Home » Twentse dorpen en stadjes.

                          Twentse dorpen en stadjes.

 

Nieuw klik op: Dorpen en stadjes in de Achterhoek.

 De Historische Kring Glanerbrug wil graag weten of iemand ooit wel eens heeft gehoord van de  Eekmaatdwarsweg. En waar was deze? Mail mij of schrijf een berichtje op deze site.

 

Link:

http://cultureelerfgoedenschede.nl/

https://www.mijnstadmijndorp.nl/

http://enschedeooit.nl/

 

 http://overijssel1880-1930.blogspot.nl/search/label/Glanerbrug%20%281889%29

                         De landstreek Twente.          

Veur wie een oardig beukske wil léés'n in de Twentse toal van Anne van der Mijden kiek dan mar op: http://www.dewitteganzenveer.nl/boeken/products-page/dialect-streek/de-oale-boerschop-a-van-der-meiden/

De Oale Boerschop is nen Vetèèlsel in Twèènse sproak deur A. van der Meiden.
Piet te Lintum hef de teek'ning'n 'maakt.

Op 't boomstoande adres kunj 't ok bestell'n Het kost mar nen paar euro.

 

                        

 

 

                             Mooi Twente. Foto Bert van de Haar.

 

 

De landstreek Twente.is als eenheid al heel oud. Op een oude verdedigingsmuur uit de 3e eeuw  in Noord – Engeland staat op een altaarsteen de woorden: Cives Tuhanti. De betekenis daarvan zou zijn: Burgers van Twente. Mogelijk dat het hier om huursoldaten gaat afkomstig uit Twente.

In de 8e eeuw duikt de naam op dat Twente een gouw is. In het jaar 804 was Karel de Grote de baas in Twenthe. Hij stelde een Graaf aan die mogelijk zetelde in Goor. Kortom: Twenthe was toen het Graafschap Twenthe. Kerkelijk stond Twenthe onder het gezag van de bisschop van Utrecht. Vanaf de 13e eeuw kreeg de bisschop ook de wereldlijke macht over Twenthe. In de 18e eeuw werd het Graafschap Twenthe veranderd in het kwartier Twente.

Een Twentenaar is een Twentenaar en voelt zich geen Overijsselaar. En  wilde graag als aparte provincie verder gaan. In 1983 was er die mogelijkheid. Maar de bezuinigingen uit die tijd maakten dat onmogelijk. Uiteindelijk werd niet Twente het Maar Flevoland. Twente bleef wat het dus was. Een deel van de provincie Overijssel. Maar wel een  hecht deel met de drie sterke steden Almelo, Enschede en Hengelo.

Maar Twente is nog veel meer. Twente is één van rijkst bedeelde gebieden van ons land wat betreft de werkelijk schitterende natuur. Prachtige Heidevelden, bossen, en schitterende dorpen. Wat valt hier veel te genieten. Een korte blik op verschillende plaatsen en plaatsjes volgen hieronder. De volgende zijn al de revue gepasseerd: Buurse, Haaksbergen, Het stedeke Diepenheim, Markelo, Nijverdal,Goor, Usselo, Borne, Rijssen,Delden.Tubbergen, Denekamp, Ootmarsum, De Lutte, Lonneker, Overdinkel, Losser , Glane, Glanerbrug.

 

Meer over de geschiedenis van Twente: http://www.marceltettero.nl/Geuzen/Twente.html

                                                      

                                                                

    Postroute Twente in de 18e eeuw.                                         

            PostroutesTwente-1.JPG                                                                               

  

                        

 

Buurtschap de Beekhoek.

 

De buurtschap de Beekhoek ligt net ten noord oosten van het Twentse dorp Glanerbrug. De buurtschap ligt, op enige honderden meters in de lengte langs de Glanerbeek. Bewoners waren voor de dagelijkse boodschappen aangewezen op Glanerbrug of Losser. De kruidenier Hannes Rolink uit het dorpje de Glane, bracht de wekelijkse boodschappen aan huis. Hij deed dat door weer en wind. Voordat er een geasfalteerde weg was aangelegd was het een rulle zandweg met een verhard fietspad er naast.

In deze buurtschap stond wel een school. Die werd de school in de Beekhoek genoemd. Hoofd van de school was meester Biesterbosch. In mijn jeugd was de school in gebruik als timmerwerkplaats van dhr. Mulder. Er was zelfs een wijkagent. Dat was veldwachter de Ruiter. Veel criminaliteit was er echter niet te bespeuren. De namen Biesterbosch, In het Veld, Boerichter, Peters, Bunskoek, Nijland, Meulenbroek kwamen er in mijn tijd voor. De Bunskoeken waren familie van mij. Mijn moeder Masje van de Haar - Bunskoek was een dochter van Egbert Bunskoek en Alberta Bunskoek – Voortman. Egbert Bunskoek kwam van oorsprong uit Avereest. Alberta kwam uit Deventer. Zij kregen vijf kinderen, Niesje, Masje, Dirk, Cornelis en Berta en Klaas. Klaas of Klaasje is op zeer jonge leeftijd overleden. Mogelijk door een ongelukje met een hobbelpaard.

Schuin tegenover is later Cornelis Bunskoek gaan wonen. Cornelis was getrouwd met Jantje Kuiper.

Even voorbij Cornelis Bunskoek woonde de familie Keizer. Daar tussenin aan de overkant woonden Hannes en Hanna Nijland. Voorouders van hen moeten een ticheloven hebben gehad.Beekhoek1.jpg Lees daarover meer op: http://www.historischekringlosser.nl/orgaan/teksten/2005-4.html#het_tichelweark

Even buiten Glanerbrug in de Beekhoek stond het Sint – Olafklooster. Sint Olaf is circa 995 geboren, en hij overleed op 29 juli 1030. Hij was koning van Noorwegen. Het klooster is opgericht in 1911 door Noorse zusters van de congregatie van de H. Josef van Chambery.

StOlafklooster1931-1.jpg

 

Meer over deze Sint – Olaf op: https://nl.wikipedia.org/wiki/Olaf_II_van_Noorwegen

Wij als jonge jongens kwamen regelmatig bij het klooster. Op het land werkte pater Bernard. Dat was een aardige man.

Sinds 1981 is het klooster opgenomen in de Syrisch Orthodoxe kerkgemeenschap. Zie voor meer op: http://www.morephrem.com/nl/cms/index.php?page=geschiedenis

Dit klooster is gebouwd op de grond van het erve Schildkamp. Eigenaar van de grond was  sinds  circa 1600 de Nederlands Hervormde Gemeente te Losser. In de herfst van 1880 komt een deurwaarder vertellen dat de familie op 11 – 11 – 1881 het erf moet hebben verlaten.  De boerderij wordt als onbewoonbaar aangemerkt. Het waarom kunt u vinden op: http://www.historischekringlosser.nl/orgaan/teksten/2012-4.pdf

Bekende inwoner van de Beekhoek was de kunstschilder: Klaas Bernink * 1913 - † 1996.

TrijntjeverlaatdeBeekhoekomdoordelanderijendoorhetparkhetBultserveterijdenHiersluithetlijntjeaanopdespoorlijnvanGronau-Glbrug-Enschede.jpg

 Het goederentreintje verlaat de Beekhoek en gaat richting Glanerbrug. Circa 1948 tot 1972 heeft dit treintje dienst gedaan als goederentrein van Enschede via Gla,nerbrug Glane naar Losser. Als het in de bewoonde buurt in de Beekhoek aan kwam tuffen kondigde het zich aan door de stoomfluit te laten horen. 

Egbert Bunskoek verongelukte tijdens militaire oefeningen  nabij Roermond in de Maas. Kijk voor meer op: http://hennepe.jouwweb.nl/stamboom-fa-bunskoek-van-de-haar-de-graaf-en-van-wier/in-memoriam-egbert-bunskoek

 De Beekhoek had ook nog een   klootschietersvereniging De Beekhoek genaamd.

 

 

Uit de oude bladen.  

 

EBunskoekTubantia13-01-1927.jpg

 

Hé, mijn opa Egbert Bunskoek in de handel.

Tubantia 13 - 01 - 1927.

http://www.delpher.nl/nl/kranten

 

 

 

 TwentschDagbladTubantia20-101915.jpg

Twentsch Dagblad Tubantia  20 - 10 - 1915

 http://www.delpher.nl/nl/kranten

 

 

TwentschDagbladTubantia18-07-1928.jpg

 

Twentsch Dagblad Tubantia 18 - 07 - 

http://www.delpher.nl/nl/kranten

Links: 

https://www.plaatsengids.nl/glane-beekhoek 

http://www.historischekringlosser.nl/orgaan/teksten/2012-4.pdf

 

 

 

 

                                                   Buurse.            

 

            

 

                                     Watermolen bij Buurse. Foto Bert van de Haar.

 

Typische naam voor een dorp. Buurse is een kerkdorp in de gemeente Haaksbergen.             

Over de betekenis van de naam van het dorp is niets met zekerheid te zeggen. Op de site van de Heemgroep Arfgood Buurse staat een verklaring die heel aannemelijk is. Circa 1220 wordt de naam Buurse al genoemd. Men heeft het dan over de Heren van Buurse of Burs. Men vermoedt dat op de plaats waar Buurse is ontstaan gagel voorkwam. Deze plant komt vooral veel voor op vochtige moerassige gronden. De plant staat op de Rode lijst van Nederlandse planten. Gagel werd in de middeleeuwen gebruikt bij het brouwen van bier. Daardoor bleef bier langer houdbaar. Ook was het een insecten werend middel.                                      

Maar als bewoonde nederzetting is het gebied al veel ouder. Circa 800 voor Christus was er hier al bewoning langs de Buurserbeek. Buurse ligt op circa 40 meter boven het N A P.

 

Buurse in de oudheid.

 

In het onderwerp Hessenweg van Deventer naar Munster van Belangengemeenschap Buurse Heimatverein Alstätte en de Historische Kring Haaksbergen van de Auteurs: Hubert Breuers

Jaap Kluitenberg, Druk en lay-out: Hassink Drukkers Haaksbergen, ISBN 90-76837-14-7 uitgegeven okt. 2004 kan men best het een en ander vinden over het Buurse in de oudheid.

In de omgeving van Buurse zijn oude sporen gevonden van de zogenaamde knuppelpaden of wegen. Deze dateren uit 1500 tot 700 voor Christus. Bewonerssporen die er zijn gevonden dateren uit een latere tijd. Deze zijn gevonden nabij de Buurseresch. Daar troffen amateurarcheologen bewonerssporen aan van plattegronden van enkele boerderijen van het begin van onze jaartelling. Deze lagen langs of vlakbij de tegenwoordige weg van Haaksbergen naar Alstede. Hoewel  de Romeinen in deze streken niet voorkwamen is er mogelijk wel enige handel geweest.. Dit naar aanleiding van een gevonden scherf van Romeins aardewerk.

Het is ook wel denkbaar dat de zendelingen Ludgerus en of Lebuïnus, waarvan de laatste Deventer als uitvalsbasis had, van deze wegen gebruik hebben gemaakt, om aan de Saksische bevolking in Westfalen het Woord van God te verkondigen.

 

 De Kerk.

 

De Hervormde Maranatha kerk dateert uit 1857. Het is een zaalkerk. Een zaalkerk is een rechthoekig gebouw. Het kerkgebouw staat aan de Alsteedseweg in Buurse. Het gebouw bezit spitsboogvensters. De ingang wordt opgesierd met daarboven een dakruiter. Helaas wordt de kerk, met ingang van eind 2014 niet meer gebruikt voor de wekelijkse eredienst. Er kwamen te weinig kerkgangers, waardoor de opbrengsten de kosten van het gebouw niet meer konden dekken. De over gebleven kerkgangers kerken nu in het nabije Haaksbergen.

 

De R. K. kerk. O.L. Vrouwe Presentatie.

 

Deze is gebouwd in 1854. Op 4 juli 1883 stortte het gebouw in door een hevig onweer. Na een aantal ernstige tegenslagen kon met hulp van vooral uit het Duitse Westfalen in 1885 de kerk weer in gebruik worden genomen.                                                                              

Nadat dit kerkgebouw weer in verval was geraakt werd er in 1939 – 1940 een nieuwe kerk gebouwd aan de Broekheurnerweg 46. Dit is een eenbeukige kruiskerk geworden. De kerktoren heeft een vierkante spits.

 

De Tweedewereld oorlog in Buurse.

 

In Buurse zijn, voor zover bekend in begin 1945 twee vliegtuigen neer gestort.

Op 01 - 01 -1945 was dat in het Buurserveen, ten oosten van Haaksbergen, de Fw. 190 D - 9  Met als bemanning A. van Hooven.

Op 24 - 02 - 1945 was dat bij Buurse de Tempest V met F/ lt. L. A. Wood.

 

Wissinks Möl.

Het is een heel verhaal dat van Wissinks Möl. In het kort komt het hier op neer. De Wissinks Möl stond jarenlang nabij Usselo. Jarenlang maalde hij het meel van de boeren in de omtrek. Maar met de invoering van de stoom raakte de molenaar zijn inkomsten kwijt. In 1921 kocht Jan Bernard van Heek de molen en verplaatste hem naar het Buurserzand. Hij wilde daar een Openluchtmuseum starten. Maar door allerlei omstandigheden ging dat niet door. De molen raakte weer in verval. In 1981 is hij weer geheel gerestaureerd op zijn oude plaats in Usselo gezet.

 

 

Bommelas.

 

                                       

                 

Dit boerderijtje is in 1840 gebouwd door Gerrit Jan Keizers. Deze Gerrit Jan vervoerde in zijn tijd heideplaggen naar de Enschedese markt. Hij deed dit op een gebrekkige paardenkar, waarvan de as een slingerende beweging maakte. Mogelijk dat de as daarbij een boemgeluid maakte. Het kreeg daardoor de naam Bommelas. Ook het boerenhuisje werd zo genoemd. Gerrit Jan is op 80 jarige leeftijd overleden aan een beroerte. Op het moment van de beroerte moet hij voorover zijn gevallen in de open haard.

Het boerenhuisje de Bommelas is een Rijksmonument.

Foto familie van de Haar, Tiel.

Het Buurserveen .

 

Het Buurserveen, ik ben er vroeger vaak geweest. Het is werkelijk een schitterende omgeving. Het Buursermeertje, gegraven eind 19e eeuw, bied aan veel dagjesmensen op een warme zomerdag een aangename verkoeling.  Natuurmonumenten heeft het in bezit sinds 1929. Het is geschonken door Edwina van Heek. Het is trouwens het eerste natuurgebied dat Natuurmonumenten onder haar beheer kreeg. Het gebied is 455 ha groot. Het wordt begraasd door runderen. Je vindt er 150 jaar oude jeneverbesstruiken, Glooiende landbouwgedeelten, met schitterende bosgedeelten. Geniet van de bloeiende dopheide in zachtroze kleuren. Dat kan alleen op vochtige bodem. Het is in omvang en het vochtige karakter uniek in Europa. Zonnedauw en klokjesgentiaan komen hier na jaren van afwezigheid weer voor. Daardoor komt de vlinder het gentiaanblauwtje hier weer voor.

 

 

Mooie film over een fietsroute : https://www.youtube.com/watch?v=PNozmXkug1Q

 

 

                

 

                           De galg op de Galgenbult. Foto Bert van de Haar.Zie voor meer op:

 

https://www.natuurmonumenten.nl/buurserzand

 

 

De Harrevelderschans

 

Nabij de Buurserbeek ligt aan de Schansweg een Schans uit circa 1590. Deze draaft de naam de Harrevelderschans. Deze diende om de belangrijke handelsroute Deventer – Munsterland te beschermen tegen de Spanjaarden. De Schans is vierhoekig en is inclusief de omgrachting in 1976 gerestaureerd. Deze schans ligt op één van de fraaie wandelroute’ s in het gebied. Rond het dorp Buurse liggen een aantal prachtige dwarshuis en langhuisboerderijen. Deze zijn gebouwd in de 18e en 19e eeuw. Wilt u weten hoe het er vroeger toeging op De Harrevelderschans? Kijk dan op: http://www.youtube.com/watch?v=IVQB0Q-IiYU

 

De Braam.

 

De buurtschap De Braam ligt een kilometer ten oosten van Buurse. Het is thans een onbekende buurtschap. Maar enkele eeuwen geleden was de Braam een belangrijk gebied betreffend de houthandel. De  bomen die in de Duitse en Twentse bossen waren gekapt werden in de Braam opgeslagen. Vanaf de Braam werden later de bomen verder vervoerd naar Deventer en verder naar de Nederlandse scheepswerven. De Braam was dus een grote opslagplaats.                                                                                                                   Er was er in 1744 ook een bierbrouwerij van Jan Lankheet, en een herberg. De dochter van Jan Lankheet, Hermina, trouwde met procureur Jan Hendrik van Heek. Zo kwam het in handen van de familie van Heek. Ook stond er een doanehuis.

 

Meer over Buurse met interessante links.

http://www.arfgood-buurse.nl/ 

http://www.dbnl.org/tekst/sten009monu03_01/sten009monu03_01_0020.php?q=buurse      

http://www.opdegrens.eu/historis/buurs.htm

http://www.plaatsengids.nl/buurse

 

 

Uit de oude bladen.

 

                                   

                 

 

 

Opregte Haarlemsche Courant 01 - 02 - 1832.

 

                                                                   Een reuze aspege.

                           

                                                                         

 

Op de foto Gonnie ter Huurne uit Buurse. De asperge had een lengte van 23 cm, en woog 251,47 gram.

                                                    Telegraaf 13 - 06 - 1992.

Literatuur:

Overijssel, Capitool.

Nederland dichterbij. 

De kadans van de getouwen. Adriaan Buter.

Hessenweg van Deventer naar Munster.

Belangengemeenschap Buurse   Heimatverein  Alstätte en de Historische Kring Haaksbergen.  Auteurs: Hubert Breuers  Jaap Kluitenberg ,

Druk en lay-out: Hassink Drukkers Haaksbergen, ISBN 90-76837-14-7

 

 

                                                     Haaksbergen.                         

 

 

De gemeente Haaksbergen bestaat uit de buurtschappen Boekelo, Brammelo, Eppenzolder, Holthuizen, Honesch, Langelo en Stepelo. En de kerkdorpen Buurse en St. Idorushoeve.

De eerste bewoners vestigden zich ongeveer 800 voor Christus. Dat is in het eerste millennium voor de komst van Christus. Het is dan in de tijd dat de invloeden van de Germanen en Kelten zich doen gelden in de lage landen. Dat is te merken aan de verzorging van de doden, grafheuvels en urnenvelden etc.

De eerste bewoners vestigden zich langs de Buurserbeek. Maar de nederzetting Haaksbergen kwam er veel later. Dat was omstreeks 800 na Christus.

De betekenis van de naam Haaksbergen (Hockesberghe 1188 ) is vermoedelijk: Heuvels in de hoek van ons land, of van het land. Maar er wordt ook wel gedacht aan de naam van de Germaanse god ‘Hagall.’ Verder kan er gedacht worden een Borg.

Verder werd Haaksbergen rond 1600 in een verpondingskaart ook wel Haxbergen genoemd. In het dialect ook wel Hoksebarge, dat weer afkomstig zou zijn van Hagall ’s verborgene. Maar dat heeft weer met een legende te maken. Ook wordt wel beweerd dat het schuiloord van de Angelen betekend.

Zie voor heel veel meer op: http://www.regiocanons.nl/overijssel/twente/haaksbergen

 

Kerken in Haaksbergen.

 

 

                                     De St. Pancratiuskerk.

 

 

Circa het jaar 1000 stond hier al een houten kerkje. In de 12e eeuw is op dezelfde plaats een stenen kerkje gebouwd. Dat was een Romaans kerkje. Maar daar bleef het niet bij. In de loop der eeuwen is de kerk negen keer verbouwd en vergroot. In de 19e eeuw was dat voor het laatst.

In de kerk is door het aanbrengen van bronzen randen te zien hoe in de loop der tijden is uitgebreid.

Aan de muur van de kerktoren binnen in de kerkzaal zijn in 1947 muurschilderingen aangebracht door de kunstschilder H. G. Walstra uit Utrecht. Het beeld uit Sint Pancratius met onder zijn hoede de Haaksbergse samenleving. De gebrandschilderde ramen in 1892 en 1895 aangebracht zijn vervaardigd door H. J. J.  Geuer. Terwijl de ramen naast het zangkoorgedeelte zijn gemaakt door het atelier van J. Mengelberg. De kerktoren is 30 meter hoog.

 

In de Reformatietijd kwam de kerk in protestantse handen. Maar in 1810 kregen de Rooms Katholieken het weer terug. De kerktoren heeft een hoogte van 30 meter.

 

P. K. N. kerk Haaksbergen.

 

                                        Nederlands Hervormde Kerk.

 

Zoals hierboven vermeld was de St. Pancratiuskerk in handen van de protestanten. Maar in 1809 kwam deze weer op last van koning Lodewijk Napoleon weer in handen van de Rooms Katholieken. De protestanten bouwden toen een nieuwe kerk. Dat werd een Waterstaatskerk. Deze werden in de periode van 1824 tot 1875 wel meer gebouwd. Dat kon toen met overheidssteun. In 1851 ontstond er in Haaksbergen een enorme brand. Deze brand ontstond in een broodbakkerij. Hoewel er geen mensenlevens waren te betreuren werden er bij deze catastrofe wel 50 gezinnen dakloos. Ook de kerk ging in vlammen op. De Kerk is na de brand weer herbouwd. In de kerk is een fraai gerestaureerd Honhof-orgel.

 

                                           De Gereformeerde Kerk.

 

De kerk is geïnstitueerd op 10 juli 1899. De textielfabrikant A. J. Ten Hoopen had daarvoor grond en geld beschikbaar gesteld. Het gebouwtje werd geplaatst aan de Zeedijk. Later is het eigendom geworden van de Gereformeerde kerk van Haaksbergen. Omdat na verloop van circa 50 jaren het gebouwtje te klein werd is men overgegaan tot het bouwen van een groter gebouw. Dat kon worden gerealiseerd aan de Enschedesestraat. Per 1 mei 2004 is de Gereformeerde kerk opgegaan in de P.K.N. kerk.

http://www.pkn-haaksbergen.nl

Kerkleden  van de G V K kerken woonachtig in Haaksbergen kerken in Enschede - Zuid. https://www.enschede-zuid.nl/

Kerkleden van de C G K http://www.renatakerk.nl/

 

                                             De Joodse Synagoge.

