Predikanten Tiel vanaf de Afscheiding en Vrijmaking.

 Klik hier> Twijfelen over je geloof?

                      Predikanten vanaf de Afscheiding.

 

                         Ds. J.H. Donner.

 

                                                        Predikant te Ommeren, (Betuwe).

                                

 

 

                                                                J.H.Donner.

 

Donner werd geboren 18-08-1824 te Arnhem. De familie Donner was van Duitse afkomst.

Ds. J.H.Donner heette eerst Johannes Christiaan Donner. Maar bij de huwelijksbevestiging in augustus 1851 werd hem medegedeeld dat hij op het gemeentehuis van Arnhem stond

Ingeschreven als Johannes Hendrikus. Dus heette hij voortaan zo. Hij ontving zijn opleiding te Arnhem van A. Brummelkamp en A.C. van Raalte. In 1848 afgestudeerd als kandidaat.

Op 21-05-1848 zijn intrede gedaan in Ommeren (Betuwe).

Donner was ongehuwd toen hij predikant werd te Ommeren. Hij woonde in bij Frans Kraan, de kerkmeester van de Gereformeerde kerk te Ommeren.

Donner preekte niet alleen in Ommeren en Veenendaal, maar om de 2, 3, of 4 weken ook in Tiel. Dat waren hoofdzakelijk Bijbellezingen. Eerst bij de weduwe van Andel. Ook wel eens in een schuur van Baron van Brakel in de Waterstraat. Daarna werd er een opkamer gehuurd dicht bij het huis van de weduwe van Andel. Daar heeft Ds. J.H. Donner gepreekt over: ‘Wat is waarheid”? En op 6 december 1848 over: ‘dat de Bereërs voortreffelijker waren dan die van Thessalonika, omdat zij dagelijks de Schriften onderzochten of deze alzo waren’.

Op deze datum is er een commissie benoemd, genaamd: “Kerkelijk Fonds”. In deze commissie werden benoemd Johannes Pijsel, Antonie van Krieken, Johannes Dirk Hittinger, en Herman Christophel Schmitz. De laatste als Boekhouder - Kerkvoogd, zoals hij zichzelf noemde, en scriba.

Ds. J.H.Donner heeft sterk de hand in gehad in de kerkplanting te Tiel. Dit geld ook, maar mogelijk in mindere mate, voor de kerk van Veenendaal. Daar preekte hij eens in de vier weken.

Vanaf 1848 tot in 1851 was het voornamelijk Donner die te Tiel preekte, en in mindere mate Chevalier. Het is dus vooral Donner geweest die met zijn prediking er aan heeft bijgedragen dat de gemeente in Tiel zo langzamerhand tot openbaring is gekomen.

Donner trouwde in juni 1851 met Huiberdina Gijsbertha de Hoogh uit Echteld. Ze kregen samen veertien kinderen. Zes zonen en drie dochters bereikten echter maar de volwassen leeftijd. Twee van hun zonen zijn predikant geworden. Andreas Matthias en Johannes Hendrikus.

Donner stond hier in een tijd dat de Afgescheiden kerk bol stond van spanningen. In de eerste jaren van zijn ambtsbediening kwam hij dan ook meermalen in aanraking van de onderlinge onenigheden van de Afgescheidenen.

Als leerling van A.Brummelkamp was hij vertegenwoordiger van de Overijsselse - Gelderse groep. Die groep was ontstaan in 1846 door de kwestie over het ambtsgewaad.

Op 11 juli 1849 werd er een synode gehouden in Amsterdam. Op deze synode zou het conflict in de genoemde provincies worden besproken.

Donner en zijn medeafgevaardigde, ouderling Ravesloot wensten als leden van de synode zitting te nemen. Ook de andere groep uit Gelderland - Overijssel hadden een afvaardiging gestuurd. Deze mochten wel zitting nemen in de synode. Donner en Ravesloot echter niet.

Wel werd hen voorgesteld de vergadering bij te wonen als adviserende leden. Maar dat hebben zij niet geaccepteerd, en hebben de synode verlaten.

De scheuring van 1846 is in 1854 weer geheeld. In 1857 werd Donner afgevaardigd door de Provinciale synode van Gelderland naar de synode van Leiden. Daar kwam bezwaar tegen, omdat een predikant uit Zuid-Holland geen afgevaardigde kon zijn van de Kerken uit Gelderland.( Donner stond toen al in Leiden) Dat bezwaar werd niet gehonoreerd, en hem werd zitting verleend.

Donner was een van de meest vooraanstaande predikanten in de Afgescheiden kerk Verschillende keren was hij afgevaardigde naar de algemene synode. Tweemaal is hij preses geweest. (Amsterdam 1866 en Den Bosch 1875) En in 1872 bekleedde hij het vicepresidium te Groningen.

Van 1864 tot 1877 was hij curator van de Theologische School.

Als predikant stak hij met kop en schouders boven veel van zijn ambtsgenoten uit.

Hij moet een goede exegeet zijn geweest, met een behoorlijke dosis mensenkennis. Als Donner een historische stof behandelde, was het een lust om naar hem te luisteren. Er waren dan maar weinigen die hem konden evenaren. Dan was Donner in al zijn kracht. Dan wogen zijn korte, maar soms kernachtige zinnen ponden. Donner had zijn eigen stijl. Hij beheerste zijn gehoor.

Busken Huet prees de stijl van Donner in zijn ‘Literarische Fantasieën. Donner schreef namelijk stichtelijke artikelen in de ‘Wekstem’.

Donner gebruikte altijd een soort kanseltoon. Ook in het gewone dagelijkse leven kon hij zich niet helemaal ontdoen van een zekere plechtigheid.

Op 10 september 1877 heeft hij afscheid genomen van zijn gemeente te Leiden. De synode van Utrecht benoemde hem tot Director van de Gereformeerde Zending.

Hij bleef wel in Leiden wonen.

Donner was op vele terreinen werkzaam. In 1880 lid van de Tweede Kamer voor het district Leiden. Bij de Kamerontbinding in 1886 verloor hij die functie. In 1888 kwam hij als afgevaardigde van Katwijk weer terug in de Kamer. Dat bleef hij tot 1901. Toen heeft hij bedankt voor een nieuwe kandidatuur.

Als nestor van de Kamerleden heeft hij in september de zittingen der Kamer voor de verkiezing van een voorzitter moeten openen, om daarna de door de Koningin benoemde eerste kandidaat plechtig te installeren.

Toen de Koningin voor het eerst de zitting van de beide Kamers der Staten Generaal opende, was het Donner die riep: “Leve de Koningin”.

Donner was oprichter van de afdeling Leiden van de Nederlandse Militaire Bond.

Hij was een voorvechter voor het christelijk onderwijs. Tevens was hij voorzitter van de Vereniging tot oprichting van Scholen voor lager en Mulo onderwijs op Gereformeerde Grondslag. En ook van het Lokaal Comité van de Unie van de School met de Bijbel. Ook was hij vele jaren lid van de gemeenteraad van de stad Leiden.

 

Toen Donner in 1851 vertrok naar Leiden, was dat voor de kleine Tielse groep een groot verlies.

Op zondag 4 september 1853 zijn de ambtsdragers H.C. Schmitz als ouderling, en J. Pijsel als diaken, in hun ambt bevestigt. Vanaf die dag kan men spreken van de openbaring van de Kerk van Tiel. Van deze kerkplanting heeft J.H.Donner het pionierswerk verricht.

Als vijftig jaar later Donner wordt uitgenodigd om de feestelijkheden bij te wonen, schrijft hij eind juli 1903:

 

Geachte Vriend.

 

Mag ik verzoeken, namens mij de feestcommissie voor de herdenking van het 50 jarig bestaan

Der Geref. Kerk te Tiel, mijne erkentelijkheid te betuigen, mij uit te noodigen bij die plechtigheid

tegenwoordig te zijn en een woord te spreken. Ik zal evenwel aan die uitnoodiging tot mijn

leedwezen niet kunnen voldoen. Mijne zwakte naar ziel en lichaam heeft mij reeds meer dan

2 jaren belet van huis te gaan buiten de stad, zodat ik in al dien tijd zelfs mijn eigen kinderen

niet heb kunnen bezoeken.

In den geest hoop ik op dien dag in uw midden te zijn met dankbare herinnering en heilbeden

voor de mij geliefde Gemeente Tiel.

Met groeten aan allen.

 

Uw vr. en dien. in Christus.

J.H.Donner.

 

Op maandag 31 augustus 1903 overleed Ds. J.H. Donner te Leiden op bijna tachtigjarige leeftijd. Zijn vrouw was al overleden op 17 januari 1903.

 

Over Donner is veel geschreven. Maar schreef zelf ook veel. Zie:

http://www.kerkrecht.nl/data/onderdelen/5549/Nationale%20Synode%20te%20Dordrecht%201618-1619.pdf

Literatuur: Een Bladzijde uit de Geschiedenis de Gereformeerde Kerken. De geschiedenis van de Afscheiding: Dr. G. Keizer. Bavinck en zijn tijdgenoten: Dr. R.H. Bremmer. Het Handboek van de Gereformeerde Kerken 1904. De Afscheiding in haar wording en beginperiode: Dr. J.C. van der Does.

 

 

Voor F. W. van Dee klik op: http://hennepe.jouwweb.nl/frans-willem-van-dee-uit-ommeren

 

Egbert. A. van de Haar. Tiel.

 
                                   

                                                Ds. H. A. de Vos.

                                                   *20 – 01 – 1816. - † ?

 

 

 

De eerste predikant van de Afgescheiden kerk van Tiel was ds. H.A. de Vos. Deze was op 20-01-1816 geboren in Steenwijk. Hendrik was een zoon van Jan Bartels de Vos en Hendrica Isabella de Vos-Rijke.

Hij is opgeleid door Ds. H. de Cock te Groningen, en F.A. Kok te Dwingelo. Ook heeft hij bij de rector van de Latijnse school in Meppel privaatles gehad. Daar had hij wel even vier uur heen en vier uur terug lopen per les voor over. Zijn eerste gemeente was die te Sexbierum in 1841. Daarna Zwolle 05-03-1843; Marrum-Nijkerk 19-11-1846; Ommeren 23-05-1852; Tiel 19-02-1854; Delft 29-11-1857.

Toen hij van Zwolle naar Marrum-Nijkerk(Fr) vertrok heeft hij het ambtskleed af gelegd. Daar kwam wel bezwaar tegen op een vergadering van Groningen, Friesland en Drente, in 1846 te Groningen. Ds. De Vos echter stoorde zich daar niet aan. Evenmin aan het zachte vermaan van de synode. Ook niet toen hem ten laste werd gelegd, dat hij zich, “tegen de vergunning van Klassikale, Provinciale en Synodale vergadering, heeft laten bevestigen (ds. Van Leeuwen te Heemse), en dat hij niet verenigd toonde te zijn met onze Gereformeerde Kerkregering”. Om kort te gaan. Ds. H.A. de Vos en de kerk van Marrum werden niet meer beschouwd als tot het kerkverband te behoren.

Toen Ds. De Vos het beroep naar Ommeren had aangenomen, is de kerk van Marrum weer redelijk snel in het kerkverband op genomen. Hoe het in kerkrechtelijk recht is getrokken met Ds. de Vos, is mij niet bekend.

Ds. de Vos zette de lijn van Donner voort. Hij preekte ook, toen hij in Ommeren stond, al regelmatig te Tiel. Onder zijn leiding was er al een geleidelijke ontwikkeling te bespeuren.

De kerkeraad werd uitgebreid met één ouderling en één diaken. De kerkeraad bestond nu uit de broeders Schmitz en Pijsel als ouderling, en de broeders de Jongh en van Andel. Ouderling Schmitz bekleedde een dubbele functie. Hij woonde de als lid van de kerkelijke commissie ook de kerkeraadsvergaderingen bij. Ook A van Krieken was als zodanig op de kerkeraadsvergaderingen aanwezig. Deze commissie stamde nog uit 1848, en was een soort kerkelijke kas.

In Tiel kwamen velen van buiten de gemeente wel naar de kerk om Ds. de Vos te horen, maar sloten zich niet bij de gemeente aan.

