Kerkgeschiedenis Tiel, Deel 1 t/m 8.

Geschiedenis van de gang van het evangelie, van Jeruzalem naar de Betuwe, in het bijzonder Tiel e.o.

 

Deel 1.

 

Over vervolging en uitbreiding van de kerk.

 

 

Een jaar of wat geleden zijn er in de wijk Passewaay in Tiel spectaculaire opgravingen gedaan. Een complete Bataafse nederzetting, met daarbij een grafveld is toen tevoorschijn gekomen. Spectaculair dus. Er is toen veel over geschreven in de media. Ja, wat wil je. Dat is nieuws, nietwaar?Even interessant, of voor ons christenen mogelijk nog interessanter, is de vondst van een Romeinse mantelspeld met christelijke symbolen, uit het jaar 200 à 250 na Christus. Dat heeft mij aan het denken gezet. Het is mogelijk dat hier in de Betuwe christenen zijn geweest voordat hier in de verste verte het evangelie bekend was. Was er onder de Romeinse soldaten, een christen geweest? Of waren er meerdere christenen, waarvan één hier zijn mantelspeld heeft verloren? We weten het niet.

Tegelijk komt de vraag bij je op hoe de weg van het evangelie is gegaan richting de Betuwe, en in het bijzonder naar onze plaats Tiel. Dus ging ik naar de bibliotheek. Daar vond ik wel wat, maar nog niet genoeg. Een, kennis van mij van de Oudheidkamer in Tiel, zegde mij hulp toe. Op het streekarchief vond ik ook heel veel informatie. Dit alles, en nog meer stelde mij in staat om bij het begin te beginnen. Namelijk, vanaf de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem. Tot zover deze korte intro.

De Here Jezus had bij Zijn Hemelvaart de Trooster, de Heilige Geest belooft. En na tien dagen, op het Pinksterfeest kwam de uitstorting van de Heilige Geest. Door de prediking van Petrus over de grote werken van God kwamen er zo’ n drie duizend mensen tot geloof. Zo is er in Jeruzalem de eerste jonge Nieuw -Testamentische gemeente ontstaan.Bijzonder mooi was de eenheid van de gemeente. Er was niemand die gebrek leed.

J. Nomes zegt het zo in zijn boekje over de kerk en zendingsgeschiedenis:

 

Er was dus een ideale toestand. Niet, zoals het communisme wil,

“geen eenheid van bezit”, maar eenheid van verzadiging”

Wie veel had deelde mee aan wie gebrek leed.

 

De snelle groei, en ook de eenheid van die gemeente, wekte bij de joden wel haat op. Een haat die kwam uit hun eigen boze hart. Al vrij snel braken er dan ook vervolgingen uit. De Apostelen en hun volgelingen hebben dat geweten. Maar in volle kracht gingen de Apostelen door met de prediking. Doch ook de haat van de joden nam toe. Stefanus werd gedood, zie Hand: 7: 54- 8 : 3.Na diens dood werd de vervolging zo hevig, dat de gemeente van Jeruzalem verstrooid werd over het gehele land. Maar daardoor breidde de kerk zich snel uit in Judea, Samaria en Syrië. Daarna kreeg de kerk een paar jaar rust. Doch onder Herodes Agrippa 1, in het jaar 44, nam de vervolging in alle hevigheid toe. Jacobus de jongere, de broer van Johannes werd onthoofd, zie Handelingen 12. In hetzelfde hoofdstuk lezen we ook over de gevangenneming van Petrus, maar door de Here bevrijd. Ook Jacobus heeft een aantal jaren later het leven moeten geven voor de zaak van de Here Jezus.

Saulus van Tarsis was de felste vervolger van de kerk. Maar op de weg naar Damascus werd hij door de Here Zelf tot Apostel der heidenen geroepen, zie Hand: 9. Saulus, die van de Here Jezus de naam Paulus kreeg, heeft, in de jaren 48 tot 58 drie grote zendingsreizen gemaakt. Het boek Handelingen geeft daar een nauwkeurig verslag van. Paulus heeft verschillende gemeenten gesticht. Uiteindelijk komt hij in gevangenschap in Rome terecht. Een aantal jaren kan hij daar redelijk ongestoord werken.

 

 

                                    

 

 

 

                                        Paulus op de Areopagus

 

Een illustratie van J.H. Isings. Uit 'In volle wapenrusting.'

 

Doch onder de Romeinse keizer Nero braken er verschrikkelijke vervolgingen uit. Vermoedelijk zijn onder diens bewind ook Petrus en Paulus de marteldood gestorven. Al hoewel Nero bij ons de bekendste is, zijn er veel meer keizers geweest die de kerk van Christus vervolgd hebben. We denken aan keizer Domitianus in de jaren (81-96). Trajanus (98-117). Anthonius Pius (138-161) heeft o.a. de gemeente te Smyrna vervolgd. Door hem moest de 86 jarige bisschop Polycarpus, in het jaar 155, de brandstapel op. En onder het bewind van keizer Marcus Aurelius (161-180) zorgde hij er voor dat in Rome een bekende verdediger van het christendom, Justinus, in het jaar 166, werd gegeseld en onthoofd. Onder keizer Comodus (167-192) was er een tijdje rust voor de kerk. Deze liet zelfs in zijn omgeving christenen toe. Maar na diens dood, in 192, kwam Septimus Severus (193-211) aan de macht. En met hem kwamen ook de vervolgingen terug. Ook onder de keizers Decius en Valerianus in het midden van de 3e eeuw. Na het sterven van Valerianus kwam er een periode van rust van circa 40 jaar. Maar Diocletanus (284-305) zorgde voor de aller-vreselijkste vervolgingen. Vele christenen zullen toen de hete adem van de satan gevoeld hebben. Maar Christus was hen meer nabij. Zodoende konden ze stand houden. In deze tijd hield men de samenkomsten in de catacomben. Niet alleen in Rome, maar ook in Carthago. Na de dood van Diocletanus wilde Galenius nog een poosje door gaan met de vervolgingen. Maar God verhinderde dat. De keizer werd ziek. Toen hij het einde voelde naderen, vroeg hij zelfs aan christenen om voor zijn herstel te bidden.

 

De grote kentering kwam toen keizer Constantijn de Grote aan de macht kwam. Hoewel hij zelf nog geen christen was, behandelde hij hen naar behoren. Dat kwam, dacht ik, ook wel omdat de moeder van Constantijn christen was geworden. Later, toen hij tot het christendom over ging, en na een hevige strijd tegen Maxentius als overwinnaar te voorschijn kwam, was dit het einde van de vervolgingen. Deze hadden ruim 200 jaar geduurd. In deze langdurige bloedige strijd had Christus overwonnen. Niet door kracht of geweld. Maar door Zijn Geest.

In de tijd van vervolgingen werd door de satan niet alleen gebruik gemaakt van het zwaard, maar ook van het woord.

Zo, circa het midden van de tweede eeuw was er een heidense wijsgeer, Celsus genaamd. Deze schreef een boek waarin hij de kerk aanviel, en de spot dreef met het geloof. Verschillende wijsgeren volgden zijn voorbeeld. Ook op deze manier werd de kerk fel aangevallen.

Maar ook op dat gebied liet Christus Zich niet onbetuigd. Hij heeft wijze mannen aan Zijn kerk geschonken. In het begin Clemens, Ignatius en Polycarpus. Dat waren belangrijke Apostolische vaders, die nog les hadden gehad van de Apostelen. En later Origenes en Justinus de Martelaar. Dat waren Apologeten. Die droegen hun christelijke verdedigingsgeschriften, de zogenaamde Apologieën, op aan de Romeinse keizer. Doch zoals gewoonlijk reageerde de keizer daarop met nieuwe vervolgingen. Veel Apologeten, ook de genoemden, hebben dat met de dood moeten bekopen. Toch gaf Christus steeds weer geleerden aan Zijn kerk. In het verloop van de geschiedenis zal dat ook steeds weer blijken.

 

Egbert A. van de Haar. Tiel.

 

 

                                              Deel 2.

 

Strijd in de kerk. Het Arianisme. De volksverhuizing. Christus werkt door.

 

Ondanks de vervolgingen en de felle bestrijding van de kerk breidde de kerk zich enorm uit. Niet allen in Palestina, Klein-Azië, Griekenland en Italië. Rond het jaar 100 vond men haar vanaf de Eufraat tot aan de kustlanden van de Adriatische zee. Toch was in de kerk de eenvoud meer en meer aan het afnemen, M.a.w. de kerk kwam in het verval. Circa 250 dacht een zekere Paulus van Thebe, dat men met een leven van zelfkastijding vasten en gebed, de hemel een beetje kon verdienen. En Antonius, die leefde rond het jaar 300, leefde in een spelonk, en later in een ruïne van een kasteel. Hij werd door sommigen als een soort heilige beschouwd. Om die reden kreeg hij veel volgelingen. Dat waren de eerste monniken in de kerk. Pachomius, een leerling van Antonius, betrok later, met een groep monniken een gebouw op een eiland in de Nijl. Dit was, volgens de geschiedschrijving, het ontstaan van het eerste klooster. Ze dachten zo aan God een goede dienst te bewijzen door zich van de wereld af te zonderen.

 

Rond 300 woede er een hevige strijd in de jonge kerk. In de kerk van Alexandrië in Egypte was een ouderling, Arius genaamd. Deze leerde in 318 openlijk, dat Christus was geschapen. Hij was dus een schepsel, zij het dan ook het eerste en voornaamste van alle schepselen. Arius ontkende de Goddelijke natuur van Christus.

 

Nu, als je de Godheid van Christus loochent, dan snij je het hart uit het evangelie. Dan is het evangelie krachteloos.

 

Op last van Constantijn de Grote werd in het jaar 325 een grote kerkvergadering gehouden. Het concilie van Nicea. Daar kwamen zo’ n 300 wijze mannen bijeen. Ook Constantijn moet er zijn geweest. Nu was daar ook Athanasius. Deze beleed tegenover de dwaalleer van Arius, de Godheid van Christus. Zijn woorden maakte een diepe indruk op vele aanwezigen. Het Arianisme werd dan ook scherp veroordeeld. Een jarenlange strijd was voorbij. Van deze geschiedenis heeft de kerk twee prachtige belijdenissen over gehouden. De belijdenis van Athanasius, en de geloofsbelijdenis van Nicea. Ook in deze strijd heeft de Here Zijn kerk bewaard in de waarheid. De Here heeft gewaakt over Zijn kerk.

 

Toch had die Ariaanse leer veel aanhangers gevonden in het oosten, maar in het westen trad later Ambrosius met kracht op tegen de Ariaanse leer.

 

In het begin werd wekelijks het Heilig Avondmaal gevierd. Maar gaandeweg werd het steeds minder frequenter gevierd. Op het laatst alleen nog maar op de kerkelijke feestdagen, zoals met Kerst, Pasen en Pinksteren.

 

Ook in de Avondmaalsleer kwam de dwaling. Men leerde dat brood en wijn veranderde in het lichaam en bloed van onze Here Jezus Christus. Elke Avondmaalsviering was dan eigenlijk een herhaling van het offer van Christus. Men leerde dus over het Avondmaal iets geheel anders dan Christus er aan heeft gegeven. Zie ook catechismus zondag 29 en 30.

 

Ook ging men heiligen aanroepen. Bijvoorbeeld monniken, bisschoppen. Later kwam daar nog de Mariaverering bij.

 

Verschillende kerkvaders hebben hiertegen gewaarschuwd. Ook Augustinus. Maar het bleef bestaan. De leugen was in de jonge kerk. Die was er al met Ananias en Saffira. Maar leugen en dwaling liggen zo heel dicht bij elkaar. We zouden over die dwalingen nog veel meer kunnen zeggen. Maar we beperken het tot dit.

 

 

 

Waarom we ze dan toch vermelden, is hierom. Toen het evangelie naar Nederland kwam was de kerk al behoorlijk Rooms, en ook hiërarchisch van structuur.

 

Ambrosius, we noemden hem al even in verband met de Ariaanse leer. Ambrosius heeft prachtige kerkliederen geschreven. Denk maar eens aan de lofzang van Ambrosius. Hij stierf in het jaar 397.

 

Hiëronymus, was een van de geleerdste mannen van zijn tijd. Hij heeft de Bijbel vertaald in het Latijn. Hiëronymus heeft de laatste jaren van zijn leven doorgebracht in een klooster te Bethlehem, waar hij in 420, op hoge leeftijd overleed.