 

De synagoge is gebouwd in 1828. Dat gebeurde in opdracht van de Nederlands Israëlitische Gemeente Haaksbergen. Tot 1968 heeft dit gebouw dienst gedaan. Na jarenlange leegstand is het na een grote restauratie in 1982 weer in gebruik genomen door de Liberaal Joodse Gemeente Twente. Het gebouw heeft een afmeting van slechts 7 bij 10 meter, en is daardoor de kleinste synagoge in ons land. Het beeldje voor het gebouw is ter nagedachtenis van het Haaksbergse meisje Betsie Frankenhuis die in 1942 in Auschwitz is omgekomen. Alle 21 joodse gevangen zijn in de concentratiekampen in Duitsland om het leven gebracht.

 

 

                                                      Het Raadhuis.

 

Het raadhuis met de tweedelige zogenaamde Vleugeltrap is in 1941 gebouwd naar een ontwerp van de beroemde architecten J. H. Cuypers en zijn zoon P. Cuypers jr.  In de kelders van dit gebouw is de Haaksbergse Historische Kring gevestigd. Deze heeft ook het Historisch Centrum van Haaksbergen onder haar beheer.

 

                                                 Het Richtershuis.

 

Het Richtershuis is in 1720 gebouwd. Opdrachtgever was ene Joan Jansen van der Sluys. Deze was richter en houthandelaar. Het Richtershuis is het oudste huis in Haaksbergen. Het is gebouwd in de Lodewijk XIV stijl. Boven de deur is het wapenschild van de familie van der Sluys aangebracht. In het midden een springend hert. Na het overlijden van Joan Jansen – van der Sluys erfde de Nederlands Hervormde diaconie zijn bezittingen. Het huis is thans in gebruik als kosterswoning en een deel doet dienst als aula.

 

                                             Tweede Wereldoorlog.

 

J. H. Oonk uit Haaksbergen was vanaf 12 september1944 tot 1 november 1944 waarnemend burgemeester van Enschede. Hij was lid van de N. D. C., de Nederlands en Duitse Cultuurgemeenschap. Hij had sympathie voor de Germaanse S. S. Daar was hij ook lid van. De bevolking van Haaksbergen haatte hem. Hij was daar niet geliefd omdat hij mensen die onderduikers in huis hadden aan te geven bij de S. D.                                                        

Na de oorlog is hij door het Tribunaal te Enschede veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. Verder werd hij ontzet uit de kiesrechten en werd hem verboden van het bekleden van openbare ambten.

 

 

Het ligt niet in de bedoeling om hier alle feiten op te noemen. Op het onderstaand adres kunt u er veel over lezen.

http://www.regiocanons.nl/overijssel/twente/haaksbergen/verzetsstrijdster-

Wel wil ik hier een aantal gebeurtenissen vermelden die beslist niet vergeten mogen worden.

 

Arbeiders werden in die tijd door de Duitsers gelast om niet hun werk te verzuimen. Dit naar aanleiding van de april – mei stakingen in 1943 tegen de gedwongen ter werkstelling in Duitsland. Negen mannen die op 3 mei s’ morgens niet op het werk bij de firma Jordaan waren komen opdagen werden gearresteerd. Zij werden door de Grüne Polizei weggevoerd naar de Hengelosestraat nabij Enschede. Daar zijn ze gefusilleerd. Van de 9 personen waren er 7 op slag dood. Twee nog levenden lukten het te ontkomen. Een is later alsnog van zijn werk gehaald en omgebracht. De ander is ondergedoken. Die kon later dit verhaal vertellen. Op de plaats van dit verschrikkelijke gebeuren is later een gedenkteken geplaatst. Dat staat nabij de oprit van de T. H. Twente aan de Hengelose straat.

De namen van de daar omgekomen personen zijn: W. Th. J. van Sark. Wever. J. H. Asbroek. Wever. G. J. Holterman. Touwknecht. W. Barends Wever. J. Oltwater. Wever. J. H. Geuvers. Spoeler. B. h. Bos fabrieksarbeider.

 

De volgende vliegtuigen zijn in Haaksbergen neergestort.

Op 01 - 01 - 1945 aan de Buurserstraat 198 de Fw.190 A - 8 met Hptn N.J. Katz.

Op 23 - 01 - 1945 de Fw 190 D - 9 Met Uffz G. Langer.

 

 

                                         Textiel in Haaksbergen.

 

                              

 

                 Een foto van de indigoput bij de firma Jordaan te Haaksbergen.

 

Eind 18e eeuw kwamen in Twente de eerste grote textielbedrijven van de grond. Eeuwenlang was op het boerenbedrijf de huisnijverheid, naast het werk op de boerderij een belangrijke bron van inkomsten.

Het dorp Haaksbergen is nauw verbonden met de textielfabrikant Jordaan.

Oorspronkelijk komt de familie Jordaan , net al vele andere textielbaronnen, uit Duitsland. De familie Jordaan kwam van oorsprong uit Liebenau in de Duitse deelstaat Hessen. Jost Henrich Jordaan , een Duitse huursoldaat, trouwde in 1739 met de Nederlandse Johanna Leferinck. Het paar vestigde zich in Haaksbergen. Jost Henrich werkte als wever en linnenhandelaar in dienst van zijn schoonvader. Zijn zoon Jan richtte later een eigen bedrijf op in de textielsector. Dat hield in dat hij in 1772 achter zijn woonhuis in een schuur een weefgetouw plaatste. Van daaruit breide hij het bedrijfje gestadig uit. Dit is in het kort het ontstaan van de textiel in Haaksbergen. In 1835 ging er in Haaksbergen een handspinnerij van start. In 1862 volgde er een fabrieksweverij. De zoon van Jan, Dirk, had in 1853 al 50 huiswevers in dienst.

In Haaksbergen waren de jaren erna drie textielbedrijven gevestigd. Dat waren D. Jordaan & Zonen, Ten Hoopens Bleek en S. Frankenhuis & Zoon.

Toen de fabriek van Jordaan in 1956 het 175 jarig bestaan vierde kreeg zij het predicaat Koninklijke Textielfabrieken D. Jordaan & Zonen N .V. Omdat het in de 50er jaren van de 20e eeuw steeds slechter ging in de textielindustrie fuseerde het bedrijf in 1960 met de firma Ter Weeme uit Neede. Doch reeds in 1962 ging het bedrijf op in de Koninklijke Nederlandse Textiel Unie. Maar de concurrentie met de lage lonen landen was niet meer vol te houden. In 1970 gingen de fabriekspoorten in Haaksbergen dicht. Drie jaar later ging de Koninklijke Nederlandse Textiel Unie failliet.

De firma Jordaan had ook een blekerijfabriek aan de Buurserbeek.

 

 

                 

 

                          

 

                                                De Telegraaf 06 - 09 -1956.

 

 

 

                          

 

                                   De Tijd, dagblad voor Nederland. 13 - 03 1952.

 

                                                     Het Lankheet.

                                 

                      

 

                                         Landgoed Lankheet. Foto Bert van de Haar.

 

 

Het landgoed het Lankheet is al heel oud. De geschiedenis gaat terug tot eind 12e eeuw. Het heeft thans een oppervlakte van 500 ha. Het landgoed heeft een onderdeel dat het waterpark ‘t  Lankheet wordt genoemd. Kijk voor een mooie film en uitleg op:

http://www.waterkanaal.nl/index.php?option=com_hwdvideoshare&task=viewvideo&Itemid=58&video_id=49

 

De familie van Heek had tal van bezittingen in o. a. in Buurse. In Twente, en daarbuiten. De familie had in het Lankheet een jachthuis. Men ging daar regelmatig op hertenjacht. Dat jachthuis is in 1895 gebouwd in een chaletstijl het staat aan de Aaftinksweg no 6. Ook het Lillesjoen aan de Aaftinksweg is het eigendom van de familie van Heek. Dat is rond 1920 gebouwd.

 

           

Dat er in 1841 mensen, die de omgeving van Haaksbergen verkenden, onder de indruk waren van de schitterende pracht van de natuur om Haaksbergen en Buurse bewijst wel dit onderstaande gedicht van Feith uit de Beschrijving der Nederlanden in 1841 van P. H. Witkamp.

 

 

 

Hier rijst een toren, daar een rieten dak omhoog

 

Terwijl van lieverlee gehuchten, dorpen steden

 

Voor ’t uitgebreid gezigt zich aan de kim verbreden,

 

En overal de rook, wien half de zon beschijnt,

 

Eerst als een zuil verrijst, dan als een wolk verdwijnt.

 

 

 

’t Geluk van gans en eend, als naauws de morgen straalt,

 

’t Geknal van jagtroer, door de nagalm dof herhaald,

 

’t Gejuich der jager en ’t vereend gebas der honden,

 

            -  - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  

 

 

 

Houdt ook ‘t gevoelig hart aan ’t landelijk schoon verbonden *

 

Terwijl het loof alom van duizend kleuren gloeit,

 

De boomgaard nog een last van blozende appels boeit

 

En slechts de hand verbeidt , die zijn geschenk zal strelen.

 

 

 

*) Oorspronkelijk luid deze regel:

 

Houdt ook ’t gevoelig hart aan uw muzijk verbonden

 

Onderstaande foto' s van Bert van de Haar bevestigen de schoonheid van dit gebied .             

 

              

 

                                                                   Foto Bert van de Haar.

 

                                           

                         

 

             Herfst op het Lankheet. Prachtige sfeerfoto van Bert van de Haar.

 

 

                

 

                                   Nog zo' n mooie foto van Bert van de Haar.

 

 

 

Haaksbergen had vroeger een aantal belangrijke mensen. Dat waren:

 

Herman Scholten. 1728 – 1783. Taalkundige.

 

Joan Jansen van der Sluis. 1687 – 1738. Richter te Haaksbergen.

 

Willem Hendrik Jordaan. 1828 – 1902. Stichter van de textielfabrieken D. Jordaan en zn. Tevens was hij schenker van het volkspark Scholtenhagen.

 

Herman Berghege 1864 – 1937. Dichter in het Haaksbergse dialect. Johannes Anthonius Middelhuis. 1902 – 1978. Was lid van tal van maatschappelijke organisaties, waaronder lid van de 1e Kamer.

 

Dick Jordaan J. G. H. Zn. 1913-1989. Directeur van de textielbedrijven D. Jordaan en zn. Verder was hij van groot belang voor de Historische Kring Haaksbergen.

 

Zie voor meer over bovengenoemde personen: http://www.historischekringhaaksbergen.nl/aold%20hbg/Jaargang%202004/December%202004.pdf

 

Hendrik Johan Jordaan. 1918 – 1945 Verzetsstrijder, Geheim agent.

 

Intessante links.

http://www.plaatsengids.nl/haaksbergen

http://www.museumbuurtspoorweg.nl/historie/geldersch-overijsselsche-lokaalspoorweg-maatschappij/

http://www.dbnl.org/haaksbergen

 

Haaksbergen Spoor.

http://www.youtube.com/watch?v=S88p__ElTbQ

 

 

Vakantie in Haaksbergen.

http://www.campingscholtenhagen.nl/

http://www.degoedehoop.nl/index.cfm?pid=1

 

Natuur:

                                              Haaksbergerveen.

 

 

 

        

 

Prachtig panorama in het Haaksbergerveen. Foto Bert van de Haar.

 

Het Haaksbergerveen ligt ten Zuid – Oosten van Haaksbergen. Het heeft een oppervlakte van 525 ha. Het is voor een deel hoogveengebied. Vroeger werd hier turf gestoken. Thans vindt men er diverse heidevelden. Heidevelden zijn belangrijk voor de kraanvogels die hier foerageren voor hun doorreis naar Scandinavië. Schapen en andere grazers houden hier de boel kort ten gunste van de ontwikkeling van de heide. Verder vindt men hier de planten veenmos, lavendelheide, en zonnedauw. Verder kan men hier adders, heikikker en hagedissen tegenkomen. In het Haaksbergerveen, ook wel Buurserveen genoemd, zijn in het verleden vondsten gedaan die kunnen wijzen als menselijk offer. Het is een bronzen lanspunt en enige Romeinse maalstenen. Ook is er een zogenaamd knuppelpad gevonden. Gezien de diepe ligging van ongeveer 2 meter onder het oppervlak, zouden kunnen wijzen op de tijd van de prehistorie. Veenpaden of knuppelpaden werd al aangelegd circa 2000 voor Christus.

 

                

 

Je zult er maar wandelen. Wat een uitgestrektheid. Pracht foto van Bert van de Haar.

 

                

               

                                       Kokmeeuwen op het nest?  Foto Bert van de Haar.

 

Film over het Haaksbergerveen: http://www.youtube.com/watch?v=dV_KGIZITZo

 

                                                        Witteveen.

 

 

            

 

               Het mysterieuze Witteveen. Mooie foto van Bert van de Haar.

 

Het Witteveen tussen Haaksbergen en de Duitse grens heeft een oppervlakte van 286 ha. Het gebied is rijk aan zeldzame planten. Omdat het ook een zeer rustig gebied is komen hier ook zeldzame dieren voor. Ook vindt men er talrijke broedvogels Ook de kraanvogel foerageren hier als trekvogel. Een groot deel van dit gebied wordt begraasd door groot wild als de Schotse Hooglanders.

 

                

 

                     Een flinke kudde Schotse Hooglanders in het Witteveen. Foto Bet van de Haar.

 

 

Filmpje Schotse Hooglanders : http://www.youtube.com/watch?v=xq75Exd1-LE 

 

                    

 

                            Het weide Witteveen. Foto Bert van de Haar.

 

                     

 

                             Het betoverende Witteveen. Foto Bert van de Haar.

 

 

Volkspark Scholtenhagen. http://www.scholtenhagen.nl/index.php/ct-menu-item-5/accomodaties/ct-menu-item-23

 

Meer over Haaksbergen:

http://www.dbnl.org/tekst/sten009monu03_01/sten009monu03_01_0045.ph

 

Het Landgoed het Lankheet.

 http://www.hetlankheet.nl/

 

De Buurserbeek.

De Buurserbeek ontspringt eigenlijk enige kilometer ten zuiden van de Duitse Stad Ahaus in Borkent in de Duitse deelstaat van Noordrijn – Westfalen. Daar wordt de beek de Ahauser Aa genoemd. Vanaf Alstätte wordt het de Alstätter Aa. Maar als de beek de Nederlandse grens passeert is het de Buurserbeek. Vanaf Haaksbergen wordt het de Schipbeek.

 

Literatuur:

Overijssel, Capitool,  Rien van der Halm, uitgeverij  Unieboek / het Spectrum Houten – Antwerpen.

De kadans van de getouwen. Adriaan Buter.

Nederland dichterbij, Overijssel.

Natuurwijzer, Vereniging  Natuurmonumenten.

Natuur en wandelgebieden in Nederland, Vereniging Natuurmonumenten.

Enschede 1940 – 1945. T. Wiegman. Uitgeverij van de Berg – Enschede.

Historische Kring Haakbergen.  http://www.historischekringhaaksbergen.nl/

Wikipedia.

 

 

                              

 

 

                                            

                                             

 

                           Het stedeke Diepenheim.      

 

  

                      

 

                                                     Huize Diepenheim. Foto Bert van de Haar.

 

 

Diepenheim, je zult er maar wonen. Het ligt in een prachtige heuvelachtige omgeving met het bekende coulisselandschap dat zo typerend is in dit deel van ons land. Een coulisselandschap is een half open landschap.

Diepenheim is één van de acht Twentse steden die het stadsrecht verwierf. Maar al was Diepenheim een stad, er was niet veel stads aan te zien. Het was, en is nog, heel landelijk. Het bestond voornamelijk uit boerderijen. En scharrelden de varkens en kippen rustig rond op het boerenerf. En al was Twente de bakermat van de textielindustrie, in Diepenheim was dat niet zo het geval. Het kreeg door de rust die er heerste de troetelnaam van Stedeke.

Diepenheim is wel een van de oudste stadjes van de provincie Overijssel. De eerste vermelding van het Huis Diepenveen was in 1105. Het kasteel wordt in de Tielse Kroniek al in 1340 genoemd. Dat zat Huize Diepenheim zijn geweest.

Diepenveen was een heerlijkheid.

Diepenheim is eeuwen lang het centrum van de landelijke adel geweest. Zij vormden het college van Borchmannen en Burgemeesters. Deze vergaderden eens per jaar. De fondsen die zij beheerden hadden een nobel doel voor de samenleving.

Dr. A. van der Aa heeft het er in zijn Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden uit 1851over dat het kerspel Diepenheim 44 woningen heeft en 300 inwoners. En verder Diepenheim (Oud) ook wel Oud – Diepen genoemd was een buurschap in Twente, provincie Overijssel. Het was 5 uur gaande ten Z .O. van Deventer. En 5 uur gaande ten westen van Enschede, en 25 minuten gaande ten oosten van Diepenheim. Het had 28 woningen en 170 inwoners. 

Mogelijk was er een kleine kern in het kerspel.

http://books.google.nl/books?id=Fq5UAAAAcAAJ&pg=PA730&dq=diepenheim&hl=nl&sa=X&ei=5ZEXU_ihIceAywPb9YK4Bg&ved=0CE4QuwUwBQ#v=onepage&q=diepenheim&f=false

http://books.google.nl/books?id=dxNVAAAAcAAJ&pg=PA106&dq=diepenheim&hl=nl&sa=X&ei=TJYXU4LhI6KAywOSiIKICg&ved=0CFMQuwUwBg#v=onepage&q=diepenheim&f=false

 

Diepenheim heeft een aantal prachtige landgoederen.

Nijenhuis.

Het landgoed is 200 ha groot. Er is een prachtig wandelgebied aangelegd. Wandelaars en fietsers mogen hier gebruik van maken. Met uitzondering echter van de directe omgeving van het Huis. Het is het eigendom van Mr. L.H. graaf Schimmelpenninck.

 

Huis te Diepenheim.

 

                      

                              Algemeen Handelsblad 28 - 12 - 1933.

 

Het Huis te Diepenheim heette aanvankelijk eerst Huize Diepen. Het is in 1177 verwoest door de troepen uit het Munsterland. Dit was een wraakactie op Wolbertus van Diepenheim. Die had namelijk op een moment dat de bisschop in Italië was een inval gedaan in het Munsterland. En dat was hem niet in dank afgenomen. Vandaar die wraakactie.

Aan het weer opgebouwde huis is door de jaren heen veel gebouwd en verbouwd tot wat het nu is. Een van de dochters van Wolbertus, Regenwice, erfde het huis Diepenheim. Zij huwde met Hendrik van Dalen. Hendrik verzamelde veel lieden uit de lage adel om zich heen. Dat waren de Borchmannen.

Deze Borchmannen vestigden zich in de omgeving van het Huis Diepenheim. Zo ontstonden de havezaten. In die buurt ontstond een vaste woonkern van ambachtslieden, kooplieden. Ook is toen de stadsbleek ontstaan. Hier deden de huisvrouwen de was.

Het landgoed Huis te Diepenheim is 80 ha groot. Ook dit landgoed is alleen open gesteld voor wandelaars. Echter het gedeelte binnen de gracht en poort is verboden te betreden. De helft van het gebied bestaat uit een natuurlijk bos. De andere helft uit prachtige houtwallen en bossen. Het is het particulier bezit van Erven J.A.G. baron de Vos van Steenwijk. Kijk voor een prachtige film op: http://www.youtube.com/watch?v=lnw5ZJhnH0k

                       

  

 

 

 

                          Leeuwarder Courant 28 - 08 - 1985.

 

 

                                                 Westerflier.

 

Dit landgoed beslaat een oppervlakte van 303 ha. Het bestaat uit weilanden, bouwland en bos. Het is vroeger aangelegd op woeste grond. Het huis Westerflier is een havezate. Daarvoor was het een ridderhofstad. De directe omgeving van het Huis zijn niet toegankelijk voor publiek. Het is het particulier eigendom van Mr. L.H. graaf Schimmelpenninck. Het pad over de Es is afgesloten voor fietsers.

Het huis Westerflier werd al in 1046 genoemd. Het is eeuwenlang bewoond geweest door de familie Van Hövell. Het huis zoals het er nu staat is van 1729. De heren van Westerflier hadden een tolrecht op de Riessense Diek, Rijssense Dijk. Vroeger was dit een belangrijke handelsweg tussen Borculo en Rijssen. Nu is het een rustig landweggetje. Doordat het Twentekanaal werd aangelegd (1938) werd in 1948 de tol afgeschaft. De Tol bestond al in 1688. Ten tijde van de tolheffing hadden de boeren die op het landgoed woonden en de relaties van de andere havezaten een vrije doorgang. Het Huis Westerflier is thans eigendom van de familie Schimmelpenninck.

 

Hengelvelde.

 

Hengelvelde is een klein landgoed. Het beslaat een oppervlakte van bijna 30 ha. Het bevat heide, bos en houtwallen. Alleen de wegen en paden in het gedeelte van de Snakerburgerheide is open gesteld. Het wordt beheerd door Staatsbosbeheer.

 

                                           Kasteel Warmelo.

 

                                                             Vrije Volk 19 - 07 - 1974.

                      

Prinses Armgard. 

* De Driburg 18 december - 1883. - † 27 - 4 - 1971 te Diepenheim.                                               .

 

De tuin van dit prachtige kasteel is 7 ha groot. Het is een geometrische tuin. Een pracht kunstwerk. Deze tuinen zijn circa 1920 aangelegd door de tuinarchitect Hugo Poortman. Als we spreken van tuinen dan betekend dat er meerdere zijn. En dat is ook zo. Aan de achterzijde is een landschappelijk park tuin met een vijver aangelegd. Er bevindt zich een prachtig rosarium en een fuchsiatuin met meer dan honderd soorten. Verder kunt u genieten van een mooie Egyptische tuin. In dit kasteel woonde na de oorlog Prinses Armgard, de moeder van Prins Bernard. De kinderen van koningin Juliana en Prins Bernard noemden dit kasteel ‘het warme Loo’ omdat het er gezellig was. Het paleis het Loo in Apeldoorn was het koude Loo.

