Home » De vier steden van Twente. Enschede, Hengelo, Oldenzaal en Almelo.

 

 

Kijk voor de komst van de vele arbeidskrachten uit Drente op: 

Emmenaren op drift: tragiek en achtergrond van de massale migratie ... 

Voor het ontstaan van Enschede zie op onderstaande link: 

Kerkgeschiedenis Enschede deel 1, 2, 3 en 4 ... - Hennepe  

 

Stadsbranden Enschede. | Hennepe.jouwweb.nl

Het Larinksticht aan de Noorderhagen

 

 

 

Zicht op Enschede voor de stadsbrand van 1862.

 

Film oud Enschede; 

https://www.youtube.com/results?search_query=oud+enschede

 

Enschede is eigenlijk al een hele oude stad. Thans is het een stad met bijna 160. 000 inwoners. De stad herbergt momenteel 160 nationaliteiten. Het is ook de grootste stad van de provincie Overijssel.

Maar hoe oud is Enschede eigenlijk? En waar komt de naam Enschede vandaan?

Over het ontstaan van Enschede is niets met zekerheid te zeggen. Ook niet wie er het evangelie heeft gebracht. Wel weten wij dat er in 1929, toen er een verbouwing plaats vond aan de oude kerk op de markt resten zijn gevonden van een vermoedelijk heidens tempeltje van een heidense Saksische godsdienst.

Paus Gregorius 1, die leefde te *Rome 540 - † 12 maart 604 had in 601een bepaling uitgegeven dat dergelijke heiligdommen niet mochten worden vernietigd maar gebruikt moesten worden voor de christelijke erediensten.

We kunnen wel bijna van uit gaan dat dit ook in het toenmalige Enschede is gebeurd. Mogelijk dat we dan ook kunnen zeggen dat het ontstaan van Enschede vanaf hier is begonnen.

Bij opgravingen op de Klokkenplas achter het Stadhuis werden er bewonerssporen gevonden uit de 12e eeuw.

Maar we moeten nog verder teug kunnen in de tijd.

Al voor het jaar 1284 was de stad een bisschoppelijke Heerlijkheid. De Bisschop van Utrecht bekleedde ook het werelds gezag. Maar in het oudst bekende document uit 1119 wordt Enschede al genoemd.

 

De betekenis van de naam Enschede. Ook daarvoor moeten we ver terug in de tijd. Er zijn verschillende benamingen die duiden op de oude Saksische tijd. De namen Anescede, Anneschethe of Anneschedhe, Enscede. Mogelijk dat de naam scheiding betekent. Maar over de scheiding van wat daarover bestaan verschillende meningen.

In de perkamenten brieven van de kerk te Utrecht wordt Enschede ook wel Anze genoemd.

We kunnen wel aannemen dat de naam betekend ‘aan de Esmarke’ gelegen. De oorspronkelijke naam was immers Anesche

 

Archeologie.

Voor de oudste bewoning van Enschede kunnen we terug gaan naar circa 3500 – 2000 voor Christus geboorte. Van vlak voor Christus geboorte zijn er bewonerssporen gevonden in Glanerbrug en op de Usseleres. Daar is ook een grafveld ontdekt. Voorts zijn er sporen van jagerskampen gevonden in het Usselerveen en aan de Sleutelweg (Noord - Esmarke).

Enschede ligt ten westen van een stuwwal. Het huis Slotzicht ligt op het hoogste punt ( ruim 50 boven N. A. P. ) van deze stuwwal. Glanerbrug ligt oostelijk van deze wal.

Achter het stadhuis zijn door archeologische vondsten gedaan die duiden op een eerste bewoning. Men zocht naar de fundamenten van de Borg van de stad. Bij het graven van het Twentekanaal vond men dierlijke resten uit de oertijd.

 

 

Enschede de eeuwen door.

