Home » Nelson Mandela. Johan Gijsbert Verstolk, De Rijn en de Waal. Byzantium Russisch Orthodoxe Kerk, Amer » Johan Gijsbert Verstolk van Soelen, Groen van Prinsterer, De Marktkoopman.

Johan Gijsbert Verstolk van Soelen, Groen van Prinsterer, De Marktkoopman.

 

Meer over Johan Gijsbert Verstolk van Soelen Op :  http://www.youtube.com/watch?v=omJ95Etuhlc

 

 

                                                            Drieluik 1.

 

                     Baron Johan Gijsbert Verstolk van Soelen.

                                                               

 

                             

 

                *16 – 04 – 1776.  - †  03 -  11 – 1845.

                          Portret gemaakt door Nicolaas Pieneman.

 

 

Wie zich de moeite geeft om eens een wandeling te maken in het prachtige bos op het landgoed van het al even prachtige kasteel te Zoelen zal mogelijk, tussen het geboomte op een heuvel, omgeven door een gracht een merkwaardig gebouwtje ontwaren. Het is een Mausoleum, geplaatst op de plaats waar voorheen het mottekasteel ‘De Aldenhaag’ heeft gestaan. Menigeen zal er schouderophalend aan voorbij gaan. Ook zal het vrijwel niemand interesseren dat daar ene Johan Gijsbert Verstolk van Soelen begraven ligt. Maar interessanter wordt het als het gaat om een minister van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Johan Gijsbert Verstolk van Soelen werd geboren op 16 april 1776 te Rotterdam. Hij was een zoon van Aart Verstolk en Maria Elizabeth Hofman. Aart Verstolk was een rijke handelaar in meekrap, en tevens schepen te Rotterdam. Deze kocht het kasteel met alles wat er bij hoorde in 1775 van Baron Anne Frans Willem Pieck. De totale oppervlakte was ruim 100 hectare groot.                                                             

Johan Gijsbert Verstolk volgt een studie in de rechten aan de universiteit in Göttingen (Duitsland) waarna hij promoveert aan de universiteit in Kiel. Verstolk is een uitermate kundige diplomaat. Een indrukwekkende lange lijst van bestuurlijke functies volgt. Hij wordt schepen in zijn geboortestad Rotterdam. In 1805 treed hij toe tot het Departementaal Bestuur Holland. Gevolgd tot een benoeming in het bestuur van Amstelland. In 1810 wordt hij benoemd als landdrost van de provincie Gelderland, gevolgd door een benoeming tot commissaris van de koning in Friesland. In 1815 is hij commissaris – generaal in het gouvernement Maas en Ourthe in Maastricht. Maar veel rust is hem niet gegund. Want in dat zelfde jaar wordt hij benoemd als gezant te St. Petersburg in Rusland. In 1826 wordt zijn sinds 1825 tijdelijk ministerschap omgezet in een vast ministerschap van Buitenlandse zaken. Dit ambt zal hij 15 jaar met grote inzet blijven vervullen. Het aanzien van Nederland stond er in die jaren niet al te best voor in de wereld. In die jaren speelde de Belgische opstand. De kwestie Luxemburg speelde ook een rol. Verstolk reisde heel Europa af om de Nederlandse zaak te behartigen.                                                                            

In 1829 verschijnt er van zijn hand een, in opdracht van koning Willem 1,  Rapport over de buitenlandse staatkunde der Nederlanden.                                                

In 1833 gaat in Londen de Europese topconferentie van start. Hier worden de Belgische kwesties, de zaken Limburg en Luxemburg besproken.                                                                                                                                   

Op 8 mei 1834 sluiten de landen Rusland, Pruisen ( Duitsland) en Oostenrijk een geheime conventie die de koning Willem 1 het recht geeft om de vijandelijkheden ten aanzien van België te hervatten als de Londense conferentie niet weer opnieuw wordt opgestart. Deze conventie van Wenen was tot stand gekomen door de noeste arbeid van Johan Gijsbert Verstolk van Soelen. Omdat de zaak van de Belgische opstand eigenlijk een zinloze zaak is probeert hij samen met Groen van Prinsterer (kabinetssecretaris) de koning te bewegen om maar toe te geven. De koning is dat echter niet van plan en begint een diplomatiek offensief waardoor Verstolk heel Europa af reist. Hij bezoekt de landen Rusland Spanje, Portugal en Oostenrijk. Doel was het behoud van Luxemburg en Limburg. In 1841 weigert koning Willem 2 het verdrag te ratificeren. In dat verdrag stond dat Luxemburg in de Duitse Zöllverein zou worden opgenomen. Op dit besluit van de koning biedt Johan Gijsbert Verstolk zijn ontslag aan als minister van Buitenlandse Zaken. Verstolk was van mening dat de koning hierdoor de belangen van Nederland te veel schade zou aanbrengen door zo voor Luxemburg op de bres te staan. Verstolk vond dat hij hiervoor geen verantwoordelijkheid kon dragen. Op de dag van zijn aftreden werd hij wegens zijn enorme verdiensten voor ons land benoemd tot Minister van Staat en ontving hij het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Zijn laatste levensjaren heeft hij door gebracht op het fraaie kasteel te Zoelen. Daar is hij in 1845 overleden. Baron Johan Gijsbert Verstolk was ongehuwd. Ook moet hij een behoorlijk collectie schilderijen hebben gehad.