In 1315 wordt het huis voor de eerste keer vermeld. Het huis was oorspronkelijk gebouwd rond een binnenplaats. Maar in 1873 is het tot op de grond toe afgebroken en opnieuw opgebouwd.

 

De Johanneskerk.

 

Bij de burcht Diepenheim werd in de 12e eeuw een slotkapel gebouwd. Maar in de 13e eeuw werd de kapel een parochiekerk. Toen kreeg de kerk ook een naam. Hij werd genoemd naar de Apostel Johannes. Johannes betekend: God is genadig. Circa 1500 bouwde men op de plaats van de parochiekerk een gotische kerk. In 1677, na de Reformatie, stortte de kerk in, vermoedelijk door het oorlogsgeweld. In de huidige kerk staan nog verschillende herenbanken die behoren bij de verschillende havezaten uit de omgeving. De preekstoel dateert uit 1690. Er bevindt zich in de kerk nog een offerkist uit de 15e eeuw. De gemeente Hof van Twente is eigenaar van de toren inclusief de klokken. De kerk zelf behoort aan de Protestantse Gemeente Diepenheim. Meer gegevens zie: http://www.pkn-diepenheim.nl/

 

De Diepenheimse Molenbeek.

 

Deze beek stroomt vanaf de Buurserbeek, Schipbeek via de korenwatermolen ‘De Haller’, onder het Twentekanaal door naar de Regge.

De Korenwatermolen is mogelijk de oudste van ons land. De oudst bekende vermelding is uit 1169. In het jaar 1331 kocht de bisschop van Utrecht, Jan van Diest, de molen. De molen was vanaf toen een onderdeel van de heerlijkheid Diepenheim.

De Schipbeek is grotendeels gegraven in opdracht van het stadsbestuur van Deventer. Dat was circa 1500. Op deze manier kon de stad Deventer handel drijven met een aantal Twentse plaatsen en in de Duitse regio even over de grens. Toen de handel over het water niet meer nodig was verkocht Deventer de watermolen in 1870 aan de toen dienstdoende molenaar Jan Haller. De molen verkeerd nog steeds in vrijwel de oorspronkelijke staat, en is geopend voor het publiek. De molen is dus 845 jaar oud.

W. O. 2.

In Diepenheim Stortte in 14 - 01 - 1945 de Bf. 109 G - 10 neer, met aan boord Lt. H. Kaiser.

Interessante links.

http://www.plaatsengids.nl/diepenheim

http://www.kasteelwarmelo.nl/

Link voormalig treinstation:

http://www.stationsweb.nl/station.asp?station=diepenheim

 

Vakantie. 

http://www.molnhofte.nl/camping/omgeving/

http://www.dewezel.nl/home,25.html

 

Kunst en cultuur in overvloed.

http://www.overijssel.nl/thema's/cultuur/cultuur-en-ruimte/vouchers-cultuur/meewerkende/kunstvereniging/

 

 

 

Literatuur.

Kijk op Overijssel.

De Tielse Kroniek. Het Chronicon Tielense. 

Natuur en wandelgebieden , Vereniging Natuurmonumenten.

Overijssel, Capitool reisgidsen.

Nederland dichterbij, Overijssel.

Wikipedia.

 

 

                                                            Markelo.    

 

  

                            

                           Deel van een kaart van het gericht Kedingen.

 

Markelo is al heel oud. Het is een van de oudste dorpen van Twente. Markelo betekent de grens van de Mark aan de rand van het bos. Het behoort tot de gemeente Hof van Twente. Tot 1 januari 2001 was Markelo het hoofddorp van de gemeente Markelo. Het dorp ligt ten noorden van de Schipbeek. Deze deels gegraven beek, mond uit in de IJssel.

 

In het aardrijkskundig woordenboek van Dr. A. van der Aa uit 1846 staat heel interessante informatie.‎

Lebuïnus moet hier al in de 8e eeuw het evangelie hebben gebracht aan de Saksische Regters. Mogelijk was dat op de Markelose berg. De Saksen moeten hier een sterke militaire stelling hebben gehad. Hier hebben zij ook hun doden begraven. Er zijn daarvan urnen gevonden. Op één van die heuvels, mogelijk op de Hemmel, hielden zij hun volksvergaderingen en hun feesten en vierden zij hun godsdiensten.

In deze omgeving zijn verder tal van resten van fossielen gevonden van mogelijk landdieren. Ook beenderen waarvan men denkt dat die van de walvis afkomstig zijn. Haaientanden. Versteende vruchten die men eerder in een warmer klimaat zou aantreffen. Verder schelp of weekdieren. Mogelijk spreken we dan over de periode van rond de laatste ijstijd. Als we uitgaan van de zondvloed, dan zou dat heel goed kunnen dat met het wegvloeien van de wateren er dode dieren zijn achter gebleven. De archeologische vondsten dateren uit circa 10.000 jaar voor Christus.

 

In 1846 vielen onder de gemeente Markelo ook de buurtschappen Elsen, Harike, Buersbergen, Kerspel – Goor en Stokkum. De gemeente Markelo bezat toen 543 woningen die bewoond werden door 560 gezinnen. Ook toen was er al sprake van woningnood. Het aantal inwoners was toen 3300. Daarvan waren er ruim 3000 lid van de Nederlands Hervormde kerk. Het aantal dat lid was van de Rooms Katholieke kerk was 290. Een groot gedeelte van de inwoners was toen werkzaam in de landbouw. Er waren in die tijd vier windmolen en twee calicotbedrijven in Markelo. Ook in Markelo was er in die tijd dus textielverwerking. Ook had je in die tijd nog huisnijverheid op dit gebied. G. Kempers was een van de laatste handwevers van Markelo. Hij en zijn vrouw hebben dit gedaan tot 1952. Zij waren de laatste handwevers van Twente. Het getouw staat nu in het textielmuseum opgesteld.

 

                                  

 

 

Er waren drie lagere scholen. Eén in Markelo zelf, één in Stokkum en één in Elsen. Onder de gemeente Markelo vielen toen ook de havezaten Heeckeren, Stoevelaar, Wegdam en Weldam. Maar daarvoor waren er ook al de havezaten Huis – te – Elsen, Hulsbeke, Keppels, Oldenhof, en Olijdam. De omgeving is zeer heuvelachtig.

 

                                                De St. Martinuskerk.

 

                                  

 

De eerste kerk te Markelo werd, naar men aanneemt, circa het jaar 800 gebouwd. Maar zeker is wel dat hij er al voor 1224 stond. Dat valt te lezen in een acte of oorkonde van dat jaar. De toren is gebouwd in de 15e eeuw. De parochie, gemeente, bestond al eerder. Dat was al in 1188. Markelo ging in circa 1627 over tot de Reformatie, ook wel het Calvinisme genoemd. Het was Pastoor Johannes Hardenack die daartoe de aanzet gaf. Hij was de nieuwe leer toegedaan. Het huidige kerkgebouw, de Neoclassistische zaalkerk St. Martinus, dateert uit 1840. In de kerk staat een 15e eeuwse zandstenen doopvont.

 

http://www.pkn-markelo.nl/over%20de%20kerk.htm

 

http://books.google.nl/books?id=x_VNAAAAcAAJ&printsec=frontcover&dq=editions:NDLJjlvW7UcC&hl=nl&sa=X&ei=soUQU4PDBqu8ygOwloCICA&ved=0CEMQ6AEwAw#v=onepage&q&f=false

 

Dichtstbijzijnde G. K. V. kerk is Neede. http://www.gkv.nl/

 

Eungs Schöppe is een Museumboerderij. Hier kunt u zien hoe men vroeger in deze streek gekleed ging. Het is een van de grootste kledingcollecties uit deze streek uit de periode 1820 – 1940. Verder kunt u de prachtige ingerichte keuken bewonderen. Daarin staat een kabinet met linnenuitzet. Verder vindt u er tal van gereedschappen en gebruiksvoorwerpen. Ook de grote collectie merklappen is de moeite van het bezichtigen waard. In Markelo werden deze vroeger gebruikt als bruidsdoek. Zo’ n merklap had als bedoeling dat de trouwlustige dames aan hun aanstaande echtgenoten konden laten zien hoe goed ze waren met naald en draad. O. a. In Markelo resulteerde dat in prachtige creaties. Vooral Bijbelse teksten en tafereeltjes spraken tot de verbeelding. Merklappen in Nederland werden al gemaakt in de 16e eeuw.

 

Uit de oude kranten.

 

         

                 De Telegraaf 13 - 07 - 1921. Brin: http://www.delpher.nl/

 

                

Een schilderij van Martin Monnickendam. Een foto in het Algemeen Handelsblad 28 - 02 - 1934. Bron: http://www.delpher.nl/

 

                  

 

                           De Telegraaf Markelo 1927. Bron: http://www.delpher.nl/

 

De Markelose molen ‘De Hoop’ was eigenlijk een windmolen. Deze korenmolen, ook wel de molen van Buursink genoemd, werd in 1839 gebouwd. Circa 1924 werd er met een elektromotor gemalen. De Stichting vrienden van de molen van Buursink heeft de molen in eigendom.

 

De Markelose berg.

De Markelose berg, ook wel Markelerberg genoemd, is een gebied van 10 ha groot. Het is het eigendom van het Overijssels Landschap. Het bestaat voor een gedeelte uit eikenbos. Op de top heeft men een prachtig uitzicht op de omgeving.

Het Overijssels verzetsmonument staat op de Markelose berg. Het is vervaardigd door de kunstenaar Titus Leeser. Geboren te Keulen 14 oktober 1903 en overleden te Zwolle, 3 mei 1996

Onder de voorheen gemeente Markelo valt ook de Borkeld. Het is 449 ha groot reservaat met heide en bosgebieden. Het ligt tussen twee stuwwallen. Ook zijn er veel sporen van uit het verre verleden, Prehistorische grafheuvels urnen en Romeinse nederzettingen.

 

De Friezenberg is circa 5 ha groot. Het terrein bestaat uit heide en bos. Op de top treft u een aantal grafheuvels aan.

 

De Herikerberg ligt ten noorden van Markelo. Deze heuvel is ruim 46 meter hoog. Op de flank zijn leemkuilen aanwezig. Op deze heuvel kunt u heerlijk tot rust komen bij http://www.hotelherikerberg.nl/

 

De Hemmel is een heuvel van 31 meter hoog. Ook deze heuvel is gevormd door het opstuwende ijs uit de ijstijd. Deze heuvel is vrijwel geheel met bos begroeid.

 

De Hulpe is een heuvel van 40 meter hoog. Deze heuvel, die voor een groot deel is bebost ligt ten zuid – oosten van Markelo. Op de heuvel stond tot circa 1620 een Maria - kapel. Tijdens de Reformatie is deze verwijderd. Deze is in 2009 weer herplaatst.

 

De Dingspelerberg ligt ten westen van Markelo. Hij is met 22 meter de laagste heuvel in dit gebied. Op deze heuvel is door de gemeente een trouwgelegenheid gemaakt. Dit in verband met de historische plaats. Men gaat er van uit dat er heel lang geleden een dingplaats is geweest. Een dingplaats hield in dat er vroeger op die plaats recht werd gesproken.

 Vandaar ook de naam Dingspelerberg.

 

De Kattenberg was in de oorlog belangrijk voor de Duitse legers. Vooral het hoogste punt had hun prioriteit. Een de loopgraven die de Duitsers hebben aangelegd zijn nog helemaal intact gebleven. Op de flank is een bommenwerper uit Nieuw – Zeeland neergestort. Dat was op 23 juni1943. Een ander vliegtuig stortte ook neer op de Kattenberg. De bomkrater is nog steeds te zien.

 

Literatuur:

 

De kadans van de getouwen. Heren en knechten in de Nederlandse textiel. Adriaan Buter. Elsevier Amsterdam / Brussel.

 

Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Dr. A. van der Aa.

 

Het toppunt van Nederland. Aad Struijs, Uitgeverij Plataan.

 

Nederland Dichterbij, Overijssel.

 

Wikipedia.

 

Kijk op Overijssel. Elsevier.

 

Natuur en Wandelgebieden in Nederland. Vereniging Natuurmonumenten

 

Interessante links over Markelo e.o.

 

http://www.beleeftwente.nl

 

Onderstaande link bevat schitterende natuurfoto' s.

http://www.tichelwoark.nl/hochnu.html

 

Voor meer geschiedenis van Markelo.

http://www.plaatsengids.nl/markelo

 

http://www.dehofmarken.nl/markelo/geschiedenis-markelo

 

 

                                              ---------------------------------------

 

 

                                        Nijverdal.         

                                      

                                                

 

Nijverdal. Het nijvere dal, zou je kunnen zeggen.

Hoe oud is Nijverdal eigenlijk?  Bekend is dat de buurtschap Noetsele thans een deel is van de plaats Nijverdal. De Noetseler es is er een huidige woonwijk. De Noetseler es is een eeuwen geleden ontstane es. De eigene vorm van de es is nog duidelijk te zien. Boeren bemesten vroeger de akkers met schapenmest en heidezoden.

Noetsele was er dus al veel eerder dan Nijverdal. Heel veel eerder hoor. Men beweerd dat de naam Noetsele zou komen van het Germaanse noue, dat moeras zou betekenen. Anderen verklaarden dat het noot zou betekenen. Het le van Noetsele zou lo of bos betekenen. Een bos waarin veel notenbomen stonden. Nu lag Noetsele in het gebied tussen de stuwwal en de Regge. Een prachtige plek waarin notenbomen goed konden gedijen.

Niet vreemd dat daar ook mensen gingen wonen. We hebben het dan over de jaren tussen 933 en 966. Op een lijst van pachtinkomsten van de abdij van Werden aan de Ruhr wordt dan o a ook genoemd het Albertinc te Noetsele.

 

Zie voor de verklaring van de naam Noetsele op:

http://www.regiocanons.nl/overijssel/salland/hellendoorn/eerste-vermelding

 

 

De naam Nijverdal bestaat nog niet zo heel lang. Het dorp zelf ook niet. Het is Thomas Ainsworth die dit aanzwengelde. Hij had zijn ogen goed de kost gegeven en vond de plek waar nu Nijverdal ligt een ideale plek om een fabriek te plaatsen. Langs het riviertje de Regge lag een zandweg die liep van Zwolle naar Almelo. In dat dal moest een textielfabriek komen, vond hij. Dat was dus vlakbij de buurtschap Noetsele. In 1836 werd er in nauwe samenwerking tussen de Nederlandsche Handel – Maatschappij en Thomas Ainsworth een spinnerij en een weverij en een modelweverij opgericht.

 

                                          

        

                                        Thomas Ainsworth.

 

Al vrij gauw kwamen er arbeidskrachten uit alle windstreken van het land op af. Daaronder zullen tal van gereformeerden zijn geweest. Zie ook hieronder op:  http://www.gkv-nijverdal.nl/      

 

Circa 1850 stichtten de broers Salomonson er een weverij. Zij maakten toen al gebruik van stoom. Later kregen zij er het predicaat Koninklijke erbij. Het werd toen Koninklijke Stoomweverij Nijverdal.

 

Rond 1850 openden de gebroeders Salomonson de Koninklijke Stoom Weverij, waardoor er een einde kwam aan de thuisnijverheid.

 

                                          

 

Uit het Vrije Volk 22 - 10 - 1963.

 

Veel meer over de naam Nijverdal kunt u lezen op de prachtige site:

https://sites.google.com/site/historischekringhn/nijverdal

 

                                             Twilhaar.

 

Het Rijkswerkkamp Twilhaar werd in 1940 aan de Paltheweg aangelegd. In 1941 kwamen er werkloze vissers, zeelieden. Deze mannen waren werkloos omdat ze van de Duitsers het verbod hadden gekregen om met hun schepen uit te varen voor de visvangst. Voor een habbekrats moesten deze mannen, bijna 100 in getal, de woeste gronden op de Sallandse heuvelrug ontginnen. Dat was voor hen heel zwaar werk. De bedoeling was dat er een boomkwekerij moest komen. In 1942 namen de Duitsers het kamp in bezit om er Joden in te herbergen. Deze werden later op transport gezet naar kamp Westerbork, om daarna verder vervoerd te worden naar de vernietigingskampen in Oost Europa. Dit alles in het kader van de : Endlösung der Judenfrage. Vertaald is dat: eind- of definitieve oplossing van het Jodenprobleem. Vrijwel allemaal zijn ze daar op vreselijke wijze omgebracht. Later werden er in Twlhaar gezinnen in onder gebracht die hun land en streek in Frankrijk moesten verlaten in verband met de bouw van de Atlantikwall. In 1945 kregen gezinnen er tijdelijk onderdak omdat de woningen waarin zij woonden vernield waren door de bombardementen van de geallieerden. In 1949 is het kamp afgebroken. Het bos wat er is aangelegd werd wel eens het Jodenbos genoemd.

Een oproep :

http://www.oudommen.nl/op-zoek-naar-%E2%80%A6-wie-was-in-twilhaar/

 

Heel veel informatie en fotomateriaal is te vinden op:   http://www.werkkamptwilhaar.nl/         

 

Natuur omgeving van Nijverdal.

 

Nabij Nijverdal ligt het natuurgebiedje Duivecate. Dit kleine natuurgebied van 17 ha bestaat uit een hoogveen en een laagveengebied. Verder bevat het wat loof en naaldbos. Verder is er een vissteiger voor gehandicapten. Dit gebied is genoemd naar het Huis van Duivecate, een naam die in 1339 al werd genoemd in een oorkonde. Meer hierover op: http://www.kasteleninoverijssel.nl/pages/duivecate.htm

 De Sallandse Heuvelrug.

De Sallandse heuvelrug is een schitterend natuurgebied van maar liefst 2335 ha groot. Het is een landschap met prachtige vergezichten. Het gebied is ontstaan in de laatste ijstijd. Het bestaat uit diverse heuvels zoals de Holterberg, de Noetselerberg, de Eelerberg en de Haarlerberg. Deze laatste heuvel en de Sprengerberg bevatten prachtige heidevelden. Dagkamperen en picknicken behoren tot de mogelijkheden. Ten noorden van Nijverdal ligt het Wierdenseveld. Dit gebied van 440 ha is deels afgegraven voor de turfwinning. Zowel op het lage als op het hoge groeit de heide. Ook liggen er op dit landgoed zeker 10 grafheuvels uit de Bronstijd. Dat is van 2000 voor Christus tot 800 voor Christus en uit de IJzertijd van 800 tot het jaar 12 voor Christus. Ook is er een urn met crematieresten gevonden. Dat was in 1910.De grafheuvels hebben gemiddeld een doorsnee van 10 meter. De Sallandse heuvelrug was al reeds vroeg bewoond. Vaak woonde men ergens een bepaalde tijd. Als er weinig wild werd gevangen verhuisde men gewoon naar een ander deel.

 

                                

                  

 

 

 

Uit de oude bladen.

 

                                         Een eerlijke vinder.                

  

                 

 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 20 - 01 - 1862.

 

Interessante links.

Archeologisch onderzoek in Nijverdal.

Ook in Nijverdal en omgeving zijn sporen vanbewoning gevonden uit lang vervlogen tijden.

 

http://www.tunnelplan.nl/arch.htm

http://www.sallandseheuvelrug.nl/sites/www.sallandseheuvelrug.nl/files/documenten/cultuurhistorie%20rapport%20definitief.pdf

 

 

Koninklijk bezoek Nijverdal in 1949.

http://www.youtube.com/watch?v=E8QsniGtwG0

 

Bijzondere links:

http://www.plaatsengids.nl/nijverdal

Film over oud Nijverdal: https://www.youtube.com/watch?v=3SB1elNtNLM

http://www.industriespoor.nl/KSW.htm

 

Oude foto’ s Nijverdal.  http://www.youtube.com/watch?v=rJogLI6PPLc

 

De Gereformeerde Afgescheiden kerk ontstond in 1836. De vrijmaking vond plaats op 16 – 02 – 1947. De eerste officiële kerkdienst van de Gereformeerde kerk vrijgemaakt vond plaats op zondag 13 oktober 1946.

 Het ledental was in  2009  279 waarvan 185 doopleden. Lees hier meer over de geschiedenis hierover op: http://www.gkv-nijverdal.nl/index.php/ct-menu-item-6/geschiedenis

 

PKN kerk Nijverdal: http://www.pgnijverdal.nl/

 

R.K kerk Nijverdal: http://www.rkknijverdal.nl/

 

 

Literatuur:  

 

De Kadans van de Getouwen. Adriaan Buter.

 

Handboek der Gereformeerde kerken in Nederland.

 

Natuur en Wandelgebieden in Nederland. Vereniging Natuurmonumenten.

 

Wikipedia en andere site’ s

 

 

 

                                                                                           Goor.          

 

Goor is al heel oud. Hoe oud is niet met zekerheid te zeggen. Wel dat het in 1263 stadsrechten kreeg. Maar Goor is natuurlijk wel wat ouder. De naam Goor ( Goer) betekend moeras.

Goor( Goer) is ontstaan als een nederzetting aan het riviertje De Regge. Het was een moerassig gebied. De Borg van Goor lag op een strategisch belangrijk punt, omdat ook de rivier de Regge hier doorwaadbaar was. Hier woonden de graven van Goor. Deze graven waren vermoedelijk afkomstig van de Tubanten en of Saksen. Men noemde deze borg het Huys to Gore. Men denkt dat deze plaats van de oude kern van Goor een paraboolduin was. Een paraboolduin is een duin die door de wind en vegetatie is gevormd. Typisch zijn de lange puntig gebogen uitlopende vormen. Op deze paraboolduin moet Goor zijn ontstaan. We zitten dan rond het jaar 1000. Maar mogelijk ook al wat eerder, want omstreeks 800 is de kerk er al. Het eerste millennium dus.

Zie voor meer over paraboolduin op: http://194.151.121.211/duinonderzoek/data/asp/pagina.asp?land=nl&info=algemeen&keuze=paraboolduin&id=2

 

Het Schild is ontstaan in circa halverwege de 13e eeuw. Toen liet de bisschop van Utrecht het gebied ophogen. Men noemde dat het Schild. Over het precieze ontstaan is men nog niet geheel zeker.