 

We noemden zoëven al Augustinus. Augustinus leefde als jonge man een behoorlijk werelds leven. Maar zijn moeder Monica heeft veel voor hem gebeden. De Here heeft haar gebeden verhoord. Door een preek van Ambrosius greep de Here hem. Aan deze geleerde heeft de kerk heel veel gehad. Belangrijke boeken heeft hij geschreven. In Belijdenissen beschrijft hij zijn hele leven, ook zijn bekering tot de levende God. In een ander boek, “Het rijk Gods”, schrijft hij over de betekenis van de kerk. Augustinus is in het jaar 430 overleden.

 

Het eerste Germaanse volk dat over ging tot het christendom, waren de Goten die woonden ten noorden van de Zwarte Zee. Hun bisschop, Ulfilas, vertaalde in het jaar 360 de Bijbel in hun eigen taal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volksverhuizing.Een illustratie van Cornelis Jetzes.

 

 

Er voltrok zich rond 400 grote veranderingen op politiek en militair gebied. Het Chronicon Tielense, of op zijn Nederlands, de Tielse Wereldkroniek vermeldt daarover het volgende.

 

“Na verloop van vele jaren zijn vanwege de zonden van de mensheid talrijke barbaarse volkeren met vertoon van macht en gewapenderhand opgerukt vanuit het Maeotische merengebied en uit Scandinavië”.---- “Met Gods toestemming,(bedoeld zal zijn onder Gods alziend oog) teisterden ze op een vreselijke manier heel Europa en in een bloedige slachting onderwierpen ze tal van heerschappijen”.

 

We hebben het dan over de Volksverhuizing. Dat was enerzijds niet zo goed voor de gevestigde plaatselijke kerken, want door het enorme geweld wat deze volksverhuizing met zich mee bracht, verdwenen verschillende kerken weer.

 

In Frankrijk, dat ook vaak Gallië werd genoemd, drong eind 400 een woest heidens volk binnen. Dat waren de Franken. Hun koning heette Clovis. Clovis was getrouwd met een Bourgondische prinses. Deze prinses droeg de naam Clothilde. Maar ook van groot belang was dat zij een christen was. Clothilde bad vaak voor haar man. Ook toen hij in oorlog kwam met de Allemannen. Dat waren toen de Duitsers. Hij had beloofd dat hij christen zou worden als hij de oorlog zou winnen. De strijd was zeer hevig. De Allemannen leken soms aan de winnende hand. Uiteindelijk won Clovis de slag en liet hij zich dopen. Dat is voor het christendom van enorme betekenis geweest. Maar of Clovis echt een christen is geweest, daarover bestaan grote twijfels.

 

 

 

 

 

                        Een illustratie van Cornelis Jetzes.

 

 

Toch zijn er wel Frankische zendelingen geweest in ons land. Dat waren Amandus die in de zuidelijke Nederlanden heeft gewerkt. Hij gebruikte zijn rijkdom om slaven vrij te kopen. Ook ene Eligius was actief op dit gebied. Hij heeft veel gedaan voor de armen. En verder Acharius, Gansulfus, Hubertus, en Wulfram. Toch wierp hun zendingsarbeid weinig vruchten af. Onze heidense voorouders vertrouwden die Franken niet erg. Dit vanwege hun toch wel boze koning.

 

Voor het jaar 600 waren er christen gemeenten in Iran, Arabië, China en zelfs in Oost-Indië. Maar ook in Ierland drong het evangelie door. In volle breedte drong het Evangelie door naar de noordelijke landen, waaronder Nederland. Meer daarover in het volgende hoofdstuk.

 

Egbert. A. van de Haar. Tiel, 2007.

 

 

                                  Deel 3.

 

 

 

Voortgaande uitbouw. De Islam, de Friezen, en Karel Martél. Christus komt naar ons land, (o.a. de Betuwe) Suitbert.

 

 

 

W. Jappe- Alberts schrijft in 1978 in de ‘Geschiedenis van Gelderland tot 1492’, dat zich onder de Romeinse overheersers ook christenen bevonden’. We zijn dan weer terug bij de gevonden speld, en de tijd daarna. Toen drongen de eerste lichtstralen van het Evangelie van Christus door in de lage landen. In de provincie Namen heeft men archeologische vondsten gedaan van voorwerpen met Chr. symbolen die stamden uit de vijfde eeuw. Deze waren gefabriceerd in Châtel – Chèlè - ry, in de Ardennen. De bewoners behoorden mogelijk tot een restant van de Gallo - Romeinen die de volksverhuizing hadden overleefd.

 

Het is mogelijk dat tussen de Maas en Rijn in de loop van de derde en vierde eeuw wel groepen christenen aanwezig waren. Maar dan in de grote steden zoals Nijmegen en Maastricht. Deze groepen zijn mogelijk ontstaan door rondreizende kooplieden. Van Maastricht is bekend dat in de St. Servatiuskerk het graf is van de eerste Nederlandse bisschop Servatius. Dat was in de vierde eeuw na Chr. Met hem begint 17 eeuwen Nederlandse kerkgeschiedenis.

 

Het rivieren gebied is, na het vertrek van de Romeinen, met in hun kielzog de Bataven, een paar eeuwen onbewoond gebied geweest. Maar zo rond het jaar 600 woonden hier zeker al weer mensen. Want, in het jaar 618, ten tijde van keizer Heracleios, bouwde de koning van Oost-Francië, Dagobert, die een deel van Gallië had onderworpen, ter verbreiding van het geloof, een bidkapel bij de Gallische haven Tiel. Daar verbreidde hij de naam van de Heer. Vervolgens bracht hij heel Holland onder gezag zijn. Enige jaren later bouwde koning Dagobert een kerk in Utrecht, die hij wijdde aan de Apostel Thomas. Van daar uit hebben priesters geprobeerd de Friezen te bekeren. Maar dat liep op niets uit. De Friezen moesten niets hebben van het christendom. Ze verwoesten de kerk. Een van de grote mannen bij de Friezen was koning Radboud.

 

De uitbreiding van de kerk naar het noorden van ons land verliep wel wat moeizaam. Maar naar het westen van Europa, naar Ierland, Schotland en Engeland, ging de kerstening onverminderd voort. In het jaar 431 begon Patricius (Patrick (plm, 390-461) uit Gallië, in Ierland zijn zendingswerk. Patrick was een Keltische slaaf uit Brittannié. Als geroofde slaaf ontsnapte hij. In Gallié leerde hij het kloosterleven kennen. Ging terug naar Ierland, en bracht er het Evangelie. Ondanks de felle tegenstand van het heidendom, de Druïden. Binnen vijftig jaar was bijna geheel Ierland gekerstend. Ook de woeste Schotten hadden de blijde boodschap van de Ierse zendeling Columba aangenomen. Evenals de zuidelijker wonende Angelen. Daarvoor was de abt Augustinus met veertig monniken uit Rome gekomen. Omstreeks het jaar 600 behoorde geheel Engeland tot het christendom. Ook in de Alpenlanden rukte het christendom verder op.

 

Grote gevaren dreigden echter vanuit het Oosten. De Islam. Deze is gesticht door Mohamed. Mohammed is geboren in 570 en overleed in 632. De leer van de Islam is opgetekend in de Koran. Dat wordt door de Mohammedanen beschouwd als een heilig boek. Na verloop van tijd groeide de groepering behoorlijk snel. Reeds in het jaar 630 was Mohammed in staat om met een leger van 10,000 man naar Mekka te trekken. Mekka werd ingenomen. In een mum van tijd was Mohammed heer en meester in geheel Arabië. Vooral de prediking van de heilige oorlog door middel van het zwaard, breidde het zich enorm uit. Ook na de dood van Mohammed groeide de Islam enorm snel. Syrië, Iran, Egypte, en Klein-Azië vielen. Via de Noordkust van Afrika ging men naar het westen. De straat van Gibraltar werd over gestoken. Als een stoomwals ging het over Spanje richting Frankrijk. In 700 was men al tot in Zuid-Frankrijk doorgedrongen. Ernstig werd de christelijke kerk bedreigd door de steeds verder oprukkende Islam.

 

Maar de Koning van de kerk, Christus, waakte over zijn kerk. Hij bepaald de geschiedenis van de volken. Hij gebruikt daar mensen voor. Ook toen. Karel Martèl was zijn naam. Hij versloeg in 732 de Arabieren bij Tours en Poitiers. Ook verjoeg hij ze uit het Rhônedal.

 

Dat is heel belangrijk geweest voor het Frankenland. Maar dat niet alleen. Het was ook heel belangrijk voor de kerk, en de toekomstige cultuur van Europa.

 

Europa was vrij van de Islam. Een groot gevaar voor de kerk was afgewend.

 

Ook de zonen van Karel Martél, Karloman en Peppijn, zijn heel belangrijk geweest voor de kerk. En ook daarna Karel de Grote. Maar dat valt buiten het bestek van dit schrijven.

 

Waarom was die Islam zo gevaarlijk? Nu, de Koran leert dat Allah profeten had. Adam, Abraham en Jezus. Maar de grootste profeet was …. Mohammed. Jezus was dus een profeet van een lagere orde. De Moslim moet vijf plichten trouw vervullen. Vijf maal op een dag bidden met het gezicht naar Mekka gewend. Een bedevaart naar Mekka volbrengen. Aalmoezen geven. De geloofsbelijdenis opzeggen. En het vasten.

 

 

 

Karel Martèl, we noemden hem al, is heel belangrijk geweest voor de verbreiding van het Evangelie in de lage landen. Koning Radboud van Friesland, die nog steeds de afgoden vereerde, trok met een groot leger naar Utrecht en nam het in.

 

Maar Karel Martèl onderwierp hem met een enorm machtsvertoon. Vele Friezen vonden hierbij de dood. Radboud werd gevangen genomen. Hij kreeg gratie als hij zich zou laten dopen. Toen hij, na enig onderricht, naar het doopvont ging, en met één voet reeds in het water stond, vroeg hij waar zijn voorouders waren, in de hemel of in de hel. De bisschop antwoordde dat die allemaal in de hel waren omdat ze niet waren gedoopt. Radboud trok daarna zijn voet terug uit het water en vertelde dat hij liever in de hel met zijn vele heidense voorouders verbleef, dan met weinig christenen in de hemel.

 

“Zo ging drie dagen later de door de duivel misleide tiran door een ellendige dood van de wereld heen”, meldt de Tielse Kroniek. Dat gebeurde omstreeks het jaar 693.Nu lag de weg naar Friesland open voor de verkondiging van het Evangelie. Karel Martél is in het jaar 741 overleden.

 

 

 

 

 

 

 

              Willibrord preekt op Walcheren. Illustratie Cornelis Jetses.

 

 

Voordat dit alles gebeurde had Bisschop Egbert van Northumbria omstreeks het jaar 690, in Engeland, de zendeling Wigbert naar Germanië gestuurd om daar het Evangelie te verkondigen. Wigbert was een studiegenoot van Willibrord. Wigbert had weinig succes, omdat hij aan alle kanten werd tegen gewerkt. Hij ging dan ook weer terug naar Engeland. Dezelfde Bisschop Egbert gaf het plan niet zomaar op. In het jaar 690 stuurde hij Willibrord naar Germanië. En met hem een heel team. Lees maar eens verder: Dat waren Suitbert, Wilebald, Lebuïnus, Winebald, de twee priesters en martelaren Ewald, Werenfried, de priester Marcellinus, en de diaken Adelbert.

 

De Tielse wereldkroniek vermeld, dat deze verkondigers van het orthodoxe geloof, afkomstig waren van een Saksische stam in Engeland. Zo konden ze des te gemakkelijker het geloof in Christus en het Evangelie in het Germaans prediken. Deze missie heeft een tijdje zo goed als stilgelegen. Dat was tijdens de gevechten met de Friezen.

 

Lebuïnus die voornamelijk in de IJsselstreek werkte, heeft gemeenten gesticht in Wilp en Deventer. Deventer werd door Lebuïnus als uitgangspunt gebruikt voor zending onder de Saksen.

 

Willibrord is bij ons wel de bekendste. Hij moet in Tiel en Buren hebben gepreekt. Het moet een sterke persoonlijkheid zijn geweest. Hij genoot ontzag en vertrouwen bij de mensen. Willibrord werkte ook in Teisterbant, want dat behoorde ook bij het bisdom Utrecht. Maar onze belangstelling gaat meer uit naar Suitbert. Deze werkte voornamelijk in Kleef, Noord - Brabant en Gelderland. Hij heeft onder andere gemeenten gesticht in Wolferen, Malsen (Buurmalsen) en Rijswijk (Gld).

