunnen meemaken. Maar zijn ontwerp mag er zijn. Het is één van de mooiste pronkstukken van de stad Enschede.

A.P. Smits  (* 28 – 01 - 1881 te Haarlem)   en C. van der Linde 30- 07 -1886 te Kloetinge 30 juli 1886, realiseerden dit gebouw.

De Synagoge wordt beschouwd als een van de mooiste van Europa.

De financiéle steun geschiede door de textielfabrikant S. N. Menko.

Het gebouw werd ingewijd in 1929. Volgens de joodse jaartelling is dat in 5689.

Zie voor heel veel meer op:  http://www.synagogeenschede.nl/

 

Andere kerken.

G.K. V. vrijgemaakt.

http://www.enschede-noord.nl/geschiedenis.html

 https://www.enschede-zuid.nl/info/het-gebouw

 https://www.enschede-west.nl/#

 https://www.enschede-oost.nl/geschiedenis

 

Ned. Geref. Kerk.

https://ngkenschede.nl/

 

Chr. Geref. Kerken.

https://www.cgk-enschedewest.nl/onze-gemeente/kerkgebouw/

http://www.renatakerk.nl/gemeente/geschiedenis/

 

Lariksticht.

 

Het klooster Larinksticht is een klooster dat in de binnenstad van Enschede logt. Het dateert uit 1869.

Het is gebouwd uit de nalatenschap van Gerardus Larink. Hij overlijd op 18 april 1867.

Over Gerard Larink is weinig bekend. Gerardus was koperslager van beroep. Nou niet zo direct een hoge functie waar je veel geld mee verdiend. Maar hij had ook nog wat nevenfuncties. Zo was hij ook nog griffier bij het kantongerecht

De stadsbrand van 1862 is nog maar een paar jaar geleden. Er is nog verschrikkelijk veel armoede in Enschede. De opbouw van de totaal verwoeste stad is in volle gang. Zie op deze link hoe het verder is gegaan. http://cultuurtijdschriften.nl/download?type=document&docid=514500

 

Enschede de eeuwen door.

De Heren van Enschede hadden in 1284 afstand gedaan van hun plichten en rechten. Toch gaf bisschop Johan van Diest een halve eeuw later Enschede stadsrechten. Rond de eeuwwisseling van de 16e - 17e eeuw woonde op de Nije Borch de invloedrijke familie van Loen. Naar deze familie is het bekende van Loenshof genoemd.

Tijdens de Gelderse oorlogen werd ook Enschede platgebrand.

De oude handelsweg die vanaf Deventer via Goor, Enschede, Gronau naar Munster liep had in Enschede een aantal pleisterplaatsen. Deze pleisterplaatsen werden ook wel uitspanningen genoemd. Mogelijk dat de naam uitspanningen betekende dat hier van paarden werd gewisseld. In Enschede waren dat: ‘De Roskam, de Klomp, ’t Kleine Fortyjn , Schildkamp wat ook wel  Munterse postwagen genoemd werd. Deze laatste stond in de omgeving van de kerk op de markt.

In de 80 jarige oorlog werd Enschede dertig jaar bestuurd door zowel een Staatse als een Spaanse drost. Deze toestand duurde van 1580 tot 1610.

 

Maurits bevrijd Enschede.

De Holterhof.

Ene Wilhelm van Holte moet de laatste eigenaar zijn geweest van de Holterhof. Dit pand moet een kasteelachtig vorm hebben gehad. De omgeving moet de naam Holteresch hebben gehad.

Hoe dan ook, de laatste bewoner moet een echte roofridder zijn geweest. De hele streek maakte hij onveilig. Maar deze roofzuchtige heer had buiten de waard gerekend. Op een gegeven moment kwam Prins Maurits via het nog niet bestaande Glanerbrug vanuit Duitsland met zijn leger om Enschede, Oldenzaal en Ootmarsum in te nemen. Nadat Enschede ingenomen was stuurde hij een leger naar de Holterhof om de stad Enschede en omgeving van de last te bevrijden. De Holterhof werd grondig verwoest. En de gevangen personen werden in Enschede op de Galgenmors opgehangen. Dat moet hebben gelegen aan de Kottendijk dicht bij de Kotten. De gebeenten zijn daarna begraven op een stuk grond dat de naam Bottenkamp kreeg. Dit lag tussen de Hengelosestraat en de Kottendijk in.