De Heren van Enschede hadden in 1284 afstand gedaan van hun plichten en rechten. Toch gaf bisschop Johan van Diest een halve eeuw later Enschede stadsrechten. Rond de eeuwwisseling van de 16e - 17e eeuw woonde op de Nije Borch de invloedrijke familie van Loen. Naar deze familie is het bekende van Loenshof genoemd.

Tijdens de Gelderse oorlogen werd ook Enschede platgebrand.

De oude handelsweg die vanaf Deventer via Goor, Enschede, Gronau naar Munster liep had in Enschede een aantal pleisterplaatsen. Deze pleisterplaatsen werden ook wel uitspanningen genoemd. Mogelijk dat de naam uitspanningen betekende dat hier van paarden werd gewisseld. In Enschede waren dat: ‘De Roskam, de Klomp, ’t Kleine Fortyjn , Schildkamp wat ook wel  Munterse postwagen genoemd werd. Deze laatste stond in de omgeving van de kerk op de markt.

In de 80 jarige oorlog werd Enschede dertig jaar bestuurd door zowel een Staatse als een Spaanse drost. Deze toestand duurde van 1580 tot 1610.

 

Maurits bevrijd Enschede.

De Holterhof.

Ene Wilhelm van Holte moet de laatste eigenaar zijn geweest van de Holterhof. Dit pand moet een kasteelachtig vorm hebben gehad. De omgeving moet de naam Holteresch hebben gehad.

Hoe dan ook, de laatste bewoner moet een echte roofridder zijn geweest. De hele streek maakte hij onveilig. Maar deze roofzuchtige heer had buiten de waard gerekend. Op een gegeven moment kwam Prins Maurits via het nog niet bestaande Glanerbrug vanuit Duitsland met zijn leger om Enschede, Oldenzaal en Ootmarsum in te nemen. Nadat Enschede ingenomen was stuurde hij een leger naar de Holterhof om de stad Enschede en omgeving van de last te bevrijden. De Holterhof werd grondig verwoest. En de gevangen personen werden in Enschede op de Galgenmors opgehangen. Dat moet hebben gelegen aan de Kottendijk dicht bij de Kotten. De gebeenten zijn daarna begraven op een stuk grond dat de naam Bottenkamp kreeg. Dit lag tussen de Hengelosestraat en de Kottendijk in.

De Holterhof en de grond die erbij hoorden werden aan de gemeente Enschede gegeven. Inwoners van Enschede hebben nog jarenlang geprofiteerd van de turf die gestoken werd op deze grond. Men noemde het daarom het Allemansveld.

 

Aldus Tubantia 07 – 05 – 1904.

 

Toch zat er eeuwen later op de Holterhof weer een groep mensen met een kwade geest.

Dat waren de hoge Duitsers in 1940 - 1945. Zij hedden Janninks villa maar in bezit genomen.

Maar het verzet zat als het ware onder de paraplu van de hoge Duitsers.

Meer daarover kun je lezen op: http://www.johannesterhorst.nl/van_holterhof_naar_lidwina 

Een bijzonder interessante site over de Tweede Wereldoorlog.

 

 

Koninklijk bezoek.

Enschede krijgt in 1809 bezoek van koning Lodewijk Napoleon. Lodewijk was een broer van keizer Napoleon. Deze Lodewijk is de beste koning die Nederland ooit heeft gehad. Hij was begaan met de bevolking van hoog tot laag. In Enschede toonde hij veel belangstelling voor de ontwikkeling van de textielindustrie. Helaas kon deze koning maar vier jaar regering. Hij werd terug gefloten door zijn broer keizer Napoleon. Nederland werd ingelijfd door Frankrijk.

In 1842 krijgt Enschede weer koninklijk bezoek. Maar nu van onze eigen koning Willem 2. De Franse bezetting is dan al verleden tijd. En de Kozakken die op 18 november 1813 via de Eschpoort Enschede binnentrokken waren ook al weer snel verdwenen.