 

Vervolgens moet door hem de gehele Neder -Betuwe zijn gekerstend. Willebrord of Suitbert heeft mogelijk de kerk in Tiel gesticht. Ik houd het op de laatste omdat Tiel toch wel meer op zijn gebied lag. Daarna is Suitbert, nadat hij zijn bekeerlingen had toevertrouwd aan Willebrord, vertrokken om ten noorden van Rijn en Lippe de Bructeristam te bekeren. Na veel tegenstand trok hij zich terug op een eilandje in de Rijn, in een klooster waar hij op 1 maart 713 overleed. Er bestaan meerdere namen voor hem. Zoals Suitbert, Suitbertus, en Soetbert.

 

Ook heeft er ene Lambertus in Teisterbant gewerkt. Vandaar dat in enkele dorpen een kerk naar hem is genoemd.

 

Werenfried is naar de Betuwe gezonden. Hij werkte voornamelijk in de Over -Betuwe, Liemers en mogelijk een deel van de Achterhoek, en heeft o.a. kerken in Elst(Betuwe) en Westervoort gesticht. Zowel door zijn prediking, als door zijn levenswandel is het merendeel van het Betuwse volk voor God gewonnen. Werenfried is in Elst begraven. Elst, en mogelijk ook Wijk bij Duurstede, waren centrale punten van waaruit het christendom werd gepredikt. Circa het jaar 800 waren vrijwel alle landen aan de Noordzee gekerstend.

 

Egbert. A. van de Haar. Tiel, 2007.

 

 

               

                                 Deel 4.

 

 

De woelige Middeleeuwen, de Reformatie. Tumult op het kerkhof.

 

Het eerste kerkje in Tiel, een zaalkerkje was gebouwd op Romeins puin. Huub van Heiningen geeft er in zijn boek “Versteend Verleden”uitgebreid verslag van.

 

Het kerkje dateert uit de negende eeuw. We hebben het over de St. Maartenskerk. Het moet een eenvoudig kerkje zijn geweest, met een op het oosten gericht koor, en aan de westkant een torentje. Dat hield verband met een visie op de kosmos in die tijd. Hieruit kunnen we opmaken dat de kerk behoorlijk in de leer aan het verwateren was. Aan het kerkgebouw is zo’ n zeven eeuwen gebouwd en verbouwd. Men spreekt wel eens van de kerk van tien gedaanten.

 

De St. Walburgkerk is na de St. Maartenskerk gebouwd. Zo rond het jaar 900. Met de andere kleine kloosterkerk en kapelletjes moet er voor de circa 2000 Tielenaren genoeg plek zijn geweest. De St. Walburgkerk noemde men ook wel eens de kerk van adel, terwijl de Sint Maartenskerk de kerk van het gewone volk werd genoemd. Zou in die twee kerken zo’ n honderd tot tweehonderd jaar later Gezang 27 uit onze gezangenbundel al zijn gezongen?

 

De St. Walburgkerk is in het jaar 1006 leeggeplunderd door de Noormannen, en de stad platgebrand. Het zal een vreemd gezicht zijn geweest. Een zwart geblakerde stad, met daar aan de rand een enigszins geblakerd, maar verder ongeschonden kerkgebouw. In 1007 kwamen de Noormannen weer terug met zo’ n 90 schepen. Tiel was toen uitgegroeid tot één van de belangrijkste handelssteden van Europa. Met handel op Engeland. De producten werden hier verscheept, en vervoerd naar het enorme Europese achterland.

 

Bij archeologische opgravingen in de Russische stad Psvkov zijn een groot aantal in Tiel geslagen munten gevonden. Voor de Noormannen viel hier dus veel te halen. We gaan er van uit dat de Waal toen vlak voor Tiel rechtsaf boog en naar de Linge stroomde. Ongeveer ter hoogte van de Veemarkt – Oliemolenwal is er een verschrikkelijk bloedbad geweest, wat mogelijk aan honderden Tielenaren het leven heeft gekost. Waaronder uiteraard heel veel kerkleden. In zijn, “Gebeurtenissen van deze tijd”, geschreven circa 1040, vertelt Alpertus van Metz over deze, en andere zaken. Over de diefstal van de misgewaden door de Noormannen uit de St. Walburgkerk. Ook over de mirakelen van de heilige Walburg in Tiel. Maar dat het Woord van God wordt verdrongen schrijft hij niet. In al deze verhalen proef je toch wel de Roomse invloed.

 

De St. Walburgkerk heeft gestaan op het Kalverbos. Mogelijk op het plantsoen. De fundamenten zitten nog in de grond. De kerk, is circa 1680 gesloopt. De kerk in Drumpt is circa de 12e eeuw gebouwd, en heeft gestaan op de plaats waar nu het Drumptse kerkhof is, aan de Dorp straat (ingang het Elzenlaantje). De geruchten gaan, dat dit kerkhofje, binnen afzienbare tijd, zal worden gerestaureerd. Inclusief, het op instorten staande oude baarhuisje uit 1683.

 

In de late middeleeuwen werd het steeds donkerder in de kerk. Terwijl er juist Licht vanuit moest gaan. Het Licht van Verlossing Verzoening en Genade. De kerk had heel wat macht in de wereld. En dat is heel gevaarlijk voor de kerk, want dan krijgt de wereld de macht over de kerk. Zou de Heer van de kerk Zijn kerk vergeten zijn? Was de kerk dan toch een zaakje van mensen? Zou het Woord helemaal gaan verstikken in de kerk? Nee hoor. We hebben het al gezegd, God gebruikt mensen. Mensen die protesteerden tegen bepaalde misstanden in de kerk. We noemen er een paar: John Wiclif. 1324-1384. Geert Grote 1330-1384. Johannes Hus. 1369-1415. Wessel Gansfort 1419-1489. Ook in Tiel was een dergelijk figuur werkzaam. Dat was pastoor Gerard Geldenhauwer, een vriend van Luther, en bekend met Melanchton. Maar als, hij het, geleerde in Tiel in de praktijk brengt, krijgt hij moeilijkheden, en moet vluchten. Maar, er is gezaaid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Luther die zijn stellingen op de deur van de kerk heeft geslagen. Ilusstratie Cornelis Jetses.

 

Dat waren de voorlopers van de grote Reformatie die er aan kwam. Een Reformatie die zou beginnen bij Maarten Luther. 1483-1546. En die haar hoogtepunt zou krijgen in Johannes Calvijn, 1509-1564, en de jaren daarna. Er zou nog veel meer over de donkere middeleeuwen te vertellen zijn. Maar dat past niet in het bestek van deze beschrijving. We willen immers de gang van het evangelie naar Tiel volgen tot aan vandaag?

 

Claes Vijgh was een telg uit een burgemeestersgeslacht van Nijmegen. Geboren rond 1505. In Tiel overleden in 1581. Getrouwd met een bastaarddochter van Karel van Gelre. Claes Vijgh werd in februari 1538 Ambtman van Neder-Betuwe en Richter van Tiel. Daarvoor had hij wel de lieve som van 6000 goudguldens, of Karolus gulden betaalt. Daardoor werd hij een zeer machtige man. Zo werd, zijn positie zeer onaantastbaar.

 

Vijgh bleef de Rooms katholieke kerk trouw. Voor hem gold ook de Godsdienstvrede van Augsburg. Maar met het Spaanse gezag hadden de Vijgh’s niet veel mee op. Protestanten die werden opgepakt vanwege hun geloof werden door Claes Vijgh via een achterdeurtje weer vrijgelaten. Toch werd Vijgh in 1559 door de koning van Spanje tot ridder van het Gulden Vlies geslagen. Vijgh heeft ook veel gegeven voor de opbouw van een door de storm deels verwoeste St. Maartenskerk. De Vijgh’s stonden bekend om hun zelfstandigheidsdrang. Een was hier maar de baas, en dat was de Ambtman volgens hen.

 

Diederik Vijgh was een zoon van Claes Vijgh en Anna van Gelder. Hij is geboren in 1532, en overleed op 4 april 1615 te Tiel. Ook Diederik stond bekend om zijn koppigheid. Mede door de zwakke gezondheid van Claes Vijgh werd Diederik al in 1559 door zijn vader aangesteld als schepen, en later als richter van Tiel.

 

Wat waren het voor mensen, die Vijgh’s? Waren het ruige Calvinisten? Diederik moest af en toe wel eens op de vlucht naar het kasteel in Zoelen, of was dat het huis Aldenhaag? Zijn handjes zaten wel eens los. Met broer Adriaan hing hij toch wel de nieuwe leer aan.

 

Op 6 oktober wordt er gepreekt in de buurt van het St. Walburgkerkhof. Adriaan heeft met geweld de sleutel van de Santwijckse poort bemachtigd. Met nog twee andere Tielenaren huurde hij op 5 oktober, onder een vals voorwendsel, een wagen. Hij moest een zieke vrouw ophalen uit Culemborg. In werkelijkheid was dat een man. Een dominee. Tot Buren ging het goed, maar daar kreeg men onenigheid. Mogelijk was het geheim ontdekt. Te voet moest Adriaan met de dominee verder naar Tiel.

 

Diederik is schout. Hij moet, hoewel hij de nieuwe leer is toegedaan, wel optreden. Met zijn hond naast hem en met ontblote degen gaat hij er naar toe. Hij dringt zich door de grote menigte heen.

 

Ter plekke, schrijven de heren Smit en Kers in “De Geschiedenis van Tiel”, werd een schepenvonnis geformuleerd, dat de predikant het recht om te spreken ontzegde en de schout het recht gaf om hem te verwijderen. Onder hevig geschreeuw van het volk, bracht Diederik de predikant de stad uit naar het veerhuis aan de Echteltsedijk. Daar bracht de predikant de nacht door.

 

De zondag daarop verzamelden zich weer grote groepen burgers, nu op het St. Maartenskerkhof. De woedende, merendeels gewapende, menigte koerste naar het stadhuis. Men eiste dat de beide burgemeesters zouden aftreden, inclusief de schepenen die voor het verwijderen van de predikant hadden gestemd. De belegering duurde de gehele nacht. S ’ Maandags s’morgens 15 oktober werd er een compromis gesloten. Diederik moest zijn, 50 inderhaast in dienst genomen, soldaten weer afdanken. Een aantal schepenen werden verwijderd. In ruil daarvoor moesten de burgers beloven dat er in Tiel geen Beeldenstorm zou plaatsvinden. Maar heeft Diederik zich er aan heeft gehouden?

 

In 1526 zijn er twee Tielse protestantse vrouwen, in Arnhem verbrand. Van een derde vrouw, een volgeling van Gerard Geldenhauwer, werd het lichaam na haar dood opgegraven en alsnog verbrand. Dit omdat zij het sacrament der stervenden had geweigerd. Dit gebeurde op last van Karel van Gelre.

 

Diederik ontbood op zijn kasteel in Zoelen de dekens van Avezaath en Echteld, Hij liet hen beloven, mogelijk na behoorlijk wat drang, de kerken in hun gebied niet meer te visiteren en de Reformatie niet meer te hinderen.

 

De eerste predikant in Tiel werd Johannes Focking uit het Westfaalse Vreden. Ook werd hij wel Vredanus genoemd. Ds. Vredanus werd ook wel verdacht van Arminianisme. Maar dat is niet met zoveel zekerheid te zeggen. Hij is circa veertig jaar predikant geweest. De tweede predikant, Alardus de Vries, werd beschuldigd van remonstrantse ideeën. Weer zorgen dus in en om de kerk.

 Egbert. A. van de Haar. Tiel, 2007.

 

 

 

                                       Deel 5.

 

 

Over het Arminianisme, de Vijgh’s, Van Oldenbarnevelt, Jacob Mom,en slecht geschoolde dominees (waggelmutsen).

 

 

Het Arminianisme is afkomstig van Arminius. Arminius werd geboren in 1560. In 1588 predikant te Amsterdam, en in 1602 hoogleraar te Leiden. Daar was ook Gomarus werkzaam. Al spoedig bleek dat er een behoorlijk principieel verschil van opvatting tussen hen beiden bestond.