 

  

 

                 

 

            Kasteel te Zoelen omring door een mooie gracht en heel veel groen.

              

 

                       

 

                                            Wapen in de toegangspoort.

 

 

 

                     

 

Graftombe of Mausoleum aan de rand van het landgoed en het dorp Zoelen.

 

 

Egbert van de Haar.

Literatuur: Terugblik ‘De Betuwe op slot’. Hoofdstuk 27 Soelen, het huis van de staatsman Johan Gijsbert Baron Verstolk van Soelen. Een uitgave van de Stichting Tabula Batavorum Opheusden 2003. Van Kobus van Ingen.

Kroniek van Nederland pagina’ s 669, 679, 688, 690.  Uitg. Elsevier Boeken, Amsterdam.

 Aanbevolen link voor rust en ontspannig en creativiteit: http://www.zoelensebeemd.nl/

 

 

                                                          Drieluik 2.

 

                                           De Marktkoopman.

 

 

 

Stel je voor, het is een warme zomerse dag. Je hebt een enorme dorst. Je loopt naar de kraan en neemt een glas water. Heel gewoon. Heel vaak drinken wij al geen water meer. Nee, het is al gauw een glaasje fris. Na een drukke werkdag pakt men tegenwoordig al gauw bij thuiskomst een pilsje. Het is allemaal heel gewoon. En we zijn al gauw van slag als, ergens in de wijk een waterleiding gesprongen is, de kraan een half uurtje geen water geeft. Ik herinner mij nog heel goed dat er in de oorlog vaak geen water uit de kraan kwam. We waren dan aangewezen op de drinkputten in de weilanden. In de Schipholtstraat in Glanerbrug haalden wij het dan uit een put in een weiland. Je moest toch wat. Gelukkig kon je het toen nog gerust drinken. Dat kun je nu niet meer doen. Groot kans dat je behoorlijk ziek wordt. Stel je voor als je maag begint te knorren, dan heb je een hongerig gevoel. Vooral als je heel hard hebt gewerkt. Op je werk piep je er even tussenuit naar de kantine. Even iets hartigs uit de trekkast halen. Even een reep zodat je weer wat energie krijgt. Je leeft en je werkt keihard voor een eigen huis, een auto een eigen boot, een caravan. Mijn buurman doet het ook. Je moet toch met de tijd mee. Je wilt er bij horen. We gaan naar de markt. Het is daar een drukte van jewelste. Kooplui schreeuwen tegen elkaar op. Ik heb het vaak gehoord in Enschede. De een heeft nog betere waar dan de ander, als je ze moogt geloven. In Tiel is de markt op het Plein in de binnenstad een stuk rustiger. Als er al eentje roept is het een uitzondering. Mogelijk is Tiel een uitzondering. Op de meeste markten wordt er behoorlijk geschreeuwd. Op de markt is je euro een daalder waard. Ja, dat zal wel zo zijn, maar betalen moet je wel. Dat is normaal natuurlijk.

 

We gaan naar een markt in het Israël van vroeger. Hoewel de mensen ook toen al behoorlijk materialistisch waren ingesteld. Koelkasten en diepvriezers waren er nog niet. Om iets te bewaren kon je het drogen. Gedroogde vruchten of misschien wel vis of vlees. Wie het weet mag het zeggen. We verplaatsen ons naar de tijd van circa 700 voor Christus. We bevinden ons op een drukke markt. Ezels staan dromerig voor zich uit te staren. Kamelen liggen te herkauwen. Er is veel geroep en geschreeuw. Kooplui bieden met veel gebaar hun koopwaar aan. De een roept nog harder dan de ander. Het zal in dit opzicht niet zoveel verschillen als bij ons op de markt. Toch wordt onze blik wordt al gauw getrokken door een opvallende figuur. Het is een marktkoopman. Niet zomaar een. Maar een heel bijzondere. Hoor hem roepen:                                        

 

 

Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet.                                                                                                                               

Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling.                         

Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is, je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?                                                                                                                         

Luister aandachtig naar mij, en je zult ruimschoots te eten hebben en genieten van een overvloedig maal.                                                                                                           

Leen mij je oor en kom bij mij, luister, en je zult leven.

 

 

  

                                    

 

                                                  Jesaja op de markt. Tekening Egbert van de Haar.

 

 

Vreemd zo’ n marktkoopman. Iemand die gratis zijn waar aanbied. Wie doet nou zoiets?                                                 

Het is Jesaja. Hij profeteerde in die tijd aan het hof van het koninkrijk Juda. Dit koninkrijk werd in die tijd behoorlijk bedreigd door het Assyrische rijk. Dat was een zeer grote agressieve wereldmacht. De koninkrijken van Juda en Israël willen een samenwerking met Egypte en de anti- Assyrische machten. Jesaja moet er steeds weer op hameren dat het koninkrijk Juda haar vertrouwen niet moet stellen op die landen maar op de Here God. Alleen van Hem moet het verlossing verwachten. Die verlossing komt er ook. Wijn en melk zijn het beeld van de rijke gaven die God geeft. Zomaar voor niets. En het gaat niet alleen om eten en drinken. Nee, het gaat hier om de geestelijke gaven van God. Prachtige beeldspraak van Jesaja. Beeldspraak die verder gaat in dit hoofdstuk. Lees maar eens mee:

 

 

Mijn plannen zijn niet jullie plannen,

en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.

 Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,

zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,

en mijn plannen jullie plannen.

Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel

en daarheen niet terugkeert

zonder eerst de aarde te doordrenken,

haar te bevruchten en te laten gedijen,

zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –

 zo geldt dit ook voor het woord

dat voortkomt uit mijn mond:

het keert niet vruchteloos naar mij terug,

niet zonder eerst te doen wat ik wil

en te volbrengen wat ik gebied.

 

Hier toont God zich in Zijn almacht. Hij doet wat hij zegt. Hij zegt het door de mond en de manier van optreden van Jesaja tot het volk Israël: Verdoe jullie tijd niet, die God jullie nog geeft. Veracht de gelegenheid niet! Als je daaraan gehoorzaam bent dan zullen jullie….

 

Vol vreugde zullen jullie uittrekken

en in vrede zul je huiswaarts keren.

Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten,

en alle bomen zullen in de handen klappen.

Doornstruiken maken plaats voor cipressen,

distels voor mirtenstruiken.

Zo zal de HEER zich roem verwerven,

het is een eeuwig en onvergankelijk teken.

 

Eeuwig leven door het Middelaarswerk van Jezus Christus. Dat is de boodschap van Jesaja de Marktkoopman. Voor heel de wereld.

 

De dikgedrukte tekst kun je vinden in Jesaja 55.

http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Jesaja+55&id18=1&l=nl&set=10

 

                                                               Drieluik 3.

    

 

                        Mr. Guillame Groen van Prinsterer.

 

                 *21 – 08 – 1801  † 19 – 05 – 1876.

 

                                           

 

                                               

 

 

 

 

          

 

                                            Mr. Guillame Groen van Prinsterer.

 

 

 