In 1815 had Enschede circa 2400 inwoners. In 1822 waren er dat 2716

Eind 1800 bedroeg het aantal inwoners, inclusief Esmarke circa 3400. Amper een halve eeuw later was dat bijna verdubbeld tot bijna 7000 inwoners. Deze enorme toename kwam hoofdzakelijk door de opkomst van de textielindustrie. Deze industrie gaf aan vele handen werk.

Circa 1850 waren er naast het bombazijn fabrieken ook talloze weverijen, 2 mechanische katoenspinnerijen, verschillende Handspinnerijen, 6 blekerijen, 18 kalanderijen, een azijnfabriek, 6 rietmakerijen.

De gesponnen garens konden wedijveren met de beste garens uit Engeland.

Met had rond 1850 een kermis op de eerste donderdag in september.

Er waren in die tijd 8 jaarmarkten. En elke dinsdag een drukke weekmarkt.

Verder tal van scholen. Waaronder ook een Franse, een Engelse en Hoogduitse school. Deze waren verbonden met de Latijnse school. Deze werd bezocht door ruim 500 leerlingen.

 

Textiel.

De Grote Stoom.

In 1641 was er in Enschede al een weversgilde. Wat het doel van deze gilde was is niet bekend. Mogelijk bood een gilde voor de wevers in de stad bescherming tegen de concurrentie tegen de wevers van het platteland. Deze bescherming zou kunnen zijn dat er geen invoer in de stad mocht zijn van het platteland. Maar dat is voor Enschede niet met zekerheid te zeggen. Wel was Enschede in het derde kwart van de 17e eeuw een centrum van ontwikkeling voor de garenhandel naar Duitsland.

Door toedoen van de gebroeders van Lochem , zij waren de eersten, kwam in 1728 in Enschede de bombazijnfabricage op gang brachten. Deze broers waren oorspronkelijk textielhandelaren. Ze kochten het geweven goed op bij de boeren en met winst weer door verkocht.

Dat geld overigens voor de meeste textielfabrikanten. Zij noemden zich fabriceurs.

De eerste stoomspinnerij in Enschede, de tweede in Twente, was de Grote Stoom. Deze werd in 1835 opgericht. Deze fabriek, gebouwd naar Engels voorbeeld, was naar Twentse begrippen een groot pand met drie lagen. Het duurde toch nog enige tijd dat de dat de industrialisatie op dit gebied op gang kwam. Van Heek en Co bouwde in 1859 de stoomweverij aan de Noorderhagen.

In 1862 bouwde dezelfde familie van Heek Kremersmaten op. En later het complex van de familie ter Kuile. Deze werd gebouwd aan de toen nog niet aangelegde spoorlijn Enschede – Gronau.

In 1895 verscheen de Bamshoeve, in 1897 Rigtersbleek en in 1900 Jannink. In 1910 was van Heek en Co de grootste industrieel van ons land met 2639 personen.

In 1866 waren er in Enschede 14 stoomblekerijen.

Het voert te ver om hier de gehele textielgeschiedenis van Enschede te beschrijven. Hoewel het de fabrikanten voor de wind ging kende het ook enorme schaduwzijden. Onverantwoorde lange arbeidstijden, kinderarbeid, extreem lage lonen.

Voor de grote invasie van arbeidskrachten uit het noorden zie: https://books.google.nl/books?id=tgwpXZFlAyMC&pg=PA56&dq=textiel+emmen++enschede&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiUn4j_jJrbAhWRGuwKHe4rAgYQuwUIKzAA#v=onepage&q=textiel%20emmen%20%20enschede&f=false

De groei van de bedrijven en de winsten die ze maakten kon omdat de arbeidende klasse geen stem in het geheel had. Hele gezinnen moesten mee werken in het arbeidsproces.

Zie daarvoor op: Stadsbranden Enschede.  Hennepe.jouwweb.nl

De bevolking van Enschede begon in de periode na 1840 explosief te groeien. Waren dat er in begin 1850 nog ruim 3700, Tachtig jaar later waren er dat bijna 52.000.