Voor heel veel meer over Goor zie op:  http://www.historischgoor.nl/archeologie.htm

 

In 1581 vond de slag om Goor plaats. Dat was in de 80 jarige oorlog. Een groot gebied van het Graafschap Zutphen was al in bezit van de troepen van de prins. Ook Deventer en wijde omgeving was al in de handen van de Staatse troepen. Goor en Delden echter nog niet. Op 23 juli van 1581 werd Goor met een verrassingsaanval van het Staatse leger overvallen. Men wist op de eerste dag al door te dringen tot het Schild. Deze legers stonden bevel van Conradt  Dirkz. en heer Warmelo. Men handelde op eigen initiatief. Dus buiten de prins van Oranje om. De Staatse legers werden echter terug gedreven. Dit kwam voornamelijk omdat de Spanjaarden versterking hadden gekregen van het leger van Maarten Schenk van Nydeggen. De Staatsen werden daardoor teug gedreven. Met kon zich in veiligheid brengen door zich te verschansen in Huize Scherpenzeel. Dat duurde tot 1 augustus. Toen gaven zij zich over aan de Spanjaarden. Hun werd beloofd een vrije aftocht, maar er werden er toch een honderdtal gedood. De prins van Oranje had nog wel versterkingen gestuurd, maar deze kwamen echter te laat.

 

Vrijwel zeker stond er al in de 11e eeuw in Goor een kerk. Zeker is wel aan te nemen dat er al reeds lang daarvoor christenen waren. De kerstening van Twente was toen immers al in volle gang.

Goor is bekend door zijn prachtige havezaten.

Kasteel Weldam is wel de bekendste. Dit landgoed dateert al uit 1389. Bij dit fraaie landgoed behoren circa 60 boerderijen. In 1568 en 1645 is het verbouwd. De tuinen zijn aangelegd door H.A.C. Poortman een leerling van de bekende Fransman Eduard André. Poortman heeft er iets fraais van gemaakt. De tuinen zijn namelijk geometrisch en bevatten o. A. een rosarium en een doolhof. Bijzonder fraai zijn ook de gietijzeren broeikassen. Ook de oranjerie is de moeite waard. Samen met de plaatsen Diepenheim, Markelo en Stad en Ambt Delden behoort Goor tot ‘Het Hof van Twente.’ Het landgoed is circa 1315 ha groot.

Het kasteel behoort in 1324 aan Hendrik van Weldam. Deze is dan Schout van Twente, borgman en scheidsrechter in de meningsgeschillen tussen Johan van Bentheim en Ludolf van Steinfort.

Rond 1389 heeft Wolter ten Weldamme het landgoed aan Willem Splinter verpand. Later komt het, via een vererving, in handen van Andries van Heeckeren. Die verkoopt het in 1415 aan Johannes Strycken. Zijn dochter huwde in 1506 met Frederik van Twickelo. Johan van Twickelo liet in 1537 het landgoed na aan zijn dochter Judith. Zijn andere dochter, Agnes, erfde het landgoed Twickel. Judith trouwde met Unico Ripperda. De laatste van het geslacht Ripperda stierf in 1709 en is bijgezet in het familiegraf in de kerk in Goor. Daarna is het enige tijd in bezit geweest van de graven van Wassenaar. Van 1751 tot 1879 was het ongeregeld bewoond. In 1879 kwam het in bezit van Maria Cornelia Baronesse van Heeckeren van Wassenaar tot Twickel. Deze was gehuwd met Willem Carel Waldeck – Limpurg, Heer van Middachten en Gaildorf.

De Bentincks hebben veel aan onderhoud aan het kasteel gedaan.

 

Het Huis Wegdam is een kasteel dat ten zuiden van de stad Goor ligt. Circa 1400 was het een boerenhuis. Ene Christoffel van Coevorden, die leefde omstreeks 1560, was de eigenaar. Hij moet er toen een edelmanshuis hebben gebouwd. In 1758 kreeg het zijn huidige vorm. In 1897 kwam het in handen van Maria Cornelia van Heeckeren van Wassenaar. Deze was ook Vrouwe van Weldam. Het wordt nog steeds bewoond.

Zie voor meer:  http://www.kasteleninoverijssel.nl/pages/wegdam.htm

 

Het Huis Heeckeren is een havezate die ligt ten noorden van de stad Goor. Het werd heel lang geleden Huis te Goor genoemd. De oudste vermelding is uit 1412. Het is verschillende keren verbouwd. In 1584 brandde het af, maar is ook weer herbouwd. Het werd lange tijd bewoond door het geslacht van Coevorden .

 

Zie voor meer: http://www.kasteleninoverijssel.nl/pages/heeckeren.htm

 

Thomas Ainsworth.

 

 

                                           

 

Wie Thomas Ainsworth zegt, zegt Goor. Thomas Ainsworth werd op 22 – 12 – 1795 geboren in Bolton – le – Moors in het Engelse graafschap Greater Manchester. Hij overleed op 13 – 02 – 1841 te Nijverdal. Na de afscheiding van België in 1830 wilde Nederland snel ons eigen land de industrialisatie onafhankelijk maken van België. De Engelsman Thomas Ainsworth kreeg gelegenheid om in Goor een weefschool op te richten. Het was belangrijk dat de jonge bevolking grondig werden onderwezen in het weven. Hij gaf de voorkeur aan het handweven, maar voerde daarbij wel de snelspoel in. Voorheen was er altijd met de werpspoel ( smietspoel) gewerkt.

In 1852 werd het handweven vervangen door weefgetouwen die door stoom werden aangedreven. Op 17 juli 1838 was het de zuster van Thomas Ainsworth die s ’morgens om klokslag half elf de stoomschuif van de Goorse Stoomblekerij in werking. In de volksmond werd het al gauw ‘n Stoom genoemd. Ainsworth is in Goor begraven.

 

 

             

 

                                 Het personeel van de Twentse Stoomblekerij.

 

Ramp in Goor.

                                 

                  

 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. 29 - 01 - 1862.

   

                                                                            Wintermarkt.

                                        

                               

 

De Tielse Kroniek.

In de Tielse Kroniek staat op pagina 122: Daags vóór Simon en Judas (27 oktober)1368 is bisschop Jan tijdens zijn verblijf in de stad Goor door zijn vijanden, te weten Jan van Zwolle, Engelbert van Zal, Otto van Kemenade en van Homberg 1) en hun handlangers, gevangen genomen. Later is hij voor 16.000 oude schilden vrijgekocht.

 

(1) ( bedoeld wordt Hendrik van Homberg).

 

 

Leuke, interessante wetenswaardigheden.

In 1859 had Goor 2041 inwoners. Een eeuw later waren er dat 7398.

In 1947 was ruim 28% R.K. Ruim 51 % Nederlands Hervormd en 2,5 % Gereformeerd.

 

Kerken in Goor.

 

De Nederlands Hervormde kerk in Goor daarvan vermoed men dat deze is gebouwd op de omstreeks in het jaar 800 gebouwde parochiekerk. De huidige kerk is gebouwd in de 15e eeuw.

 

De R.K. H. H. Petrus en Paulus is een pseudo basilicale kerk. De kerk werd gebouwd van 1892 – 1894.  

 

Goor kent 9 rijksmonumenten. Dat zijn: Villa Goor. Terrein met restanten van de havezate Olijdam. Huis Heeckeren, Israëlische begraafplaats, Grafmonument Thomas Ainsworth, Braakmolen en de Hofkerk met de toren.

 

Goor lag in de 17e eeuw aan de belangrijke Twentse postwagenroute. Dat was de postroute van Zwolle- Munster. Deze liep via Goor, Enschede, Gronau en Steinfort naar Munster. De eerste vermelding van dit traject is in 1696.

 

De spoorlijn kwam in 1865 tot stand. De industrialisatie in Twente is dan in volle gang. Een geweldige impuls is dan de ontwikkeling van het spoorwegennet in Twente. Goor ligt aan de lijn van Zutphen, Enschede Glanerbrug.

 W. O. 2

Tussen Goor en Enter stortte op 23 - 03 - 1945 een B - 26G neer met aan boord Lt. H. W. Lane.

 

In Goor is veel asbestvervuiling aanwezig. Dat komt door de vestiging van de Etenitfabriek. Link naar de Eternit Fabrieken B.V Goor. http://www.eternit.be/nl/over-eternit/eternit-en-duurzaamheid/ecologisch-ondernemen/

 

In Goor is ook een klompenmuseum gevestigd.

 

Informatie hierover: Goor: Klompen Museum Goor, Mulderskamp 2c, 7471 PA, tel 0547-260529

 

Fietsroute’ s : http://fietsroutesinbeeld.nl/fietsroutes/overijssel/markelo

 

Klompenmuseum Goor: http://www.klompenmuseumgoor.nl/

 

Links:

http://www.plaatsengids.nl/goor

 

http://www.beleeftwente.nl/praktisch/toeristische-informatie/tourist-info-goor/

 

 

Literatuur:

 

Groene Gids Overijssel.

 

De Kadans van de Getouwen. Adriaan Buter.

 

Gids Natuurmonumenten .

 

De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad.

05-08-1934 

 

Uit Twente ’s verleden. Dr. G.J.M. Bartelink. Uitgeverij W. G. Witkam  Enschede.

 

Kijk op Overijssel.

 

                                        Usselo.                

 

 

 

                             

Deel van een plattegrond van Usselo en omgeving circa 1885.

 

                                                                           

Hoe oud is Usselo? De vraag stellen is hem ook beantwoorden. De Overijsselse Almanak voor Oudheid en Letteren vermeld dat er in de 12e eeuw als varkens werden gehouden in Goor, Markelo en Usselo, o. a. voor de mest. Rond hetzelfde jaar was er ook een huis Lambertink bekend in Usselo. Dat was al bekend in 1188.

Usselo werd vroeger ook wel Oslo genoemd. Oude bewoners hebben het wel eens over het Ossels. De naam geeft in ieder geval wel aan dat er  vroeger  veel bos was.

 Ook zwierven er vroeger wolven rond.

In het Usselerveen zijn in het verleden zeer waardevolle archeologische vondsten gedaan. De stenen werkgereedschappen bestonden uit stenen met scherpe punten en snijkanten. Daaraan hebben mogelijk houten handvaten gezeten. Ook het hangertje van Usselo stamt uit deze periode. Deze gereedschappen werden gebruikt voor het onder meer het maken van kleding. De Usselose jagers joegen op bosdieren. Dat waren voornamelijk het zwijn, het oerrund etc. Op de eland die hier toen leefden joeg men vooral in de winterperiode.

 In de zogenaamde Laag van Usselo zijn bewonersresten gevonden uit de Laat Glaciale periode. Dat is circa 13000 jaar geleden. Dat was in de Hamburgcultuur.  Hamburgcultuur dat wil zeggen dat men nog de speer hanteerde. Circa 11.000 voor Chr. werden de pijl en boog ontwikkeld. Dat was in de Ahrensburgcultuur.

 

                                                                         De Usseleres.

 

 

Nabij Usselo ligt de Usseleres.  Hier zijn bij opgravingen twee grafveldjes gevonden waarvan men denkt dat die omstreeks uit de midden of late ijstijd dateren. Dat waren twee crematieveldjes.

De Usseleres is een heel belangrijk archeologisch en natuurlijk gebied. Het is één van de grootste essen in Europa.

Op de hellingen van de es zijn sporen gevonden van bewoning. Het gaat hier plattegronden van boerderijen etc. Ook het vinden van gebruiksvoorwerpenbijlen en diverse soorten aardewerk is zeer waardevol. De activiteiten in die tijd waren vooral agrarisch van karakter.

   

 

Uit de oude kranten. Circa 1941.

 

 

Circa 2000 voor Christus namen deze activiteiten behoorlijk toe. Vanaf die tijd of nog iets daarvoor is dit gebied continu bewoond.

De Usseleres heeft een  oppervlakte van 200 hectare.

Boven op de es staat een oude vlierstruik.  Nabij deze vlierstruik moet in de 80 jarige oorlog Prins Maurits met zijn leger hebben gebivakkeerd.

 

Maar er gebeurde nog wel meer op de Usseleres. Ook hele erge dingen .  Op de nacht van 23 en 24 september 1944 werd die nacht de verzetsman Johannes van der Horst door de Duitsers neer geschoten. Samen met een andere verzetsman Roelof Blokzijl. Beiden waren lid van de knokploeg Twente. Kijk hiervoor op: http://www.johannesterhorst.nl/

Ook bij de opmars van de geallieerde legers sneuvelden  op de Usseleres drie militairen van de geallieerden.

 

                              

 

Boven op de Usseleres staat een herdenkingssteen die aangeeft de ruilverkaveling in 1941.

 

Usselo is een zogenaamd kransesdorp.  Een es is een stuk grond wat meestal wat hoger ligt dan het dorp zelf. Deze hoogte kan zijn ontstaan door de bemesting, maar ook doordat deze al van nature hoger ligt. Meestal was zo’ n es een gemeenschappelijk bezit. De boerderijen lagen in een krans er omheen.

 

Usselo behoorde vroeger tot het Richtersambt van Enschede. Onder de buurtschap van Usselo viel de havezate Hof te Boekelo.  Tot in de jaren 30 van de 20ste  eeuw viel het onder de gemeente Lonneker. Thans valt het onder de gemeente Enschede.

 

De verdere ontwikkeling van Usselo.

 

De school.

 

In 1731 kreeg Usselo een lagere school. Deze is in 1835 gesloopt. Usselo viel toen onder de gemeente Lonneker. De school kreeg toen dan ook de naam School J Gemeente Lonneker. Maar ook deze viel in 1896 onder de sloophamer. De school daarna gebouwd is sinds 1950 in bezit van de Christelijke Gemeente Nederland. Het fraaie pand heeft na een verbouwing het historische karakter behouden.

 

De Kerk.

Het Nederlands Hervormde kerkgebouw is nog niet zo oud. Deze dateert uit 1844. Initiatiefnemer was Gerrit Scholten. Deze was Marke –richter. Het gebouw staat aan de Haaksbergerstraat 819 te Usselo.

http://www.protestantsegemeente-usselo.nl/default.aspx?lIntNavId=5469

 

De Enschedese Borg aan de rand van de  Usseleres.

Wilt u weten waar de Borg van Enschede precies heeft gestaan?  Of wilt u weten het verhaal over de troep wilde wolven? Of wie Cerneago is? Wilt u weten wat er zich daar allemaal heeft afgespeeld tussen 1583 en 1630?

Kijk dan op: http://www.marceltettero.nl/Spanje/Enschede/BorgEnschede.html

 

Het dorp heeft 14 rijkmonumenten.

Usselo grenst aan het dorpje Boekelo en Haaksbergen.

 

Wissinks Möl .

Deze molen, een stenderkastmolen, Werd gebouwd in 1802. De molen maalde het koren van de boeren uit de omgeving. Eigenaar was molenaar  J.H. Wissink. Doch toen in 1921 de Coöperatie te  Lonneker  het koren machinaal ging malen betekende dit het einde van het malen bij de molen.

Bernard van Heek trok zich het lot van de molen aan. Hij kocht de molen en verplaatste hem naar het Buurserzand tussen Buurse en Haaksbergen.  Bernard van Heek wilde daar een openluchtmuseum laten verrijzen.  Dat is echter niet door gegaan. Rond de jaren 50 van de 20ste eeuw raakte de molen weer in het verval. De Edwina van Heekstichting sprong in de bres omdat het bericht de rondde deed dat de molen zou worden afgebroken. De molen werd op kosten van bovengenoemde stichting in 1957 gerestaureerd. In 1965 gebeurde dat nog een keer. In 1970 kwam de molen op de lijst van Rijksmonumenten te staan.    In 1972 sloegen de wieken van de molen op hol tijdens een zware storm. De Brandweer uit Haaksbergen , die tijdig ter plaatse was, heeft erger kunnen voorkomen.

De molen is toen in delen afgebroken en tijdelijk opgeslagen. Dat was tot 1981. In mei  van dat jaar is hij op de oorspronkelijke plaats teruggezet.

 

                            

 

             

 Bron De Waarheid 1969.

 Links:

http://www.usselo.nl/marke-usselo/1450-2/

 

Natuur en recreatie.

 

 

 

Het Rutbeek.

 

http://www.hetrutbeek.nl/informatie/natuur/

 

 

 

Groot Brunink.

 

http://www.landschapoverijssel.nl/groot-brunink

 

 

 

Smalenbroek.

 

http://natuurkaart.nl/gebied/271/

 

 

Literatuur:

De tijd van jagers en boeren. Arie Wildschut. Waanders uitgeverij, Zwolle.

Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker. Amsterdam.

Reliëf in de Tijd en Ruimte.  R. van Beek.

Enschede 1940 – 1945. T. Wiegman.

Wikipedia en andere internetsite’ s.

Vereniging Natuurmonumenten.

Overijsselsche almanak voor oudheid en letteren, 1835.

 

                               ---------------------------------------

 

                                                 Borne. 

 

                                              

 

Borne, een echt Twents dorp, ligt aan de grote weg van Hengelo naar Almelo. Hoe oud Borne is weet men niet. Wel dat het heel oud is, want in het jaar 1206 wordt Borne genoemd in een akte inzake de Bisschop van Utrecht. Toch hebben er al veel eerder mensen op deze plaats gewoond. Denk maar eens aan de Karolingische ruiter. Zie meer hierover op het onderstaand adres. De naam Borne betekend vermoedelijk bron.

http://www.regiocanons.nl/overijssel/twente/borne/karolingische-ruiter

Het Oale Schöp is een oude gerestaureerde boerenschuur. Daar is een  infocentrum ingericht waar men meer kunt te weten komen over de landbouw en landbouwwerktuigen van voorheen. De oude Joodse synagoge stamt uit 1842. Deze staat aan de Ennekersdijk.                                                                 

Het oude hart van Borne is nog allerzins de moeite waard om er eens een kijkje te nemen. Rondom de Nederlands Hervormde Kerk is het of de tijd er heeft stil gestaan. In de kerk zijn tal van muurschilderingen te zien. Deze dateren uit 1500, Verder zijn er nog tal van grafzerken aanwezig. In de kerk bevind zich nog een hagioscoop.

http://www.activity4kids.nl/culture4kids/borne/aanbieders/aanbieder/1000004330

De klopjeswoningen aan de Weerselosestraat dateren nog uit de 18e eeuw. Daar woonden vroeger ongehuwde Rooms Katholieke vrouwen. De naam klopjes stamt mogelijk nog uit de tijd van de reformatie. Het R.K. geloof was toen verboden. Toch waren er mensen die diensten in het geheim belegden.  De zogenaamde klopjes gingen dan bij de leden langs als er ergens een dergelijke dienst was. Er werd dan op de deur of ramen geklopt.

 

Gerard Potcamp. * 1643 - † 16 december 1705.

 

Gerard Potcamp is geboren en getogen in Borne. Hij was een zoon van L. Potcamp en G. Potcamp – Beer.  Gerard studeerde van  1662 tot 1669 aan het seminarie te Keulen. Na zijn studie werd hij pastoor te Borne. Dit duurde van 1668 tot 1680. Met de invoering van de Reformatie kwam er echter nog geen vrijheid van godsdienst. In 1674 moest Gerard noodgedwongen vertrekken naar het graafschap Lingen. Maar ook daar werd hem geen rust gegund. In 1697 werd hij tot deken van het graafschap Lingen benoemd. Circa 1650 woedde er een felle strijd in de Rooms Katholieke Kerk betreffende de genadeleer. In een jarenlange strijd werd de apostel vicaris Peter Godde afgezet. Paus Clemens benoemde Gerard Potcamp als opvolger van Peter Godde tot hoofd van de Rooms Katholieke Kerk van Noord – Nederland. Maar reeds kort daarna overleed Gerard Potcamp op 62 jarige leeftijd. De strijd in de Rooms Katholieke Kerk ging echter onverminderd voort. Dit leidde  er toe dat in 1773 er een scheuring volgde, en er de Oud – Katholieke Kerk van Nederland ontstond.

 

 

 

Het Bussenmakershuis is gebouwd door Jan Bussenmaker . Deze was linnenfabrikant  te Borne. Het huis dat in 1779 is gebouwd, staat aan de Ennekersdijk no 17.

                     

 De Tijd, de Maasbode 22 - 12 - 1961.

                                                  

    

 

 Opregte Haarlemsche Courant 05 - 02 - 1848.

 

 

 

Van de Nederlands Hervormde kerk werd in het begin van de 15e eeuw  de huidige toren en het koor gebouwd. Maar aan het eind van die eeuw werd ook het schip van de kerk gebouwd. Daarna zijn er de fraaie muurschilderingen aangebracht. De hagioscoop dateert ook nog uit de 15e eeuw, maar is dicht gemaakt. De preekstoel heeft een stenen achterwand.

P.K.N. kerken Borne: http://www.protestantsegemeenteborne.nl/

Gereformeerde P K N kerk. http://www.protestantsegemeenteborne.nl/historie/gerefkerk/gerefkerk_sluiting.htm

 

 

 

De Gereformeerde kerk in Enschede was nog niet geïnstitueerd. Hermen Kamp was broodbakker van beroep. Hij woonde aan de Zuiderhagen. Hermen en nog een paar stadsgenoten hadden zich onttrokken aan de Hervormde Kerk omdat zij het niet meer eens waren met de onschriftuurlijke prediking in die kerk. Toen er in het gezin van Hermen Kamp een kindje werd geboren ontstond er een probleem. Het moest wel worden gedoopt. Omdat ze geen lid waren van een kerk hebben zij zich gevoegd bij de pas geïnstitueerde Gereformeerde kruisgemeente te Borne. Dat was een voetreis van drie uur, met de kinderen in de bokkewagen. Zie meer daarover op:

http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgesch-enschede-hermen-kamp

 http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgeschiedenis-enschede-deel-1-2-3-en-4

Textiel in Borne.

Tot 1675 was Borne een belangrijk textielcentrum.  Dr. A. van der Aa schrijft in 1840 daarover dat er drie calicotfabrieken staan, een katoenbontweverij, vier spinnerijen, een fabriek voor hennepbrandspuitslangen, twee cichoreifabrieken, een bombazijnfabriek, marseille fabrieken. en nog drie bierbrouwerijen waar men goed bier brouwt.