Van Ds. de Vos is bekend dat hij een voorstander was van Gereformeerd onderwijs voor de kinderen van de kerk. ( Zie ook het artikel over het gereformeerde onderwijs.)

Ds. De Vos was lid van de synode van Leiden in 1857.

Ds. Hendrik Anthonie de Vos was in 1842 getrouwd met Johanna Catharina van Hettinga. Deze liet hem bij haar overlijden, zeven kinderen na. Daarna hertrouwde hij met Lucia Niemans.

Literatuur: Handelingen Synode 1846, id 1849. Uit: Meister Albert en zijn zonen, van J. Kok. Dr. G. Keizer V.D.M. te Tiel: De Geschiedenis der Gereformeerde Kerken. Een Bladzijde uit de Geschiedenis van de Gereformeerde kerk. Dr. J. van der Does: De Afscheiding in haar wording en beginperiode. De Afscheiding in Friesland, van Dr. J. Wesseling.

 

 Egbert. A. van de Haar, Tiel.

  

 

       Johannes Willem Legrom.

                      *25- 12 – 1819. † ?   

 

Johannes Willem Legrom werd geboren op 25 – 12 – 1819 te Dordrecht.

Hij diende de gemeenten van Putten 20 augustus 1856, te Ommeren 28 augustus 1858, te Alkmaar 24 maart 1861. Hij ging met emeritaat op 1 juni 1873. Dominee Legrom overleed op 22 – 06 – 1873.

J.W. Legrom was getrouwd met H. Hirschman, die hem met vier kinderen overleefde.

Zijn vader was Johan Abraham August Le Grom, Muziekmeester, geboren in 1776 te Maagdenburg in Duitsland. Zijn moeder was Willemina Vos van Rijswijk. Geboren te Dordrecht, en daar gedoopt op 11 – 08 – 1784. Zij was een dochter van Pieter van Rijswijk en Sophia Chorix.

Toen Johannes Willem Legrom 3 jaar oud was overleed zijn moeder te Dordrecht op 08 – 10 – 1823.

Zijn vader hertrouwde in dezelfde plaats op 26 – 04 – 1826 met Catharina Cornelia van Goor.

Van Ds. Legrom is niets bekend betreffende zijn studie.

Ook Legrom woonde, evenals Ds. H. A. de Vos, in een huis van Baron van Brakel. Maar niet in hetzelfde pand. Daartoe verbouwde de Baron een huis nabij het landgoed ‘Den Eng’. Dat moet een smaakvolle pastorie zijn geweest.

Met de komst van dominee J.W. Legrom groeide het aantal kerkgangers zodanig dat men het bestaande kerkgebouw moest vergroten.

Ook de kerkeraadsvergaderingen werden met vaste regelmaat één keer per maand gehouden. Volgens Dr. G. Keizer waren de notulen inhoudelijk niet erg boeiend. Om u een beeld te geven van een kerkeraadsverslag onder leiding van Legrom het volgende verslag:

 

Kerkeraadsvergadering gehouden den 30 Nov. 1858.

Tegenwoordig waren de oud. N. N., de diakenen N. N. en N. N., de kerkmeester N. N. en de leeraar N. N.

 

Art. I. De vergadering wordt geopend met gebed door den leeraar.

 

Art.II. Daar er geen bijzondere zaken zijn te behandelen, gaat men over tot het tellen van de maandelijksche collecte en deze bedraagt f 46,40; waarvan de leeraar de helft ontvangt en de andere helft wordt verdeeld onder de diaken N. N. en den kerkmeester N. N. Die dus ieder f 11,60 ontvangen. Bovendien ontvangt de leeraar nog f 25 traktement, zoodat het geheele traktement beloopt f 48,20.

 

Art. III. De vergadering wordt gesloten met dankzegging door de diaken N. N.

 

get. N. N.

praeses – scriba.

 

Eens per jaar werd er vergaderd met de manslidmaten. Het ging dan over de jaarrekening. Kortweg de begroting.

Afgesproken was dat de predikant o.a. de helft van de collecten als traktement kreeg.

‘Hoe gevaarlijk, hoe onaangenaam voor een predikant,’ zo schreef Dr. G. Keizer.

Na vertrek van Ds. Legrom ging het snel bergafwaarts met de gemeente van Ommeren. Soms ging er nog wel eens een predikant van naam voor in de eredienst. Maar vaak was het preeklezen. De terugloop werd ook veroorzaakt doordat er in de omliggende dorpen rechtzinnige predikanten werden benoemd In de Herv. Kerk.

Op de classikale vergadering van 27 februari 1877 werd besloten goedkeuring te geven dat de gemeente te Ommeren was opgehouden te bestaan. De leden van Ommeren werden ondergebracht bij de gemeente te Tiel.

 

Literatuur: De Bazuin 27 juni 1873. Uit de Geschiedenis der Geref. Kerken, blz. 52, van Dr.G.Keizer V.D.M. te Tiel. Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken, van Dr.G.Keizer V.D.M. te Tiel.

 

 

Egbert van de Haar, Tiel.

 

                             Ds. Willem van der Kley.

 

                                           *23-10-1819 -  †  20-12-1875

     

Willem van der Kley is op 23-10-1819 te Delft geboren.     

Te Arnhem is hij opgeleid door A. Brummelkamp en van Houte. Daarna kreeg hij zijn scholing te Kampen. Zijn eerste gemeente was die te Workum, 16-11-1856.

Daarna ging hij naar Tiel 19-09-1858. Almelo 06-12-1863. In 1871 vertrok hij naar Pella, Iowa in de Verenigde Staten naar de Dutch Reformed Church. Vervolgens ging hij in 1873 naar Graafschap, in Michigan. Gesticht door de afgescheidenen. Hier moest hij in oktober 1875 zijn arbeid neerleggen vanwege astma, waaraan hij leed. In Michigan is hij op 20-12-1875 overleden.

 

Onder ds. W. van der Kley steeg het aantal kerkgangers te Tiel, zodat het kerkgebouw na verloop van tijd moest worden uitgebreid. Er werd een lening uitgeschreven.

In 1860 kon er een orgel worden aangeschaft. Giften maakten de aanschaf mogelijk.

In datzelfde jaar werd ook de vrouwenvereniging opgericht. Dat was de vereniging die later bekend werd onder de naam ‘Dorcas’. Deze vrouwenvereniging stelde zich tot doel om kleding te maken voor de zending.

De gemeente trad af en toe ook naar buiten. De overheid werd gewezen op het kwaad van de kermis. Op 21 oktober werd een rekest ingediend ten aanzien van deze activiteit.

Te Druten woonden ook een aantal gemeenteleden. Toen daar kinderen werden geboren, ontstond er een probleem. Het was toen, in die tijd, onverantwoord om kinderen ten doop te houden te midden van de gemeente te Tiel. Besloten werd dat ze in het huis van de ouders te Druten werden gedoopt. De predikant, vergezeld van een ouderling, hield dan een preek, en bediende de doop.

Toch waren er in die tijd ook wel moeilijke vraagstukken in de Tielse gemeente. Bijvoorbeeld het aanvragen van de doop van een kind van een echtpaar dat geen lid van de gemeente was.

Terecht wijst ds. Van der Kley de aanvrager op het inconsequente van zijn verzoek. De vader geeft dat min of meer ook wel toe. Toch schijnt, volgens een noot, het kind wel gedoopt te zijn, maar nooit belijdenis heeft gedaan. De vader heeft ruim veertig jaar gekerkt bij de afgescheidenen, maar heeft zich nooit onder opzicht en tucht van de kerkeraad gesteld.

Ook is ds. Van der Kley eens door een gemeentelid er van beschuldigt dat hij nooit een steek droeg. Maar uit een kerkeraadsbesluit bleek dat zoiets ook niet hoefde.

Erger werd het toen van der Kley, na aanleiding van een preek gehouden te Ommeren, door een ouderling te Ommeren werd beschuldigd van ‘remonstrantisme’. De kerkeraad heeft, bij monde van de broeders ouderlingen de Jongh en Schmitz, deze aantijging fel bestreden.

Ouderling Schmitz heeft over de periode 1853-1872 achttien grote notulenboeken volgeschreven. En dat met grote nauwkeurigheid. In de periode 1872-1903 zijn het ongeveer vier boeken. Scriba was toen L.A. van Andel.

Literatuur: De Bazuin 21-01-1876.

Een stem uit de Gereformeerde Kerk in Amerika.3, van W.P. de Jonge.

Uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken, Dr. G. Keizer. V.D.M. te Tiel.

Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken, Dr. G. Keizer. V.D.M. te Tiel.

Onder veilige hoede. Pag. 113. H.Bouma.

 

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

                                

 

                 Ds. J. Brummelkamp.

 

                                        * 26 – 10 – 1837. - † 15 – 08 - 1898.

 

 

 

Johannes Brummelkamp werd op 26-10-1837 te Hattem geboren. Johannes was een zoon van de bekende voorman van de Afscheiding, A. Brummelkamp.

Zijn opleiding ontving hij van zijn vader te Arnhem en Kampen.

Vanaf 19-07-1864 was hij kandidaat. Op de dag van zijn examen werd hij door de kerk van Tiel beroepen. Op 13-11-1864 is hij in het ambt bevestigd door zijn vader A. Brummelkamp. De kerk van Tiel had hem al beroepen nog voor hij kandidaatsexamen had afgelegd. Dit duidde toch wel op de grote onkunde of onervarenheid van de kerk van Tiel. Brummelkamp was echter zo wijs om de kerkeraad in een hartelijke brief erop te wijzen dat zoiets ongewenst was, en dat men met orde behoorde af te wachten wat de uitslag van het kandidaatsexamen zou zijn.

Nadat J. Brummelkamp het beroep naar Tiel had aangenomen wenste hij over een paar dingen met de kerkeraad te spreken. Het eerste punt was, dat hij vreesde dat hij in verband met zijn gestel moeite zou hebben met het tweemaal voor gaan in de gemeente. Over dit bezwaar moet veel zijn gepraat zonder dat men tot een bepaald iets komt. Verder vroeg Brummelkamp om elk jaar een paar zondagen vakantie, niet om dan ergens anders voor te gaan, maar om zodoende ook eens andere predikanten te kunnen horen.

De kerkeraad weigert dit niet maar merkt daarbij op: ‘dat hij van tijd tot tijd gelegenheid heeft predikers te horen op de Evangelisatiezaal, alwaar onderscheidene leraars uit de Hervormde Kerk voorgaan’ ‘Dit was hem aangenaam en hierdoor werd grotendeels aan zijn begeerte voldaan’.

Uit deze zinsnede leren wij het kerkelijke standpunt van de kerkeraad en predikant verstaan, en dat later tot een grote bron van ellende zou leiden.

In deze periode van 1864-1870 is de gemeente naar een dieptepunt gegaan. Dit heeft de kleine Tielse gereformeerde kerk veel schade aan gericht, welke zo’ n dertig jaar heeft geduurd. Deze moeiten bestonden voornamelijk uit het voorgaan van J. Brummelkamp in de Hervormde kerk. Het laten voorgaan van Hervormde predikanten. Het dopen van kinderen van niet leden. En het laten aan gaan van niet leden aan de tafel des Heren. Deze moeiten zijn op meerdere vergaderingen behandeld.

Niet alleen de predikant was fout, maar ook de kerkeraad.

Ds. J. Brummelkamp heeft op 16-01-1870 zijn ambt neer gelegd wegens zijn overgang naar de Hervormde kerk. Op 10-10-1869 ontving hij eervol ontslag, maar heeft tot januari gepreekt.

In verband met deze zaken verscheen van de hand van: W. Diemer; “De verhouding tussen de Chr. Gereformeerde kerk en het Hervormd kerkgenootschap”. Dit mede als een beoordeling van de afscheiding van Ds. J. Brummelkamp te Tiel (Kampen).

Een kleine twee jaar heeft J. Brummelkamp een betrekking gehad als leraar aan het hof van de prins von Wied. In 1872 werd hij predikant in de Hervormde kerk te Veenendaal, en in 1876 te Amsterdam.

Johannes Brummelkamp was getrouwd met H.C.Gevers Leuven.