Hoewel de arbeidende klasse niets te zeggen had, was er al wel een ontwaken van politiek en maatschappelijk en sociaal besef.

We zitten inmiddels in de jaren van de 19e eeuw. Het Patrimonium is in 1877 opgericht. Een jaar later volgde de Sociaal Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis en de Twentse socialist ( Hengelo)) Bennink.

Zie voor meer over Bennink op: 

BENNINK, Gerrit | BWSA - International Institute of Social History

In Enschede braken er stakingen uit in 1923 – 1924. Reden van deze staking was dat er een loonsverlaging van 10 %was aangekondigd door de directie van  van Heek en Co te Kremersmaten. Deze staking duurde een half jaar. Deze staking bracht niets dan ellende, en geen oplossing.

 

De staking bij de firma Jannink.

Deze verliep overigens ordelijk.

In 1931 was er een grote onrust onder de arbeiders van de firma G. Jannink te Enschede. Hier werd door de directie een loonsverlaging van 5 % aangekondigd. Voor wie het er niet mee eens was en toch mee daad aan de staking werd de loonsverlaging verdubbeld tot 10 %. Deze staking was mogelijk uitgelokt vanwege dat de fabrikanten een te grote voorraad hadden. Door de staking die volgde slonk de voorraad. De stakers verloren ook dit keer weer. Ze konden aan het werk gaan met 10 % minder loon.

Over de ontwikkelingen in de Enschedese textielfabricage kijk op Google Books: Het fabriekwezen te Enschede in zijne eigenaardigheid, karakter en omvang. Hier vindt u vooral technische gegevens.

Toch valt er over de fabrikanten ook wel goede dingen te melden. In 1930 gaf Abraham Ledeboer opdracht tot het bouwen van het Tuindorp Broekheurne.

Het Volkspark was een geschenk van H. J. van Heek. Dat gebeurde al in de jaren 1872 – 1874.

Evenals het Van Heekpark.

Het Abraham Ledeboerpark door de familie A. Ledeboer.

Kortom: Rondom Enschede liggen een hele ring van prachtige parken en of landgoederen.

Zie voor meer op: Schenkingen - Textielhistorie Enschede - Google Sites

In 1878 wordt er op initiatief van G. J. van Heek met veertien Enschedese fabrieksdirecteuren er een ziekenfonds voor arbeiders opgericht. Men start met 1571 leden. Kijk op de notulen van het ziekenfonds op:  Statuten van het Ziekenfonds voor Enschede en Lonneker - Volume 1

 

Het Twentekanaal.

Om de textielindustrie in Enschede te voorzien van grondstoffen was het noodzakelijk om een kanaal te graven wat aansloot op de IJssel. Ook de toevoer van steenkool voor de industrie uit Limburg was van belang. Ook wordt er vanaf Goor - Delden een zijtak aangelegd naar Almelo. De totale lengte van het Twentekanaal is 65 kilometer. Het kanaal werd voornamelijk door werkloze arbeiders gegraven. In 1938 was het kanaal gereed.

 Momenteel is de aanvoer van vooral zand en grind, containervervoer etc.

 

De weg naar de haven voor de verdere ontwikkeling van de haven wordt aangelegd, begin 1936

 

https://books.google.nl/books?id=uWhnqkbyCicC&pg=PA557&dq=enschede+van+heek+en+co&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjnyIilgJDbAhUCr6QKHZqcA-EQuwUISDAG#v=onepage&q=enschede%20van%20heek%20en%20co&f=false

 

 

 

De Blauwe mazelen.

Het Volk: Dagblad voor de arbeiderspartij van 23 – 02 – 1901 meld dat wegens het heersen der Blauwe mazelen hebben te Enschede in verschillende openbare lagere scholen enige klassen 14 dagen vakantie gekregen, daar het getal der lijders dezer ziekte, behorende tot die klassen, meer dan 20 pct. bedraagt.