Marseille is een  gestreepte katoenen stof die in een keeperverbinding is geweven.

Calicot  is genoemd naar de stad in Calcutta  ( officieel Kolkata) het zuidwesten van India. Daar werd een zeer mooie linnen stof geweven.  Deze stof was ongebleekt. In Nederland , met name in Borne, kon men dat later ook.

Jacob Spanjaard werd geboren op 21 juni 1873 te Borne en hij overleed op 16 augustus 1934. Hij was was textielfabriekant. In zijn tijd verschafte hij aan velen werk. Niets wat er in Borne gebeurde ging buiten hem om. Hij kreeg al gauw de bijnaam van de god van Borne.

 

               

 

 

                           Het Israëlisch weekblad 1896.

                          

 

 

Het Land goed ‘Het Weleveld.’

 

                         

 

                 Het landgoed 'Het Weleveld te Zenderen gemeente Borne.

 

Dit landgoed is 140 ha groot. Op dit landgoed vindt men houtwallen, weilanden en prachtige bossen. Een echt Twents coulisselandschap dus. De oude havezate is in 1804 afgebroken. De slotgracht is opnieuw uitgegraven. Het zuidelijke gedeelte van dit fraaie landgoed is opengesteld voor het publiek. Men kan er vrij wandelen en fietsen. Eigenaar is de familie Kwint – ten Cate.

De Bornese beek en de Deurningerbeek doorkruisen het gebied. Deze beken zijn in 1994 voor een deel weer in hun beddingen terug gebracht.  

Havezate Het Weleveld was een grote havezate in het Twentse dorp Zenderen,  gemeente Borne. Het lag aan een belangrijke handelsroute van Deventer naar Osnabrück Door deze ligging van deze belangrijke weg en aan de Bornese beek moest men dan ook tol betalen. De naam Weleveld moet een verbastering zijn  van wolfsveld. In het wapen van Weleveld komt dan ook een wolfskop voor. In de 80 jarige oorlog werd het door de Spanjaarden ernstig beschadigd. Ook het gehele huisarchief is daarbij zoek geraakt.

Voor veel meer over de bewoners van Weleveld zie:  http://www.weleveld.nl/geschiedenis/dagboek.html

 

             

 

                Gevonden in de Oprechte Haarlemsche Courant van 15 - 12 - 1789.

 

                  

 

Zuigelingenzorg Borne staat onder deze fot. Dit stond in de Telegraaf van 30 - 05 - 1928.

Daar de tekst niet goed leesbaar is plaats ik hem hier nogmaals: In Borne wordt een veulen met de flesch grootgebracht daar de merrie weigert haar jong zelf te voeden.

 

Natuuromgeving

 

Borne grenst ten noorden aan het gebied van Twickel nabij Delden, en is daarom rijk aan natuurschoon. Een klein natuurgebied Krikkenhaar is maar 4 ha groot. Het is een gebiedje van natte heide en veen. De ligging is in de buurtschap Tusveld.  De Stroomesch is een stuk groter. Dat beslaat een oppervlakte van 35 ha.. Het is te verdelen in drie gedeelten . het Hertmerveld,  het Voorthertme en het Hemmelhorst.  Het bestaat uit grasland en loofbos. Het Nijreesbos is 230 ha groot, en ligt ten zuiden van Almelo. Dit bos bestaat voornamelijk uit naaldhout.

Kijk voor meer over Oud Borne op:

http://www.oudborne.nl/

http://www.drempelloosopvakantie.nl/tekst/112/Video%20over%20Borne/

Voor Meer vakantie in Borne en wijde omgeving zie: http://www.b9.nl/vakantiehuisverhuur/Overijssel/Borne.htm

 

Literatuur:

De oude dorpskerken boven de grote rivieren, Gre Verheul. Uitgeverij: Den Haan te Haarlem.

Nederland dichterbij, Overijssel. Uitgeversmaatschappij Reader’s  Digest, Amsterdam.

Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden:

Door Abraham Jakob van der Aa.

De kadans der getouwen. Adriaan Buter. Elsevier Amsterdam / Brussel.

http://www.historischcentrumoverijssel.nl/

http://kranten.kb.nl/

Internet. Wikipedia.

                                           ---------------------------------------                       

 

 

                                            Rijssen.           

 

 

De plek waar nu Rijssen ligt was al ver voor onze jaartelling bewoond. Vondsten in de bodem vertellen daarover. Deze vondsten bestaan voornamelijk uit grafheuvels met urnen. Ook vermoed men dat er mogelijk Romeinse nederzettingen geweest. Dit leidt men af uit het feit dat er Romeinse munten zijn gevonden.

De toegang tot de landstreek Twente kon heel lang geleden maar via een aantal plaatsen. Dat kwam voornamelijk omdat er rond Twente een groot aantal moeras gebieden lagen. Op een van die doorgangen tussen die moerasgebieden is Rijssen ontstaan. Op deze plaats is de burcht Beverfeurde ontstaan, die helaas in 1781 is gesloopt. Daar werd later de boerderij ‘De Krans’ gebouwd. Rijssen was ook de tijdelijke verblijfplaats van de bisschop van Utrecht als deze op doorreis was. Daar werd hij voorzien van verse paarden en ook proviand. Rijssen werd vroeger Risnen genoemd. Het kreeg in 1253 stadsrechten de Schilkerk heette vroeger Sint - Dionisiuskerk en was het centrum van het kersspel Risnen. 

 

Textiel in Rijssen, de Jutefabriek.

 

In Rijssen stond vroeger een Jutefabriek van de familie Ter Horst. Deze fabriek ,in 1835 opgericht, was van groot belang voor de werkgelegenheid in Rijssen. Vanuit het westen van het land werd de Jute, afkomstig uit India, China en o a Bangladesh met Reggeschepen , ook wel Zompen genoemd aangevoerd. Per paard en wagen  werd het naar de fabriek gebracht. Met de aanleg van de spoorlijn Zwolle – Rijssen – Almelo kon het via een zijspoor rechtstreeks aan de fabriek worden aangeleverd. .In 1865 ging de fabriek over op stoom. Tevens ging men over op een Jutespinnerij. Men bezat 6 spinmachines en 4 weefgetouwen.

Jute wordt gemaakt van de planten Corchorus olitorius en  capsularis);  Werken in een Jutefabriek was heel ongezond. Jute stof zette zich vast in de longen.

In de 17e eeuw was er in Rijssen al een weversgilde. Dat betekende dat het textielvak al door meerderen werd uitgeoefend. Dat was ook in Goor het geval.

 

 

                  

 

 

Bovenstaande spotprent stond in de Volkskrant in 1906. In de Twentse textiel was er heel veel sociale onrust. Werkweken van meer dan 60 uur waren eerder regel dan uitzondering. De Rijssense bevolking was heel terughoudend in stakingen vanwege het Calvinistische karakter. Toch heeft men daar het werk een keer neer gelegt. Toch is er toen door duizend arbeiders een half jaar lang gestaakt. De verhouding van patroon en arbeiders was in die tijd zeer slecht te noemen.

 

http://books.google.nl/books?id=zHcZG9r6b7MC&pg=PA2212&dq=rijssen&hl=nl&sa=X&ei=VUEmUuzOC6GJ7Aa134CADw&ved=0CFAQuwUwBThu#v=onepage&q=rijssen&f=false

 

De oudste kerk van Rijssen is de Grote – of Schildkerk. Deze stamt uit de 12e eeuw. Zoals de kerk er nu voornamelijk uitziet stamt uit de 15e en of 16e eeuw. In 1826 is de toren ingestort. Circa 1830 is de prachtige neoclassistische gevel gebouwd. Dit ter compensatie van de toren. De zuidelijke zijbeuk is in 1925 gebouwd.

De bevolking van Rijssen is voor het overgrote deel protestants. De grootste kerk is de P.K.N. kerk met circa 10.000 leden. De Gereformeerde Gemeente heeft er circa 6.000.

 

De Pelmolen.

 

De Pelmolen ‘ter Horst’ werd vroeger gebruikt voor het pellen van het graan. Daarbij is een windkracht van minimaal 5 Bft. nodig. De Rijssense Pelmolen is uniek in Nederland omdat het een combinatie is van een olie en pelmolen. De molen is gebouwd in opdracht van Jan ter Horst. De molen lag vroeger op een belangrijk strategisch punt aan de waterweg de Regge en de weg naar Wierden en Nijverdal. De molen is in 1752 gebouwd uit verschillende onderdelen van elders. Toen de elektriciteit in opmars kwam leidde de molen een kwijnend bestaan. In 1913 werd er met de productie gestopt. Jarenlang lag hij er verlaten bij. In 1973 is hij van de ondergang gered.   En in 1975 stond hij weer in volle glorie bij. De molen is vrijwel dagelijks open. Voor meer informatie over de openingstijden kunt u mailen of bellen naar:

 

info@toerismerh.nl of per telefoon: 0548 – 361533.

http://www.depelmolen.nl/

 

Natuur rondom Rijssen.

 

Tussen Rijssen en Wierden ligt langs de Koepelweg ligt een natuurgebied dat de naam Koepel draagt. Dit gebied van 30 ha bestaat uit heide met een bosgebied met graslandjes.

 

Het Landgoed de Biesterije ligt ten zuiden van Rijssen. Het is 50 ha groot. Het is gelegen in een gebied dat vroeger werd gebruikt als leem voor de steenfabrieken. Het bestaat voornamelijk uit hei en loof en naaldbomen. Op het landgoed staat nog een gedeelte van een v 1 lanceerinstelling. Ook is er nog een schietbaan.

Ten zuid oosten van Rijssen , richting Enter, liggen de Groene Kruisbossen. Dit is een gemengd bos van ca. 300 ha groot. Aan de westkant ligt een stuk heideveld. De bossen zijn ca. 1900 aangelegd. Daarvoor moest er eerst een groot deel van de heide worden ontgonnen. In dit gebied bevinden zich nog tal van leemkuilen ten behoeve van de baksteenindustrie.

 

De Borkeld is een schitterend natuurgebied van ca. 300 ha.  Het bestaat uit graslanden , heidevelden, bossen ,waaronder eiken en dennenbossen. Ook komen er de jeneverbesstruiken voor. Archeologisch is De Borkeld ook interessant. Verschillende grafheuvels  en urnenvelden vertellen ons dat er voor onze jaartelling al mensen woonden. Het gebied ligt tussen twee stuwwallen in. Stuwwallen die zijn ontstaan in de laatste ijstijd. Door menselijke activiteiten in de loop der eeuwen is er prachtige diversiteit aan natuur ontstaan.

 

Wandelen in de omgeving van Rijssen:

 http://www.wandelzoekpagina.nl/wandeling/groene-wissel-rijssen/13697/

http://www.regiocanons.nl/overijssel/twente/rijssen/burenruzie-

 

Oude film over Rijssen:

http://www.ustream.tv/recorded/13459680

 

Oude ansichten Rijssen:

http://www.inoudeansichten.nl/ansichten/rijssen/p25715-rijssen.html

 

Kerken:

Deze Hervormde kerkgemeenschap heeft circa 2600 leden.

http://www.ontmoetingskerkrijssen.nl/index.php/nl/

 

Het Rijssens mannenkoor.

http://www.youtube.com/watch?v=2ntgTKyq-As

 

Ongelukken.

 

Een windhoos.

Even buiten Rijssen heeft men een windhoos waargenomen, zo hevig als nog nooit aldaar is voorgekomen. De luchtstroom, die met een ontzettend geruis gepaard ging, kwam van uit het zuidoosten, ging het zuiden door en draaide toen om Rijssen heen, naar het westen, waar hij tegen de heuvelrij Markelo - Ommen stuitte en onder nog groter geraas eindigde.

Alles wat zich op zijn weg bevond werd grotendeels vernield; zoo werd het dak van het woonhuis van de wed. W. geheel weggerukt, een paard en wagen omvergeworpen en bomen afgeknakt Ook het hooi, dat zich buiten bevond, moest het ontgelden: grote hoeveelheden werden opgenomen en in de lucht verspreid. Als door een wonder zijn geen persoonlijke ongelukken voorgevallen.

Nieuwsblad van het Noorden

21-07-1896,

 

 

Een treurig ongeluk had Dinsdag morgen te Rijssen plaats. Een zandtrein uit Apeldoorn moest kruisen met den personentrein, die te 722 van Almelo aankomt.

De kortste werd daarom op een zijspoor gereden, waarop zich echter een losse wagen bevond, die naar men zegt door onbevoegden te ver was opgeschoven, waardoor de zandtrein niet behoorlijk kon passeren. Ongelukkig zaten op een der wagens twee arbeiders met de benen naar buiten waardoor deze lichaamsdelen met kracht tussen de wagens beklemd raakten, met het treurig gevolg dat ze als het ware werden verpletterd.

Dr. Imroink te Rijssen verleende de eerste geneeskundige hulp, waarna korten tijd later dr. de Vlieger uit Almelo arriveerde om de amputatie te verrichten. Bij beide ongelukkigen moesten de beide benen worden afgezet; dc toestand vooral van den een is zeer gevaarlijk.

Nieuwe Tilburgsche Courant

23-07-1896,

 

Literatuur:

De kadans der getouwen.

Overijssel. A.N.W.B.

Kijk op Overijssel.

Nederland dichterbij. Overijssel.

Groene Gids Overijssel.

 

                      

                                               Delden.               

 

 

 

               

 

                                                   Kasteel Twickel.

 

Een zeer fraaie foto van het kasteel met tuin. Foto Bert van de Haar.

                                                                              

 

 

Delden, een klein dorpje. Maar wat voor een. Het oude vestingstadje is omringd door een schitterende omgeving. Eerst iets over het stadje zelf. Delden werd al genoemd in het jaar 1036. In dat jaar schonk de Bisschop Meinwerk ( circa * 975 – vermoedelijk te Renkum geboren en overleden te Paderborn op 5 juni 1036, Delden aan het Duitse Paderborn. Delden stelde toen niet veel voor. Het was een kleine buurtschap. In de 13e eeuw ontstond er een nederzetting door de komst van verschillende koop en ambachtslieden.

 

Delden had twee stadspoorten. De Woolderpoort ten oosten, en de Goorsepoort ten westen van de stad. Van dit alles is niets meer over. Wel is het te zien op een kaart van Jacob van Deventer. Wel is het oude stratenpatroon bewaard gebleven.

 

                   

 

Een schitterende foto, genomen vanaf de watertoren in Delden. Het kasteel ligt in een oase van groen. Zover je kunt zien zijn er bossen. Een fraaie foto van Bert Schuite.

 

 

In een paar oude boeken vond ik het volgende over Delden vermeld:

 

De gemeente Ambt Delden die uit een zevental buurschappen om het stadje bestaat bevat 3200 inwoners en calicot en linnenweverijen klompenmakerijen enz. Bezienswaardig is het bij Delden gelegen uitgestrekte landgoed Twickel met een prachtig bos behorende aan het geslacht der van Heeckerens.

 

De gemeente ambt Delden heeft enige zeer vruchtbare essen die door fraai gelegene buurtschappen ingesloten worden. De voornaamste dier buurtschappen zijn Azelo, Bentelo,  Deldenerbroek, Deldeneres, Hengevelde, Wedehoen of Wiene en Zeldam. De inwoners 3,050 in getal leven hoogst eenvoudig. Zoo bestaan de huizen te Zeldam gewoonlijk alleen uit ene ruime huiskamer waaraan ene kleinere alleen tot slaapvertrek gebruikt wordende is toegevoegd. Op den vloer van het laatstgenoemde werden vroeger altijd de bedden uitgespreid en alle leden des huisgezin’ s genoten nevens elkander gelegen de verkwikkingen der rust. Of deze plaatsing der legersteden nog in gebruik zij durven wij niet beslissen. Algemeen staat de bewoner van Zeldam in de omstreken als een zonderling bekend.

 

DELDEN insgelijks ene open stad aan den straatweg tussen Oldenzaal en Goor bestaat bijna geheel uit ene lange straat. Het werd in 1583 door de ruiters van Pruisen bijna geheel verbrand. Men vindt te Delden een stadhuis een hervormde en ene roomse kerk. Naar de zijde van Hengelo ligt de voormalige Havezate Twickelo, ene der schoonste lustplaatsen in de provincie. Het getal inwoners van het stadje bedraagt 1500 zielen. Delden heeft met Borne en Hengelo een departement der Maatschappij Tot nut van t Algemeen hetwelk 38 leden telt.

 

De gemeente Ambt Delden die uit een zevental buurschappen om het stadje bestaat bevat 3500 inwoners en calicot en linnenweverijen klompenmakerijen enz.  Bezienswaardig is het bij Delden gelegen uitgestrekte landgoed Twickel met een prachtig bos behorende aan het geslacht der van Heeckerens.

 

Aardrijkskundig Handboek van Albert von  Sack en Jan Jakob Kreenen.

 

ZW0LLE VAN HOOGSTRATEN & GORTER 1 8 6 9.

 

Uit de Beschrijving der Nederlanden: Drukkerij J.H. Laarman te Amsterdam 1841.

 

 

Het Ambt Delden is circa 8500 ha groot. Op dit grondgebied staat het prachtige kasteel Twickel. Dit is in een vroeg – renaissancestijl gebouwd. Het heeft prachtige erkers. De mooie zware hoektoren is uit 1551. Bij de ingang van het kasteel staan op de zuilen, boven de ingang, Adam en Eva afgebeeld met daarbij de boom van de kennis van goed en kwaad. In de eerste helft van de 17e eeuw is de linkervleugel gebouwd die in 1690 is voltooid. Het traptorentje aan de rechtervleugel dateert uit 1847.

 

                                          

 

Detail van een foto van de hoofdingang van het kasteel. Fotoarchief Bert van de Haar.

 

 

Het Ambt Delden is een schitterend gebied. Het is rijk aan een overweldigend natuurschoon. Eeuwenoude bossen, met hier en daar de karakteristieke Twentse boerderijen. Het landgoed Twickel is 4000 ha groot en bevat zo’ n 150 boerderijen. Het gebied wordt afgewisseld met akkers, weilanden, bossen, vennen en heidevelden. In het jaar 1347 was er een Herman van Twickelo die de basis legde voor dit prachtige landgoed. In de bossen staan eeuwenoude loofbomen. Het eikenbos wordt wel een gerekend tot het grootste van Europa. De eikenbomen zijn van zeer bijzondere kwaliteit en daardoor zeer geschikt als timmerhout. Dit hout is dan ook te koop bij de oude zagerij van de houtzaagmolen.

 

 

           

 

 

Een ver familielid van mij, Carel Johannes Schoppink, moet, volgens mijn neef Bertus de Jongeburcht, nog op het kasteel hebben gewerkt, gediend, Hij moet in de stad Delden zijn overleden.  Hierboven de paardenstallen. Foto Bert Schuite.

 

 

 

                  

 

                                     Het koetshuis. Foto Bert Schuite.

 

De Twickelervaart werd in 1771 gegraven in opdracht van Carel George van Wassenaer. Het vervoer over land van houtproducten en textiel vond hij nogal omslachtig. Op deze manier kon hij het landgoed Twickel verbinden met de toenmalige Zuiderzee. De vaart was niet zo diep. Het werd daarom bevaren door platbodemschepen, de zogenaamde Enterse zompen. Er werd nabij de houtzaagmolen een klein haventje aangelegd.

 

Zie voor meer hierover op:

 http://www.twickel.nl

 

http://www.carelshaven.nl/?rubriekId=1807

 

http://www.zaagmolen.nl/geschiedenis/

 

 http://www.youtube.com/watch?v=D9u15VlTo5Q

 

W. O. 2.

In de Tweede wereldoorlog stortte er op 20 - 01 - 1945 nabij het café De Witte de Tempest V neer. Met aan boord P/O J. S. Feruson.

Uit de oude bladen.

 

 

                      

Graafschapbode 02 - 03 - 1928.

 

DELDEN.

 

Stad- en Ambt-Delden hebben deze week van onweersbuien te lijden gehad. Werd in de stad eene koe doodelyk getroffen ; in 't Ambt sloeg de bliksem in de landbouwerswoning, bewoond door de wed. ter Haar. Alleen het vee werd gered. Alles was verzekerd.

 

De Graafschapbode. 27 – 08 – 1892.

 

 

GOOR.

 

Voor de betrekking van onderwijzer te Wiene, gem. Ambt-Delden hebben zich vier sollicitanten aangemeld. — De Vrijdag alhier gehouden paardenmarkt was zeer druk bezocht. Naar men zegt waren niet minder dan 1800 paarden aangevoerd, waarin goede handel was, zoodat er velen verkocht werden.

 

De Graafschapbode 24 – 12 – 1892.

 

POLITIE.

 

Tusschen den 2den en 3den dezer zijn in het ambt Delden , door middel van buiten- en binnenbraak met behulp van een centerboor , ontvreemd : 30 servetten , gemerkt UTH&GTH. 3 fijne damasten tafellakens , gemerkt H T H. Eenige beddelakens gemerkt G T H. Een gouden hals kruis met zwarten band. Een metalen standaard voor een uurwerk, voorstellende een Franciscus-beeld met een kruis.

 

Arnhemsche Courant 12 – 10 – 1850.

 

  

                                              Tubbergen.                         

 

                                                 

                                                        

                                    

 

 

De gemeente Tubbergen is de kern van meerdere dorpen. Met de wijzers van de klok mee zijn dat: Vasse, Haarle, Reutum, Fleringen, Albergen, Maria Parochie, Geesteren, Langveen, en Manderveen, Hezingen.

 

De  oudste tekenen van menselijke bewoning in de omgeving van Tubbergen is van het trechtbekervolk. In de omgeving van Tubbergen – Mander zijn in een boerenschuur sporen gevonden  van een hunebed van  13 meter lang  en circa 2 meter lang. Ook zijn daar tal van voorwerpen gevonden die men aan de dode mee wenste te geven. Hieruit blijkt dat het om een bestendige bewoning ging.

 

Abraham Jacob van der Aa schrijft in zijn Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden dat sommigen beweren dat keizer Tiberius Augustinus het dorp moet hebben gesticht en zijn naam aan moet hebben verleend. Meer waarschijnlijk , zo schrijft van der Aa dat de naam is af te leiden van het woordje Thou, dat in het Angel – Saksisch aan’, betekend , en bergen aan.