De Holterhof en de grond die erbij hoorden werden aan de gemeente Enschede gegeven. Inwoners van Enschede hebben nog jarenlang geprofiteerd van de turf die gestoken werd op deze grond. Men noemde het daarom het Allemansveld.

 

Aldus Tubantia 07 – 05 – 1904.

 

Toch zat er eeuwen later op de Holterhof weer een groep mensen met een kwade geest.

Dat waren de hoge Duitsers in 1940 - 1945. Zij hedden Janninks villa maar in bezit genomen.

Maar het verzet zat als het ware onder de paraplu van de hoge Duitsers.

Meer daarover kun je lezen op: http://www.johannesterhorst.nl/van_holterhof_naar_lidwina 

Een bijzonder interessante site over de Tweede Wereldoorlog.

 

 

Koninklijk bezoek.

Enschede krijgt in 1809 bezoek van koning Lodewijk Napoleon. Lodewijk was een broer van keizer Napoleon. Deze Lodewijk is de beste koning die Nederland ooit heeft gehad. Hij was begaan met de bevolking van hoog tot laag. In Enschede toonde hij veel belangstelling voor de ontwikkeling van de textielindustrie. Helaas kon deze koning maar vier jaar regering. Hij werd terug gefloten door zijn broer keizer Napoleon. Nederland werd ingelijfd door Frankrijk.

In 1842 krijgt Enschede weer koninklijk bezoek. Maar nu van onze eigen koning Willem 2. De Franse bezetting is dan al verleden tijd. En de Kozakken die op 18 november 1813 via de Eschpoort Enschede binnentrokken waren ook al weer snel verdwenen.

 

Aantal inwoners.

In 1815 had Enschede circa 2400 inwoners. In 1822 waren er dat 2716

Eind 1800 bedroeg het aantal inwoners, inclusief Esmarke circa 3400. Amper een halve eeuw later was dat bijna verdubbeld tot bijna 7000 inwoners. . In 1860 waren er dat circa 5000  inwoners.  In 1882 steeg dit aantal tot 12000. Rond 1900 waren er dat al ruim 30.000.

 

Zie voor de catastrofale brand in 1862 op;

Stadsbranden Enschede. | Hennepe.jouwweb.nl

 

Industrie.

Deze enorme toename kwam hoofdzakelijk door de opkomst van de textielindustrie. Deze industrie gaf aan vele handen werk.

Circa 1850 waren er naast het bombazijn fabrieken ook talloze weverijen, 2 mechanische katoenspinnerijen, verschillende Handspinnerijen, 6 blekerijen, 18 kalanderijen, een azijnfabriek, 6 rietmakerijen.

De gesponnen garens konden wedijveren met de beste garens uit Engeland.

Met had rond 1850 een kermis op de eerste donderdag in september.

Er waren in die tijd 8 jaarmarkten. En elke dinsdag een drukke weekmarkt.

Verder tal van scholen. Waaronder ook een Franse, een Engelse en Hoogduitse school. Deze waren verbonden met de Latijnse school. Deze werd bezocht door ruim 500 leerlingen.

Op het speciaal voor de arbeiders uit Drentse plaats Emmen en omgeving werd het Pathmos gebouwd. Tussen juni 1926 en april bijna 200 gezinnen met een totaal van circa 1650 personen komen wonen op Pathmos.

Zie daarvoor op:

Emmenaren op drift: tragiek en achtergrond van de massale migratie ... 

 

 

De Oliemolen stond op een hoge Esch aan de Gronausestraat aan de weg naar Glanerbrug.