Brummelkamp is overleden op 15-08-1898 te Amsterdam

Literatuur: G.Keizer V.D.M. te Tiel., Uit de geschiedenis der Gereformeerde kerken. Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken. H.Bouwman; Onder veilige hoede, pagina 113.

Van de hand van Brummelkamp verscheen o.a. de gedichtenbundel, ‘De Heer is waarlijk opgestaan’.

 

 

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

                            
 
                Ds. C.J. I. Engelbregt.

                                                                        

                                    *25 – 03 – 1839. †08 – 08 - 1886.

 

Catharinus Jean Izaac Engelbregt werd op 25-03-1839 te Leiden geboren.

Zijn gezondheid liet nogal te wensen over. Mogelijk had hij niet al te sterke longen.

Rond 1858 haalde hij de akte van onderwijzer. Hij ging vervolgens naar de Kaapkolonie voor zijn gezondheid. Daar heeft hij vijf jaar gewerkt als onderwijzer. Tevens predikte hij het evangelie aan de Kaffers.

In 1864 keerde hij volkomen hersteld terug. Hij volgde een opleiding bij Donner in Leiden. Daarna nog te Kampen.

Zijn eerste gemeente was Ureterp 19-12-1869. Daarna kwam Tiel 08-10-1871. Engelbregt ging in Tiel op dezelfde weg voort als zijn voorganger J. Brummelkamp. Zo gebeurde het dat bij de viering van het Heilig Avondmaal er 12 personen aangingen die lid waren van een ander kerkgemeenschap.

Engelbregt gaat zelf ook regelmatig voor in de Herv. Kerk te Buren, Ophemert of Wamel. Het moet in die tijd zelfs zijn voor gekomen dat er daardoor geen dienst werd belegd in eigen gemeente. Ook niet door een ouderling.

Ds. Engelbregt is ook als lid toegetreden tot de vergadering van rechtzinnige predikanten uit de omgeving van Tiel. Dit op verzoek van Ds. D.J. Heldring, Hervormd predikant te Asch, en… na goedkeuring van de kerkeraad.

Ook vervulde Ds. Engelbregt zogenaamde liefdebeurten voor Hervormde predikanten uit de omgeving. Dit gebeurde dan ook wederzijds. Ook tijdens de vakantietijd van Ds. Engelbregt. Zo gebeurde het dat de Hervormde predikanten uit o.a. Buren, Varik en Ophemert voorgingen in de Afgescheiden gemeente te Tiel. Allemaal zaken die op gespannen voet stonden met de Dordtse kerkenordening. Na ruim één jaar te Tiel te hebben gestaan, vertrok de predikant naar de Haarlemmermeer O.Z. 09-11-1873.

Na zijn tijd in Haarlemmermeer ging hij in opdracht van de Synode in 1875 met de docenten van Velzen en Lindeboom uit Kampen naar Edingbugh in Schotland. Daar vertegenwoordigde hij de Kerken op de Synode van de United Presbyterian Church. Hij fungeerde daar als tolk.

Verder diende hij nog de gemeenten Middelharnis 25-01-1880. Waddinxveen06-08-1882. Andel en Giesen-Rijswijk 08-08-1886. Delfshaven 24-06-1894. In de zomer van 1899 kreeg hij een geestesaandoening waardoor hij werd opgenomen in een gesticht in Delft. Hier is hij op 08-10-1899 aan een kwaal in zijn borst overleden.

Ds. Engelbregt was getrouwd met Alida Cornelia Boezaart, die hem overleefde.

Literatuur: Handboek der Gereformeerde kerken in Nederland 1901. Pagina 257-259.

G. Keizer V.D.M. te Tiel. Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken.

 

 

 Egbert. A. van de Haar.

 

 

                           Johannes Hendrik van der Lichte.

                 

                   Geboren op 28 – 02 – 1843.  Overleden op 23 – 10 - 1918.

 

Johannes Hendrik van der Lichte is geboren te Amsterdam op 28-02-1843.

Hij volgde de opleiding tot predikant aan de Theologische School te Kampen.

Hij diende voor hij naar Tiel kwam de kerk van Marum 03-01-1869. Op 02-03-1874 kwam hij naar Tiel.

In de tijd dat Ds. van der Lichte in Tiel heeft gestaan kwam er een einde aan het voorgaan van Hervormde predikanten in de Afgescheiden gereformeerde kerk. Eén keer is dat wel gebeurd. Deze geschiedenis hebben we al gememoreerd in hoofdstuk 6 over de Afscheiding.

Ds. Van der Lichte wenste ook de D.K.O. te handhaven t.o.v. het Heilig Avondmaal. Op zondag 9 augustus werd er vanaf de kansel bekend gemaakt dat niet leden, die het Avondmaal wensten mee te vieren, zich van te voren bij de kerkeraad moesten melden.

Hoewel, dit vroeger ook wel de regel was, werd daar vaak de hand mee gelicht. Ik vraag mij wel af in hoeverre dit in overeenstemming was met het kerkelijke reglement.

 

Nu was er in zo’ n kleine gemeente als de kerk van Tiel van 131 leden best moeilijk om de vacatures voor ambtsdragers vervuld te krijgen. Als een broeder werd gekozen, dan volgde daar vaak een bedankje op van de verkozen broeder.

Ds. van der Lichte moet daar eens in een brief aan br. van Andel hebben gezucht: “Het wordt tenslotte een spel en het licht achten van het heilige”.

We praten hier wel over een tijd dat een werkweek bestond uit zo’ n zestig uur per week. Wij leven nu in een tijd van werkweken van zesendertig uur. En nog is het moeilijk de vacatures opgevuld te krijgen. Is er onder ons ook het te licht achten van zo ’n heilige taak in de gemeente?

Ds. Van der Lichte nam, na enkele op hem uitgebrachte beroepen, het beroep aan naar Hijum (Fr).

Vlak na zijn vertrek verviel men in Tiel al weer in het oude terug, door Herv. predikanten voor te laten gaan. De gemeente was, ondanks de goede richting die ds. Van der Lichte had ingeslagen, nog steeds niet ontgroeid aan de verdorven kerkelijke atmosfeer die er in de Tielse gemeente hing. De kerkeraad had hier zelf ook veel schuld aan.

Na zijn vertrek uit Tiel diende Ds. Van der Lichte nog de gemeenten Hijum 05-11-1876. Hoogkerk 11-12-1881. Op 21-10-1916 ging hij met emeritaat en ging wonen te Overtoom. Daar diende hij de gemeente nog als ouderling, en ging ook nog enige malen voor in de prediking. Op 13 oktober, na kerktijd, kreeg hij een aanval van bronchitis, deze ging gepaard met de Spaanse griep. Hieraan is hij op 23-10-1918 overleden.

Ds. Van der Lichte was op 31-12-1868 getrouwd met Hinke Hoekers uit Harlingen. Hinke overleed in april 1896. Ook overleden drie van zijn kinderen tijdens zijn leven.

Van der Lichte is voor de tweede keer getrouwd met A. van Muijden, die eerder weduwe was van de heer Buhrmann, die hem overleefde.

Ds. Van der Lichte stond bekend om zijn vriendelijk karakter en gemakkelijke omgang. En zijn meeleven met jong en oud maakten hem zeer geliefd in de gemeenten die hij diende.

Zijn dogmatisch getinte preken getuigden steeds van een ernstige studie, waardoor de gemeente werd gebouwd in het geloof.

Literatuur: B. v. d. Werff in het jaarboek Gereformeerde kerken in Nederland 1919. pagina 311-313. G. Keizer V.D.M. te Tiel. Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken.

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

 

 

             Simon Albertus van den Hoorn.

 

 

 

                                  

 

 

                     * 12 – 08 – 1851. † 30 – 09 - 1890.

 

 

Simon Albertus van den Hoorn werd geboren op 12-08-1851 te Bodegraven. Hij was een zoon van Dirk van den Hoorn en Ingenetta van den Hoorn-Felix.

Bij een brand op 1 juni 1870 brandden er in Bodegraven 80 woningen af. Zijn vader kwam onder een instortende muur terecht, en overleed daarna aan de verwondingen.

Simon Albertus studeerde aan de Theologische School. Hij werd kandidaat op 19 juli 1872. Hij diende de gemeenten van Sassenheim 24-11-1872, Breukelen 20-12-1874, en Tiel 16-12-1877.

Het gezin van den Hoorn woondden in Tiel in de Gasthuisstraat 65 ( Nu nr 27 ). Schuin tegenover het Scheidingsstraatje. In dat straatje stond de toenmalige Gereformeerde kerk.

Over Ds. S.A. van den Hoorn valt heel veel te zeggen.

Ds. S. A. van den Hoorn heeft in zijn korte leven veel werk verzet. Zowel binnen de gemeente als daar buiten.

In de omgeving van de Kijkuit werd op zijn initiatief een lokaal voor de evangelieverkondiging in gebruik genomen. Van den Hoorn wilde op deze manier werken onder de arbeidersbevolking.

Ook hield hij veel spreekbeurten voor intellectuélen in de stad. Deze lezingen vonden plaats op de ‘Koornbeurs’. Twee lezingen zijn ons bekend. ‘Modern en Christelijk Humanisme’, en ‘De noodzakelijkheid der wonderen’.

Ook moet hij veel hebben gedaan voor het christelijk onderwijs.

Verder heeft hij troost en bemoediging gebracht aan vele zieken en stervenden. Dr. Keizer spreekt van honderden.

Tijdens zijn ambtsperiode in Tiel kwam ook de viering van het Heilig Avondmaal voor niet leden weer aan de orde. Besloten werd, als er een verzoek daartoe werd gedaan, om dit toe te staan. Men zag dit als een instemming met de 12 Art. van het Geloof. De ambtsdragers moesten echter er wel op toezien dat leer en leven in overeenstemming waren met deze belijdenis. Ds. Van den Hoorn moet iemand zijn geweest die ook veel buiten de gemeente werkte. Maar hij verloor daarbij de kerkelijke grenzen niet uit het oog.

Dat bleek wel toen de kerkeraad de oude gewoonte van vroeger weer wilde volgen, door hervormde predikanten uit de omgeving weer te laten voorgaan. Ds. van den Hoorn was daar op tegen.

Ook op het hoe te handelen met de belijdeniscatechisanten van buiten de gemeente, die niet het voornemen hadden om zich bij de gemeente, maar bij de Herv. kerk aan te sluiten.

Besloten werd om dat onderwijs graag te willen geven, maar het minder passend te vinden dat ds. Van den Hoorn ze bij een andere kerk zou in leiden. Wij geven geen attest voor de Herv. Kerk!

Was Tiel vroeger op meerdere vergaderingen in negatieve zin bekend tijdens de periode van ds. J. Brummelkamp. In de tijd van ds. Van den Hoorn gebeurde dat op een positieve manier. Het voert te ver om daar op in te gaan.

De predikant had veel contact met vermogende christenen in het land. Daar heeft het christelijk onderwijs in Tiel behoorlijk van geprofiteerd.

Ds. Van den Hoorn was Curator van de Theologische School te Kampen. Twaalf jaar secretaris van het traktaatgenootschap ‘Filippus’. Voorzitter van de A.R. partij kiesdistrict te Tiel. Lid van de schoolcommissie. Verder heeft hij veel gedaan voor de Evangelische Alliantie, en hield hij spreekbeurten voor de Unie (een vereniging die zich tot doel stelde om het christelijk onderwijs financieel ondersteunden), Oranje Vereniging en Patrimonium. Ook in de afdeling Tiel van Patrimonium was hij actief lid. Maar hij is geen medeoprichter geweest. Ook heeft hij in zijn korte leven veel gepubliceerd voor kerk en school. Over het socialisme, boekjes voor de Kerst, Pasen en Pinksteren. Het Verbond. Over Kant’s kritiek op de bewijzen voor het bestuur van God, en vele andere zaken. Zie ook de enorme boekwerken van Donner- van den Hoorn, en Bavinck

http://www.kerkrecht.nl/data/onderdelen/5549/Nationale%20Synode%20te%20Dordrecht%201618-1619.pdf

http://www.neocalvinisme.nl/hb/vk/hbvk071200.html

Ook op Kerkrecht.nl http://www.kerkrecht.nl/main.asp?pagetype=onderdeel&item=81&subitem=2193&page= kunt het een en ander vinden.