 

 

 

De Pancratiuskerk

 

De Pancratiuskerk te Tubbergen is gesticht  in circa 1276 door de kerk van Ootmarsum. Zie ook op: http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgeschiedenis-twente-deel-1-2-en-3

 

De oude kern van het dorp is omstreeks het begin van de 14e eeuw ontstaan. Mogelijk was dit dichtbij het Hof van Tubbergen, het latere bekende Eeshof. Hier werd in 1576 de reeds bestaande kapel verheven tot parochiekerk. Op 6 januari werd de kerk, na een grondige restauratie, verheven tot Basiliek. In de kerk is veel fraais te zien. O.a. de fraaie gebrandschilderde ramen waaraan vijf generaties  van het glazeniersbedrijf van Diego Semprum Nicolas hebben gewerkt.  Zie voor meer daarvoor op: http://www.hpancratius.nl/

 

 

 

De Nederlands hervormde kerk.

 

 

 

De Nederlands hervormde P. K. N. kerk is een eenvoudige zaalkerk in de neoclassistische stijl, gebouwd in 1811 en in 1931 vergroot. De preekstoel dateert uit 1519 en het orgel is uit 1789. Tijdens de Hervormingen kerkten de Hervormden in de St – Pancratiuskerk . Maar in 1811 moesten deze de kerk weer over dragen aan de Room Katholieken. De Hervormden namen de preekstoel en het orgel mee naar hun nieuwe gebouw. Zie voor meer hierover op:   http://www.pkn-tubbergen.nl/page/Historie

 

 

Het aantal R. K kerkleden bedroegen in circa 1845 ruim 5000. Het gaat dan om de dorpen Tubbergen, Albergen, Geesteren, Vasse en Reutum. De Hervormden hebben er circa 160. Het gaat dan om Tubbergen en Bruinehaar.

 

http://books.google.nl/books?id=OEgFAAAAYAAJ&pg=PA324&dq=tubbergen.&hl=nl&sa=X&ei=U-7fUZaNGYThOuOCgegO&ved=0CGAQuwUwCTgy#v=onepage&q=tubbergen.&f=false

 

 

                                       

 

   

  Herman  Johannes  Aloyis  Maria  Schaepman. *2 maart 1844 - † 21 januari 1903

 

Schaepman was een Tubbergenaar  die grote bekendheid had, niet alleen in Nederland, maar ook ver daarbuiten.

 

Herman  Johannes  Aloyis  Maria Schaepman is op 2 maart 1844 in Tubbergen op de Havezate ‘De Eeshof’ geboren. Hij kwam uit een Rooms Katholiek gezin. Hij volgde een priesteropleiding aan het klein seminarie in Culemborg en op het groot seminarie te Rijsenburg bij Driebergen. Maar Herman was daar niet tevreden mee. Hij Studeerde te Rome waar hij in 1869 tot Doctor in de Theologie promoveerde. In 1870 keerde hij terug naar het seminarie te Rijsenburg onder Driebergen aan de Utrechtse Heuvelrug waar hij was benoemd als professor in de kerkgeschiedenis. In 1883 verleende de universiteit van Leuven ( België) hem het eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren toe.

 

De betekenis van Herman Schaepman is van grote betekenis geweest voor de Rooms Katholieke bevolking van Nederland. De Rooms katholieke bevolking hield zich in die tijd nauwelijks bezig met levensterrein van de politiek. Als hij in 1880 wordt gekozen in de Tweede kamer komt hij in contact met Abraham Kuyper.  Had Kuyper  het gereformeerde volksdeel wakker geschud en deze een stem gegeven in de Tweede Kamer, hetzelfde deed Schaepman. Schaepman zocht de samenwerking met Kuyper. Dat resulteerde tot het christelijke kabinet o.l.v.  Æneas baron Mackay. In 1901 behaalden de confessionelen een ruime meerderheid.  Met steun van Schaepman kwam het kabinet Kuyper tot stand.

 

Schaepman was verder ook een behoorlijk dichter. In Tubbergen staat een groot standbeeld van hem. Hij overleed op 21 januari 1903 te Rome op 58 jarige leeftijd.

 

In Tubbergen is ook een wandelroute naar hem vernoemd. Op deze route komt u langs diverse bezienswaardigheden die betekenis hebben met Herman Schaepman.

                                            

Natuurgebieden in de gemeente Tubbergen.

In de jaren 1935  -  1940 is in de gemeente Tubbergen voor circa 750 ha. woeste grond ontgonnen om geschikt te maken voor de landbouw. Dit in het kader van de werkverschaffing voor werklozen in die tijd. Of het toen ook nodig was daarover waren de meningen verdeeld.  Natuurbeschermers stonden in die tijd soms met de rug tegen de muur.

 

Herinckhave.

Het landgoed op deze havezate is 65 ha. groot. Het gebied, dat nabij het dorp Fleringen ligt, bestaat voornamelijk uit loofbos. De paden zijn opengesteld voor het wandelend publiek. Maar niet in de omgeving van het Huis  Herinckhave.  Er bevinden zich op het landgoed een aantal niet meer in werking zijnde boerderijen. Wilt u meer weten over Het landgoed Herinckhave? Kijk op: http://www.herinckhave.nl/  .

 

Moerasbos.

Het moerasbos bij Reutum is 66 ha. groot. De Slenk bezit een aantal natte graslanden. Deze zijn vochtig  door het kwelwater. Er bevinden zich daardoor verschillende planten. Het gebied wordt beheerd door het Staatsbosbeheer.

 

Vasse.

Ten zuiden van Vasse liggen de  Vasserheide en het Vassergrafveld is maar 30 ha. groot. Uiteraard is het Vassergrafveld  van grote archeolische waarde. Dit zijn grafheuvels van 4000 en 2500 voor Christus. Ze zijn dus circa 6 a 7 duizend jaren oud. Bij de grafheuvels zijn ook enkele gewone graven gevonden. Het geheel is  aangewezen als Rijksmonument. Het geheel wordt beheerd door het Overijssels Landschap.

Vasse zelf is niet zo oud. Men denkt dat het in de 192 eeuw is ontstaan. Het ligt tegen de Vasser Es aan gebouwd. Nabij, ten zuiden van Vasse, treft men de watermolen ‘De Mast’ aan. Dit is een bovenslagmolen. Dat betekend dat de molen lager ligt dan de oorspronkelijke waterbron. Het water komt via een goot op het molenrad terecht. In de nabijheid van de watermolen staat nog een 19e eeuwse boerderij met daarbij een 18e eeuwse bakhuis en  schuur.

 

Uit in Vasse.

http://www.tantesien.nl/ 

 

Langeveen.

 

Als je in de buurt  van dit in de 19e eeuw ontstane dorp, en je wil heide zien, dan kan dat. Westelijk van dit agrarische dorp ligt een veengebied met heel veel heide, de Engbertsdijksvenen. Het gebied is circa 1000 ha. groot. Het is een overblijfsel  van het grote veengebied dat ooit Noord en Oost Nederland bedekte. Het is eigendom en wordt beheerd door Staatsbosbeheer. In dit gebied zijn diverse wandelroute’ s uitgezet.

 

Geesteren.

 

Ten zuiden van het dorpje Geesteren ligt het Schultenwolde. Dit natuurgebied van 58 ha. bestaat uit circa 40 ha. uit bos, en een gedeelte met heide. Het is particulier eigendom Tijdens het broedseizoen zijn de paden etc. gesloten. De rest van het jaar is het alleen het betreden van de paden toegestaan.

 

Albergen  en Harbrinkshoek.

 

Tussen Albergen en Harbrinkshoek ligt een klein bosgebiedje van 2 ha. Er is een meertje met mooie oeverbegroeiing. Het wordt beheerd door het Staatsbosbeheer.

 

 

Uit de oude bladen.

                                    

 

                   

 

 

 

 

Zie voor meer over Tubbergen op:  http://www.plaatsengids.nl/tubbergen

 

Literatuur:

 

Overijssel,  Capitool Reisgidsen.

 

Groene Gids Overijssel.

 

Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden:  Dr.  A. J. van der Aa.

 

Nederland Dichterbij. Reader’ s  Digest.

 

Natuur en Wandelgebieden, Vereniging Natuurmonumenten.

Wikipedia.  

                        

 

                                        Denekamp.          

  DeDinkelbijDenekamp-1.jpg

 De Dinkel bij Denekamp.

 

 Afbe.jpg

 

Even voorbij De Lutte ligt Denekamp. Het dorp ligt in een prachtige omgeving van mooie bossen en schitterende Saksische boerderijen. In 1963 zijn er te Denekamp archeologische opgravingen gedaan. Daarbij zijn o. a. een aantal kraagflesjes en een schaal gevonden. Dat stamt uit de periode van het trechterbekervolk  ongeveer 4350 tot 2800/2700 v. Chr.

Wie Denekamp zegt, zegt Singraven. Mogelijk betekent Singraven het vergraven of verleggen van de Dinkel.

Denekamp werd in 933 Daginghem genoemd. Mogelijk afkomstig van Dano of Dago.                              

Dr. A. J.  van der Aa noemt ook nog de namen Denechem en Denecham . De laatste moet, volgens hem, de juiste zijn. Zie: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Deel 3.

Singraven is een oude havezate welke al werd genoemd in 1382. Men beweerd dat de naam Singraven is ontstaan door het verleggen van de Dinkel. Dit om meer kracht te krijgen voor de watermolen.  De Twentse adel woonde er graag. Het kasteel komt al voor in de documenten in 1382. Gerhard Sloet bouwde er in 1650 een nieuw huis. In de loop der tijden is er wel wat aan verbouwd tot wat het nu is. De toren is echter rond 1660 gebouwd.

Het Jonkershuis is in 1665 gebouwd. Het is het enige wat er nog over is van het Huis Brecklenkamp wat in 1392 al wordt genoemd.

 

                                          

 

           

 

De watermolen bij Singraven. Fotoarchief familie van de Haar.

 

Verder moeten we toch vooral niet die prachtige watermolen vergeten. Een schitterend stukje vakmanschap. Het is een zogenaamde onderslag watermolen. Onderslag watermolen betekend dat het water tegen de onderkant van het scheprad komt. De watermolen is geschikt voor twee functies. Links kan hij koren vermalen en olie produceren. Rechts kan hij hout zagen. Al in 1450 wordt hij genoemd. Uiteraard staat hij aan de Dinkel. In 1544 is hij herbouwd, in de 17e eeuw en in 1922 nog een keer. Geen wonder dat de Nederlandse schilder  Meindert Hobbema , leerling van Jacob van Ruisdael, (1638 - 1709),  er twee schilderijen van heeft gemaakt, welke hangen in het Louvre in Parijs en in het National Galery in Londen. Ik ben er jaren geleden geweest. Dat was in de tijd dat de Rododendrons bloeiden. En oh, wat was dat mooi.

Maar Denekamp heeft veel meer. De R. K. Kerk  werd in de 13e eeuw gebouwd. Uiteraard met de bekende Bentheimer zandsteen. De toren is uit de 15e eeuw. Daarin hangen 15e en 16e eeuwse klokken.

 

Het Klöpkeshoes.

 

Het Klöpkeshoes is een Saksisch vakwerkhuisje. Klöpkes waren gelovige vrouwen. Die leefden niet in een klooster. Zij deden veel aan gebed en aan liefdadigheid. Na de Hervorming hadden zij een beperkte geloofsvrijheid. s’ Meestal hielden zij in de nacht hun gebedsdiensten. De naam Klöpkes kregen ze door in de nacht bij de Rooms Katholieken op de deur te kloppen om daarmee hen op te roepen om naar de dienst te komen.  Het Klöpkeshoes is voor het publiek geopend.

 

De Bergvennen.

 

De Bergvennen bij de buurtschap Lattrop zijn van zeldzaam grote schoonheid.. Het gebied bestaat uit 80 ha heide en naaldbos. Daarin liggen een aantal vennen. Het geheel behoren tot de mooiste van Twente. Er is een wandelgebied uitgezet door het Overijssels Landschap.

 

Natura Docet.  

 

J.B. Bernink was schoolmeester in Denekamp. Hij hield veel van de natuur. Na een aantal jaren had hij dan ook een hele verzameling in zijn huis bijeen gebracht. Daarnaast heeft hij tal van oude Twentse gebruiken  opgespoord. In het museum vindt men ook tal van opgezette dieren uit diverse landen.

VIDEO - Excursie 'Natuur Historische Vereeniging' aan ruïnes Huis te Breckelenkamp – 1938.

Film: http://www.breckelenkamp.nl/home/categorieen/media/item/343

 

Kijk voor meer over Denekamp op: http://www.plaatsengids.nl/denekamp 

 

Literatuur:

Kijkop het groene Overijssel.

Kijk op Overijssel.

Natuurgids Natuurmonumenten.

Groene Gids Overijssel.

Wikipedia.

 

                                             Ootmarsum.            

 

                                      

      

     

                         

 

Bron. http://kranten.kb.nl/

 

Ootmarsum, wie kent het niet? Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik er niet vaak ben geweest. Maar ik was ook al op mijn 25e weg uit Twente. Toch herinner ik mij dit fraaie stadje nog wel hoor. Maar wat weet ik er eigenlijk nog van? Alleen dat het heel mooi en ook heel oud is. En dat het een schitterende omgeving heeft. Maar daar houd het dan wel mee op. Dus toch maar eens mijn licht opsteken in diverse bronnen.

Stuwwal en kerk.

Ootmarsum is gebouwd op een stuwwal.

http://books.google.nl/books?id=zHcZG9r6b7MC&pg=PA2297&dq=ootmarsum&hl=nl&sa=X&ei=e728UfylI8buObvogJgK&ved=0CEMQuwUwBDhG#v=onepage&q=ootmarsum&f=false  

http://books.google.nl/books?id=AcoUAAAAIAAJ&pg=PA212&dq=ootmarsum&hl=nl&sa=X&ei=v8C8UYLMDoTSOeKUgNgN&ved=0CGIQuwUwCTha#v=onepage&q=ootmarsum&f=false                                                                                                                     

Otmar en Marcellinus.

 

Afbeelding1-3.jpg

 R. K.Kerk te Ootmarsum.

In het jaar 126 na Christus moet Ootmarsum zijn gesticht door de Frankische koning Othmar. Hij noemde het Othmarsheim. Heim betekent huis. Othmars huis. Rond 770 kwam de evangelist Marcellinus er met zijn helpers en bouwden daar een houten kerkje. Op deze plaats staat nu de R.K. Kerk. Marcellinus was waarschijnlijk door Lebuïnus gezonden. Ook kwam met hem mee de diaken Adelbert. Marcellinus, ook wel Marchelm genoemd, was niet alleen in Twente werkzaam, maar ook in Drente. Hij was in 740 tot priester gewijd, en is rond 775 overleden. Hij heeft gewerkt te Deventer, Oldenzaal, Coevorden en Markelo. In Boekelo is een parochiekerk naar hem genoemd.

Ootmarsum lag rond 700 aan een kruispunt van wegen. Het was dus niet voor niets dat Marcellinus en de zijnen deze plek hadden uitgekozen voor hun arbeid. Het lag aan de belangrijke handelsweg van West – Nederland naar Noord – Duitsland. Deze handelsweg werd gekruist door de handelsroute van de Noord – Zuid verbinding. Die liep via Coevorden Hardenberg. Mede daardoor is er te Ootmarsum een levendige handel en nijverheid ontstaan. Vanuit Ootmarsum zijn er in de wijde omgeving diverse kerkjes gesticht. Te weten in Almelo in 1236, Tubbergen circa 1280, Denekamp circa 1150, onder de zorg van Ootmarsum viel voordien het vrijwel gehele Noordoosten van Twente. Ook Uelsen, Veldhuizen en Emmelenkamp vielen daar vermoedelijk onder. Deze plaatsen lagen in het graafschap Bentheim (Dld). Ook daar zijn vanuit Ootmarsum gemeenten gesticht. In ieder geval in Uelsen.

 VlggelnOotmarsumin1921.JPG

 

Oude afbeelding van Ootmarsum met Kerk.

 

 

Bisschop Radboud overleden.

De Tielse Kroniek uit de lage landen, het Chronicon Tielense verteld dat de 14e Bisschop van Utrecht, Radboud een Fries was van geboorte. Hij moet, volgens de geschiedschrijver een zeer wijs en geleerd man zijn geweest. Zijn preken blonken uit door zijn profetische voorspellingen. Omdat hij op de vlucht was voor de overvallen van de Denen (Noormannen) , had hij de Bisschopszetel verplaatst naar Deventer. In het jaar 917 was hij enige in Ootmarsum. Daar werd hij ziek. Hij is op 29 november in het jaar 917 overleden. Hij overleed gelukzalig in de Heer, vermeld de eerder genoemde Kroniek. Door de geestelijkheid en de bevolking is hij naar Deventer gebracht. Daar is hij met passende eer begraven. Zoals deze Bisschop eerder had voorspeld werd hij opgevolgd door Balderik als 15e Bisschop van Utrecht.

 

Oorlog in Twente.

Otto van Rieneck was graaf van Paltz en burggraaf van Bentheim. Deze Otto had begerig zijn oog laten vallen op Twente. Hij kwam met een groot leger.                                                        

Bisschop Hardbert van Bierum ( † 1150) liet dat niet over zijn kant gaan. Bij Ootmarsum troffen zij elkaar. Tijdens gevechten bij Ootmarsum wordt Otto van Rieneck door het leger van de Bisschop gevangen genomen en te Utrecht opgesloten. Er gebeurde daarna nog veel meer, maar dat valt buiten het bestek van dit verhaal. Maar wees gerust. Bisschop Hardbert van Bierum ontslaat na enige tijd Otto van Rieneck uit de gevangenis.

In 1196 kregen Bisschop Boudewijn en Folker van Coevorden het met elkaar aan de stok. Aan weerszijden viel er veel schade te incasseren. De Bisschop zinspeelde op wraak. Hij bracht een enorm groot leger op de been. Otto van Gelre was beschermheer van Folker. Hij viel de Veluwe binnen en sleepte daar heel veel buit vandaan. Otto, daarentegen, liet het er niet bij zitten en viel Ootmarsum aan. Het Twentse stadje werd volledig verwoest. Ootmarsum behoorde toen bij het bisdom Utrecht. Ook Deventer moest het nog ontgelden. Nu was er een Hendrik van Brabant die de oorzaak moet zijn geweest van deze oorlogsellende. Deze erkende schuld, en kon beide partijen met elkaar verzoenen. Maar o a Ootmarsum was het kind van de rekening.

 

De tachtigjarige oorlog.

Het stratenpatroon van het oude stadje is ontstaan vlak na 1265. In dat jaar kreeg Ootmarsum stadsrechten van de Bisschop van Utrecht. Vanaf dat moment mocht men aarden wallen en grachten aanleggen. Ook werden er twee stadspoorten gebouwd.  Maar deze zijn in de 80 jarige oorlog weer afgebroken. Het verhaal gaat dat Prins Maurits de stad had veroverd op de Spanjaarden. Maar na enige tijd zette de Ootmarsumse bevolking de stadspoorten weer open voor de Spanjaarden. Prins Maurits was hierover behoorlijk ontstemd. In 1597 kwam hij terug met zijn leger, en verjoeg de Spanjaarden. En direct daarna gaf hij de opdracht om de stad te ontmantelen. Dit was de straf voor de ongehoorzame burgers van Ootmarsum. Door deze straf voorkwam Prins Maurits dat Ootmarsum weer als versterkte stad in Spaanse handen zou vallen. Hoewel de stad behouden bleef voor Prins Maurits, is zij niet mee gegaan in de Reformatie. De R.K. Kerk is een echte hallenkerk. In de kerk bevinden zich tal van kostbare siervoorwerpen. Er bevind zich een oude grafkelder. Het orgel is uit 1844.

 

Sloop van de toren van Ootmarsum.

Het besluit om de bouwvallige toren van Ootmarsum af te breken is genomen op 13 december 1838 op het gemeentehuis te Ootmarsum. Besloten werd de toren tot zover af te breken zodat het niet meer gevaarlijk voor de directe omgeving. Men had daarvoor ene G. Hagels uit Gildehaus Dld. laten komen om de toren te onderzoeken. Volgens hem zou het beter zijn de toren geheel af te breken en de kerk van een nieuw front te voorzien. Er ontstond na de afbraak een zeer grote berg puin van Bentheimer zandsteen. Het gemeentebestuur is bezig geweest om het puin aan te bieden aan de Provincie, dit ter verbetering van de weg van Almelo naar Ootmarsum. Maar er was ook particuliere belangstelling. Het puin bleek later toch nog een behoorlijk bedrag te hebben opgeleverd, waardoor het huidige torentje kon worden gerealiseerd. Het huidige torentje is een ontwerp van de stadsarchitect uit Deventer, dhr. Loman.

 

Textiel in Ootmarsum.

Of er in Ootmarsum ook iets van textielnijverheid op grote schaal is geweest is mij niet bekend. Er zal uiteraard wel huisnijverheid zijn geweest. Wie deed dat niet vroeger. Toch vond ik er wel een berichtje over. In 1636 werd er in Ootmarsum een weversgilde opgericht. In de gildebrief stond dat het verboden was om van buiten de stad Ootmarsum in te voeren.

 

Verzetsgroep Kring Ootmarsum 1940 - 1945.

Deze verzetsgroep van Ootmarsum werd opgericht in de boerderij van de familie Evers in Hezinge. Na enige tijd waren er wat bouwactiviteiten bij de boerderij van de familie Braakhuis. Ook nabij de boerderij van de familie Evers werd een munitiedepot gebouwd. Daar werden een paar silo’ s gebouwd. Dat zal mogelijk wel nodig zijn geweest. Maar deze bouwactiviteit was een soort van camouflage, want er werden ook een munitiekelder, compleet met slaapplaatsen etc. gebouwd. Men werd van militair materieel voorzien door droppingen door de geallieerden. Helaas is na enige tijd bij een overval van S D Sicherheitsdienst van de Duitsers op de boerderij van de familie Evers ook het munitiedepot ontdekt. De familie Evers was op dat moment grotendeels buitenshuis. De gehele boerderij werd een grote puinhoop. Die mogelijk wel thuis was, was Jan en Bernard Evers en enkele onderduikers, waaronder Geert Schoonman. Want enige tijd daarna pleegt de verzetsgroep Ootmarsum een overval. Het Bevrijden van Jan Evers ging voorspoedig. Maar bij de bevrijding van Geert Schoonman en Bernard Evers ging het mis. Deze twee werden op 12 oktober 1944 gefusilleerd op de vliegbasis Twente. Geert Schoonman was één van de grote krachten in de verzetsgroep van Enschede.