 

Arminius is maar 49 jaar geworden. Hij overleed in 1609. Maar zijn opvattingen had hij wel geleerd aan zijn leerlingen. Na de dood van Arminius trad Wtenbogaert op als leidsman van deze stroming. In Gouda werd de Remonstrantie opgesteld. Daaruit bleek ondermeer, dat ze niet konden instemmen met art 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat handelt over de uitverkiezing Gods. De Praedestinatie. O,a, Romeinen 9 staat er vol van.

 

‘Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in het verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade uitverkoren heeft in Jezus Christus, onze Here, zonder ook maar enigszins hun werken in rekening te brengen.

 

Rechtvaardig, doordat Hij anderen laat in hun val en verderf, waarin zij zichzelf gestort hebben.

 

(Nederlandse Geloofsbelijdenis art 16).’

 

 

 

In het kort een paar remonstrantse punten.

 

A. God verkiest alleen hen die willen geloven.

 

B. Alle mensen zijn in de staat van verzoening aangenomen.

 

C. De mens is niet geheel verdorven.

 

D. De volharding in het geloof is een zaak van de vrije wil van de mens.

 

(zie: Wegwijs in gelovig Nederland blz. 136).

 

 

 

De Gereformeerden waren het met de zienswijze van de Remonstranten niet eens, en stelden toen een Contra Remonstrantie op. Er ontstond een verschrikkelijke kerkstrijd. Vooral toen Van Oldenbarnevelt en de Staten van Holland zich achter de Remonstranten schaarden.

 

Prins Maurits schaarde zich echter, ook op aandringen van Willem-Lodewijk, achter de Contra Remonstrantie. De Gereformeerden dus.

 

Op 1 november 1618 kwam de synode van Dordrecht bijeen om zich te buigen over de problemen. Deze Synode was oecumenisch van karakter gezien ook de buitenlandse afgevaardigden. Zij heeft de Remonstrantse leer onderzocht, en terecht, veroordeeld. Dit alles is op 6 mei op schrift gesteld. Zo hebben wij nu naast de Ned. Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus, ook de Dordtse leerregels. Dat zijn eigenlijk de geloofsbrieven van de kerk. Daarin belijd de kerk wat ze geloofd. Het is een lust om daarin te lezen. Ik zou een ieder willen aanraden om dat zo af en toe een keer te doen. Het is een verrijking voor je geloof.

 

Terug naar de strijd. Maurits nam Van Oldenbarnevelt gevangen. Deze werd onthoofd. Hugo de Groot en een aantal anderen werden gevangen gezet op slot Loevestein.

 

En de Tielse Alardus de Vries? De magistraat van Tiel betaalde hem nog uit tot het voorjaar 1619. Daarna, in juli, moest hij de Acte van Stilstand ondertekenen. Dat hield in dat hij van de magistraat het ambt van predikant moest neerleggen. Of dat terecht was is niet helemaal zeker. Wel is bekend, dat hij zich wel eens negatief had uitgelaten over de Remonstrantie. Maar ook had hij wel eens in of bij de St. Maartenskerk pamfletten uitgedeeld, een soort propaganda voor de Remonstrantie. Maar die in opdracht van het Hof ingezameld en verbrand moesten worden. Mogelijk gaat het om het ‘Vertoogh’ van de Remonstranten. Alardus ( Alard) de Vries gehoorzaamd aan die opdracht, en de pamfletten worden verbrand onder toeziend oog van de magistraat.

 

Hij ondertekend daarbij een verklaring dat hij zich niet bewust was dat hij verkeerd had gehandeld, en zeker niet zoals het nu was uitgelegd. Op de synode te Zutphen werd in 1610 al getwijfeld over de rechtzinnigheid van Alardus.

 

Dat hij is afgezet als predikant, had mogelijk een andere oorzaak. Alardus had, zo schrijft mijn bron, een buitenechtelijk kind. Alardus is kruidenier geworden. Alardus is predikant te Tiel geweest van 1606 tot 1618. Johannes Vredanus werd een jaar later met emeritaat gestuurd. Of zijn visie over het geloof daar wat mee te maken heeft gehad is enkel maar gissen. Vredanus, die de schoonvader van Alardus was, ontving tot aan zijn overlijden in 1635, gewoon zijn geld. Hij is te Tiel predikant geweest van 1580- 1619.

 

Diederik Vijgh, en later zijn zoon Caerl, zijn felle tegenstanders geweest van de Remonstranten. De Remonstranten, zijn ook in Tiel verschrikkelijk vervolgd. De Ambtman Caerl Vijgh verstoort regelmatig de samenkomsten van de genoemde groepering. Hij gaat zelfs zover dat hij de grenzen van zijn ambtsgebied daarbij durft te overschrijden. In Passewaay laat hij, in1619, een bijeenkomst uit elkaar slaan. Passewaay viel toen onder het kerspel Drumpt.

 

In 1623 werd de remonstrantse predikant van Riemsdijk gevangen gezet in het gemeentehuis in Tiel. Zo’ n 16à 17 bewakers werden er bij gezet. Maar, als de bewakers in diepe rust zijn, pakt van Riemsdijk van één van hen het wapen af, en wandelt er rustig mee weg. In geheel Gelderland zijn na de synode van Dordrecht 26 predikanten af gezet. Later kregen ook zij hun vrijheid van Godsdienst terug. Dat zal omstreeks 1630 zijn geweest.

 

Eén van de grootste vijanden van de Ambtman Diederik Vijgh, was wel de Ambtman van Maas en Waal, Jacob Mom. Op allerlei gebied probeerde hij Tiel of Tielenaren te verraden bij de Spanjaarden. En, hoe is het mogelijk, hij woonde in het hol van de leeuw, nl. aan de Achterweg te Tiel. Nota bene vlak bij de St. Maartenskerk.

 

Mom was in het geheim, R.K. En Tiel overwegend, ja u leest het goed, calvinistisch. En met zo’ n Ambtman van Maas en Waal in de buurt was dat best link.

 

In 1614 is Mom als ambtman ontslagen. Hij verhuisde naar Utrecht. Toch had hij nog steeds contact met de Spanjaarden. Op 27 januari 1621 is hij in Utrecht gearresteerd voor een poging om de stad Tiel te verraden aan de Spanjaarden, Na verhoor, waarin hij bekende, is hij met een aantal andere R.K. edelen op 17 april 1621 in den Haag, onthoofd. Mede door de houding van Jacob Mom is het land van Maas en Waal overwegend R.K. gebleven. Hij werkte de invoering van het gereformeerde geloof tegen waar hij maar kon. Daarbij stond hij lijnrecht tegenover Diederik Vijgh, die op zijn beurt ook Mom bestreed waar hij maar kon. Vijgh heeft de terechtstelling van Mom niet meer mee gemaakt. Diederik overleed op 4 april 1615, op 83 jarige leeftijd.

 

In 1614 volgde Caerl Vijgh zijn vader op als Ambtman en Richter. Caerl was uit hetzelfde hout gesneden als zijn vader.

 

Rond 1600 was Tiel geen frontstad meer. De frontlijn met de Spanjaarden lag toch nog wel dichtbij. Namelijk Den Bosch. Deze stad werd nog beheerst door de Spanjaarden. Vanuit Den Bosch was er een regelmatige oorlogsdreiging naar Tiel en de dorpen in de Betuwe. Maar op 8 maart 1626 trokken er 400 gewapende Tielenaren, waaronder ook de ruige Johan Vijgh tot Latenstein, met zijn zoon Gerard Vijgh, naar Den Bosch. De Bossenaren hadden twee Tielse schippers gevangen genomen. En dat namen de bewoners uit Tiel en de dorpen uit de Betuwe niet. En de Vijgh’s hielden, wel van een stevige knokpartij. Zestig doden waren er aan de Spaanse kant te betreuren. Veertig werden er gevangen genomen, en twee kanonnen buit gemaakt. De verliezen aan de Tielse kant zijn niet bekend.

 

En in 1629 had Frederik Hendrik met zijn leger het beleg opgeslagen rond Den Bosch. De Spanjaarden stuurden Kroatische huurlingen voor plundering naar de Neder-Betuwe om zodoende Frederik Hendrik weg te lokken. Ze hadden echter wel buiten de waard omgerekend. De Tielenaren dus.

 

In verband met dergelijke strooptochten op de Veluwe en in de Neder -Betuwe, zijn deze gebieden heel vaak het strijdtoneel geweest. Veel inwoners van Tiel en de Neder -Betuwe hebben vaak de strijd moeten aanbinden tegen de vijand.

 

Na de val van Den Bosch kwam er een einde aan de acute oorlogsdreiging van bijna zestig jaar.

 

We noteren deze oorlogshandelingen niet alleen als geschiedenis zonder meer. Belangrijk was dat het gereformeerde geloof in deze regio werd beschermd.

 

De Vijgh’s, behoorden, althans voor een deel, tot de door de Spanjaarden gevreesde Geuzen. Maar waren ze gereformeerd? Naar de letter, denk ik, wel. Het waren wel zondige mensen. Dat is zeker. Maar over het hart kunnen we niet oordelen. Dat kan God alleen. We moeten de dingen wel zien in de tijd dat ze zijn gebeurd. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is: Ze waren wel een middel in Gods hand. De zaken die er in die tijd speelden waren niet gering. De oorlog met Spanje, de Reformatie van de kerk, de dwaling van de Remonstrantie, de zorg voor goed opgeleide dominees.

 

Er wordt ook wel eens gezegd dat de Reformatie, in Tiel en Neder -Betuwe, van bovenaf opgelegd was. Dat is maar deels waar. De Reformatie is ook van onderaf gekomen, zowel in Tiel als ook in de Neder -Betuwe. Een paar handelaren,die zogenaamde ketterse boeken verkochten werden opgepakt. Maar door hulp konden ze weer ontsnappen. Op de Eijerwaard nabij Tiel werden in1561 calvinistische predikaties gehouden. In 1566 bleek, volgens dr. E. Smit, dat er steeds meer Tielenaren voor de Hervorming waren. In 1568 meld de Tielse Pastoor van Teefelen dat ongeveer 200 parochianen niet meer bij hem in de kerk kwamen. Dat was zo’ n 10 procent. En op Zandwijk lag dat nog hoger. Rond 1630 waren er nog maar enkele honderden Tielenaars R.K. Een kleine minderheid dus. En dan ook nog behorend tot de armste van de stad. Deze Roomsen hebben het toen niet gemakkelijk gehad.

 

Al voor 1600 hadden de meeste plaatsen in deze regio een gereformeerde predikant. Het voert te ver om daar uitgebreid op in te gaan.

 

Wel, was het droevig gesteld met de nodige Bijbelkennis van een aantal dominees. Menig predikant kreeg dan ook van de classis het predikaat van zeer slecht. Zoals in Echteld J. Sasius. En H. van Hemert van de kerk van Avezaath moest het doen met een ‘Gantz onbequam’.

 

Het waren geen saaie degelijke preekheren. Want met de meeste van hen was wel iets mee aan de hand. Toch schrijft Menno Potjer in, Geloven tussen de rivieren, in het hoofdstuk,De Reformatie in de Neder -Betuwe 1590-1620, “Het is krakkemikkig roeien met zulke riemen. Toch, met al hun falen en feilen zijn het deze voormalige pastoors, of in Holland geschorste predikanten die, met flinke ruggesteun van vooral de ambtman Dirk Vijgh, het fundament van de vaderlandse kerk in de Neder -Betuwe hebben gelegd. Van Lieburg meent zelfs dat dergelijke ‘waggelmutsen’ door een goede relatie met hun gemeente de geleidelijke overgang van de ene kerk naar de andere hielpen bevorderen”.

 

De term ’waggelmutsen’ is een heel oud woord. Het betekent ‘wijfelaar, veranderlijk, onstandvastig persoon’. Het ging, in dit geval, dus om predikanten, welke geen uitblinkers waren. Ook Joost van den Vondel bezigde deze term in zijn ‘Palamedes’.

 

Het is in die tijd een gigantische klus geweest om de kerkelijke structuur van de grond af op te bouwen. Kerk en Staat waren nog behoorlijk in elkaar gestrengeld. Vandaar ook de bemoeienis van Diederik Vijgh als ambtman. Hij was één van de grote stimulators voor goed geschoolde dominees. Ook zullen er wel politieke belangen hebben meegespeeld.

 

De originele acta van de Tielse classis beginnen in september 1621. Daarvoor was het de classis Nijmegen -Tiel, en Tiel -Zaltbommel.