In het jaar 1890 gebeurden er twee ingrijpende zaken in de gemeente. Eerst stierf ouderling scriba Levinus van Andel. Op 30 september van dat zelfde jaar overleed ook de herder en leraar van de gemeente van Tiel ds. S.A. van den Hoorn.

Prof. D.K. Wielenga moet toen in het midden van de gemeente hebben gezegd: “Van Andel dood! Van den Hoorn dood! Wat nu”?

God zorgde voor Zijn kerk. Ook toen.

Ds. S. A. van den Hoorn is begraven op begraafplaats aan Staartsestraat graf no 11. ( in de volksmond Drenkelingenkerkhof). Nu Predikbroederweg. Hij is overleden aan een leverkwaal waar hij al jarenlang last van had.

 

Literatuur: Hand synode 1891. Bijlage.G.De Bazuin, 10 oktober 1890.

 

‘Biografisch Woordenboek Prot. Godgeleerden in Nederland, van J.P. de Bie en A. Loosjes.

 

G.Keizer V.D.M. te Tiel. ‘Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken’.

 

Huub van Heiningen.

 

Wars van Clubgeest en Partijzucht. Liberalen, natie en verzuiling, Tiel en Winschoten 1850 - 1920. van Jan van Miert.

 

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel. 2010.

 

 

 

Van de hand van Ds. Van den Hoorn verscheen:

 

Het Theoretisch en Practisch Materialisme onzer dagen, eene drangreden voor Chr. Geref. Onderwijs. Volkslezing. Utr. 1876. 8ᵒ. – Eenige gedachten in betrekking tot het schoolwetsontwerp. Winterswijk. 1877. 8ᵒ. – Wonderen zijn noodzakelijk. Z pl. 1878. 8ᵒ. – Iets over het Genadeverbond. Leeuw. 1879ᵒ. – De bestemming des menschen. Voordr. geh. te Gron. den 11 Dec. 1879. Delfzijl. 1880. 8ᵒ. -De gestaltenis eens dienstknechts. Kertsboekje. Delfzijl 1880. 8ᵒ. – De zon is verrezen. Kerstboekje. Delfzijl 1880. 8ᵒ. – De eischen v. h. socialisme.Voordr. Z. pl. 1881. 8ᵒ. – De Geest der liefde, of een gesprek over het Chr. Pinksterfeest. Delfzijl. 1881. 8ᵒ. Zj. 12ᵒ; 2e dr. Ald. 1881. 12ᵒ. - De Borg des beteren Verbonds..Delfzijl 1881. 8ᵒ - De dood overwonnen, of een gesprek met kinderen over het Chr. Paasfeest. Brielle. Zj. 8ᵒ. - De Zondagsrust is een sociaal belang. Z. pl. 1881. 8ᵒ. – De oorzaken v. h. verval der Geref. Kerk in Ned., zoo spoedig na de Synode van 1618 en ’19. op de Centr. Pastor. Confer. 13 – 14 Sept. 1882 te Leiden geh. Z. pl. 8ᵒ. - De Praedestinatie volgens de Vermittlungstheologie en volgens Gods Woord. Z. pl. 1883. 8ᵒ.1) - Het Priesterschap der belijders. Een woord bij het afleggen der geloofsbelijdenis. Kampen. 1883. 8ᵒ. – De Engelenzang. Kerstboekje voor kinderen. Delfzijl. 1883. 12ᵒ. – Prins Maurits als beschermer der verdrukte Gereformeerden. Rott. 1884. 8ᵒ. – Zach. Ursinus. 18 Juli 1534 – 1884. Z. pl. 8ᵒ. De vergadering der Ev. Alliantie te Kopenhagen. Nijm. 1885. 8ᵒ. – De Zondagsrust is een recht der natuur. Voordr. 25 Nov. 1885. Leid. 1885. 8ᵒ. – Ziet het Lam Gods. Joh. 1 : ȝ6b. Z. pl. (Tiel) 1885. 8ᵒ. – A B C des Gebeds. Breukelen ( 1886 ). 8ᵒ. – Reisindrukken, of over Domburg, Wiesbaden naar Dusseldorf. Breukelen. 1887. 8ᵒ. – Het jaar 1672, gedenkwaardig voor Vorst en Volk, voor Kerk en Staat. Goes. 1888. 8ᵒ. – Allerlei. Leiden 1891. 8ᵒ. Overdr. Uit: Chr. Volksbiblioth. Begonnen ond. Red. v. S. A. v. d. Hoorn. 1889 – 1891.

Onder toezicht van J. H. Donner en S. A. v. d. Hoorn werd uitgegeven een nieuwe druk van de Acta of Handel. der Nat. Syn. In den naam onzes Heeren J. Chr. Geh. door autorit. Der H. M. Heeren Staten-Gen. Te Dordr., ten jare 1618 en 1619. Hier komen ook bij de volle Oordelen v. d. Vijf Art. en de Posta-Acta of Nahandel: In de tegenw. spelling n. d. oorspr. Nederd. Uitg. Leiden 1883 – 1886. Roy. 8ᵒ.

1 ) Dit referaat werd gehouden op de 3e Geref. Predikanten- conferentie te Arnhem, waar na hem Dr. A. Kuyper met een paar referaten optrad. Laatstgen. trad ook in het debat met v. d. Hoorn, die volgens hem niet ver genoeg was gegaan; Kuyper betoogde dat men de Ethische theologie bepaald als een gevaar moet voorstellen. Dr. H. Bavinck stond meer aan de zijde van v. d. Hoorn. Vgl. hierover Dr. V. Hepp, Dr. Herman Bavink. Amsterdam. 1921, blz. 156.

Overgenomen uit: Gedenk uw voorgangers. Joh. De Haas.

 

 

 

 

                       

 

       Hendrica Gerarda Anna van den Hoorn - Westerhuis.

 

 

                  

 

               Ingenetta, Elizabeth, Hillegiena van den Hoorn.

 

 

 

                           

 

                   Simon Albertus Felix van den Hoorn.

 

                        

 

Deze schitterende foto's komen uit het familiearchief van Ken Van den Hoorn, U.S.A. Waarvoor mijn hartelijke dank.

 

 

                    

 

Mevrouw van den Hoorn met haar dochter gefotograveerd achter het huis in de Gasthuisstraat 65 ( nu 27 ) te Tiel.

 

Simon Albertus van den Hoorn. Geboren 12 augustus 1851 te Bodegraven, Gehuwd op 31 oktober 1872 in Kampen met Hendrica (Riek) Gerarda Anna Westerhuis. Overleden 30 september 1890 te Tiel,

Hendrica Gerarda Anna Westerhuis. Geboren 1850. Overleden 17 oktober 1912 te Kampen.

 

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen geboren.

 

 

Elizabeth Hillegiena Hendrica Maria van den Hoorn. Geboren 21 augustus 1873 te Sassenheim, Overleden 17 oktober 1912 te Kampen, Van beroep onderwijzeres.

 

Ingenetta Diderica van den Hoorn.

Geboren 7 december 1875 te Breukelen, Overleden 25 mei 1949 te Vlaardingen,

 

Hillegiena Johanna van den Hoorn. Geboren 21 maart 1878 te Tiel, Overleden 24 juli 1948 te Zuidhorn.

 

 

Simon Albertus Felix van den Hoorn.

Geboren 29 juni 1881 te Kampen, Overleden februari 1964 in Oak Harbor, Washington USA.

 

 

Met dank aan:

Ken van den Hoorn. USA.

------------------------------------------------

 

 

                           

                         Bovenstaande rouwadvertentie kreeg ik van mijn neef Bertus.

 

 

Met dank aan dhr. Huub van Heiningen die mij het onderstaand artikel deed toe komen.

 

Persbericht uit de Nieuwe Tielsche Courant van 3 Oct. 1890.

Stads en Arrondissements – Nieuws.

_ Aan de Standaard schrijft men uit Tiel: Wij ontvingen heden het droevig bericht van het overlijden van ds. S.A. van den Hoorn, predikant der Christ. Ger. Gem alhier, een man bij ons volk wel bekend.

Reeds sukkelende gedurende de laatste jaren heeft zijn zwak lichaamsgestel toch nooit in den weg gestaan aan zijn vele en velerlei werkzaamheden. Als predikant arbeidende in de gemeente, droeg hij de belangen der christelijke school op het hart en toonde dit door zijn bemoeiingen en met de theologische school te Kampen, onder wier curatoren men hem telde en met de lagere christelijke scholen, waarvan hij de belangen menigmaal bepleitte. Op politiek gebied betoonde hij zich als voorzitter van de centrale antirevolutionaire kiesvereniging in het district Tiel een ijverig antirevolutionair. Ook als schrijver was de overledene niet onbekend, terwijl met name ,,Patrimonium” in hem een man verliest, die immer bereid was in het midden der werklieden zijn gaarne gehoord woord te brengen.

In de kracht van zijn leven is hij weggenomen. In 1872 tot de bediening toegelaten, predikte hij tot 1875 te Sassenheim; vertrok van daar naar Breukelen, dat hij in Dec. ’77 verliet, om te Tiel zijn ambtelijk werk te verrichten.

_ Het stoffelijk overschot van ds. S. A. van den Hoorn, in leven predikant bij de christelijk gereformeerde gemeente alhier, werd heden namiddag ten Grave gedragen door familiebetrekkingen, vrienden en vele leden zijner gemeente, die door hunne tegenwoordigheid de laatste eer wilden bewijzen aan hunnen leeraar. Aan de geopende groeve herdacht een hoogleraar der Theologische school te Kampen, den overledene als mensch en bovenal als leeraar. Dan voerden nog het woord een student dier inrichting, die hulde bracht aan zijne verdiensten als curator dier school; ds. J. W. Pont, als mede-bestuurder der christelijke school en ds. Lindeboom als afgevaardigde van ,,Philipus. “ De plechtigheid was nog niet afgelopen toen wij den dodenakker moesten verlaten.

 

 

               

                                     ↑

Graf nummer 11 is de plaats waar Ds van den Hoorn vermoedelijk begraven is. Er staat geen steen op.

Plattegrond begraafplaats Zandwijk aan de Predikbroederweg. Het zgn. Drenkelingenkerkhof.

 

 

                         

Ingang van het zgn. Drenkelingenkerkhof. Op de eerste rij direct aan de eerste rij links op een na het laatste graf moet S. A. van den Hoorn zijn begraven. Het graf bestaat niet meer.

 

 

Bron Ken van den Hoorn, U. S. A.

https://skydrive.live.com/?cid=a31512c2b29716dc&id=A31512C2B29716DC%212113&Bsrc=SkyMail&Bpub=SDX.SkyDrive&sc=Photos&authkey=!AD_1lv6ep57ir_w

 

http://www.biografischportaal.nl/persoon/79923840

 

http://www.biografischportaal.nl/

 

 

 

 

                                       Ds. Adam Varekamp.

 

                                 *20 – 09 – 1860. - 19 – 06 - 1898.

 

 

Adam Varekamp werd op 20-09-1860 geboren te s’Gravenzande. Varekamp, die uit een heel eenvoudig geslacht stamde, werd van jongs af onderwezen in de Schriften. Hij volgde eerst een opleiding voor christelijk onderwijs, waarin hij vermoedelijk een aantal jaren werkzaam is geweest. In 1885 liet hij zich als student inschrijven aan de Theologische School. Op 15 juli 1891 was hij kandidaat.

 

Zijn eerste gemeente was die van Tiel, waar hij op 25-10-1891 werd bevestigd.

 

Op 19 juni 1891 heeft de gemeente van Tiel kandidaat Adam Varekamp beroepen. De komst van deze predikant betekende ook dat op den duur het denken en handelen van de Tielse Gereformeerden veranderde.

 

Had men ten tijde van J. Brummelkamp nog geprobeerd om een zogenaamde vrije gemeente te bewerkstelligen. Varekamp voerde de gemeente weer terug tot de D.K.O.