 

Het Hof Espelo.

Het Hof Espelo is van oudsher een adellijke bezitting. Het landgoed is 157 ha groot. Door het gebied stroomt al kabbelend de Eschbeek en de Leutinkbeek. Het landgoed werd al genoemd in het jaar 1215. Het behoort dan aan het kapittel te Utrecht. De hofmeier verbleef jarenlang op het Hof Espelo. In 1770 verkocht de kerk ook dit eigendom aan particulieren. De laatste hofmeier Gabriël Davina die het kocht overleed in 1887. De familie Cromhoff kocht het toen van de kleinzoon van Gabriël Davina. De laatste eigenaar was de familie Breuning ten Cate.

Het is een prachtig landgoed met een laan van eiken en beukenbomen. De ondergroei bevat veel hulststruiken. Voor wie van wandelen houd kan hier zijn hart ophalen.

Groot Brunink.

Het landgoed Groot Brunink is circa 100 ha groot. De gemarkeerde route brengt u als wandelaar op de mooiste plekjes van dit landgoed.

De geschiedenis van dit landgoed gaat terug tot 1341. Het is dan een borgleen van het bisdom Munster. Nadat de van Heeckerens er de scepter hadden gezwaaid koopt Herman Brunink het landgoed in 1753 op. Met de opkomst van de textielindustrie komt dit ook ten goede aan de Hof Brunink en het landgoed.

Momenteel floreert de vogelstand van het huidige natuurbeheer enorm.

 

Het Hoge Boekel.

 

Het Hoge Boekel omstreeks 1857

 

Het Hoge Boekel ligt ten noord oosten van Enschede. Het huidige landgoed is circa slechts 15 hectare groot. De financieel machtige familie van Heek kocht halverwege de 19e eeuw deze gronden aan om te kunnen gebruiken als jachtterrein. Rond 1900 bouwde de familie er een zomerhuis.

Als nazaat van de familie, Herman van Heek, het landgoed erft, laat hij er een zogenaamd streng huis bouwen. Hoewel het plan was om er twee torens aan de voorkant van de villa aan te bouwen werd daarvan afgezien in verband met de enorme spanningen in die tijd tussen de fabrikanten en de bevolking.

De tuin van het landgoed werd aangelegd door de Deldense tuinarchitect P.H. Wattez.

In 1930 overleed Herman van Heek. Zijn vrouw Bertina Jannink en de jongste zoon bleven op het landgoed wonen.

In de jaren 80 werd het landgoed verkocht de familie het landgoed aan de Stichting Transcendente

Meditatie. Na circa 10 jaar werd het sterk verwaarloosde landgoed verkocht een Herman Kok, een Enschedese ondernemer. Deze startte een grondige renovatie.

Het landgoed is op deze manier in oude glorie hersteld.

In het totale Hoge Boekel liggen tal van boerenerven verspreid.

Het Walenbeek ( Walmbekke), Erve Perik, Het Grondman en het erve Schipper in de Lindematen.

Zie ook kaart: https://www.topotijdreis.nl/  jaar 1850.

 

Het Hoge Boekel. https://www.youtube.com/watch?v=ka3tmnt-WVw 

 

Het Roessinkshuis.

 

Het Roessinkshuis is in 1803 gebouwd. De opdrachtgever was Hendrik Jan Roesink en zijn echtgenote J. B. van Heek. Helaas brandde de villa volledig af tijdens de brand van 1862. Maar het werd na de brand weer opgebouwd. In 1881 was het klaar. In het pand kwam toen de bankiersfirma van Blijdenstein. In 1910 werd het in gebruikt genomen door de firma Gerh. Jannink % Zn. Ook tijdens de bombardementen in de Tweede wereldoorlog is het erg beschadigd, maar na de oorlog weer in oude luister herstelt.

 

Gemeentebestuur Enschede in 2928