 

 

 

                                          

 

 

 

 

We weten allemaal hoe het verder gegaan is. Nederland kreeg z’ n “Gouden Eeuw”. Maar na verloop van tijd kwamen er andere tijden. De Fransen werden hier de baas. Dat, en nog veel meer had grote gevolgen. Ook in de kerk. De kerk raakte weer in het verval. De Verlichting kwam in de kerk. Dat is het absolute vertrouwen op het verstand. In de rede, de ratio, schept de mens zich God naar zijn beeld. Maar ook andere stromingen manifesteerden zich in de Hervormde kerk, zoals de Nadere Reformatie, de Vereniging van Vrijzinnige Herv. De Gereformeerde Bond, en de Confessionele Vereniging.

 

De kerk was geen eenrichtingskerk meer. Aan meerdere stromingen bood zij onderdak. Stromingen die vaak haaks stonden op het Evangelie. Ook Tiel had zo’ n predikant. Ds. Pieter van der Willigen. Deze predikant was heel geleerd. Hij kreeg o.a. beroepen uit Leeuwarden, Deventer, en Arnhem.

 

Maar bedankte daarvoor. Zelfs toen hij in 1828 een benoeming kreeg als hoogleraar in de Godgeleerdheid te Groningen, Wel publiceerde hij een stroom van publicaties. Ook discuteerde hij graag in gezelschappen over Tacitus, Herodotus en dergelijke. Een andere Tielse, gereformeerde, predikant Dr. G. Keizer schrijft in 1904, dat de prediking in de Herv. Kerk, rationeel en Kantiaans is. Vooral de hervormde predikant ds. van der Willigen wordt beschuldigd van het verspreiden van dwaalleer. En, ook in de Lutherse kerk was Luther niet meer te vinden. Dat kon natuurlijk niet goed gaan. We komen dan aan bij de weg der kleine luyden. De Afscheiding zoals die in deze streek tot ontwikkeling is gekomen.

 

 

 

Egbert. A. van de Haar. Tiel, 2007.

 

 

                                                     Deel 6.

 

 

                           De Afscheiding in de Betuwe.

 

 

 Een mooi stukje kerkgeschiedenis. J. H. Donner. Met Ds. L.Brummelkamp naar een dieptepunt.

 

De vaste Gereformeerde koers van Ds. Adam Varekamp.

 

 

Het was droevig gesteld met de kerk, ook in de Betuwe. Rationeel en Kantiaans, volgens Dr. G. Keizer. Voor mij ligt een boekje uit het archief van de Geref. Kerk (Vrijgem.) Het is geschonken door student J. Kamphuis. Met vulpen staat er in geschreven: “Aan de kerk van Jezus Christus te Tiel, die in de vrijmaking van 1946 getoond heeft haar afkomst niet te willen verloochenen”. Ondertekend door J. Kamphuis. Nu, inmiddels professor en met emeritaat. Het boekje is geschreven door de eerder genoemde Dr. G. Keizer, Gereformeerd predikant te Tiel. Het is in 1904 uitgegeven in verband met het 50 jarig bestaan van de Gereformeerde kerk te Tiel in dat jaar. De uitgever was J.H. Kok te Kampen. Het heet: “Een bladzijde uit de geschiedenis der Gereformeerde Kerken”.

 

De Afscheiding scheen aan de Betuwe, uitgezonderd aan het uiterst westelijke gedeelte, voorbij te gaan. Maar de Here beschikte anders. In Ommeren woonde een Frans Willem van Dee. Van Dee was daar op 18 mei 1787 geboren. Deze van Dee kan worden beschouwd als de eerste afgescheidene in de Betuwe, uitgezonderd het westelijke gedeelte.

 

Ds. Keizer kreeg van Klaas van Dee, een zoon van Frans Willem, een geschriftje ter leen, wat door Frans Willem zelf was geschreven. Het was het enige erfstuk wat de zoon van zijn vader had gekregen. En het kon door vrijwel niemand worden ontcijferd of gelezen. Ds. Keizer, heeft zich heel veel moeite getroost om het geschrift te ontcijferen. Maar, schrijft hij, het was wel de moeite waard. Keizer schrijft ondermeer: “Ik hoorde het roepen en het vragen om licht en kracht van één aan alle zijden en te allen tijde aangevochten kind van God, dat te strijden had met de ellendige geest des ongeloofs van zijnen tijd”.

 

Op 18 april 1836 levert Frans Willem van Dee zijn akte van afscheiding, wat tegelijk ook een akte van wederkeer is, in bij de kerkeraad. Dat was een zeer moedig besluit. Van Dee was opzichter bij Baron van Brakel van den Eng. Van Dee’ s vrouw Judith, vreesde dat hij daardoor broodloos kon worden. Maar ze zijn de weg van het geloof gegaan. En de Here heeft hen gezegend.

 

Van Dee schreef op 18 april 1836 aldus aan zijn kerkeraad:

 

“Aan de Heer Dominé van Ommeren en de kerkeraad aldaar te Ommeren.

 

Ik ondergetekende, lidmaat en aanhanger der ware Gereformeerde Christelijke kerk in Ned-

 

derland verklaar bij deze vrijwillig dat ik mij afscheidde van het sedert 1800 zestien bestaande

 

zoogenaamde hervormd kerkgenootschap en mij van harte vereenige met alle ware gerefor-

 

meerden waar de Heere die ook belieft te vergaderen, zijnde ik met hen in dezelfde belijdenis

 

des geloofs vereenigd en te samen gebonden door dezelfde banden van eenheid vastgesteld

 

op de Synode van Dordrecht in de jaren 1618-1619.

 

F.W. van Dee.

 

 

Deze eenvoudige van Dee wist dus heel goed waar het om ging. Hoe kwam hij aan die kennis? Hij zal veel gelezen hebben, denk ik. Bij voorbeeld boekjes van de mannen van het Reveil. Maar hij zal toch zeker ook wel vergaderingen van de afgescheidenen hebben bezocht. Immers, A. Brummelkamp preekte een keer in Opheusden. Deze zaak heeft nog gediend voor de Tielse rechtbank.

 

Ook ging hij naar Leersum waar dominee L.G.C. Ledeboer preekte. Verder zat hij regelmatig onder het gehoor van Budding. Zo werd van Dee gevoed en gesterkt in het geloof. Hij schaamde zich niet om openlijk voor zijn geloof uit te komen.

 

Als hij s’maandags in Tiel naar de markt ging, dan was zijn gang ook naar de Tielse gevangenis waar verschillende broeders uit Vuren en Herwijnen gevangen zaten om hun geloof. Zo’ n zes broeders heeft hij daar regelmatig bezocht. Hij bracht hen dan versterkende middelen, zoals boter en worst. Van twee weten we de naam. Dat zijn Klaas van der Linden en Jan Schouwenburg uit Vuren. Van Klaas van der Linden hebben we zelfs een foto.

 

 

 

 

 

                                     

  

 

 

Klaas en Evertje van der Linden - Slijkoort, uit Vuren. Bron Terugblik, 'Geloven komt van Boven'. Kerk en religie in de Betuwe. Een uitgave van de Stichting Tabula Batavorum, Opheusden 2005.

 

 

Van Dee zal mogelijk ook iemand zijn geweest die zijn mond niet hield als het om het geloof ging. Mogelijk dat daardoor het aantal afgescheidenen in Ommeren groeide. Men ging vergaderen. Dit gebeurde bij de weduwe van Kalkeren. Later werd er vergaderd bij Remmert Septer. In 1844 werden daar de ambten ingesteld door dominee A. van Raalte. Remmert Septer werd de eerste ouderling. Zo kwam de eerste gemeente in de Betuwe, uitgezonderd het meest westelijke gedeelte, tot stand.

 

Regelmatig gingen er mannen van naam voor in Ommeren. We noemen Oggel, Steketee, Wildebeest,

 

/assets/img/placeholder.jpg

 

J.H. Donner werd na zijn examen de eerste predikant van Ommeren.

 

Bevestiger was docent A. Brummelkamp. De tekst van Brummelkamp was Fill 2:29. Ontvangt hem dan in de Heere, met alle blijdschap, en houd dezulken in waarde. En Donner deed zijn intrede met 2 Cor.4:7. Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten opdat uitnemendheid der kracht zij Godes en niet aan ons.

 

Drie zondagen preekte Donner te Ommeren, en één in Veenendaal. Ook sprak hij wel eens in Tiel, Opheusden, Renswoude en Ravenswaay. Als Donner preekte dan stroomde van alle kanten de mensen toe. Uit Ommeren zelf, uit Lienden, Kesteren, Opheusden, Rhenen, Elst, Amerongen, Ingen, Maurik, ja zelfs uit Tiel. Onder zijn gehoor bevond zich ook Baron van Brakel van “de Eng”, en echtgenote.

 

Door die grote toeloop was het nodig om een kerk te bouwen. In 1849 werd er een kerk gebouwd op het erf van Remmert Septer.

 

Al hoewel de toeloop groot was, werden er weinig lid van de jonge kerk. Hoe kon dan een dergelijk kleine gemeenschap een kerk bouwen? Baron van Brakel kwam wel in de kerk, maar deed niets.

 

Neen, Donner had een vriendin in zijn kennissenkring. Mevrouw Zeelt uit Baambrugge. Zij gaf voor de kerkbouw fl. 1500.-

 

De diaken Kraan, die timmerman was van beroep, bouwde samen met Evert Dirk de Jongh uit Tiel, een net kerkje met 200 zitplaatsen.

 

 

 

 

 

                 

  

 

 De boerderij van Remmert Septer. Rechts daarvan stond ergens het kerkgebouwdje. De rode pijl geeft aan waar op de schuur de tekst 'Eben - Haëzer'heeft gestaan.

 

 

In 1851 nam Donner een beroep aan naar Leiden. Ommeren ging direct aan het werk voor een andere predikant. Het werd dominee Antonie de Vos uit Marrum en Nijkerk, in Friesland. Op 23 mei 1852 werd hij bevestigd door, alweer docent A. Brummelkamp. Intussen werden er ook regelmatig spreekbeurten gehouden in Tiel. Zo huurde men in de Waterstraat een houten schuur van Baron van Brakel. Op 6 december 1848 werd een soort opkamer gehuurd. Daar preekte Donner over Pilatus, “Wat is waarheid”. Deze vergadering werd bezocht door zo’n 150-200 mensen. Waaronder enkele voornaamsten van de stad. Deze regelmatige spreekbeurten hebben wel de grond gelegd voor de later gevormde gemeente. Vooral die van 6 december 1848. Dat is echter niet de stichtingsdag. Wel is er toen een commissie gevormd, genaamd “Kerkelijk Fonds”. Men was nog geen afgescheidene, maar men rekende zich er wel toe.

 

 

Het Kerkelijk Fonds zamelde echter wel geld in voor een obligatielening groot fl. 2500,- bestaande uit aandelen van fl. 50,- Rente 3%. Chevalier nam één aandeel ã fl. 50,-. Groen van Prinsterer nam er vier, die hij later schonk In Tiel was, volgens ds. G.Keizer, Jenneke Wildemans de eerste en enige tijd de enige afgescheidene in de stad. Later kwamen daar in 1848 bij uit Den Bosch, weduwe de Jongh en haar dochter. Naast Donner preekte bij deze gemeente in wording ook Chevalier en dr. Capadose. Later kwamen daar nog bij ds. Oggel, Breukelaar, van Houten, Brummelkamp, en zelfs nog eenmaal Budding.