 

In deze periode vond ook de tweede naamsverandering plaats.

 

Voor 1869 droeg de gemeente de naam Christelijk Afgescheiden Gemeente. Na 1869 vond de vereniging plaats van Christelijk Afgescheiden Gemeente en de Gemeente onder het kruis. Na 1892 vond de vereniging plaats van de Christelijk Gereformeerde kerk en de Nederduits Gereformeerde kerk(Dolerenden). De officiële naam werd toen Gereformeerde kerk van Tiel.

 

Onder leiding van Varekamp heeft men geprobeerd om de ambten in Lienden - Ommeren weer in te stellen. Dat hield in één ouderling en één diaken. Dit ten behoeve van de daar wonende kerkleden.

 

Aan de classis (Tiel?) is toen om advies gevraagd en gekregen. Maar tot de instelling van de ambten is het door onbekende redenen nooit gekomen. Wel werd er vanaf die tijd in de week in Lienden gepreekt door Gereformeerde predikanten. Dit gebeurde in een schuur van ene Bender te Lienden. Deze Bender was een schoonzoon van K. van Dee te Tiel, die vermoedelijk weer een zoon was van de ons bekend Frans Willem van Dee.

 

Ds. Varekamp heeft ook veel betekend voor het christelijk onderwijs te Tiel. Vooral op het gebied van de reorganisatie van de school had hij een groot aandeel.

 

Maar de grote kracht van deze prediker lag in zijn optreden in de gemeente.

 

Van groot belang is de vergadering van de manslidmaten op 18 november 1891 geweest.

 

Met 14 stemmen voor en 5 tegen werd besloten om, in verband met het verkiezen van ambtsdragers, de D.K.O. te volgen.

 

Op de vergadering is ook een rooster opgesteld waaruit bleek hoe het aftreden van de toenmalige kerkeraad werd geregeld.

 

Uit deze besluiten kan zonder meer worden opgemaakt in welke richting steeds meer gestuurd zou worden.

 

Varekamp heeft de Gereformeerde kerk van Tiel, waar nog altijd de misstanden heersten uit de tijd van J. Brummelkamp, en ook nog wel Engelbregt, weer terug gebracht tot de D.K.O. en de handhaving daarvan. Het sterkst kwam dat tot uiting in zijn toespraak op de buitengewone kerkeraadsvergadering van 7 oktober 1895. Deze toespraak zullen wij elders in dit werkje in zijn geheel weergeven. Het is een lust om het te lezen.

 

Varekamp hield niet van halfslachtigheid. Hij was Gereformeerd, en daar stond hij voor. Hij was kerkelijk in zijn optreden.

 

Ds. Adam Varekamp is een middel in Gods hand geweest. Zo moeten wij het ook zien.

 

Ds. Varekamp heeft ook in Geldermalsen gewerkt als consulent. Hij heeft ruim 5 jaar in Tiel gestaan. Van 25 oktober 1891 tot 11 oktober 1896. Varekamp verruilde de gemeente van Tiel in 18-10-1896 met die van Hollandscheveld. Na anderhalf jaar werd hij ernstig ziek vanwege een aandoening aan de nieren. Gevolgd door aandoeningen aan het hart en hersenen. Drie maanden is hij ziek geweest, waarvan de laatste dagen buiten bewustzijn. Op 19 juni 1898 is hij op de dag des Heren te Hollandsche Veld overleden. Bij het graf is ook gesproken door de toenmalige ouderlingscriba, br. A. Tholens.

 

Adam Varekamp was getrouwd met Grietje Buwalda uit Leeuwarden. Hij liet een vrouw en een dochter achter.

 

Literatuur: Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken, van Dr. G. Keizer V.D.M. te Tiel.

 

J.Gideonse: Het handboekje der Gereformeerde Kerken 1899. Pagina 258-262.

 

 

Egbert. A. Van de Haar, Tiel.

 

 

                           Rede Ds. Adam Varekamp.

 

 

Redevoering welke ds Adam Varekamp op de buitengewone kerkraadsvergadering van de Gereformeerde kerk van Tiel heeft gehouden op 7 oktober 1895.

In deze rede heb ik summier enkele woordjes vertaald in het hedendaags Nederlands. Het stuk was bedoeld om een einde te maken aan allerlei verkeerde gewoonten, die er nog altijd heersten uit de tijd van ds. L. Brummelkamp. En om de gemeente terug te leiden tot de D.K.O. en de handhaving daarvan. Ds. G. Keizer heeft dankbaar gebruik gemaakt op de door ds. A. Varekamp’s ingezette koers.

 

 

Geliefde Broeders!

Als voorzitter van de kerkeraad, als bedienaar van Gods Woord in de gemeente des Heren, neem ik de vrijheid op deze buitengewone kerkraadsvergadering u over een zaak van belang toe te spreken. Wij hebben heden, als ik eens een ogenblik in figuurlijke taal mag spreken, scheepsraad.

Wij zijn opvarenden van een zeer voornaam vaartuig, dat zeer te waarderen passagiers aan boord heeft, dat de koers zet en gestuurd moet worden naar een zeldzame haven.

Dat vaartuig is de kerk van de Here Jezus Christus.

Die passagiers zijn de kinderen van God, de gekochten door het dierbare bloed van het kruis.

De haven is de hemel, waar Jezus op de aankomst van Zijn gekochten wacht.

1. We erkennen, niet waar broeders, dat dit zo is.

De ongelovigen willen dit wel niet aannemen, die erkennen waarin wij leven niet als een zo

belangrijk vaartuig.

Sommigen, die wij niet anders dan voor gelovigen kunnen houden, willen ook niet de inrichting van ons kerkelijk leven daarvoor houden, en drijven zo geheel op eigen gelegenheid op de wereldzee. Maar van die allen onderscheiden wij ons, doordat wij erkennen en vast geloven, om het bij elke bestrijding staande te houden, de Gereformeerde kerk, waarin wij dienen is een vaartuig, dat dienst moet doen, om Gods kinderen, de gekochten door het bloed van het Lam, te voeren naar de hemelstad, en daarom roepen wij iedereen, die ook als gekochte door Christus bloed, daarheen op reis is, toe: vaar in dit vaartuig mee!

2. Daarover is dan ook onder ons geen geschil.

Ook erkennen wij, hoofd voor hoofd, de eigenlijke kapitein van het vaartuig is niet aan boord. De kapitein of het Hoofd, dat absolute macht en zeggenschap heeft, op ons vaartuig wacht ons. Eens voer Hij mee op de onstuimige baren, om het schip door de meest gevaarlijke branding heen te helpen, maar sinds die tijd leeft Hij aan wal.

Maar Hij slaat vandaar met nauwlettend en wakend oog gade. Ja over golven en onweer is Hij meester, en Hij heeft verzekerd: zij zullen, hoe hoog zij zich verheffen, niets anders vermogen, dan helpen dat u langs de kortste, door Mij bepaalde weg, in de eeuwige haven komt.

3. En in de derde plaats erkennen wij: Jezus Christus ons Hoofd, wie wij straks in de hemel, naar Zijn Woord, hopen te ontmoeten, heeft ons door Zijn Apostelen scheepspapieren gegeven; Hand. 1:2: > Hij is opgenomen in de hemel, nadat Hij door de Heilige Geest aan de Apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven”.

Wat voor ons allen vast staat is dus: 1 e . Wij zijn samen dienaars in Christus’ Kerk, en niet in een of andere burgerlijke, maatschappelijke of godsdienstige vereniging.

2 e Van die Kerk is het enig Hoofd, dat waarlijk alleen zeggenschap heeft de Here Jezus Christus, Die op Golgotha gekruisigd is, en nu leeft in de hemel. 3 e Jezus, die het hoofd is, heeft voor ons, door Zijn Apostelen bevelen gegeven, waarin gelast wordt, hoe Hij wil, dat wij in Zijn Kerk zullen doen.

4. Dat ik in de boezem van de Kerkeraad daar zo bij stilsta is, om bij ons allen de herinnering te wekken dat bij alle corporaties en verenigingen, die er in de wereld zijn, een Kerk met een Kerkeraad een heel bijzonder lichaam is, waarin de personen niet door eigen wil en inzicht hebben te werken, hebben te spreken en hebben te besluiten, maar waarin de personen, die de Kerk en de Kerkeraad uitmaken gebonden zijn aan hoger wil. Een hoger wil, waarvan de openbaring ons is gegeven in de Heilige Schriften en waarvan we als Gereformeerden openlijk hebben verklaard dat voor de leer die openbaring is geformuleerd in de Belijdenisschriften, en voor de inrichting en de regering van de Kerk in de kerkordening, die tot opschrift heeft: < Kerkordening van Dordrecht 1618/19, zoals die onderhouden wordt in de Gereformeerde Kerken in Nederland, en door deze bij de Overheid bekend is gemaakt, volgens het besluit van de Generale Synode van Amsterdam in het jaar 1892”.

Belijdenis en Kerkorde, die een bindend gezag hebben voor onze consciënties, omdat we erkennen dat wat daarin staat voor prediking, voor kerkinrichting en regering wettig afgeleid is uit Gods onfeilbaar en onomstotelijk Woord.

De Belijdenis, maar ook de Kerkorde, waarom dan ook elke Bedienaar van het Woord in de Gereformeerde Kerken, op de vraag: belooft u uw ambt getrouw te bedienen, en uw lering te versieren met een godzalige wandel, mits u onderwerpende aan de kerkelijke vermaning, volgens de gemene ordening der Kerken, geantwoord heeft: “Ja ik, van ganser harte”.

En alle ouderlingen hebben beloofd in die Kerkregering namens de Dienaren van het Woord getrouw te dienen – formulier van bevestiging van Ouderlingen en Diakenen. Waarvan we dan ook belijden in art. 30 en art 31 van onze geloofsbelijdenis.- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Deze zaken, Broeders, staan nu wel vast, voor mij althans staan ze zo vast, dat ik hier nogmaals als in het uur van mijn bevestiging verklaar tot elke prijs, die belijdenis en Kerkordening te willen handhaven, als overeenkomend met de uitdrukkelijke wil van Jezus Christus ons Hoofd – en had ik iets tegen enig artikel van de belijdenis of kerkorde, ik zou het naar mijn belofte, op de wettige vergaderingen openbaren. ---

En ik twijfel er niet aan, Broeders, dat ieder van u, ouderlingen en diakenen, hoofd voor hoofd, bevestigt met mij deze verklaring.

5. Maar – nu tot de historie, die ik in de vier jaar, die ik door Gods goedheid hier met u in de Kerk van de Here dienen mocht, doorleeft heb, - als dit dan zo is, wanneer dan zowel voor leer als voor inrichting en regering van de Kerk, de voorschriften in hoofdzaak vast staan,

a. Waarom is er dan onder ons twist en verschil van gevoelen, wanneer de vraag rijst, wie er dan aan het Avondmaal zullen toegelaten worden?

Onze Kerkorde zegt: art 61 enz.

b. Waarom moet er zoveel geredeneerd worden als het aankomt op de uitoefening van de Kerkelijke tucht?

c. Waarom moet het dan onder ons gehoord worden, dat we persoonlijk wel in een van de broeders iets afkeuren, maar dat er niet over gesproken mag worden op de Kerkeraad?

d. Waarom, wanneer er in een voorkomende zaak op gewezen wordt, dat de Kerkorde het zo en zo voorschrijft, gedurig dat: nu ja, de Kerkorde, die geldt nu niet meer, of dat kan niet in Tiel?

e. Waarom bij duidelijke uitspraken van de Kerkorde dat: U denkt er zo over, maar ik zo?

In ernst, Broeders, wanneer dit alles er bij door kan, dan moeten wij afstand doen van onze naam Gereformeerd, en dan moet men Dienaren van het Woord, Ouderlingen en Diakenen bij hun bevestiging niet trouw aan belijdenis en kerkordening laten beloven.

6. We zijn het er allen over eens, dat de Geref. Kerk van Tiel, toen ik voor vier jaar hier kwam, gebruiken had, die in een Geref. Kerk niet hoorden, niet naar de Kerkorde waren:

het voortdurend aankomen van niet-belijders;

geen jaarlijkse verkiezing of bij verkiezing geen kandidaat -stelling;

en een ieder stemt ook toe daar zijn er nog;

We hebben onderling telkens besproken, langzamerhand en op voorzichtige wijze wat niet goed was te beteren en wat er wezen moet in te voeren.