Vroeger was het een olie en pelmolen. Daarna een verfhoutmolen. De molen is gebouwd aan het eind van de 16e eeuw en in 1887 afgebroken.

 

Textiel.

De Grote Stoom.

In 1641 was er in Enschede al een weversgilde. Wat het doel van deze gilde was is niet bekend. Mogelijk bood een gilde voor de wevers in de stad bescherming tegen de concurrentie tegen de wevers van het platteland. Deze bescherming zou kunnen zijn dat er geen invoer in de stad mocht zijn van het platteland. Maar dat is voor Enschede niet met zekerheid te zeggen. Wel was Enschede in het derde kwart van de 17e eeuw een centrum van ontwikkeling voor de garenhandel naar Duitsland.

Door toedoen van de gebroeders van Lochem , zij waren de eersten, kwam in 1728 in Enschede de bombazijnfabricage op gang brachten. Deze broers waren oorspronkelijk textielhandelaren. Ze kochten het geweven goed op bij de boeren en met winst weer door verkocht.

Dat geld overigens voor de meeste textielfabrikanten. Zij noemden zich fabriceurs.

De eerste stoomspinnerij in Enschede, de tweede in Twente, was de Grote Stoom. Deze werd in 1835 opgericht. Deze fabriek, gebouwd naar Engels voorbeeld, was naar Twentse begrippen een groot pand met drie lagen. Het duurde toch nog enige tijd dat de dat de industrialisatie op dit gebied op gang kwam. Van Heek en Co bouwde in 1859 de stoomweverij aan de Noorderhagen.

In 1862 bouwde dezelfde familie van Heek Kremersmaten op. En later het complex van de familie ter Kuile. Deze werd gebouwd aan de toen nog niet aangelegde spoorlijn Enschede – Gronau.

In 1895 verscheen de Bamshoeve, in 1897 Rigtersbleek en in 1900 Jannink. In 1910 was van Heek en Co de grootste industrieel van ons land met 2639 personen.

In 1866 waren er in Enschede 14 stoomblekerijen.

Het voert te ver om hier de gehele textielgeschiedenis van Enschede te beschrijven. Hoewel het de fabrikanten voor de wind ging kende het ook enorme schaduwzijden. Onverantwoorde lange arbeidstijden, kinderarbeid, extreem lage lonen.

Voor de grote invasie van arbeidskrachten uit het noorden zie: https://books.google.nl/books?id=tgwpXZFlAyMC&pg=PA56&dq=textiel+emmen++enschede&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiUn4j_jJrbAhWRGuwKHe4rAgYQuwUIKzAA#v=onepage&q=textiel%20emmen%20%20enschede&f=false

De groei van de bedrijven en de winsten die ze maakten kon omdat de arbeidende klasse geen stem in het geheel had. Hele gezinnen moesten mee werken in het arbeidsproces.

Zie daarvoor op: Stadsbranden Enschede.  Hennepe.jouwweb.nl

De bevolking van Enschede begon in de periode na 1840 explosief te groeien. Waren dat er in begin 1850 nog ruim 3700, Tachtig jaar later waren er dat bijna 52.000.

Hoewel de arbeidende klasse niets te zeggen had, was er al wel een ontwaken van politiek en maatschappelijk en sociaal besef.

We zitten inmiddels in de jaren van de 19e eeuw. Het Patrimonium is in 1877 opgericht. Een jaar later volgde de Sociaal Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis en de Twentse socialist ( Hengelo)) Bennink.

Zie voor meer over Bennink op: 

BENNINK, Gerrit | BWSA - International Institute of Social History

In Enschede braken er stakingen uit in 1923 – 1924. Reden van deze staking was dat er een loonsverlaging van 10 %was aangekondigd door de directie van  van Heek en Co te Kremersmaten. Deze staking duurde een half jaar. Deze staking bracht niets dan ellende, en geen oplossing.

 

De staking bij de firma Jannink.

Deze verliep overigens ordelijk.