Guillame Groen van Prinsterer werd geboren op 21 – 08 – 1801 te Voorburg geboren. Zijn vader was arts en zijn moeder stamde uit een koopmansfamilie. Hij groeide op in een Waals – Hervormde kerk. Volgde de lagere Nutsschool in den Haag. Het voortgezet onderwijs volgde hij op een kostschool te Haarlem, het gymnasium in Utrecht en een Latijnse school in  Haarlem. Zijn academische opleiding volgde hij aan de  Hogeschool te Leiden, waar hij summa cum laude slaagde. Hij volgde colleges bij Bilderdijk, en las veel van Da Costa. Deze was een orthodoxe Jood. Maar werd later een orthodox christen. Da Costa  was een tijdlang leerling van Willem Bilderdijk. Hij schreef o. a. politieke poëzie;  Guillame Groen van Prinsterer moet worden gezien als de grondlegger van de Protestants Christelijke politiek. Daarbij stelde hij tegenover de revolutionaire denken het Evangelie. Daardoor ontdekte hij steeds meer zaken in de maatschappij die haaks stonden op het evangelie. Groen schreef in het voorwoord van zijn ‘Ongeloof en Revolutie’ tweede druk in juli 1868 : De Moderne Maatschappij, met al haar uitnemendheden, in de dienstbaarheid der ongeloofstheorie geraakt zijnde, wordt telkens meer verleid tot stelselmatige verloochening van de levende God.  Dit typeert Groen. Haarzuiver legt hij de problematiek bloot. In hoofdstuk 10 van dit boek op blz. 172 lezen we het volgende: ‘Let op de aanvang van het kwaad. Geloof in de onfeilbaarheid der rede wordt niet algemeen, eer geloof in de levende God in het verval is. Maar is eenmaal dit verval daar, dan is het natuurlijk, weldra op de leerstukken, op de dode brokken van een verstorven geheel, welke men, bij gebrek aan evangelische bezieling, met zorg in theologische traktaten  heeft gebalsemd , dat het over die geheel weerloze schaar van net gerangschikte lijken de overhand behaalt. Waar de Geest des Heeren niet is, wat zou daar tegen de leugengeest bestand zijn! Achtereenvolgens zal, ondanks de pogingen van hen, die gaarne de halve waarheid redden, de ganse waarheid worden gebannen. Geen verborgenheden, geen Christus, geen Bijbel, geen Openbaring, geen God! Christendom en Jodendom en Deïsme zullen, gelijk in Duitsland onlangs, gezamenlijk als Piëtisme worden gesmaad.’                               

Hij was een echte Calvinist. Duidelijk is dat ook te merken in zijn boek: Handboek der geschiedenis van het Vaderland. Dat verscheen in 1841. Hij was ook de oprichter van: Nederlandsche Gedachten.

 

Groen werkte voor het Kabinet van de Koning. Daarvoor verhuisde hij naar Brussel. Als in 1830 de Belgische opstand uitbreekt probeert  Groen, samen met de minister van Buitenlandse Zaken, baron Johan Gijsbert Verstolk van Soelen, in 1833, Koning Willem de eerste ervan te overtuigen dat het nu een tijd van toegeven is. In dat jaar wordt er in Londen een Europese topconferentie gehouden voor belangrijke zaken. Hier worden dan de belangrijke zaken als de Antwerpse kwestie en Limburg en Luxemburg besproken.

 

Bekend is ook zijn strijd voor het christelijk onderwijs. Dat onderwijs werd niet gesubsidieerd door de grotendeels liberale overheid .

 

Hoewel hij lid was van de Waals – Hervormde kerk heeft hij zich enorm ingezet voor de Afgescheidenen. Hij het huisarchief van Oranje onder zijn beheer of zorg , desondanks schreef hij in 1837 zijn : De Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het staatsrecht getoetst door Mr. G. Groen van Prinsterer. De vervolging van de Afgescheidenen was toen zeer hevig. Het is dan tien jaar geleden dat het anonieme boekske van, naar later bekend werd,  Ds. Molenaar was verschenen. Groen peinst er echter niet over om zijn naam te verzwijgen. Hij heeft echter nooit de zaak van de Afgescheidenen voor de rechtbank verdedigt, hoewel hij wel een advocatenkantoor in de Haag had. Dat deed voornamelijk advocaat Mr. Anna Maurits Cornelis  van Hall. Groen was zeer vermogend. De christelijke school in Tiel heeft hij vaak voorzien met giften.

 

Groen strijd ging in zijn tijd vooral tegen de volkssoevereiniteit. Geen God en geen Meester. En Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dat waren de leuzen van het revolutionaire front. Groen streed vooral voor een christelijke staat.

 

In 1865 legde Groen  het Kamerlidmaatschap neer wegens ziekte. Hij zei van zichzelf: Een staatsman? Nee!  Een evangeliebelijder? Ja!

 

 

 

                                                 

 

            Grafsteen op het graf van Guilame Groen van Prinsterer te Scheveningen.

 

Egbert van de Haar. Tiel,  april 2011.

 

 

 

Bron:  Een vaste  burcht. Basisboek voor de politiek van het G.P.V. van Th. Haasdijk.

 

De Afscheiding in haar wording en beginperiode, Dr. J .C. van der Does. 

 

Terugblik: ‘De Betuwe op slot’. Over Kastelen en adellijke huizen. Soelen, het huis van de staatsman Johan Gijsbert Baron Verstolk van Soelen. Door Kobus van Ingen. Een uitgave van de Stichting Tabula Batavorum Opheusden 2003.          

 

Internet.