De pogingen daartoe aangewend, zijn kennelijk van de Here gezegend, de gemeente ging er op vooruit.

De gemeente begon er door te gevoelen, onze Kerkeraad erkent, dat het gezag, hetwelk zij uitoefenen, niet zit in hen als personen, maar alleen ontleend wordt aan hun goddelijk ambt.

En voor wat ons nog ontbreekt, om naar onze goddelijke roeping in ons ambt bezig te wezen, ieder in het zijne, hebben wij als Kerkeraad geen verandering van denkbeelden nodig bij de gemeente, de verandering heeft de Kerkeraad geheel in eigen macht.

7 .Dat er nu en dan twisten en geschillen onder ons waren, is eigen schuld. , Wij, Broeders! moeten niet twisten. Daardoor geven we Satan voet. Zo komt er een wortel van bitterheid, zo weren we de werking van de Heilige Geest uit de gemeente, en is het onmogelijk gemeenschappelijk tot opbouw van ’s Heren gemeente werkzaam te zijn.

Wij hoeven niet te twisten, want we hebben voor alle belangrijke handelingen onze voorschriften, wij hebben slechts te leren en te regeren, wetten maken behoeven we niet.

Ja wij mogen niet twisten, want daar spreekt zich uit de geest, die ook wel onder Jezus’eigen discipelen openbaar is geworden, maar die door onze Enige Here zo ernstig bestraft is, die geest was: wie zal onder ons de meeste zijn.

8. En nu is niet nodig, historisch na te gaan, hoe dat op zij zetten van de Geref. Kerkorde in de Kerk van Tiel is ingekomen. We behoeven niet na te gaan, welk een invloed ook hierin de trouweloosheid van een der vorige predikanten, Ds. Brummelkamp, heeft gehad.

Op onze voorgaande Kerkeraadsvergadering, waar tot mijn leedwezen een der ouderlingen niet aanwezig was, is gebleken:

De Kerkeraad wil dat er geleefd en gehandeld wordt naar de Kerkenordening.

Wat oorzaak alleen en uitsluitend oorzaak was van kleiner of groter geschillen, die onder ons, tot aller leedwezen, voorkwamen, wordt dan voorgoed weggenomen.

Dat we ten opzichte van elkander als personen geen grieven hebben, hebben we voor het Avondmaal telkens als voor Gods aangezicht verklaard. Wat er onprettigs voorviel kwam alleen, omdat de Kerkordening in de praktijk niet als richtsnoer gold.

De Kerkorde dus volkomen zeggenschap, en de toepassing er van naar de omstandigheid met voorzichtigheid en wijsheid, gedurig onder biddend opzien tot onze God.

Niet elkander de wet voorschrijven, maar ieder naar de wet voor zijn eigen ambt, terwijl we dan elkander beloven een ieder in zijn ambt trouw bij te staan en te helpen, gedachtig er aan dat we leden van een lichaam zijn.

Dienaar van het Woord!

Ouderlingen en Diakenen!

om Christus’wil, ieder getrouw in eigen werk.

Want we staan straks ook als ambtsdragers voor de rechterstoel van Christus, en zal dan ieder ook in deze niet anders dan door eigen genade zalig kunnen worden. (1)

De genade -beloning zal wezen naar onze trouw!

Wat ik nu gesproken heb is niet anders dan een memorie, van wat ons bezig hield op de vorige vergadering van de Kerkeraad, en strekt dan ook om elkander nog eenmaal te bepalen bij onze Heilige roeping, en om, zo zij het weten willen, ieder lid van de gemeente er rekenschap van te geven, waarom de Kerkeraad besluiten genomen heeft zoals in de notulen van de laatstgehouden Kerkeraadsvergadering staan vermeld.

 

(1) Ds. Adam Varekamp zal hier hebben bedoeld: persoonlijke genade. Je hebt de genade van God ontvangen. Die genade is je gegeven. Is je ten deel geworden. Wat doe je er mee.Je staat er mee, alleen voor Christus’rechterstoel. Ook als ambtsdrager moet jij je verantwoording afleggen voor Christus Rechterstoel. (E.A.v.d.H.)

 

 

 

                                      Ds. R. P. Haan.

 

                                  *29 – 05 – 1873. - Februari 1904.

 

 

Rinko Pieter Haan werd geboren op 29-05-1873 te Scheemda.

Studeerde aan het Christelijk Gymnasium te Zetten. Hij werd kandidaat op 14-07-1866. Hij diende de gemeenten van Tiel 24-10-1897. Giesendam A, 14-08-1899 en Watergraafsmeer 02-11-1902.

Van Ds. Haan is vrijwel niets bekend. Toch schrijft Dr. G.Keizer wel wat over hem.

Acht beroepen kreeg deze kandidaat. In een brief aan de kerkeraad schreef de kandidaat onder meer het volgende: “Een achttal gemeenten riep bijna allen met eenparigen stem: Kom tot ons over en help ons. Dit heeft de keuze niet vergemakkelijkt. Voortdurend heb ik van den Heere begeerd, dat Hij mij Zijnen wil, mocht te kennen geven, ten opzichte van de roepende gemeenten. Zoo gaarne wilde ik dien vrijmoedigen geest ontvangen, om enerzijds de banden los te maken, maar ook anderzijds die vast te hechten. Onder biddend opzien tot de koning der Kerk mag ik thans met de gemeente ten uwent, dit laatste doen. Met volle vrijmoedigheid mag ik u toeroepen: Gemeente van Tiel, ik kom tot u”.

Ds. Haan is op 24 oktober 1897 bevestigd door Ds. J.H. Donner.

Het moet een begaafde spreker zijn geweest. Hij bezat in ruime mate de gave der welsprekendheid. Hij wist wat hij wilde, was resoluut in zijn spreken en handelen. Ook voelde hij zich aangetrokken tot de sociaal zwakkeren. Hij heeft daarom ook veel gedaan voor ‘Patrimonium’.

De toeloop van andersdenkenden was behoorlijk groot. Toch kwamen er maar weinig of geen bij de kerk.

Hoewel de toeloop groot was, maakt Keizer wel even een pas op de plaats. Hij schrijft dit feit niet te overschatten, want somber stak bij dit verschijnsel het bezoek bij het preeklezen af. Men kon dan ook eerder spreken van een grote toeloop tot, dan van een trouwe opkomst onder de bediening van Gods Woord. Aldus Keizer.

Lang heeft Ds. Haan niet te Tiel gestaan. Op 18 juni preekt hij voor het laatst. Daarna vertrok hij naar Giesendam, en enige tijd later naar Watergraafsmeer. Daar is hij eind februari 1904 overleden aan buikvliesontsteking. Hij is te Scheemda, naast zijn moeder begraven. Dat was zijn wens.

Rinko Pieter Haan was getrouwd met Mej.Jacoba Cornelia Tilanus. * Tiel 17 - 09 - 1879 Overleden te Alkmaar 08 - 08 - 1957. Het huwelijk vond plaats op 03 - 08 - 1899 te Tiel, aktenr. 50. Zij was een dochter van Christiaan Hendrik Tilanus, kassier te Tiel, en Jacoba Johanna Arnoldina van Os. Het beroep van de vader van dominee Haan was graanhandelaar.

Hij liet een vrouw en drie kinderen achter.

Van twee kinderen is mij de naam bekend.Jacoba Cornelia Haan. Geb. te Giesendam. Zij trouwt op 19 jarige leeftijd op 01 - 04 - 1920 met Frederik Hendrik Buré , 25 jaar. Geb. te Amsterdam en was van beroep meubelfabrikant. Zijn vader was huisschilder

Grietje Ida Haan is geboren te Giesendam. Zij trouwt op 30 jarige leeftijd te Amsterdam op 12 - 05 - 1932 met Frederik Izaak du Burch oud 31 jaar. Deze is geboren te IJzendijke. Hij was van beroep, leraar aan een Rijkskweekschool.

Van het derde kind is mij niets bekend.

Literatuur: Handboek Geref. Kerken 1905, pagina 268-271.

Dr. G. Keizer V.D.M. te Tiel. Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken.

Dhr. G. Rosier.

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

                                                     Ds. Gerrit Keizer.

 

                                                07 – 03 – 1869. 05 – 03 - 1943.

                                                      

 

                                                                  Gerrit Keizer.

                               Foto uit: Kent u ze nog… de Tielenaren. N.M.F Lathouwers. En J.P.H. van Zoelen.

 

 

 

Gerrit Keizer werd op 07-03-1869 te Wolvega geboren.

Gerrit was een zoon van landbouwer Koop Andries Keizer en Jantje Pieters Westerhof. Ze behoorden tot de Ned. Herv. kerk. In die kerk te Wolvega is hij gedoopt op 2 mei. Gerrit was het vijfde kind.

Gerrit studeerde anderhalf jaar aan de H.B.S. te Heerenveen. Daarna vier jaar aan het Gymnasium te Doetinchem. En vervolgens twee jaar te Sneek.(school onbekend) Op 23- 09-1891 liet hij zich, ondanks het hervormde dooplidmaatschap, inschrijven aan de Theologische School te Kampen. Na twee jaar verhuisde het gezin naar Rotergaast Gemeente Schoterland.

Keizer kon goed leren. Hij studeerde aan de H.B.S. te Heerenveen. Vervolgens bezocht hij in Doetinchem het gymnasium in Villa Ruimzicht van ds. J. van Dijk Mzn. Dat was een vooropleiding voor het predikantsambt in de N H kerk. Deze opleiding brak hij na vier jaar af. Zijn ouders waren intussen overgestapt naar de Christelijk Geref. Gemeente te Heerenveen. Gerrit ging verder studeren op een gymnasium te Heerenveen. Maar dit verliet hij zonder het diploma te hebben gehaald. Hoewel hij nog steeds dooplid was in de Herv. Kerk, liet hij zich inschrijven bij de Theologische Hogeschool in Kampen. In 1893 ging hij over naar de Gereformeerde kerk. In juli 1895 deed hij zijn examen en op 17 juli werd hij kandidaat. Hij studeerde echter verder in Lausanne. Hij promoveerde op 05-03-1900 op de universiteit van Lausanne. Hij verwierf hiermee de titel van Doctor in de Theologie, op een proefschrift over, “Franciscus Turretinus sa vie et ses oevres et le Concensus”.

In 1900 deed Dr. G. Keizer als predikant zijn intrede in Tiel. Hij is bevestigd door zijn schoonvader Professor M. Noordtzij. Deze had als tekst gekozen Handelingen 4:29b. Kandidaat G. Keizer deed zijn intrede met 2 Cor. 4:5.

Keizer bouwde verder op de lijn die Varekamp had uitgezet.

Maar ook landelijk was Keizer actief bezig. Hij was afgevaardigde naar de Generale Synode van Amsterdam in 1908, en die van Zwolle in 1911. Vanaf Zwolle is hij jarenlang scriba geweest van de Generale Synode. Op zondag 6 september 1903 werd het 50 jarige bestaan van de gereformeerde kerk te Tiel gevierd. Naar aanleiding daarvan schreef Dr. G. Keizer het bekende boekwerkje: “Een Bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde der Gereformeerde Kerken”, een uitgave van Kok uit Kampen. Dit boekje bevindt zich ook in het archief van de Gereformeerde kerk( Vrijgemaakt ) te Tiel.

Op 07-12-1924 deed hij intrede in de kerk van Rheden-De Steeg. Op 30-9-1942 ging hij met emeritaat. In 1925 is hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Gerrit Keizer trouwde op 13 september 1900 te Kampen met Anna Helena van Noordzij, dochter van Professor van Noordzij ( Nijehaske 8 september 1869 - † Rheden 18 maart 1942). Uit dit huwelijk werd een dochter, Frouwiena Anna Keizer ( * Tiel 29 januari 1902, † te Apeldoorn 23 juli 1964).

Gerrit Keizer overleed te Rheden op 05-03-1943.