 

 

Op 17 augustus 1853 zijn de ambten ingesteld door de verkiezing van een ouderling en diaken. Deze zijn op 4 september in hun ambt bevestigd door ds. A de Vos uit Ommeren. Op 4 januari 1854 is de gemeente bij koninklijk besluit erkend. Men ging over tot het beroepingswerk. Ds. de Vos uit Ommeren werd beroepen. Deze nam het beroep aan. Zo zat dan Ommeren weer zonder predikant. Na vier jaar kwam weer een predikant. Ds. J.W. Legrom uit Putten. Deze kwam te wonen in een verbouwd huis van Baron van Brakel op het landgoed de Eng. Legrom trok veel hoorders. Na een jaar, in 1858, moest het kerkgebouw worden uitgebreid. De Baron leende de kerk fl. 750,- tegen een rente van 4%. Met ds. Legrom was afgesproken dat de helft van de collecte voor hem was als traktement. Na verloop van tijd nam Legrom een op hem gebracht beroep uit Alkmaar aan. Maar al tijdens ds. Legrom begon het aantal kerkgangers weer behoorlijk terug te lopen. Dat kwam omdat in de omliggende dorpen in de Herv. Kerk rechtzinnige predikanten werden benoemd. Maar ook doordat een meneer Verbrug uit Lienden aan de Herv. Kerk te Lienden een legaat had vermaakt onder voorwaarde dat men een rechtzinnige predikant zou beroepen. Dat werd ds. Toorenbergen, een rechtzinnige predikant. Maar wat bijna nog belangrijker was? Hij droeg een steek. Toch kon Toorenbergen ook zijn gehoor niet vasthouden ondanks zijn steek. Ook ds. Ledeboer trok, door dat deze omstreeks 1840 een eigen koers ging, veel mensen mee ook uit Ommeren en omgeving. Van daar ook dat de orthodoxe Gereformeerde gemeenten in deze streek zijn ontstaan. Op 27febr 1877 werd de kerk van Ommeren opgeheven. De Baron kreeg zijn geld terug, en weduwe Septer haar grond. Hoorde Tiel eerst bij Ommeren. Nu hoorde Ommeren bij Tiel. En F.W. van Dee? Die is later verhuisd naar Tiel.

 

Nadat ds. W.v.d. Kleij de gemeente van Tiel bijna vijf jaar heeft gediend, werd op 13 november 1864 ds. J. Brummelkamp in Tiel bevestigd door zijn vader.

 

Deze predikant heeft voor heel veel moeite in de gemeente gezorgd. O.a. het zich niet houden aan kerkelijke afspraken. Het voorgaan in de Ned. Herv. Kerk. Het laten deelnemen van niet leden aan het H.A. Het laten voorgaan van Ned. Herv. Predikanten in Tiel, waaronder de bekende Dr. A. Kuyper uit Beesd. Er volgden jaren van grote moeiten in de gemeente. Ds. Keizer vermeld dat, J. Brummelkamp, na zijn vertrek, een gemeente naliet waarin een Babylonische spraakverwarring heerste in kerkrechtelijk opzicht. Men had door hem geleerd om daarin met volslagen willekeur te handelen. Ook was de gemeente door interne conflicten tot op de bodem verscheurd. Na Brummelkamp volgen nog de predikanten Engelbrecht, v.d.Lichte, en v.d,Hoorn. Engelbregt sukkelt nog gewoon door op de door J.Brummelkamps ingeslagen weg.

 

Ds. v. d. Lichte maakt echter een begin met de D.K.O. en haar handhaving. Maar ook heel erg verdrietig was, dat ds. L.Brummelkamp, die intussen Ned. Herv.predikant was geworden, een keer in Tiel preekte in de Lutherse kerk. Nu waren er, een groot aantal, gemeenteleden die graag wilden dat Brummelkamp s’avonds zou voorgaan in een kerkdienst van de afgescheiden gemeente. Hierop komt fel verzet van ds. v.d.Lichte, maar het mocht niet baten. De gemeente bleef verdeeld.

 

Ds. van Hoorn was een zeer actieve predikant, zowel in als buiten de gemeente. Vooral op het gebied van evangelisatie. Lichamelijk was hij zwak. En de verdeeldheid in de gemeente kan hij niet weg nemen. Als in 1891 ds. Adam Varekamp in Tiel komt, treft hij een, dan nog steeds, verdeelde gemeente aan. Hij is de man die de gemeente weer terug leid tot de D.K.O. en haar handhaving. Een prachtige rede van hem op een buitengewone kerkeraadsvergadering over de kerkenordening en haar handhaving staat afgedrukt in het hierboven genoemde boekwerkje van Ds. Keizer. Varekamp noemt die vergadering “Scheepsberaad”. Ds. Varekamp was een man die verkeerde dingen in de gemeente aan de kaak stelde. Daardoor groeide de gemeente inwendig in het geloof. Hij bracht de gemeente weer in goed vaarwater. Onder zijn leiding kwam er een krachtig en gezond gemeenteleven. We moeten hierbij denken aan een gezonde krachtige gereformeerde prediking, en een goede inwendige pastorale zorg. Een uitstekend voorbeeld van gemeenteopbouw. Ook heeft hij geprobeerd om in het dorp Lienden de ambten weer in te stellen. Dit ten behoeve van de daar wonende kerkleden. Maar dat is niet gelukt. In de tijd van Ds. Varekamp zal men gekerkt hebben in een kerkgebouw in het Scheidingsstraatje. Het straatje is er nu nog. Het ligt tussen de Waterstraat en de Gasthuisstraat. Het kerkgebouw staat er niet meer. Dat is verloren gegaan tijdens het oorlogsgeweld.

 

In 1941 bestond de gemeente uit 443 leden, waarvan 136 belijdende leden.

 

Egbert van de Haar, Tiel 2007.

 

 

 

                                     Deel 7.

 

In Tiel geen Doleantie. De Vrijmaking landelijk, en zes Vrijgemaakten in Tiel. Een tinnen bloemenvaas, een bijzonder preekstoel, een laag plafond, en een kerkauto.

 

De Doleantie heeft hier vrijwel niet gespeeld, op een enkele uitzondering na. Dat kwam, dacht ik ook wel door de activiteiten van de dames Spiering. Deze waren immers bezig om het orthodoxe deel in de Herv. Kerk te vergaderen in het door hen opgerichte Eben-Haëzer. Hoewel deze dames heel veel voor het christelijke geloof in Tiel hebben gedaan, waren ze geen voorstanders van de Doleantie. In die zin hebben ze dus niet meegedaan aan de voortzetting van het Gereformeerde geloof. Toch is het niet goed hun werk in Tiel te bagatelliseren. Henriétte Wilhelmina, en zus Johanna Judith Spiering zijn in die tijd heel belangrijk geweest voor de Tielse samenleving in zijn geheel, als voor het christelijke volksdeel in het bijzonder. Ze hebben een kerk, school, en een ziekenhuis laten bouwen. En dat alles van hun eigen geld. Men leze daarvoor het uitnemende boekwerkje van Ds. P.L.J. Wapenaar, “Een voorbeeld van dienende liefde”. Van hun werk niet veel meer over. Opgezogen door de geest van de tijd. Toch komen we in het laatste hoofdstuk daar nog even op terug.

 

Voor wat de Gereformeerde Kerk betreft, ging het een aantal jaren na de Doleantie geleidelijk aan al weer bergafwaarts in Nederland. In de jaren 30 van de 20e eeuw ontstonden er grote moeiten in de Gereformeerde kerken. Dit spitste zich toe op de opvattingen van Prof. Dr. A. Kuijper en zijn volgelingen. De opvattingen van Kuijper werden over het algemeen als juist geacht. En dan hebben we het over Theologische leerstukken als: Doop, Verbond, Gemene gratie of algemene genade, Pluriformiteit van de kerk. Vaak was het in discussies van, “ Kuijper zegt, en niet de Schrift zegt”. Kuijper sprak soms anders dan de Schrift. Kuijpers leer was o.a. de verzegeling door de Doop van de mogelijk aanwezige wedergeboorte in de dopeling.

 

Dat klopt natuurlijk niet. De Doop betekent en verzegelt helemaal niet dat er mogelijk iets van een wedergeboorte in de dopeling aanwezig is, of verondersteld wordt dat het aanwezig is. De Doop betekend en verzegeld de vaste belofte van de Here God waaraan het deel heeft.

 

De Doop is een zichtbaar teken en zegel. Lees daarvoor maar eens aandachtig de zondagen 26 en 27 van de Heidelbergse Catechismus. Daarin staat het duidelijk beschreven.

 

We gaan daar verder niet op in. Wel noemen we een aantal hoofdrolspelers van de voor en tegenstanders. Voorstanders van Kuijpers opvattingen waren onder meer: Prof. Dr. H. H. Kuijper, Prof. Dr. V. Hepp, Dr. W.A. v. Es. Prof. Dr. J. Ridderbos.

 

Tegenstanders waren o.a. Prof. Dr. K. Schilder, Prof. Dr. S. Greijdanus, Prof. C. Veenhof. Ds. D. van Dijk, Ds. Holwerda, Ds. I. de Wolff, en de onderwijzer A. Janse. Deze laatsten, de tegenstanders van Kuijpers leringen, werd de reformatorische beweging genoemd. Deze beweging vroeg weer belangstelling voor de werkelijke boodschap van de Doop, Verbond, en heilshistorische prediking.

 

Aan de andere kant was er de beweging van de Ned. Chr. Stud. Ver, de N.C.S.V. Deze vereniging had een heel vage grondslag. De synode van 1920 waarschuwde nog zeer ernstig dat studenten geen lid moesten worden van deze vereniging. Toch deden velen dat wel. Ook predikanten. Velen van hen hebben met hun geloof schipbreuk geleden. Denk maar eens aan de oud P.v.d.A leider Joop den Uijl. Ondanks verschillende oproepen om te wachten tot de oorlog voorbij zou zijn, ging de synode er toch toe over een aantal leeruitspraken bindend op te leggen. Daartegen kwam veel verzet. Doch de bezwaarschriften werden met één veeg van tafel geveegd. Schilder en Greijdanus werden geschorst. Ds. D. van Dijk, de vader van onze emeritus predikant, werd van de synode weggestuurd. Dit alles is volkomen in strijd met het Gereformeerd kerkrecht.

 

Honderden predikanten ouderlingen en diakenen raakten hierdoor in gewetensnood. De kerk van Bergschenhoek werd in haar geheel buiten het kerkverband gezet, inclusief die leden die het wel eens waren met het synodebesluit. Och, och, wat werd het weer donker in de kerk. Donker in de kerk, donker in de wereld. Het was immers oorlog. Op 11 augustus 1944 werd er in de Lutherse kerk in den Haag een vergadering van bezwaarden gehouden. Deze vergadering werd bijgewoond door 1100 mensen. Ondanks alle gevaar van beschietingen van treinen, razzia’s, bombardementen en dergelijke. Daar is de acte van Vrijmaking en Wederkeer voorgelezen en getekend. Dat was geen breuk met de kerk, maar een poging om de breuk te herstellen. Doch dat is niet gelukt.

 

Eind van de oorlog vond de evacuatie van de Tielse bevolking plaats. Uiteraard ook van kerkleden. Tiel is voor de zoveelste keer in haar geschiedenis frontstad in het oorlogsgeweld. Na de evacuatie, als de Tielenaren weer terug zijn gekeerd in de zeer zwaar beschadigde stad, herneemt ook het kerkelijke leven, zo goed als mogelijk is, haar gang. Ook de bezwaarden in de kerk nemen de draad weer op. Er werden bezwaarschriften naar de kerkeraad gestuurd. Deze werden echter niet gehonoreerd. Wel belegde de kerkeraad een voorlichtingsavond. Als spreker kwam Prof Nauta. Maar die kon alleen maar zeggen: “de synode heeft besloten, en zo is het”. De kerkeraad vond het ook wel voldoende en sloot zo de informatie naar de gemeente af. Ds. J. Wiepkema, predikant van de toen nog één gereformeerde kerk, was het aanvankelijk wel eens met de vrijgemaakten, maar ging toch niet mee. Dat bleek uit gesprekken die br. en zr. Scholtus met hem hadden gehad. Ds. Wiepkema heeft als predikant de gereformeerde kerk synodaal gediend van 9 juli 1936 tot 1947.

 

De bezwaarden gingen daarom zelf een drietal voorlichtingsavonden beleggen. Sprekers voor die avonden waren Ds. Visee van Leerdam, Ds. Doekes van Rotterdam-Feijenoord, en Ds. De Boeft van Rotterdam-Kralingen.

 

Nadat eerst wel belangstelling voor dergelijke avonden bestond, verflauwde al gauw de interesse van de bezoekers.

 

Toen de synode op 8 maart 1946 de zgn. Vervangingsformule had opgesteld, vond de Vrijmaking in Tiel plaats op 24 april 1946. Dat gebeurde t.h.v. de familie Den Uijl Stationsstraat 31. Daar is de Acte van Vrijmaking of Wederkeer getekend door br. en zr. Cornelissen, br. H. Scholtus, zr. Den Uijl(verloofde van Jac v.d. Kolk), en br. en zr. Broere. Zes in totaal. De vergadering stond o.l.v. ds. Brands uit het ook al vrijgemaakte Gameren. Op die avond zijn er ook twee ambtsdragers gekozen. Kerkrechtelijk was dat best een groot probleem. De zusters mochten toen nog niet stemmen. Maar voor deze ene keer werd een uitzondering gemaakt. Gekozen zijn br. Cornelissen en br. Scholtus. De volgende zondagmorgen zijn de beide brs. geïnstitueerd. Bevestiger was ds. Brands. Prof Jager heeft over deze verkiezing eens, tegen Jac. van der Kolk, gezegd: “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”.