 

Zie daarvoor meer op:

 

http://hennepe.jouwweb.nl/geert-schoonman-een-grote-verzetsheld

http://hennepe.jouwweb.nl/harry-saathof-een-grote-held-uit-glanerbrug

 

 

Het Springendal.

 Het Springendal, dat ligt ten noorden van Ootmarsum, dat bestaat uit naald en loofbossen, heide, weilanden en akkerbouw, ligt in een prachtig heuvelachtig gebied. Er staan in dit gebied twee oude boerenhoeves die uitstekend passen in het landschap. Dit gebied, dat wordt doorkruist door een aantal beekjes, is het eigendom van Staatsbosbeheer.

De Nederlands Hervormde Kerk stamt uit 1810. In deze kerk staat een fraai Bernerorgel uit 1810. De preekstoel is nog ouder. Die is van 1614.

Ootmarsum heeft nog tal van waardevolle monumenten binnen haar grenzen. In totaal 30 Rijksmonumenten zijn er te bewonderen. Dat Ootmarsum mooi is dat vond ook de bekende schilder Jacob van Ruisdael .

 

Berndt Blijdenstein.

Ene Berndt Blijdenstein kwam van Burgsteinfurt, dat door de keizerlijke troepen was verwoest, naar Ootmarsum. Dat was in 1635. In Ootmarsum oefende hij het vak van hoedenmaker uit. Een kleinzoon van hem, Berendt, ging in 1690 naar Enschede. Daar was hij fabriceur. Van hem stamden de latere leden van de Blijdenstein’ s af. Meer over de familie Blijdenstein op: http://www.achteruitkijkspiegel.nl/geschiedenis/bekijkbijdrage.shtml?id=16283

 

Bekende Nederlander die in Ootmarsum aan de Latijnse school studeerde was  H. Goeman Borgesius (1847-1917): Zie: http://www.regiocanons.nl/overijssel/twente/ootmarsum/de-latijnse-school

 

Openlucht museum Ootmarsum.

http://www.openluchtmuseumootmarsum.nl/ 

 

Uit de oude kranten.

                                   

                                               Telephonie.

Met 3 Sept. Wordt het Rijks – telephoonkantoor te Ootmarsum toegelaten tot het telephoonverkeer met de Duitsche  telephoonnetten, welke tot de telephoongemeenschap met Friezenveen zijn toegelaten.

 

Kijk voor meer over Ootmarsum op : http://www.plaatsengids.nl/ootmarsum

 

Literatuur ;

Enschede 1940 - 1945. T. Wiegman, Stadsarchivaris gemeente Enschede.. Uitgeverij van den Berg - Enschede. 

Het Licht op de Kandelaar.

Ds. I de Wolff.

http://kranten.kb.nl/

Twaalf eeuwen Katholiek Twente.

Uit Twente' s verleden. Dr. G.J.M. Bartelink.

G.J.I. Klokhuis.

Kroniek van Nederland.

Nederlandse Religie Geschiedenis

Joris van Eijnatten en Fred van Lieburg.

Kerkelijke verhoudingen in Nederland voor de Reformatie.

Drs. R. R. Post.

Nederlandse Kerkgeschiedenis

Dr. Otto J. de Jong.

                                                                    

                          -------------------------------------------------

   

                                                  De Lutte.           

 

De Lutte. Ooit één van de machtigste Marken van het gewest Twente. Nu een klein dorpje. Maar o, wat is het er mooi. Er zijn heel wat namen die met Lutje of Lut beginnen. Lutje betekent klein. De Lutte betekend mogelijk een lage plek. Een laagte dus. De oudste benaming is uit de 10e eeuw. Het heet dan Eluiteri. Onder De Lutte vallen ook de buurtschappen Berghuizen en De Poppe. De ondergrond van De Lutte bestaat uit een kalkhoudende leemgrond die over gaat in mergel. Daarin bevind zich naar alle waarschijnlijkheid krijtgesteente. Deze mergel heeft veel weg van de mergel die in het Munsterland aanwezig is.

 

In 1674 blijkt er al in de Marke De Lutte al huisnijverheid te zijn. In dat jaar werden er veel diefstallen gepleegd bij die huishoudens die aan deze huisnijverheid deden. Echter werd er niet veel buit gemaakt.

 

Landgoederen in De Lutte.

 

De Lutte heeft tal van landgoederen. Een kleine greep.

Algemeen. ’t Lutterzand’ is een  werkelijk schitterend natuurgebied van 750 ha groot. Het heeft alles op natuurgebied wat je hartje begeerd. Dennenbossen, heide met jeneverbesstruiken, zandverstuivingen en het prachtige riviertje de Dinkel. Dit riviertje baant zich een weg al kronkelend door het prachtige gebied. Mooi voor een dagje uit. Maar ook om daar je vakantie door te brengen. En snuif dan tegelijkertijd de geur van het rijke verleden op. http://www.losser-digitaal.nl/geschiedenis

 

Landgoed ‘Boerskotten,’ Boerskotten is een zeer fraai Twents gebied van circa 125 ha. De akkers en graslanden zijn omringt door prachtige houtwallen. Verschillende vogelsoorten kom je hier tegen, zoals de zwarte specht. Het gebied wordt wel in tweeën gedeeld door de A 1. Maar er is ook een Ecoduct gemaakt. In het gebied is veel bos. Meer weten over dit mooie gebied? http://www.natuurmonumenten.nl/boerskotten

 

Landgoed ‘Lutterzand.’ http://www.landgoedlutterzand.com/pagina.php?webpagina=8

 

           

 

                           Lutterzand. Fotoarchief familie van de Haar.

 

Landgoed ‘Duivelshof.’ Dit is een landgoed met veel afwisseling. Deze bestaat uit akkers met weilanden, en vochtig aan doende heide, en bos. In het oostelijke deel staat de boerderij die de naam Duivelshof draagt. Deze boerderij is omringd door een gracht. Het geheel heeft een grootte van circa 150 ha. Voor meer informatie over dit prachtige gebied: http://www.natuurmonumenten.nl/duivelshof

 

Arboretum Poort-Bulten.

 

Ten zuiden van De Lutte ligt het 19 ha grote Arboretum Poort-Bulten. Het is een initiatief van de familie Gelderman. Het in 1910 als Engelse landschapstuin omvat circa 1000 bomen en struiken van evenzoveel verschillende rassen. Het is reeds lang één van mooiste verzameling van Nederland. In het begin werd het opgezet als een verzameling naaldbomen. Maar in zeer korte tijd tot veel meer. De stamomvang van de mammoetboom is 6 meter. Ook aan diverse kruidenplanten ontbreekt het niet. Verder is er het polderlandschap in beeld gebracht met een moerasgedeelte. Het is bij uitstek een mooie gelegenheid om de schoolgaande jeugd  kennis te laten maken met de natuur. Natuurlijk wilt wel wat meer weten over dit prachtige park. Kijk daarvoor op: http://www.natuurlijk.nl/twente/losser/arboretum.htm

 

 

!940 – 1945.

 

— Op 10 mei 1940 komen Duitse legereenheden de grens over bij de oude grensovergang van de Lutte.

 

— Was het een daad van verzet toen op de plaats van het Marthalager een Duitse munitieopslagplaats  in de buurt van De Lutte op 19 december 1945 ontplofte?  Daarbij kwamen een groot aantal mensen om het leven. Wie het weet mag het zeggen.

 

— Aan de Beuningerstraat vonden op 2 april 1945 gevechten plaats tussen de Duitse en Engelse troepen. Ook vonden er op 2 april

   verschrikkelijke gevechten plaats in het centrum van De Lutte. Daarbij zijn tal van gebouwen beschadigd.

 

— Villa Egheria is een landgoed wat ten noord westen van De Lutte ligt. De villa is vlak voor de bevrijding door de geallieerden

   gebombardeerd. Dit omdat men wist dat dit de verblijfplaats was van de commandant van het 25e Duitse leger, Generaal Blaskowitz. 

   Blaskowitz verbleef toen echter niet meer in de villa. Hij was één van ondertekenaars van de capitulatie in Nederland te Wageningen.

   De Villa Egheria was het eigendom van de textielfabrikant ten Cate. De naam Egheria is een samenvoegsel van de namen van zijn

   kinderen.

 

Gelukkig heeft De Lutte nog 8 Rijksmonumenten over.

 

Uit de oude kranten.

Op een terechtzitting op 2 november 1858 stond ene A H te Losser terecht. Deze stond terecht omdat hij er van werd beschuldigd dat hij in de vroege morgen van 31 augustus 1858 een boom die toe behoorde aan ene J. L. B. in de buurtschap Lutte op een slimme manier had los gegraven en de wortels had doorstoken. Echter werd hij door de eigenaar betrapt. Zijn bedoeling was om zich de boom toe te eigenen.                                                                                                                                               

 

Ik bespaar u de indrukwekkende pleidooien.

De rechtbank besliste dat, hoewel deze handeling was verricht, bedoeld om de diefstal voor te bereiden, het geen diefstal noch een poging tot diefstal werd gesteld uit hoofde omdat ten tijde dat de beklaagde werd verhinderd in zijn voornemen het boompje te stelen. Dit omdat het boompje noch in de grond van de eiser stond en zodoende een zaak van onroerend goed was ten aanzien van welke voorwerpen geen diefstal, en dus ook geen poging daartoe denkbaar zijn omdat deze niet kunnen worden weggenomen of vervoerd van de ene naar de andere plaats, tenzij dit vooraf door de scheiding van de grond roerend zijn geworden.

Met andere woorden. De verdachte werd vrijgesproken van wat hem ten laste werd gelegd, hoewel bewezen, maar dat hetzelve noch een misdrijf noch een overtreding was.

          

 

         

Nieuwe Tilburgse Courant 02 - 06 - 1931.

 

http://kranten.kb.nl/search

 

Kijk voor meer over De Lutte op: http://www.plaatsengids.nl/de-lutte

Literatuur:

 Gids Natuurmonumenten.

De Kadans van de Getouwen, Adriaan Buter.

Groene Gids Overijssel, Sietzo Dijkhuizen.

Oet Dorp en Marke. Historische Kring Losser.

 

 

 

                                                Lonneker.

         

                                

 

Lonneker ligt onder de rook van Enschede. Nooit van gehoord? Toch is Lonneker al heel oud. Het wordt al genoemd in de 10e eeuw. Het heet dan Loningheri. Dat staat in een acte van het klooster te Werden. De betekenis van de naam komt mogelijk van de Hoogten van Lono. De gronden te Lonneker waren vroeger in bezit van de grootgrondbezitters. Dat waren in dit geval het bisdom te Utrecht, en de heren van Ottenstein van de orde van de Johannieten in Steinfurt.  Deze stelden dan in een bepaald gebied, als het om meer boerderijen ging, een hofmeier aan. Zijn boerenhoeve werd dan weer de Hof genoemd. Het gebied waarover hij de zeggenschap had werd dan een Marke genoemd. Lonneker had vijf Marken. Dat waren: de Lonneker Marke, de Marke Usselo, de Esmarke of Grote Boermarke, de Marke Driene en de Marke Twekkelo. Lonneker was vroeger veel groter dan Enschede. Maar per 1 mei 1934 werd Lonneker geheel bij Enschede gevoegd.

http://shselcom.trimm.nl/canon/04-de-vijf-marken-van-lonneker/

 

 

Thomas Ainsworth.

 

In Lonneker werd altijd nog aan huisvlijt gedaan. Ik doel dan op het spinnen en weven. Dat moest maar zo blijven vonden de regering en de Handel - Maatschappij in die tijd. De nieuwe ontwikkelingen moesten maar vooral in de Hollandse steden worden bevorderd. Het gaat dan over het bleken in de natuur. Thomas Ainsworth echter had een manier ontwikkeld voor het kunstmatig bleken. Grote bleekvelden bij de fabriek waren dan niet meer nodig. Hij vestigde zich in 1831  o. a. in Lonneker. Daar kwam toen bij Blijdenstein een kunstblekerij. Daar had hij niet veel succes omdat hij behoorlijk tegen gewerkt werd door de N.H.M.

 

Vuistbijl van Lonneker.

 

In 1989 is er door ene Suzanne van Tongeren een vuistbijl gevonden. De akker waar zij die vond ligt op een stuwwal ten westen van Lonneker, richting Oldenzaal. Dit geeft aan dat er al ver voor onze jaartelling mensen in de omgeving van Lonneker hebben gewoond. Want ook in Groot – Agelo, Hengelo en Ootmarsum zijn dergelijke vondsten gedaan.

 

De Lonnekermolen.

 

De Lonnekermolen is circa 1850 als beltmolen gebouwd. Een beltmolen is een korenmolen die op een belt of bult is gebouwd. Zijn voorloper, de Demmersmolen, stond op het Demmerserf, tegenover de huidige molen. In 1847 is de Demmersmolen afgebrand. B, W. Blijdenstein kocht toen het molenaarsrecht over.      

 

                                                 

        

         De Lonnekermolen. Foto: Betsy van de Haar - de Graaf.                                             

 

 

Meer over de Lonnekermolen op:

http://www.lonnekermolen.nl

 

 

De R.K. Kerk.

 

De R.K. Kerk in Lonneker kregen het na de Reformatie erg moeilijk om hun diensten in het openbaar te houden. Na de Franse overheersing kregen zij hun rechten terug. In 1820 werd er een Waterstaatskerkje gebouwd, dat in 1920 werd vervangen door een ander gebouw.

Op de kerkenbult kwamen vroeger verschillende wegen samen. De Dorpsstraat, de Bergweg die ook wel de Liekweg werd genoemd. Later deze weg de officiële benaming van Scholten Reimersstraat. De benaming Liekweg kwam doordat deze naar de laatste rustplaats leidde. Het bleek ook een ontmoetingsplaats te zijn voor jong en oud. Benamingen als Droadneagel en Bultsjongs zijn nog lang in zwang geweest.

 

 

Het landgoed Lonnekermeer.

 

Het landgoed Lonnekermeer heeft een oppervlakte van bijna 110 ha. Eigenlijk bestaat het uit twee gedeelten. Het hier al bovengenoemde landgoed en het er tegenaan liggende De Wildernis. De twee meertjes zijn ontstaan ten behoeve van de aanleg van de spoorlijn naar onze oosterburen Duitsland.

 

Het Hof Espelo.

 

Het Hof Espelo, dat ten noordwesten van Lonneker ligt, is een eeuwenoud landgoed. Het werd al genoemd in 1215. Toen was eigendom van het Bisdom Utrecht. In 1778 woonde er in het landhuis ene G. Davina. Maar het landgoed was toen nog steeds eigendom van de R.K. Kerk. In1887 verschijnt er ene familie Cromhoff op het toneel. Zij kopen het van een kleinzoon van G. Davina. In de oorlog hebben de Duitsers er rolbanen aangelegd. Daarlangs legden zij schuilplaatsen voor hun vliegtuigen aan. Door het uitgraven van het zand ontstonden er twee kleine meertjes. Het Hof Espelo is nu weer een prachtig landgoed van circa 140 ha, en heeft een prachtige flora en fauna. Verder heeft het een prachtig coulisselandschap. Het is ook één van de oudste landgoederen van Twente. Op het landgoed bevinden zich een vijftal boerderijen. In de periode na de Reformatie hielden in het landhuis de Rooms Katholieken hier hun kerkdiensten. Dat kon ook omdat de R.K. Kerk nog steeds eigenaar was van het landgoed was. Door het landgoed slingert zich de Eschbeek.  

 

Bekende inwoner.

http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/6_Jan_Herman_Alexander_van_Heek 

 

De Lonnekerberg.

 

De Lonnekerberg is een heuvel die is ontstaan in de IJstijd. De berg ligt ten Noord Oosten van het dorp Lonneker, en heeft een hoogte van 61 meter.

 Zie voor meer over Lonneker : http://www.plaatsengids.nl/lonneker

Literatuur.  

Groene Gids Overijssel, Sytzo Dijkhuizen. Zomer en Keunig.

Nederland Dichterbij. Reader's Digest.

De Kadans van de Getouwen, Adriaan Buter. Elsevier.

Internet.

 

Links over Lonneker: 

 

http://www.lonnekerland.nl/

http://www.kunstenlandschap.nl/Documenten/InfoLonnekerberg.pdf

http://www.kapel-lonneker.nl/

http://www.enschede-noord.nl/

http://shselcom.trimm.nl/commissies/loakstenen-en-begraafplaatsen-commissie/de-grenzen-van-enschede-en-lonneker/

 

 

Uit de oude kranten.

 

                                           

 

                                                              De Tijd 19 - 02 - 1876.

 

Oude munten.

De landbouwer Lansink te Lonneker heeft bij het omspitten van zijn land 2 oude gouden muntstukken gevonden, waarvan het eene vrijwel gaaf en het andere besnoeid is. Ze zijn overigens beide gelijk en dragen op de eene zijde een ridder in harnas, waarom met Gothische letters geschreven staat Karolus — Dux — Gelr — Jul'g — Zut, terwijl de keerzijde een wapen vertoont (wellicht het Geldersche) met het bijschrift Mon — Nova - Aurea — Ducis — Gelr, blijkbaar alzoo van hertog Karel van Gelder, den laatste der Egmonds.

 

Nieuwsblad van het Noorden. 15-09-1895,

 

                               

                

 

                                                      Nieuwsblad van het Noorden. 26 - 04 - 1895.

  

 

       

 

   

                        --------------------------------------------------------------------

  

 

                                                     Overdinkel.

 

Oude film van Overdinkel: http://vimeo.com/117799840

 

 

                       

 

 

          De Hoofdstraat te Overdinkel met op de achtergrond de N.H. kerk.

 

 

Overdinkel, wat moet je nu met zo’ n klein onbelangrijk dorp? Het dorp is nog niet zo oud. Het kwam er eigenlijk pas toen zich er in de omliggende plaatsen, zoals Enschede en Gronau, textielfabrieken vestigden. Toch bestaat de naam Overdinkel al veel langer. Het Drielandenpunt ligt bij Vaals in Limburg. Ja, dat klopt helemaal. Maar het ligt ook bij Overdinkel. Bij Overdinkel? Ja, zeker. Op 1 augustus 1659 is daar een grenssteen geplaatst die tot op heden aangeeft de grens tussen het Bisdom Munster, het Graafschap Bentheim en de Nederlandse grens. Het punt waar de grenssteen staat wordt het Drieland genoemd.

In het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, van A. J. van der Aa lees ik:

Overdinkel, adellijk huis in Twente, provincie Overijssel, arr. 6½ uur ten O.Z.O. van Almelo, kant en? O.Z.O van Oldenzaal, gem. Losser. Wie kan mij daar meer over vertellen?

 

Men zegt dat Overdinkel is ontstaan op een heideveld. Dat zou best wel eens waar kunnen zijn.. Immers is er nu ook nog veel bos en wat heide in de omgeving van het gezellige dorp. Grootgrondbezitters, zoals boeren uit Losser, hadden ook akkers over de Dinkel. Ze spraken dan van het Overdinkelse. Tijdens de Middeleeuwen behoorde het gebied tot het kerspel of de Marke Losser. Maar al eerder werd er gesproken van het Overdinkelse veld. Dat moet al in 1200 zijn geweest. Dat staat althans op Wikipedia. De bron waaruit is verder onbekend.                                                            

Bommen Berend ( Bisschop van Munster)zal in 1672 ook in het Overdinkelse veld rondgelopen hebben. Want hij schijnt daar het legerkamp te hebben opgeslagen. Dat gebeurde op de kruising van de Invalsweg – Welpeloweg. In die tijd heeft hij Losser en Overdinkel geplunderd. Veel te plunderen viel er toen niet in Overdinkel. Want het stelde nog niet zo heel veel voor.                                                                                                

Maar nog eerder zwierven er mensen rond in deze contreien. Een bewijs daarvan is dat in juli 2006 Eric Nederlof op zijn erf een stenen bijl vond uit een periode van ruim 4000 jaar geleden. Op deze plaats vindt er jaarlijks nog het Schuttersfeest plaats. Zie voor het krantenartikel over de stenen bijl op: http://www.dorpsraadoverdinkel.gosite.nl/471/files/geschiedenis/bijl.pdf

De Nederlands hervormde Kerk is gebouwd in 1908. Deze kwam tot ontwikkeling door de toenemende migratie van arbeiders gezinnen uit het noorden van ons land. Voorheen kerkte men in een houten gebouw. Dit was ook de oorzaak van het ontstaan van de R.K. kerk geconsacreerd ( ingezegend). Ook werd naast de kerk in 1912 het kerkebos gerealiseerd voor het houden van processies.

 

Uit de oude bladen.

 

 

                                                       Brand.

Te Overdinkel bij Hengelo (O.) zijn gisteren 5 hectaren bosch afgebrand, toebehorende aan de landbouwers Luyerink en Roterink.

De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad. 20 – 04 – 1915.

 

 

                                    Negen autobussen verbrand.

Te Overdinkel, gemeente Losser, is in de afgelopen nacht afgebrand het huis en de groote garage van den heer J. Hassing, van de tien autobussen zijn er 9 verbrand. Alles was verzekerd.

Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad 19 – 11 – 1926.

 

 

                               Voor een Schalmeyen -corps te Overdinkel.

Het plan bestaat te Overdinkel een Schalmeyencorps op te richten. Giften hiervoor ta geld of ta de vorm van cadeau voor de verloting te zenden aan H. Beute, Achterweg O 90, Overdinkel.

De Tribune: soc. Dem. Weekblad. 24 – 08 – 1932.

 

Er werd in Overdinkel niet alleen in de textiel gewerkt maar ook langs de grens. Maar met name ook aan de dubbele weg. We hebben het dan over het smokkelen. Er is zelfs een echt Smokkelmuseum.  http://www.opdegrens.eu/special/smokmus.html 

.

 

Bekende inwoner van Overdinkel is: O.a.