Van de hand van Keizer verscheen:

De verhouding van kerk en staat in verband met artikel 171 der grondwet. Uitgeverij Kok te Kampen.

De Afscheiding van 1834, haar aanleiding, naar authentieke en bescheiden beschreven. Uitgeverij Kok te Kampen 1934.

Catechismusprediking voor onze tijd: twee referaten. Aalten 1921.

Een bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken, van Dr. G. Keizer V.D.M. te Tiel.

 

Literatuur: De Bazuin 02-10-1925. “Herman Bavinck en zijn tijdgenoten”, pagina 47,138,140. van Dr. R.H. Bremmer.

Een bladzijde uit de Geschiedenis der Gereformeerde Kerken, van Dr. G. Keizer V.D.M. te Tiel.

Biografisch Woordenboek van Tiel: Deel 4, blz. 71 t/m 74, Annemarie Slager.

 

 

Egbert .A. van de Haar, Tiel.

 

                            Ds. W. van Gelder.

 

                 Geboren 18 -08 – 1894. overleden 10 – 05 - 1945.

 

Willem van Gelder werd op 18-08-1894 geboren te Amsterdam.

Hij was een zoon van J.W. Van Gelder en W.M.C. Van Gelder – Opstal.

Willem van Gelder volgde het Gereformeerd Gymnasium te Kampen. Op 19 september 1913 werd hij als student ingeschreven aan de Theologische School te Kampen. Op 27 juli 1919 deed hij als predikant zijn intrede in de kerk te Langeslag. Daar stond hij tot 1925.

Vandaar vertrok hij naar Tiel, waar hij op 27 september zijn intrede deed. Hij is in Tiel predikant geweest tot 01 – 12 – 1935. Hij kreeg op 1 december 1935 het emeritaat wegens een zenuwziekte. Ruim drie jaar later, om precies te zijn 01 – 02 -1939 werd hij opgenomen in 'Veldwijk,' te Ermelo. Daar overleed hij op 10 mei 1945.

Willem van Gelder was ongehuwd.

 

 

                         

 

             Orgelfront met de preekstoel waarvan dominee W. van Gelder heeft gepreekt.

 

 /assets/img/placeholder.jpg

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

 

                                            Ds. Jan Wiepkema.

                           *26 – 05 – 1901. - † 14 – 09 – 1967.

 

                                                    

   

                                                             Jan Wiepkema.

                                                  Foto uit: Kent u ze nog de Tielenaren.

 

Jan Wiepkema werd op 26 mei 1901 in ten Boer geboren.

Jan was een zoon van P Wiepkema en E. Wiepkema – Bouwsma.

Zijn opleiding als predikant volgde hij aan de Theologische School, waar hij in 1927 afstudeerde.

Wiepkema had maar één wens. Hij wilde als zendeling uitgezonden worden. Maar zijn vrouw werd afgekeurd voor de tropen.

Zijn eerste gemeente was die van Neede en Rekken.( 2 oktober 1927).

Op 19 – 06 – 1931 vestigt hij zich in Duisburg – Ruhrort in Duitsland. Daar moet hij veel hebben gewerkt onder de Nederlandse schippers die daar veel kwamen.

In verband met de opvoeding van de kinderen, en de opkomst van het Nazi – regime, vonden hij en zijn vrouw het beter om naar Nederland te gaan. Een beroep van de Gereformeerde kerk van Tiel nam hij aan. Op 19 – 06 – 1936 deed hij daar zijn intrede. Maar het Nazi-bewind liet hem ook hier niet met rust. In 1945 moest hij en zijn gemeente worden geëvacueerd.

Dominee Jan Wiepkema heeft in de oorlogsjaren actief deel; genomen aan het verzet. Ook was hij actief voor de landelijke onderduikers organisatie.

Ds. J. Wiepkema moet leraar Hebreeuws zijn geweest aan het plaatselijke Gymnasium. In 1946 is hij weer uit Tiel vertrokken. Mogelijk is hij toen vertrokken naar Roden. Want daar heeft hij gestaan vanaf het genoemde jaar tot circa begin september 1953. Op 13 – 09 – 1953 vinden wij hem weer terug in Duisburg – Ruhrort in Duitsland. Deze plaats was zeer gehavend door de bombardementen van de geallieerden. Wiepkema heeft hier met al zijn gaven gewerkt onder de verstrooide Nederlanders.

Wiepkema reisde veel, schreef veel, en preekte vaak. In 1966 is hij door de regering benoemd tot Ridder in de Orde van de Oranje Nassau. Op 16 – 01 – 1966 kreeg hij zijn emeritaat. Nadat hij zich in Groningen had gevestigd, werkte hij de laatste maanden als hulpprediker in Thesinge.

Hij overleed vrij plotseling op 14 – 09 – 1967.

Jan Wiepkema was getrouwd met Pieterke van der Borg (geboren 18 mei 1901, overleden 10 februari 1976). Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren.

Wiepkema ging in de vrijmaking in Tiel niet mee, maar bleef predikant in de gebonden Gereformeerde kerken, hoewel hij het wel eens was met de Geref. Vrijgemaakte visie. Dit bleek uit gesprekken die hij heeft gehad met de familie H. Scholtus (E.A.vdH).

 

Literatuur, A.J.Boss in het jaarboek Gereformeerde kerken 1968 pag. 487, 488.

Gedenk uw voorgangers, deel V, van Joh. De Haas.

Persoonlijke informatie: T. van der Werf en Henk en Lies Scholtus.

 

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

                  Predikanten vanaf de Vrijmaking.

 

 

                                   Ds. C. van Leeuwen.

 

                      * 17 -08 – 1920. 06 – 06 – 1993.

 

 

 

                                                   

 

 

                                              Dominee C. van Leeuwen.

 

                                                            Foto A. van Leeuwen.

 

 

 

Dominee Cornelis van Leeuwen is geboren op 17 augustus 1920. Hij studeerde aan het Gymnasium te Hilversum. Daarna aan de Theologische Universiteit te Kampen.

 

Op 9 november 1949 deed hij zijn intrede in zijn eerste gemeente. Dat was de kerk van Tiel – Zaltbommel. In deze gemeente is hij bevestigd door Ds. W. Scheele met een preek over Openbaringen 22 : 7.

 

Dominee C van Leeuwen deed zijn intrede met een preek over Psalm 124 : 8.

 

Onze hulp is in de Naam des Heeren. ( Gereformeerd Gezinsblad 11 – 11 – 1949)

 

Op 9 november 1952 nam hij afscheid. Zijn afscheidstekst was uit Efeze 2 : 20 – 22, 'gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in den Here, in wien ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.'

 

Hij bediende de gemeente Gods Woord over de heerlijkheid der Kerk. Die 1e vastligt in haar fundament, 2e blijkt uit haar opbouw, en 3e is voorzegt in haar voltooing. (zie De Reformatie van 22 – 11 – 1952)

 

Daarna diende hij de gemeente van IJselmuiden – Grafhorst ( 1952 – 1962). In 1962 deed hij intrede in de gemeente van Bilthoven, waar hij buiten verband geraakt van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

 

Hij diende de Nederlands Gereformeerde Kerk te Bilthoven tot aan zijn emeritaat op 29 september 1985.

 

Dominee van Leeuwen huwde op 17 februari 1950 met C. Brouwer. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren: Albert van Leeuwen, welke predikant is geworden in de Nederlands Gereformeerde Kerken. Clara van Leeuwen, en Anne van Leeuwen

 

Dominee Cornelis van Leeuwen was Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

 

Hij overleed op 6 juni 1993.

 

In memoriams zijn verschenen in het blad 'Opbouw', 37e jaargang dd 18 juni 1993, en in het informatieboekje van de N.G.Kerken 1994 pagina 191 – 192.

 

 

 

Mij zijn deze gegevens verstrekt door het Landelijk Archief van de N.G.Kerken. Waarvoor mijn hartelijke dank.

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

 

                                                Ds. M. van Veelen.

 

                                                   

 

                                           Martinus van Veelen.

 

Ds. Martinus van Veelen is geboren op 16 – 08 – 1928 te Rotterdam.

Een befaamd wijnjaar, vertelde hij tegen schrijver dezes.

Hij is met zijn studie begonnen circa 1950. Studierichting Theologie te Kampen.

Ds. van Veelen is een zoon van Martinus van Veelen en Anna Geertuida Schouten.

Ds van Veelen is volgens eigen zeggen nooit afgestudeerd, maar heeft wel kandidaatsexamen gedaan aan de Theologische Hogeschool te Kampen op 7 december 1956.

Dominee van Veelen is predikant geweest van de kerk Tiel – Zaltbommel van 20 – 05 – 1957 tot 13 - 10 – 1960.

Bevestiger was Ds. C. van Leeuwen. Tekst bevestiging onbekend. Tekst intrede Ds. M. van Veelen Jeremia 1 : 12. De familie van Veelen heeft het eerste jaar in Tiel ingewoond bij een R.K. gezin in de Grote Brugse Grintweg, in de buurt van de Koningin Julianaschool, nu Prins Willem Alexanderschool. Deze fam heette Romein. In 1958 is het gezin verhuisd naar Zaltbommel. Uit deze periode stamt ook het bekende avondje van de dominee. Jaarlijks werd de verjaardag van de dominee gevierd door de gemeente van Tiel – Zaltbommel. Dit avondje is gebleven tot het emeritaat van Ds. A. P. van Dijk.

In 1960 is hij legerpredikant geworden in Steenwijkerwold (Havelte). Kerkelijk viel dat onder Steenwijk. In 1969 mee gegaan met de Gereformeerde kerken ( buiten verband), welke later de naam kreeg van Nederlands Gereformeerde Kerk. In 1970 legerpredikant in Soesterberg, Amersfoort en Nieuwersluis.

Ds. M. van Veelen is getrouwd op 04 – 04 – 1957 met Petronella Spoelstra ( geboren 16 – 01 – 1935 te Rotterdam).

Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Te weten: Catharina (Carien) 07 – 03 – 1959 te Zaltbommel. Anna Geertruide ( Anda) 08 – 03 – 1962 te Steenwijkerwold. Johannes ( Joost) 19 – 06 – 1976 te Soest.

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

 

                                                  Ds. Tiete Jan Keegstra.

 

                                               * 01 – 09 – 1925.- 01 – 12 - 1993.

 


                                                          

 

                                       Fotoarchief: mevrouw Keegstra.

 

 

Tiete Jan Keegstra werd op 01 – 09 – 1925 te Groningen geboren. Vader Keegstra was kleermaker van beroep. Tiete Jan was de oudste van zes kinderen.

Tiete Jan' s wens was al van jongs af om dominee te worden. Dat betekende dat hij naar het gymnasium moest. Financieel was dat voor zijn ouders niet haalbaar. Het werd de Mulo. Die werd probleemloos doorlopen. Tiete Jan was een rustige, serieuze jongen. Toen werd hem weer de vraag gesteld wat hij wilde worden. 'Dominee' was zijn antwoord weer.

Moeder adviseerde om het eens op de kweekschool te proberen. Maar dat haalde niets uit. Het verlangen om predikant te worden was te groot.

Na een korte tijd op het kantoor te hebben gewerkt, en ondertussen het boekhouddiploma te hebben gehaald, kwam hij op het belastingkantoor terecht.

Via ds. M. van 't Veer kwam hij in contact met leraren die hem privé lessen gaven in het Grieks en Latijn. Maar dat verliep al gauw omdat de leraren, door elders les te geven, er financieel beter van werden.

Uiteindelijk kwam hij op het Willem Lodewijk Gymnasium terecht. Daar werd hij als 21 jarige in de vijfde klas geplaatst. Midden tussen de pubers van zo' n 16 of 17 jaar. In 1949 slaagde hij voor het eindexamen. De weg naar Kampen lag open. Daar lag het onderwijs nog op een enorm hoog niveau. Holwerda en Schilder doceerden er nog volop. Wat moet Keegstra daar van hebben genoten. Drie jaar heeft hij hier gestudeerd. Daarna ging hij terug naar Groningen om zich voor te bereiden op zijn kandidaatsexamen. Dat examen legde hij in 1957 met goed gevolg af.