In 1931 was er een grote onrust onder de arbeiders van de firma G. Jannink te Enschede. Hier werd door de directie een loonsverlaging van 5 % aangekondigd. Voor wie het er niet mee eens was en toch mee daad aan de staking werd de loonsverlaging verdubbeld tot 10 %. Deze staking was mogelijk uitgelokt vanwege dat de fabrikanten een te grote voorraad hadden. Door de staking die volgde slonk de voorraad. De stakers verloren ook dit keer weer. Ze konden aan het werk gaan met 10 % minder loon.

Over de ontwikkelingen in de Enschedese textielfabricage kijk op Google Books: Het fabriekwezen te Enschede in zijne eigenaardigheid, karakter en omvang. Hier vindt u vooral technische gegevens.

 

Ook wel wat goeds hoor.

Toch valt er over de fabrikanten ook wel goede dingen te melden. In 1930 gaf Abraham Ledeboer opdracht tot het bouwen van het Tuindorp Broekheurne.

Het Volkspark was een geschenk van H. J. van Heek. Dat gebeurde al in de jaren 1872 – 1874.

Evenals het Van Heekpark.

Het Abraham Ledeboerpark door de familie A. Ledeboer.

Kortom: Rondom Enschede liggen een hele ring van prachtige parken en of landgoederen.

Zie voor meer op: Schenkingen - Textielhistorie Enschede - Google Sites

In 1878 wordt er op initiatief van G. J. van Heek met veertien Enschedese fabrieksdirecteuren er een ziekenfonds voor arbeiders opgericht. Men start met 1571 leden. Kijk op de notulen van het ziekenfonds op:  Statuten van het Ziekenfonds voor Enschede en Lonneker - Volume 1

Vlas wordt nog steeds verbouwd. Hoe dat vroeger ging in het Limburgse Horst is te zien op dit filmpje. https://www.youtube.com/watch?v=LLGzBiESDPQ

 

Uit de oude kranten.

Door een hollend paard gedood.

Te Enschede is maandagmorgen de 42 jarige broodventer E. Assink door het op hol slaan  van zijn paard onder den wagen geraakt en gedood.

Limburger koerier 07 – 02 – 1928.

 

 

Naar den ouden baas terug.

Eenige dagen geleden liet een landbouwer zijn paard en wagen een uur onbeheerd staan., terwijl hij in een café in Enschede vertoefde. Hij was ten hoogste verwonderd, toen hij bij zijn terugkomst zijn paard en wagen miste.

Het spoorloos verdwijnen van het gespan werd aan diefstal toegeschreven, waarop aangifte volde bij de politie. Er werd een onderzoek ingesteld en wat bleek nu? Dat paard en wagen behouden waren aangekomen  in het twee uur van Enschede gelegen dorp Overdinkel, alwaar de vroegere eigenaar van het paard woonde, zo vertelt het ,, Vad”.

De Tijd: Godsdientig – staatkundig dagblad 20 – 07 – 1921.

 

Het Twentekanaal.

Om de textielindustrie in Enschede te voorzien van grondstoffen was het noodzakelijk om een kanaal te graven wat aansloot op de IJssel. Ook de toevoer van steenkool voor de industrie uit Limburg was van belang. Ook wordt er vanaf Goor - Delden een zijtak aangelegd naar Almelo. De totale lengte van het Twentekanaal is 65 kilometer. Het kanaal werd voornamelijk door werkloze arbeiders gegraven. In 1938 was het kanaal gereed.

 Momenteel is de aanvoer van vooral zand en grind, containervervoer etc.

 

De weg naar de haven voor de verdere ontwikkeling van de haven wordt aangelegd, begin 1936

 

https://books.google.nl/books?id=uWhnqkbyCicC&pg=PA557&dq=enschede+van+heek+en+co&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjnyIilgJDbAhUCr6QKHZqcA-EQuwUISDAG#v=onepage&q=enschede%20van%20heek%20en%20co&f=false

 

Verkeer

Besluit van den 30sten juni 1864, bepalende de plaatsing in het Staatsblad van de op den 12den Mei 1864 tussen Nederland en Pruisen gesloten overeenkomst, betrekkelijk de aansluiting van den spoorweg Enschede – Rheine – Munster.