Fred Rutten.

Cornelis de Jong. Kleine Cees genoemd.

Het verhaal van kleine Cees kunt u vinden op het onderstaand adres. Het is geschreven door zijn zoon en mijn neef, de bekende Bertus de Jongeburcht.

http://www.dorpsraadoverdinkel.gosite.nl/web/showPage.aspx?pageID=9369

 

 

                                                Prik en Prak.

 PrikenPrak-1.JPG

 

Prik en Prak. Ik heb ze vaak gezien. Niet in Overdinkel, maar in Glanerbrug in de Schipholtstraat. Ze kwamen helemaal lopend van Overdinkel naar Glanerbrug. Via de Schipholtstraat gingen ze richting de Vlodder. Mogelijk dat ze door de Broekheenseweg en Keppelerdijk weer terug gingen. Ze hadden altijd veel bekijks, want ze vielen dan ook echt wel op. Ze waren altijd gekleed in een donkere broek met een grijze boerenkiel, wit geschuurde klompen, en een grijze pet op. Voort klossend op hun klompen duwden ze een ouderwetse kinderwagen. In de kinderwagen zat altijd hun handeltje. Ik hoorde eens van mijn zwager dat ze het volgende verkooppraatje hielden: Mooie schilderijtjes, ie kunt hang’ n, ie kunt  ze zett’ n, maor as ze val’ n bint ze kepot.

 

 

Meer van Prik en Prak van Joke Küpers oude Kempers op: http://www.dorpsraadoverdinkel.gosite.nl/471/files/geschiedenis/_Prik_en_Prak_OVERDINKEL_TOEN.pdf

 

Zie voor meer over het dorp Overdinkel op: http://www.dorpsraadoverdinkel.gosite.nl/web/ShowPage.aspx?pageID=7710

                                                                               en

http://www.dorpsraadoverdinkel.gosite.nl/471/files/geschiedenis/Grensdorp%20Overdinklel.pdf                  

http://www.plaatsengids.nl/overdinkel

                                                           ---------------------------------------

                                   

                                              Losser.

 

 

 

 

 

               

 

 

De Sint Maartenstoren van Losser. Zo wordt de toren op de ansichtkaart genoemd.Deze kaart is een uitgave van J. H. Holst. Langstraat D 247 Tel:  237. Losser ( O ).

Op de achterkant staat ook vermeld dat het gehele dorp en kerk en toren in 1665 door de Munsterse troepen werden verbrand. In de toren bevinden zich 3 klokken van Jan Fremy. Fotoarchief Egbert van de Haar.

 

De gemeente Losser bestaat uit de volgende dorpen. Losser, Overdinkel, De Lutte, Beuningen, Glane en Glane - Beekhoek.

 

Losser, eigenlijk een hele vreemde naam. Toen ik in de jaren  vlak na de Tweede Wereldoorlog van Glanerbrug naar Losser fietste om kippenvoer te halen bij de firma Schelling, ging ik net voorbij de boerderij van de familie Keizer linksaf. Dat is op het punt waar toen het treintje naar Losser rechtdoor ging. Het was toen nog een zandweg. Als je dan bij Losser weer op de grote weg kwam las ik op een straatnaam bordje dat het een oude weg was uit de 9e eeuw. Wat voor naam die weg toen had weet ik niet. Maar dat die heel oud was weet ik nog wel. Het geeft ook wel aan dat Losser in ieder geval net zo oud of nog ouder moet zijn dan die weg. Heel oud dus.

De betekenis van de naam Losser kan mogelijk liggen een oversteekplaats van de Dinkel. Dincle zoals ze vroeger werd genoemd. Mogelijk doorwaadbaar of via een brug.

 

Op  21 September 1665 werd Losser in brand gestoken door den Bisschop van Munster die zeer onverwacht met een  groot leger in Twente was binnen gevallen.

 In 1794. Daags voor Kerst trok een  troep krijgsvolk door Losser die vele wagens met zieken en gewonde  Hannoveraren  bij zich had.  Deze kwamen  uil het leger in Brabant. De ingezetenen werden  gelast deze mensen warme drank als warm bier melk koffie en dergelijke te brengen.

Maandag na Nieuwjaar van het jaar 1795 kwamen vele Hessische Huzaren in dit dorp. Deze bleven veertien dagen .Kort daarop trok er een menigte Frans krijgsvolk onder Generaal van Damme door om het kasteel van Bentheim in te nemen. Dat gebeurde  op 13 Maart 1795 .Zij maakte de Hervormde kerk tot een magazijn van hooi n stro. Na het innemen van dit kasteel werd hier een piket van 8 of 9 man Frans paardenvolk geplaatst hetwelk er tot den 24 Juni 1795 bleef.

 

 

          

 

        Oude boerderij nabij het centrum van Losser. Fotoarchief familie van de Haar.

 

 

In circa 1846 bestond het dorp Losser uit de marken Losser, de Poppe, Punte, de Lutte, Beuningen en Berghuizen. Voor 1811 behoorde het tot het landregterschap Oldenzaal.

Er waren in die tijd 732 woningen die werden bewoond door 782 gezinnen. Het aantal inwoners bedroeg toen 4700. De Nederlands Hervormde Kerk telde toen 270 leden waarvan een gedeelte woonde in Denekamp en Oldenzaal. De Rooms Katholieke Kerk telde in die tijd 4400 leden Daarvan woonden er een deel in de Lutte, Denekamp en Oldenzaal.

Er waren drie calicotweverijen, met een totaal van 620 calicotwevers. Er was een azijnfabriek en een korenmolen. Er stonden 2 scholen. Eén in Losser zelf, en één in de Lutte. Deze hadden een gezamenlijk leerlingenbestand van circa 600 leerlingen.

Uit: Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden: L. M.

 Door Abraham Jakob van der Aa

 

Beken in Losser.

De Snoeyinksbeek is voor een deel een natuurlijke beek. Op verschillende plaatsen slingert hij nog over een lengte van vijf en halve kilometer behoorlijk. Meander noemt men dat. Op de oevers staan houtwallen van de zwarte els , hazelaars en essen. De Snoeyinksbeek ontspringt in Losser en mond uit in de Dinkel.

De Bethlehemschebeek is circa 4 kilometer lang. Deze beek stroomt ten noorden van Losser. Ook deze beek, die ontspringt in het natuurgebied de Snippert, mond uit in de Dinkel. Voor de uitmonding in de Dinkel is een vistrap aangebracht. Ook komt hier de Fladderiep voor. Een speciaal soort iepensoort.

De Elsbeek ontspringt op het Hoge Boekel bij Enschede. Zij mond aan de zuidkant van Losser uit in de Dinkel.

 

          

Brug over de Losserbrugge over de Dinkel bij losser. Foto Egbert van de Haar.

 

De toren van Losser.

Toren der afgebroken R.K. Kerk, alleenstaand sober bouwwerk van omstreeks 1500, met zadeldak tussen topgevels. Klokkenstoel met gelui van drie klokken, waarvan twee van J. Fremy, 1666 en 1671, diameter. respectievelijk 106,3 cm. (gelast) en 120,5 cm. en één van een anonieme gieter (vermoedelijk ook J. Fremy) 1666 of 1667, diameter. 87,6 cm. (gelast). Zo verteld uit’ Het  Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden:  Dr. Abraham Jakob van der Aa,.

Dat is over de toren. Zoals hierboven al genoemde is de kerk is mogelijk al in 1905 afgebroken. Dat wil echter niet zeggen dat er niets over de kerk is te zeggen. In ‘Oet Dorp en Marke van de Historische Kring van Losser vond ik een heel mooi iets over Anton Joseph Waterkamp.

Anton Joseph Waterkamp.

Anton J. Waterkamp werd geboren op 29 – 05 – 1862 in het Duitse Havixbeck.  Dat is gelegen in deelstaat Noordrijn-Westfalen. Het complete artikel kunt u lezen op:

http://www.historischekringlosser.nl/orgaan/teksten/2009-4.pdf

 

Neergestorte vliegtuigen in 1945.

 

In Losser en omgeving stortten in 1945 drie vliegtuigen neer. Op 14 - 01 - 1945 in de Zandbergen de F.W. 190 A - 9. met als 1e piloot O. Schulz. Ergens anders op dezelfde dag stortte een F.W.190 A - 9 neer. Hier was de 1e pilootW.Kindháusen. Op 06 - 02 - 1945 een JU - 889 - 6 met als 1e pilootH.Scheuchner.

 

 

Literatuur: 

Oet Dorp en Marke.

Kijk op Overijssel.

Nedrland dichterbij, Overijssel.

Internet.

 

 

Natuurgebieden in de omgeving van Losser: http://www.natuurlijk.nl/twente/losser/natuurgebieden_losser.htm

Zie voor meer over Losser op:  http://www.plaatsengids.nl/losser

 

Een film met mooie oude ansichtbeelden: http://www.youtube.com/watch?v=jRvJIuTv6I0

Uit de oude kranten.

   

                          

 De Oprechte Haarlemse Courant. 26 - 07 - 1798.

 

spaanse-ziekte.large.jpg

 

Spaanse ziekte. De Tribune 11 - 07 - 1918.

              

 

De Tijd. 11 - 07 1885.

 

                                 ---------------------------------------

 

                                            Glane ( de Glaan )

 

Vanuit Glanerbrug is het een mooie fietstocht naar de Glane. Ik heb het vroeger heel vaak gefietst als ik kippen en ochtendvoer moest halen voor onze kippen. Je komt dan door de kleine buurtschap ‘de Beekhoek.’ Het dorpje Glane is genoemd naar de Glanerbeek. Ik heb er geen idee van hoe oud dit dorpje is. Wel weet ik dat het ongeveer is ontstaan tegelijk met Glanerbrug. Dat kwam omdat er iets over de grens  in Gronau textiel bedrijven werden gebouwd.

Hoewel in het Kerkelijk Nederland: jaarboek voor katholijken worden eerdere data genoemd Herman Ter Hoente moet de eerste pastoor van Losser zijn geweest na 1664 / 1665. Dat was ten tijde van de Reformatie. Deze kwam zich met de Godgewijd maagden van het Sint Katharinaklooster te Almelo zich vestigden te Glane. We hebben het dan over de periode dat de Rooms – Katholieken bijna alles werd ontnomen.  Kerkelijk viel de Glane in die tijd onder het gebied van de Bisschop van Munster. De katholieken in Twente gebruikten hier tijdens de vervolgingen een kapel waarin zij hun godsdiensten hielden. De in hierboven verdreven nonnen hadden er een refuge ( toevluchtsoord) gevonden. Ze hebben er een klooster gesticht wat behoorde tot de Hollandse Zending. Circa 1775 werd deze van de Glane naar Losser over gebracht.   

In 1845 werd het klooster in de Glane vergroot.

In het boek ‘Reliëf in Tijd En Ruimte ’ R. Van Beek staat dat in het verleden in de Glane 2 urnen zijn gevonden uit de midden – ijzertijd zijn gevonden. Doch de vindplaats is niet bekend.

De naam Glane is de naam van een beek die o a voorkomt in België en Duitsland. Het is Keltisch of een oud Iers woord ,glan. Dat helder betekend. Het woordje Glene komt enkele malen voor als de naam van een water. Of als een nederzetting aan het water. Denk in dit geval ook aan Geleen in Limburg.

Glane- Beekhoek. Ik ben er vroeger vaak geweest. Onze grootouders woonden er vroeger. Egbert en Berta Bunskoek – Voortman. Kijk voor meer hierover op: 

http://hennepe.jouwweb.nl/stamboom-egbert-bunskoek-en-alberta-bunskoek-voortman

 

 

                        

 

                   Hier woonde in mijn jeugd Hannes Nijland en zijn vrouw.

 

                           

 

                                   Een fraai rijtje huizen.

 

 

                         

                      

In dit huisje woonden onze grootouders Egbert en Alberta Bunskoek - Voortman.Het huisje zag er toen wel wat anders uit. Maar wel oer gezellig.

 

 

De naam Beekhoek staat geregistreerd als Buurtschap. Deze Buurtschap ontleend mogelijk zijn naam  aan de Glanerbeek die even verderop in de Dinkel uit komt. In de volksmond werd de Glanerbeek ook wel Mulderinkbeek  of Zwolmansbeek. Genoemd.

 

Uit de oude Kranten.

                             

          

 

De Tijd: godsdienstig - staatkundig dagblad. 05 - 11 - 1915.

 

 

Het Sint Olafklooster.

                          

 

Nieuwe Tilburgse Courant: 05 - 10 - 1909.

 

                          

 

Het Nieuws van de Dag : kleine courant 28 - 04 - 1910.

 

 

                                

 

                                  Het erve Schildkamp met het klooster.

 

Dit klooster is gebouwd op de grond van het erve Schildkamp. Eigenaar van de grond was  sinds  circa 1600 de Nederlands Hervormde Gemeente te Losser. In de herfst van 1880 komt een deurwaarder vertellen dat de familie op 11 – 11 – 1881 het erf moet hebben verlaten.  De boerderij wordt als onbewoonbaar aangemerkt. Het waarom kunt u vinden op: http://www.historischekringlosser.nl/orgaan/teksten/2012-4.pdf

Het klooster werd in 1911 gesticht door Noorse nonnen. Zij behoorden tot de orde van Heilige Jozef van Chambéry . Omdat de zusters van Noorse komaf waren gaven zij het klooster de naam van koning Olaf van Noorwegen. In 1921 nam de Nederlandse kerkprovincie het klooster over en bestemde het ten dienste van de Paters Maristen.  Doch in de tweede wereldoorlog is het tijdelijk in gebruik geweest door het Duitse leger. Na de oorlog keerden de paters terug. In 1964 is het complex nog uitgebreid. In 1970 werd het klooster gesloten. Daarna is het nog enige jaren in gebruik geweest voor Turkse gastarbeiders door van Heek en Scholco uit Losser. Daarna is het pand in 1974 verkocht.

Sinds 1981 is hier de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap gevestigd.  

http://books.google.nl/books?id=5PRTAAAAcAAJ&pg=RA1-PA12&dq=dorp+de+glane&hl=nl&sa=X&ei=x2qmUdagN8WY1AX2lICYAQ&ved=0CDgQuwUwAjgK#v=onepage&q=dorp%20de%20glane&f=false

 

Literatuur:

Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden: L. M.

 Door Abraham Jakob van der Aa

Handboekje voor Zaken der Roomsch Katholijke eeredienst’ uit 1859, uitgegeven door gebroeders J en H van Langenhuysen te den Haag.

http://www.plaatsengids.nl/glane 

http://www.plaatsengids.nl/glane-beekhoek

 

                                                                 ---------------------------------------

 

 

                                                

      

                                              Twentse dorpen en stadjes.

   

                          

 

                                       Glanerbrug Grensovergang.

 

In deze serie zal ik proberen om in het kort een aantal dorpen en stadjes de geschiedenis proberen te beschrijven. Omdat ik ver van de geschiedenisbronnen verwijderd woon gaat het om de belagrijkste gebeurtenissen van de plaats.

 

Film over het bevrijdingsfeest Glanerbrug 1945 http://www.youtube.com/watch?v=dtrsZu5WCUg

 

 

Glanerbrug (Gemeente Enschede) ligt pal aan de Nederlands – Duitse grens.  Het dorp is ontstaan door de opkomst van de Duitse textielindustrie in Gronau.  Dat neemt niet weg dat er al ver voor onze jaartelling hier al mensen woonden. Een stenen bijl, circa 4000 voor Christus) is gevonden in de omgeving van het sportpark ‘Bultserve.’ Mogelijk dat er op deze plaats toen al landbouw werd bedreven. Over de bronzen valbijl die circa 2000 jaar voor Christus is gevonden is nog veel onduidelijkheid over de vindplaats. Wel een bewijs dat er in die tijd hier mensen hebben gewoond. Mogelijk ook al met een mogelijke rechtspraak, gezien de bronzen valbijl. Deze valbijl is te zien in de Oudheidkamer te Enschede. http://www.oudheidkamertwente.nl

Circa het jaar 1000 is er sprake van een borg of een versterkte veste in het Aamsveen. Aam komt vermoedelijk van het Germaanse Ama, dat waterloop betekend.  Het Aamsveen is een restant van een schitterend natuurgebied. Het Duitse deel is vele malen groter dan het Nederlandse deel. Als jonge jongen ben ik er vroeger vaak geweest. Turfgravers werkten er toen nog. Ik zocht er in de omgeving nog zwerfkeien voor de tuin bij mijn ouderlijk huis in de Schipholtstraat.  Zie voor meer over dit prachtige gebied op: http://natuurkaart.nl/gebied/270/  In de villa Holterhof  nabij het Aamsveen zaten in de oorlog de Duitsers. Terwijl in de boerderij op het grondgebied van de Holterhof het verzet zat. Zie daarvoor op: http://hennepe.jouwweb.nl/harry-saathof-een-grote-held-uit-glanerbrug

De borg het Holterhof raakte in de vroege middeleeuwen in het verval. Mogelijk dat de boeren in de omgeving gebruik hebben gemaakt van de resten van de bouwval voor bouwmateriaal.

Vrijwel zeker is dat er in 1386 er wel mensen woonden. Het erve Schipholt bestond toen mogelijk al. Het behoorde  toen mogelijk  tot eigendom van de heer van Ottenstein. Daarna behoorde het aan Bentheim – Steinfurt. Zie meer hierover op: http://hennepe.jouwweb.nl/glanerbrug-het-schipholtgebied

Omstreeks 1500 is er een brug over de Glanerbeek gebouwd. Deze  is op ongeveer dezelfde plaats waar de huidige  grensovergang is.                                                                                                                                

In 1597 marcheerde Prins Maurits met zijn leger vanuit Gronau over deze brug richting Enschede. De brug is later van groot belang geweest voor de ontwikkeling van Glanerbrug. Het was een belangrijke verbinding van de handelsroute Deventer – Munster. Zie daarvoor en meer op: http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgeschiedenis-glanerbrug-van-afgescheidenen-tot-vrijgemaakten

 

 

De Middelburgse Courant meld op 07 - 04 - 1795 dat het een grote drukte is om en nabij de Glanerbrug.

 

De Fransen hebben, tot dusver , niet zeer diep in het Westfalen kunnen doordringen: ’t zij men zulks moet schrijven aan de slechtheid der wegen, die het vervoeren van zwaar kanon belettende; ’t zij tegenstand, die zij telkens ontmoeten, door de Keizerlijken en Pruisen, ’t zij aan andere oorzaken; zeker is het thans, dat zij Bentheim, na een bezet van 2 á 3 dagen, wederom verlaten, en zelfs uit Gronau tot op de Glanerbrug , die het Overijsselse van het Munsterse scheid gerepliëerd zijn. Ook staan de Keizerlijken onder de Generaal Alvinzi , nog dicht bij onze grenzen; terwijl de Pruisische Generaal Möllendorf zijn hoofdkwartier te Steinfurt, anderen zeggen, te Teklenburg, houdt ; althans gisteren waren de Pruisen onder Gronau, werwaards de Generaal Le Febre, van Berkulo een trompetter met 5 chauffeurs dien dag gezonden heeft, zo verzekerd word met blijde tijding, dat de vrede, of voort ’t minst een stilstand van de wapenen getroffen is tussen de Fransen en Pruisen: ondertussen houden de Fransen Uelzen , Nieuwenhuizen en Nordhorn nog bezet.

                                         .................................

In de Overijsselsche courant van 05 - 02 - 1822 lezen we:

Den Post van SCHOOLONDERWIJZER der eerst School in de Esmarke, vacant zijnde, worden de daartoe bevoegden, ten minsten den vierden Rang bezittende, bij dezen uitgenodigd, om zich voor den1 sten Maart aanstaande, daartoe bij mij ondergetekende, in Persoon, aantegeven, met overlegging der vereischte bewijzen.                                                                                       

 

Tractement daaraan verbonden, zoo van den Lande als uit het

 Schoolfonds                            f 50, 00.                                                                                                                                            

Schoolgelden,plusminus    f 80,00  

                                                       _____

Totaal Jaarlijks                     f 130 – 00

 

Lonneker den 4 Februarij 1822.

De Schout

W.P.C. Greve.

                                        .........................................

 

Glanerbrug heeft altijd een bloeiend verenigingsleven gehad. Het gezellige dorp heeft jarenlang de naam gehad van het muzikaalste dorp van Nederland. In ieder gezin was er wel een of meerde leden lid van een of andere vereniging. Van de vier muziekverenigingen is er nog maar één overgebleven. Dat is Wilhelmina.

In het dorp bevinden zich de Nederlands Hervormde kerk (PKN), Gereformeerde kerk (PKN). de Rooms-katholieke kerk . In het hoofdstuk kerkgeschiedenis Glanerbrug kunt u daar meer over lezen.

 

Aanvulling.

Het overgrote deel van de Glanerbrugse bevolking werkte in de textielindustrie. Daarover is een boek van te schrijven. Iemand die dat heel treffend in beeld heeft gebracht is de bekende Utrechtse schilder Bart van der Leck. Hij heeft een schilderij gemaakt in 1908 naar aanleiding van het uitgaan van een textielfabriek. Diep was hij geschokt door het trieste beeld daarvan. Het deed hem denken van het arme slavenvolk dat verbleef in het paradijs van de rijken.Hij heeft dat geschetst in Glanerbrug en daarna uitgewerkt. Het hangt mogelijk in het museum van Boymans - van Beuningen.

 

                         Glanerbrugschilderij.JPG

 

 

Literatuur:

 

Bentveld in beeld. Co van Doesum, Joop Kwakman, Benno Masselink. Een uitgave van uitgeverij van de Berg - Enschede.

 

Groene Gids Overijssel. Sietzo Dijkhuizen en Theo Leoné. Uitgeverij Zomer en Keuning te Wageningen.

 

Internet.

 

 

Zie voor meer over Glanerbrug op: http://www.plaatsengids.nl/glanerbrug

http://glanerbrug.jouwweb.nl/verhalen/verhalen1/het-ontstaan-van-glanerbrug

http://www.gospelgroepen.nl/groepen/1564-christelijk-mannenkoor-glanerbrug.html

http://www.knzv-overijssel.nl/leden-topmenu-32/25-mannenkoor-de-brugger-zangers-te-glanerbrug