 

s’ Middags preekte student J. Kamphuis.

 

Voor deze zondag is in allerijl nog een collectezak gemaakt, want collecteren in een hoed vond men niet waardig genoeg. En hoe vier je nu Avondmaal als je helemaal niets hebt? De oplossing was een tinnen kan van de familie Den Uijl. Een bloemenkelk van de verloofde van Jac. v. d. Kolk. En van zijn zus een tinnen bord.

 

Er werd vergaderd in een bijzaaltje van de Eben-Haëzerkerk van de toen al overleden dames Spiering.. Maar wat was het een armetierig klein groepje van zo’ n 6 kerkgangers,vergeleken bij de gereformeerde bondsachtige buurman van zo’n 3á 400 kerkgangers. Maar wat was dat kleine groepje ook geweldig rijk. Ze hadden weer het volle rijke woord van de Here God. Ze stonden weer midden in het Verbond. Het was Gods werk.

 

En wat is die vrijgemaakte kerk van Tiel rijk gezegend. In 1949 kwam de eerste predikant voor de kerk Tiel –Zaltbommel. Dat was Ds. C. van Leeuwen.

 

Een oproep in het blad “De Reformatie”, om financiële steun bracht veel op. Er werd een kerkauto aangeschaft. De eerste kerkauto in Nederland? De auto was bestemd voor het vervoer van de predikant van Tiel naar Zaltbommel en omgekeerd. En als de dominee er niet was, dan las b. H. Scholtus een preek, speelde br. Mackay op het orgel, en zr Cornelissen zong en deed wat in het door haar zelf gemaakte zakje. De brs. H. Scholtus en Mackay zijn mogelijk de eerste organisten geweest in de Vrijgemaakte kerk van Tiel. Maar mogelijk ook zuster van de Kolk. Later is het ook wel eens gebeurd dat, br. Scholtus een preek las, en op het orgel speelde, en collecteerde. Men sprak wel eens van de one men show van broeder H. Scholtus.

 

Er kwam een jonge dame in Tiel te wonen. Ze kwam in betrekking op huize “Randenburg”, Lingedijk 31. Deze zuster heette Adriana Vroegop, en is later getrouwd geweest, met P. van Ewijk. Br. Scholtus was door de kerkeraad van Zaltbommel daar attent op gemaakt. Dus stond hij daar op de stoep van dat deftige huis. Ja, de oorlog was nog niet zo lang voorbij. Het ging allemaal nog wat primitief. En heel het kerkelijke leven moest nog worden opgebouwd. Zr de Putter kwam. De familie Hebels in de Lijsterbesstraat. Mevrouw Vogel met haar gezin in het Kastanjelaantje. Mevr van Uitert in de Nieuweweg.

 

Ja, noemt u maar op. De kerk groeide ook in ledental. Al voor 1949 was het aantal leden gegroeid tot 37. Na verloop van tijd werd er vergaderd in een bijgebouwtje van het slachthuis in de J. D. van Leeuwenstraat. Br. H. Scholtus werkte als administrateur op het slachthuis. Mogelijk vandaar. Op een verkoping in Utrecht had men een preekstoel op de kop getikt. En wat voor één! Jawel hoor, het was het spreekgestoelte van de N.S.B.er Mussert. Maar nu gebruikt voor de verkondiging van de waarheid.

 

Nu is mij wel eens verteld dat het plafond in het zaaltje niet al te hoog was. Een beetje lange predikant kon dan wel eens problemen geven. Het was dan ook altijd even afwachten of de dominee wel paste tussen preekstoel en plafond. Ook werd het zaaltje gebruikt voor de catechisatielessen. Ds. M.van Veelen heeft de gemeente van Tiel-Zaltbommel gediend van 1957 tot 1961. Van ’57 tot’58 heeft de dominee met zijn vrouw ingewoond bij een R.K. gezin , de familie Romijn, aan het begin van de Gr.Br.Grintweg in Tiel. Van 1958 tot 1961 hebben ze in Zaltbommel gewoond.

 

Eind 1962 begin 1963 ging men als gemeente vergaderen in de aula van de christelijke mavo in de Medelsestraat 5. Maar de catechisaties werden voorlopig nog gegeven in het zaaltje van het slachthuis. Zelfs nog in de tijd van ds. D. Noort. De dominees M. van Velen, T.J.Keegstra, D.Noort en A.P. van Dijk, kenden elkaar vanuit de studietijd. Van ds T.J.Keegstra 1961-1965, is bekend de prachtige preken over het Verbond.

 

De gemeente groeide aardig. In 1962 werden twee Tielse bedrijven, “Daalderop”, en de Glasfabriek, “De Maas”, door de kerkeraad benaderd voor personeelswerving. Dat leverde een paar advertenties op in het Geref. Gezinsblad (nu N.D.) Maar ook behoorlijk wat nieuwe leden. Men zat al gauw zo rond de honderd leden. Toch waren er landelijk ook behoorlijk wat spanningen in de Vrijgemaakte kerk. In het (slot)artikel wil ik dat even aanstippen. Maar ook de verdere ontwikkeling, tot nu toe.

 

 

Egbert. A. van de Haar. Tiel. 2007.

 

 

 

                                 Deel 8.

 

 

De moeilijke jaren zestig. Eben- Haëzer, verdere groei, van houten naar stenen gebouw.

 

 

 

 

Hoewel de kerken Tiel en Zaltbommel twee zelfstandige kerken waren, met allebei een zelfstandige kerkeraad, zijn op 27/11 1952 beide kerken samen gevoegd. De reden daarvoor was dat de kerk van Tiel niet meer in de ambten kon voorzien, vanwege het zeer lage ledenbestand. In 1965 zijn de kerken weer gesplitst tot twee zelfstandige kerken met samen één predikant.

 

In de Vrijmaking kwamen er eigenlijk meerdere stromingen in één kerkverband. Er waren er die zich vrijmaakten om de onschriftuurlijke leringen zoals over, de Doop, het Verbond, en de prediking van Gods beloften

 

Er waren er ook die zich vrijmaakten om de schorsingen van predikanten, ouderlingen en diakenen.

 

Ook waren er die eigenlijk niet zo’ n groot belang hechtten aan een kerkenordening en een kerkverband. Toen de Vrijmaking eenmaal een realiteit was, voelde men zich niet meer thuis in onze kerken. Ze hadden zich alleen maar vrijgemaakt om het hiërarchische optreden van de synodes. Onder hen waren er met independentistische ideeën. Er deden zich allerlei zaken voor, bijvoorbeeld, de bekende ds. Bos actie. De Open brief van Puchinger e.a. De zaak van d. van der Ziel( Tehuisgemeente). De zaak van Ds. B. Telder (leer der zieleslaap). De zaak Ds. Eenhoorn,(van hetzelfde gevoelen als Telder?) De zaak van Ds. B.J.F. Schoep. De zaak van bekende Open Brief. Om kort te gaan. Men zag de Vrijmaking niet als Gods bewarend werk.

 

Daar kreeg de kerk van Tiel ook mee te maken i.v.m . Ds. Roukema, van de kerk van Ede, was één van de ondertekenaars van de Open Brief. Dat is een verschrikkelijk zware strijd geweest in de classis Arnhem. Ook voor Ds. D. Noort van de kerken van Tiel en Zaltbommel. Op een gegeven moment was hij vrijwel de enige predikant in de classis, wegens vertrek door een beroep van andere predikanten (1). Ook voor de ouderlingen A. Kranghand en W. Kreun gold dat. Vooral, de stugge vasthoudendheid van br. A. Kranghand in één of meerdere commissies is van grote waarde geweest. Mede door de standvastigheid van deze brs. is de kerk van Tiel als enige in de classis niet gescheurd. God zij dank daarvoor.

 

Terug naar de moeiten van de jaren zestig. De ondertekenaars van de Open Brief zagen de kerk niet meer. Men onderschatte ook de betekenis van de Vrijmaking, en zette daardoor de binding aan de belijdenis op de tocht. Voor het juiste zicht op de kerk verwijs ik u naar art. 29 van de Ned. Gel. Belijdenis, met tekstverwijzing.

 

De Vrijmaking was heus geen klein vaderlands gedoe. Maar wel een zaak van essentieel belang voor de kerk. Het was geen mensenwerk, maar Gods werk.

 

Alles met elkaar is het een heel moeilijke tijd geweest voor de kerken. De kerk van Zaltbommel is jammer genoeg wel gescheurd. Ds. Noort, die in Zaltbommel woonde, heeft het daar heel zwaar gehad. Hij zuchtte eens een keer tegen mij: “Ik hoop dat ik eindelijk eens een keer kan toekomen aan mijn eigenlijke pastorale arbeid in de beide gemeenten”. Na enige tijd kwam er rust in de kerken, en kon men over gaan tot de verdere uitbouw van het Gereformeerde leven in de volle zin.

 

Nadat Ds. D Noort een beroep had aangenomen naar Buitenpost, is de kerk van Tiel maar iets meer dan een half jaar vacant geweest. Op 4 oktober 1970 deed Ds. A.P. van Dijk zijn intrede in beide gemeenten. Hij heeft beide gemeenten in grote trouw aan zijn Zender gediend tot 1 maart 1996.

 

In het begin van de zeventiger jaren liep het ledental van de kerk van Tiel van circa 120 leden terug tot zo’ n 90 leden. Maar met de nieuwbouw van de Hennepe, Schepenbuurt en de Rauwenhof, liep het toch weer gestadig op. Begin van de tweede helft van de zeventiger jaren tijd zat het ledental op circa 140 leden. Dat is ook de tijd geweest dat we wat meer activiteiten konden ontplooien op gebied van evangelisatie. Dat betekende het houden van een zondagschool bij ons thuis. Die is later omgezet in een jeugdclub die werd gehouden in een kleuterschool van de Wilhelminaschool (nu Pr. Willem Alexanderschool). Leidsters waren o.a. Joke van Keulen - Kiela en Thea Huijpens – v.d. Mijden.

 

Na een zeer goede start, liep het ledental op den duur gestaag terug. De reden was, dat van de kindertjes, het merendeel tot de synodaal Gerefomeerde kerk behoorde, naar een bij hun eigen kerk opgerichte kinderclub gingen. Intussen was ook het Tiels Gereformeerd Evangelisatiezangkoor opgericht. Het koor stond o.l.v. mevr. J.W. de Mooij- Bos die het muzikaal begeleide en met de ogen dirigeerde. Het koor werd uiteraard gesponsord door de gemeente via werkgroep voor evangelisatie. Het heeft vijf jaar gedraaid, En in totaal 26 avonden verzorgt in verschillende bejaarden en ziekenhuizen in de Betuwe. Het aantal leden van het koor bedroeg circa 18 leden. Na vijf jaar moest er worden gestopt vanwege een afnemend ledental door verhuizing en dergelijke. Omdat er in de gemeente een grote behoefde bestond aan een eigen gebouw werd besloten om daar toe over te gaan. Vele jaren had men voor de zondagse erediensten gebruik gemaakt van de aula van de Chr. Mavo in de Medelsestraat 5.

 

We komen hiermee op een heel belangrijk punt in de geschiedenis van de Gereformeerde kerk Vrijgemaakt te Tiel. Maar dat niet alleen. Ook van de Tielse samenleving. Wat was het geval. Al geruime tijd werd door de kerk gebruik gemaakt van de bijzaaltjes van de Eben-Haëzerkerk in de Gasthuisstraat. Bijvoorbeeld door het houden van catechisaties. Ook de kerk zelf werd wel eens gebruikt voor kerkdiensten tijdens bijzondere feestdagen, trouwdiensten en dergelijke. En ook het G.P.V. heeft regelmatig een gebruik gemaakt van één van de bijzalen.