De Koninklijke besluiten van 1822  - 1839 laten een overzicht zien van een aantal aangelegde verharde wegen. ( kunstwegen) . Ook licht er dan al de weg van Enschede Knalhutte. Dat is een dijkroute.

In 1839 werd de weg van Almelo. Hengelo Enschede afgerond. Er loopt dan ook al een grote weg van Enschede naar Vreden. De grote weg van Enschede – Glanerbrug – Gronau naar Munster  werd een heerbaan genoemd. Heerbanen of heirbanen zijn vaak hele oude wegen uit de Romeinse tijd. Heir betekent: leger.

Met de weg van Enschede, via Haaksbergen, Neede, Borculo, Ruurlo, Vorden en het Gelderse Hengelo was er een aansluiting met Doesburg.

Noordelijk van Enschede  liep er een weg van  via Oldenzaal naar Bentheim .Wilde men rechtstreeks naar Bentheim dan kon men in Lonneker de afscheiding nemen en over een zandweg die liep over Losser  naar Gildehaus waar men weer op de weg van van Oldenzaal – Bentheim kwam.

Zie voor meer op:

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden - Pagina 82

 

Tweede Wereldoorlog.

In de Tweede Wereldoorlog heeft Enschede enorm veel geleden In het boek Enschede 1940 -1945 geeft T . Wiegman een boeiend en breed verslag daarvan. 

ENSCHEDE 1940-1945 :: - Uitgeverij van de Berg

Het kost maar 14.95

In totaal vielen er in die jaren ruim 1200 doden te betreuren. Er waren ruim 800 zwaar en licht gewonden.

 

De Blauwe mazelen.

Het Volk: Dagblad voor de arbeiderspartij van 23 – 02 – 1901 meld dat wegens het heersen der Blauwe mazelen hebben te Enschede in verschillende openbare lagere scholen enige klassen 14 dagen vakantie gekregen, daar het getal der lijders dezer ziekte, behorende tot die klassen, meer dan 20 pct. bedraagt.

 

Het Hof Espelo.

Het Hof Espelo is van oudsher een adellijke bezitting. Het landgoed is 157 ha groot. Door het gebied stroomt al kabbelend de Eschbeek en de Leutinkbeek. Het landgoed werd al genoemd in het jaar 1215. Het behoort dan aan het kapittel te Utrecht. De hofmeier verbleef jarenlang op het Hof Espelo. In 1770 verkocht de kerk ook dit eigendom aan particulieren. De laatste hofmeier Gabriël Davina die het kocht overleed in 1887. De familie Cromhoff kocht het toen van de kleinzoon van Gabriël Davina. De laatste eigenaar was de familie Breuning ten Cate.

Het is een prachtig landgoed met een laan van eiken en beukenbomen. De ondergroei bevat veel hulststruiken. Voor wie van wandelen houd kan hier zijn hart ophalen.

Groot Brunink.

Het landgoed Groot Brunink is circa 100 ha groot. De gemarkeerde route brengt u als wandelaar op de mooiste plekjes van dit landgoed.

De geschiedenis van dit landgoed gaat terug tot 1341. Het is dan een borgleen van het bisdom Munster. Nadat de van Heeckerens er de scepter hadden gezwaaid koopt Herman Brunink het landgoed in 1753 op. Met de opkomst van de textielindustrie komt dit ook ten goede aan de Hof Brunink en het landgoed.

Momenteel floreert de vogelstand van het huidige natuurbeheer enorm.

 

Het Hoge Boekel.

 

Het Hoge Boekel omstreeks 1857

 

Het Hoge Boekel ligt ten noord oosten van Enschede. Het huidige landgoed is circa slechts 15 hectare groot. De financieel machtige familie van Heek kocht halverwege de 19e eeuw deze gronden aan om te kunnen gebruiken als jachtterrein. Rond 1900 bouwde de familie er een zomerhuis.