 

De Eben-Haëzerkerk, een begrip in Tiel, was, evenals het ziekenhuis “Bethesda”, en de Koningin Wilhelminaschool aan de Achterweg, gesticht door de dames Spiering. De kerk mocht alleen gebruikt worden voor positief christelijke doeleinden. De dames letten er wel op dat het niet in strijd kwam met hun orthodoxe confessie. In1890 had men een pand aangekocht dat geschikt was voor het houden van kerkdiensten. In 1918 werd het pand verbouwd. Er zal naar schatting plaats zijn geweest voor circa 300 personen. Het gehele complex bestond uit het kerkgebouw plus kleine bijzaaltjes, twee woningen, waarvan een kosterswoning, het vergadercentrum, “Ons Huis”, en een tuin. De dames hadden het met het ziekenhuis, en school onder gebracht in de Fundatie voor Christelijke Belangen, te Tiel. De dames zijn overleden in 1921 en 1944.

 

Daar de Geref. Kerk Vrijgemaakt regelmatig gebruik maakte van deze kerk, kreeg de Raad op een gegeven moment bericht dat de Fundatie het gehele complex kwijt wilde. Ziekenhuis en school behoorden al tot het verleden. Onze kerk kreeg de gelegenheid om een bod te doen. Dat bod kwam op Fl. 150,000.- uit. Het ging dan alleen om het kerkgebouw en de kleine bijzaaltjes. We praten dan over het jaar 1978. Dat bod is door de Fundatie intern aanvaard maar nooit ter kennis aan ons door gegeven. Intussen had zich ook projectontwikkelaar Vahstal aangemeld. Deze kocht het hele project op voor Fl. 650,000.-Bijzonder sneu voor Ds. A.P. van Dijk en dhr. J. v.d. Mijden, en uiteraard de gehele gemeente. Deze brs hebben zich enorm veel moeite getroost. Vooral Ds. van Dijk heeft heel wat bezoekjes afgelegd bij een lid van het Stichtingsbestuur om te lobbyen.

 

In de plaatselijke pers was er veel kritiek. Ook van de vrijgemaakt Geref journalist Peter v.d. Ros in een bijna paginagroot artikel, en van ondergetekende via een ingezonden, in de Tielsche Courant. Dit alles resulteerde er in dat wij een houten kleuterschool konden kopen. De gemeente Tiel beloofde ons mee te werken voor het kopen van een geschikt stuk grond. De kleuterschool heeft een aantal jaren opgeslagen gestaan bij de jamfabriek “De Betuwe”. Onze kerk kreeg van de Fundatie wel Fl.10,000.- En er mocht iets uit de Eben-Haëzer worden uitgezocht voor kerkelijk gebruik. Dat werd een knielbankje voor trouwerijen. We hebben dat nog steeds Het heeft lange tijd in het magazijntje van onze kerk gestaan. Enige tijd geleden heb ik het overgedragen aan de heer Noteboom. Nu staat het in de St. Maartenskerk.

 

Na enige tijd konden we beginnen met de bouw van het, kerkelijk centrum “De Ark”, Schouw 48 b. Dat was circa half of eind 1981. Ingebruikname in 1982. Daar hebben we ongeveer 14 jaar gezeten, tot we dreigden met z’ n allen door de vloer te zakken. Intussen was er ook al een bouwfonds gestart. Er werd heel veel bij geklust, onder meer onder de bezielende leiding van leiding van Liesbeth Kramer (kerstpakketten) en vele anderen. We denken ook aan de dames bij de koekjesfabriek in Geldermalsen Fl. 59,000.- Na verloop van niet al te lange tijd kon worden gestart met de bouw van de Magnificatkerk. In de bouwcommissie waren toen door de kerkeraad benoemd de brs. N. Nierop. J. van Ommen en W.Luth.

 

De officiële eerste steenlegging vond plaats op 19-09-1998. Dit is gebeurd door mevrouw Elizabeth Scholtus- Put. Geboren 18-03-1919. Overleden 10-11-2003. Weduwe van Hendrik Scholtus. In de steen staat, ondermeer gebeiteld: “Magnificat anima mea Dominum”, Luc 1: 46 b. De oplevering vond plaats in februari 1999. De ingebruikname vond al eerder plaats, nl. december 1998. Na ds. Van Dijk heeft ds. A.Souman de kerken van Tiel en Zaltbommel nog enige jaren gediend.En nu, sinds januari 2004 een eigen predikant Ds. U. van der Meer. Brs en zrs, we zijn aan het eind gekomen van deze reis door de geschiedenis van de Kerk. Weet u nog hoe het begon? Bij de uitstorting van de Heilige Geest in het jaar 33. Rond het jaar 700 kwam het evangelie in de Betuwe. Wat was het toen al verwaterd. Wat was de kerk soms klein en nietig. Wat was die kerk soms diep weggezonken in het moeras van afgoderij en wereldgelijkvormigheid. Maar dan wekte God die kerk weer tot leven. Telkens gaf de Here wederkeer naar Zijn Woord. De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen, zegt de Schrift. Ook nu staan wij weer in de volle genade van Zijn Verbond. Wat een rijkdom. Wat een genade. Dat vraagt om dankbaarheid, en ook om verantwoordelijkheid. Maar er zijn ook nu weer zorgen om de kerk. Ook hier in Tiel. We kunnen er niet omheen. Het kerkbezoek, vooral s’ middags wordt beduidend minder. Dat is jammer, want dat zijn mooie leerdiensten, waardoor we gebouwd worden in het geloof. Landelijk hebben we het fenomeen “Jeugdkerk”. Of een ander soort kerkdiensten, zoals de moralistische prediking van sommige predikanten in onze kerken. Emotie, gevoel en beleving worden de belangrijkste ingrediënten. Kennis van de Here en Zijn Woord komt veelal op de tweede plaats. Kerkgrenzen bestaan bijna niet meer. Men stapt gemakkelijk over op een andere kerk, beweging, of helemaal geen kerk. Dit doet wel een beetje denken aan Genesis 6 :1-4. Ook toen veegde men de kerkgrenzen weg. Daar gaat het ook over de wereldse manier van leven van Gods volk.

 

Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis heeft”, zegt de Schrift. De wereld (satan) trekt en zuigt in alle hevigheid aan ons. Aan ons persoonlijk. Aan onze gezinnen. Aan onze gezinnen met kinderen. Aan de ouderen. En ook aan onze jeugd. De hedendaagse wereldse cultuur, waarin niet God, maar de mens centraal staat, dringt zich enorm op aan ons allemaal. Merken we dat (nog) wel? De Woordverlating, in het eens zo Gereformeerde Nederland, is enorm. In de zogenaamde P.K.N. kerken. Ja, ja, maar, als wij niet oppassen ook bij ons. Ik wil dan ook, met klem, oproepen om trouw te zijn aan Gods Verbond. Dat Verbond wat spreekt van Genade, Verzoening, en Verlossing. Maar ook van dreiging. Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt! (Marcus 13: 37) Die staat ziet toe dat hij niet valt.

 

Psalm 111vs 6 berijmd. t’Begin der ware wijsheid is- zo leert ons Gods getuigenis- de Here als uw God te vrezen. Wie hiernaar leeft, hij heeft verstand, hij dient zijn God met hart en hand. Voor eeuwig wordt Gods naam geprezen.

 

Voor eeuwig. Tot aan de jongste dag, Als Christus komt. Weer komt. Om Zijn Bruid te brengen voor Vaders troon. Zij zullen daar staan. Groot en klein. Oud en jong. Al die mensen uit de geschiedenis der kerk. De kerk van het Oude en Nieuwe Verbond. Kent u ze nog? Clemens, Ignatius, Polycarpus, Athanasius, Ambrosius, Willibrord, Suitbert, Gerard Geldenhauwer, Frans Willem van Dee, Jenneke Wildemans, de mensen van de Vrijmaking, u en ik, en heel die grote schare van onaanzienlijken voor de wereld. Voor God belangrijk. Hij roept. Het getal moet vol zijn. De 144.000. Het getal van de volheid. De kerk. Zijn kerk. Zijn volk. Zijn Bruid. Zal de kerk van Tiel er dan ook nog zijn op die Grote Dag van de HERE?

 

 

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

 

 

(1)Aanvulling: De predikanten die uit de classis Arnhem wegvielen had niet als oorzaak dat men een beroep naar elders hadden aangenomen. Maar doordat zij zich buiten verband hadden geplaatst.

 

Daardoor was Ds. D. Noort de enige predikant in de classis Arnhem.

 

 Mei 2016 : Vrijmaking Tiel zeventig jaar geleden.

 

 

Literatuurlijst kerkgeschiedenis.

Het evangelie van Jeruzalem naar de Betuwe,

In het bijzonder naar…. Tiel e.o.

 

Geraadpleegde literatuur.

 

1. Kleine kerkgeschiedenis: W.Meyer.

 

 

2. Gebeurtenissen van deze tijd, Alpertus van Metz

vertaald en ingeleid door Hans van Rij.

 

3. Leerboekje der kerk en zendingsgeschiedenis: J. Nomes.

 

4. Het Chronicon Tielense: of de Tielse Wereldkroniek.

Een geschiedenis van de lage landen en de volksverhuizing tot in het midden van de vijftiende eeuw.

Ingeleid en vertaald door: Jan Kuys, Leontien de Leeuw,

Valentijn Paquai, Remi van Schaik.

 

5. Versteend Verleden: Huub van Heiningen

en Jan Bouwhuis.

 

6. Geloven tussen de rivieren: Red. S.E.M. v Doornmalen,

E.H. Bary, J.C. Okkema.

J. Roes.

 

7. Biografisch Woordenboek van Tiel: Deel 1. Historische werkgroep Tiel

Red: Drs. T.J.M. Born

en R. De Jongh.

 

8. Toen en nu: W.G. van Hulst en R. Huizenga.

 

 

9. In volle wapenrusting: Joh. Van Hulzen. L. Keemink.

Anne de Vries.

 

10. Tweeduizend jaar geschiedenis van Gelderland: Klaas Jansma,

Meindert Schroor, e.a.

 

11. Geschiedenis van Tiel: Dr. E.J.Th.A.M.A. Smit. H.J. Kers.

 

12 Kalendarium: Streekarchief Tiel e.o.

 

13 De Betuwe: A. Hol.

 

14 Internet: M.m.v. Dhr. H.W. Rijneke.

John van de Haar.

15 Computerbestand Streekarchief.

 

16 Een bladzijde uit de geschiedenis der Gereformeerde Kerken: Dr. G. Keizer. v .d. m. te Tiel.

 

17 Van houten kerk tot houten kerk: P.G. Versteegt.

 

18 De Betuwe: Adriaan. P. de Kleuver.

 

19 Gelre tussen de rivieren: Stichting Meander, en V.V.V.

 

20 De Betuwe: Dr. R.F.P. De Beaufort

Drs. Herma. M. van den Berg.

 

 

 

21 Dordtse leerregels toegelicht door: Ds. J.G. Feenstra.

 

22 Geschiedenis der kerk: Dr. Otto. J. de Jong.

 

23 Mondelinge Informatie: Ds. A.P. van Dijk.

 

24 H.W.S. Een Tiels voorbeeld van dienende liefde. Drs. P.L.J. Wapenaar.

 

25 Weest soepel, toegevend, maar toch principieel. Drs. P.L.J. Wapenaar.

De geschiedenis van 150 jaar protestants – christelijk onderwijs in Tiel.

 

26 Vrijmaking – Wederkeer: Vijftig jaar Vrijmaking in beeld D. Deddens

gebracht 1944-1994 onder redactie van: M.te Velde.

 

27 Bewaard Bevel: H. van Tongeren. V.d.m.

 

28 Rechte lijnen trekken: Ds. D van Dijk geintervïeuwt door: Peter Bergwerff

en Tjerk de Vries.

29 “Vrijgemaakt- waarom eigenlijk?” H.R. Munneke.

 

30 De Vrijmaking: Schets ter behandeling Geref, Jongelingsver. Ds. G. Janssen.

 

31 Aantekeningen bij de Heidelbergse Catechismus: J.van Bruggen. V.d.m.

 

32 Wegwijs in gelovig Nederland: Drs. E.G. Hoekstra/

M.H. Ipenburg.

 

33 Herdenking 40 jaar Vrijmaking Geref. Kerk Tiel: Redactie W. van Harten.

Met bijdragen van Ds A.P. van Dijk en

Dhr Jac van der Kolk uit Ermelo.

 

34 ‘De Betuwe op slot: St. Tabula Batavorum.

 

35 Nederlandse kerkgeschiedenis in vogelvlucht.

t.b.v. de catechisatielessen ( Geref. Kerk Vrijgemaakt te Tiel) W. van Harten.

 

36 Kent u ze nog…. De Tielenaren. N.M.F. Lathouwers.

J.P.H. van Zoelen.