Als nazaat van de familie, Herman van Heek, het landgoed erft, laat hij er een zogenaamd streng huis bouwen. Hoewel het plan was om er twee torens aan de voorkant van de villa aan te bouwen werd daarvan afgezien in verband met de enorme spanningen in die tijd tussen de fabrikanten en de bevolking.

De tuin van het landgoed werd aangelegd door de Deldense tuinarchitect P.H. Wattez.

In 1930 overleed Herman van Heek. Zijn vrouw Bertina Jannink en de jongste zoon bleven op het landgoed wonen.

In de jaren 80 werd het landgoed verkocht de familie het landgoed aan de Stichting Transcendente

Meditatie. Na circa 10 jaar werd het sterk verwaarloosde landgoed verkocht een Herman Kok, een Enschedese ondernemer. Deze startte een grondige renovatie.

Het landgoed is op deze manier in oude glorie hersteld.

In het totale Hoge Boekel liggen tal van boerenerven verspreid.

Het Walenbeek ( Walmbekke), Erve Perik, Het Grondman en het erve Schipper in de Lindematen.

Zie ook kaart: https://www.topotijdreis.nl/  jaar 1850.

 

Het Hoge Boekel. https://www.youtube.com/watch?v=ka3tmnt-WVw 

 

Het Roessinkshuis.

 

Het Roessinkshuis is in 1803 gebouwd. De opdrachtgever was Hendrik Jan Roesink en zijn echtgenote J. B. van Heek. Helaas brandde de villa volledig af tijdens de brand van 1862. Maar het werd na de brand weer opgebouwd. In 1881 was het klaar. In het pand kwam toen de bankiersfirma van Blijdenstein. In 1910 werd het in gebruikt genomen door de firma Gerh. Jannink % Zn. Ook tijdens de bombardementen in de Tweede wereldoorlog is het erg beschadigd, maar na de oorlog weer in oude luister herstelt.

Bijzondere links.

 

https://www.plaatsengids.nl/enschede

Het Larinksticht aan de Noorderhagen

Literatuur: 

 

 http://cultuurtijdschriften.nl/download?type=document&docid=513012

 

http://www.shsel.nl/canon/01-de-prehistorie-in-enschede/

 

Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van Dr. A. van der Aa.

 

De Oost-Twentse stuwwal. Canon van Nederland.

 

https://www.landgoedereninoverijssel.nl

 

Textielhistorische bijdragen

Marjan Tuinstra : De burchten van de nijverheid. (2008).

Textielhistorische bijdragen 1998, De linnennijverheid in zuid – oost Twente in 1674 door Cor Trompetter. Uitgave Stichting Textielgeschiedenis Enschede 1998.

Strategische besluitvorming in een neergaande bedrijfstak

Door Hendrik Jan Hesselink.

 

De Geschiedenis van Twente. Van prehistorie tot heden.  Door G. J. I. Klokhuis.

  1. Uitgeve Twente Publicaties b v. Hengelo.

 

Een mooie link is het om even te grasduinen  in: Betoog van burgemeesteren, schepenen en raaden, en gemeenslieden der stad Enschede

https://books.google.nl/books?id=jMuUF7EVRccC&pg=PA81&dq=enschede+de+esch&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjmqvG4rOraAhWG-aQKHeN7AWIQ6AEIKDAA

 

 

 

Gemeentebestuur Enschede in 1928

 

Hengelo Ov. 

 

 

Kaart uit 1820.

Nationaal zangconcours te Hengelo.  Graafschapbode 05-08-1930.

 

Oelemeule te Oele gemeente Hengelo. Nederlands Dagblad 27-12-1979  

 

De dikke 900 jarige boom bij Oele.

 

De bevrijding van Hengelo 1945.

https://www.youtube.com/watch?v=z_PlxBbXB4E 

 

Speedway stadion Veldwijk.

https://www.youtube.com/watch?v=yH34RUXghCw