Zijn eerste gemeente werd Waardhuizen. De bevestiging vond plaats op 27 – 10 – 1957. Bevestiger was Ds. A. Jagersma uit Groningen. Vlak voordat hij predikant werd is hij getrouwd met Lia Luchtenburg. Twaalf jaar hadden ze verkering gehad. Al die jaren had ze hem gesteund en bemoedigd. Na hun huwelijk ging zij hier uiteraard gewoon mee door. Zij is altijd een goede predikantsvrouw geweest.

In Waardhuizen hebben ze een mooie tijd gehad. Maar ook daar was verdriet over hun eerst geboren kindje dat daar is overleden. Ook is mevrouw Keegstra daar enige tijd ziek geweest. Ze hebben daar echter ook mogen ervaren dat God er is die Troost.

Een beroep van de kerk van Tiel – Zaltbommel kwam.

Op donderdag 06 – 04 - 1961 werd Tiete Jan Keegstra bevestigd door zijn neef Ds. A. Koers.

Waren de kerken van Tiel en Zaltbommel eerst twee zelfstandige kerken. Door het kleine zielental van Tiel zijn beide kerken toen weer samengevoegd. Maar wel met twee vergaderplaatsen. Wel woonde het gezin Keegstra in de Begoniastraat 13 in Tiel. Een klein huisje, met drie slaapkamertjes, waarvan er ééntje dienst moest doen als studeerkamer. Het zal daar echt behelpen zijn geweest met een gezin in de groei.

Tiel – Zaltbommel was dan wel een kleine gemeente, maar de leden woonden wel over een heel uitgespreid grondgebied.

 

Maar al tijdens het ambtswerk van Ds. Keegstra groeide de wijk Tiel dusdanig dat de samenvoeging weer werd opgeheven. Dat gebeurde op 01 – 11 – 1965.

Deze uitbreiding werd veroorzaakt door de advertentiecampagne in het Geref. Gezinsblad ( Nu Nederlands Dagblad). Scriba van de kerk van Tiel werd toen broeder W. Kreun. Westroyensestraat 31 te Tiel.

Ds. Keegstra preekte drie keer op een zondag.

Keegstra heeft het hier niet gemakkelijk gehad. Het leven in de gemeente werd hem soms wel eens wat moeilijk gemaakt. Ook die keer toen het op een zondag zo erg had geijzeld dat het met de auto op pad gaan naar Zaltbommel onverantwoord was. Keegstra nam de trein.

'Fout,' redeneerde iemand uit de gemeente. 'Op zondag mag je niet met het openbaar vervoer. Want dan laat je de treinbestuurder werken op zondag.'

Maar Ds. Keegstra redeneerde doodnuchter dat in dit geval de spoorwegen in dienst stonden van het Evangelie.

Keegstra heeft hier getrouw zijn arbeid mogen verrichten. Prachtige prediking had hij. Mooi Verbondspreken. Dat geeft veel vastigheid. Altijd weer Christus in het middelpunt. Hij is de vernieuwer van het Verbond dat wij hadden vernield. Altijd weer heenwijzend vanuit dat oude testament naar de komende Christus, en vanuit het nieuwe testament weer terug wijzend naar de Christus. Dat was de kracht van de prediking van Ds. Tiete Jan Keegstra. Ook is er een preek van hem vertaald in het Zuid – Afrikaans.

Keegstra heeft hier gestaan tot 23 – 05 – 1965. Keegstra is vaak met de jeugd van Tiel – Zaltbommel op kamp geweest.

 

De kerk van Ermelo heeft hij gediend van 1965 tot 1970. Hier is Keegstra verder tot ontplooing gekomen. Toch zijn ook deze jaren ontzettend zwaar geweest. Immers de kerkelijke moeiten speelden zich in die jaren niet alleen af in de classis Arnhem, maar ook in de Harderwijk, waartoe de kerk van Ermelo behoorde, en in het part. Ressort van Gelderland. Meer dan eens is hij afgevaardigde geweest naar de P.S.

Op 14 – 10 – 1970 deed hij zijn intrede in de kerk van Arnhem. In Arnhem heeft hij zestien jaar gearbeid. Hier kwam heel veel werk op hem af. Ook op classicaal niveau. Na het vertrek van Ds. D. Noort van de kerken Tiel – Zaltbommel naar Buitenpost, en vanwege de kerkelijke moeiten, zat de classis Arnhem geheel zonder predikanten.

Met grote vreugde heeft hij 16 jaar mogen preken in de prachtige Koepelkerk.

In hetzelfde jaar van zijn intrede in Arnhem benoemde de synode van Hoogeveen hem tot curator van de Theologische Hogeschool te Kampen. Telkens werd hij herbenoemd. Tot in 1990 toe. Daarna heeft hij ontheffing gevraagd vanwege zijn slechte gezondheid.

Verder maakte hij deel uit van het deputaatschap voor herziening van het kerkboek. Was hij voorzitter van de vereniging Stevaj, voor de evangelieverkondiging onder het joodse volk.

Ook was hij bezig met het schrijven van een serie catechismuspreken.

Vele malen was Keegstra afgevaardigd, namens de kerken van Gelderland naar de Generale Synode. O. a. die van Hoogeveen 1969 – 1970, Kampen 1975, Heemse 1984 – 1985. Kort na de synode van Heemse kreeg hij hartklachten. Dit noopte hem emeritaat aan te vragen. Dit werd hem verleend per 01 – 07 – 1986. Gelukkig kwam er verbetering in zijn gezondheidssituatie. Af en toe kon hij weer preken.

In 1992 werd hij weer ernstig ziek. Een operatie aan maagkanker was noodzakelijk. Na een aanvankelijk herstel, waarna hij weer af en toe kon preken, kreeg hij weer hartklachten. In juni 1993 moest hij aan zijn hart worden geopereerd. Toen daarna zijn krachten niet terug keerden, bleek na een onderzoek, dat de kanker weer was terug gekomen. Nu definitief. Een behandeling was niet meer mogelijk. De enkele maanden die hem nog resten heeft hij, zij het met grote moeite, gebruikt om de serie catechismuspreken te voltooien.

Op 1 december s' morgens vroeg is Tiete Jan Keegstra in de armen van zijn vrouw Lia overleden.

 

Literatuur: Ds. A. P. van Dijk, Handboek Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) 1994.

Persoonlijke herinneringen van mij.

 Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

                                           Ds. D. Noort.

                                             

                        * 29 – 09 – 1930. - † 09 – 03 - 1980)

 

                                                

 

                         Een foto uit het archief van Mevrouw Noort - Brakman.

 

 

Daniël Noort is geboren op 29-09-1930 te Rijnsburg.

Daniël was de oudste zoon uit een groot gezin van Dirk Noort en Jacoba van Rijn. Hij studeerde in Leiden aan het gymnasium. In zijn vrije tijd (vakantie’s en dergelijke) werkte hij op de groente of bloemenkwekerij. Of zat hij op de vrachtwagen of veiling. Er moest immers wel aangepakt worden.

Ook in zijn studietijd te Kampen (1951-1960) was hij een aantal maanden van het jaar werkzaam. We praten dan over werkdagen van vaker 16 dan 8 uur per dag. Op deze wijze heeft hij het geld verdiend voor de opbouw van zijn eigen bibliotheek.

In die Kamper periode begon ook zijn karakter zich duidelijker te vormen.

Voor wie hem niet kende kwam hij nogal kortaangebonden over. Ook had hij een wat cryptische manier van spreken.

Wat zijn studie betreft ging zijn voorkeur uit naar alles wat zijn pastorale werk ten goede kon komen.

Hij leerde gemakkelijk talen.

In 1960 was hij kandidaat. Omdat er meerdere kandidaten waren, en weinig vacatures, kreeg hij niet direct een beroep. Ruim een jaar heeft hij daarom gewerkt op een Accountantskantoor in Katwijk. Daarbij vervulde hij elke zondag preekbeurten. Hij was toen reeds gehuwd.

Drogeham was zijn eerste gemeente(27-08-1961). Vanaf 23-01-1966 was hij verbonden aan de kerken van Tiel en Zaltbommel.

Ds. D. Noort was zich bewust van de hoogheid van zijn roeping van dienaar van het Woord. Hij was daarom in zijn werk uiterst consciëntieus en punctueel. Zijn preken waren altijd goed verzorgd. Hij viel nooit in herhaling. Alles werd maar één keer gezegd. En vanwege zijn min of meer cryptische manier van spreken zei hij meer dan men in eerste instantie kon vermoeden. Het was dus zaak om zeer goed luisteren naar wat hij zei.

Dat hij zich zeer bewust was van zijn hoge roeping kwam onder meer heel duidelijk naar voren toen hij klachten had van het bovennormale lawaai dat één of ander beatband in de Koningsstraat in Zaltbommel, waar hij woonde, produceerde. Hij vroeg hun niet om met hun muziek te stoppen, maar het gebouwtje zodoende te isoleren dat hij er geen last van kon hebben als hij bezig was met het maken van de preken. Hij vertelde aan hen dat hij voor zijn studie werd betaald door zijn beide gemeenten, en dat zijn gemeenten zondags wel wat van hem verwachtte.

Het is allemaal niet van een leien dakje gegaan. Ds. Noort heeft op een gegeven moment de overheid er bij moeten halen om toch zijn gelijk te krijgen. De beatband moest isoleren.

Ook was dominee Noort begaan met de jeugd van de kerk. Zie onderstaande foto geheel links.

 

In zijn optreden was hij bescheiden, bedeesd, rustig, beheerst, welwillend. Maar dat kon veranderen wanneer er een weigering was om voor het Woord van God te buigen. Dan was hij onverzettelijk. Dezelfde onverzettelijkheid tekende Noort ook op de classis Arnhem. De Gereformeerde kerken in Nederland stonden bol van spanningen. De zaak van de ‘Open Brief’ speelde daar in alle heftigheid. (Zie ook de serie in het kerkblad artikel 8)

Hij bezat in rijke mate de gave om goed te luisteren.

Over de preken, die hij altijd tot de laatste letter uitschreef, werd hard gezwoegd. Eerbied voor God en Zijn Woord was voor hem de norm om de preken zorgvuldig voor te bereiden.

De gemeente wilde hij kennen in haar vreugden, zorgen en noden. Groot en klein hadden zijn aandacht.

Hij maakte deel uit van de Generale Synode te Kampen in 1975.

Verder diende hij nog de gemeenten van Buitenpost (08-03-1970), en Groningen – Oost( 07-03-1976).

Op 01-01-1980 preekte hij voor het laatst. Hij moest voor een operatie naar het ziekenhuis. Het herstel scheen voorspoedig. Door een ontsteking in de hersenen werden zijn krachten steeds minder Op 09-03-1980 is hij overleden.

Dominee Daniël Noort huwde op 27-06-1960 met Elisabeth Debora Brakman (geb: 08-11-1931). Uit dit huwelijk werden 5 kinderen geboren.

Lectuur: Handboek 1981.

Mijn persoonlijke herinneringen.

 

 

 

Egbert. A. van de Haar, Tiel.

 

 Ds. A. P. van Dijk.

03 - 10 - 1970           01 - 03 - 1996.

 

                                                  Ds. Anthoni Souman.

 

 

                                                          

 

                                                      Anthoni Souman.

 

 

 

Anthoni Souman is een zoon van Marten Souman, (Wezep Gld), en Marretje de Ruiter (Capelle a/d IJssel Zuid-Holland). (getr. 21-11-1964).

Anthon Souman werd op 16-11-1966 geboren in de kraamkliniek te Drachten. Het gezin, waarvan Anthon de tweede was van vijf kinderen, twee jongens en drie meisjes, woonde in Eernewoude, gemeente Smallingerland. Ze woonden op een boerderij. Van Eernewoude verhuisde het gezin, via Wezep, naar Arnhem. In deze plaats overleed zijn vader op 26-02-1976.

In Arnhem kreeg Anthon onderwijs op een gereformeerde basisschool die, later de naam Pieter Jongelingschool kreeg.

In 1978 verhuisde het gezin naar Hoogland bij Amersfoort. Daar volgde Anthon onderwijs aan de gereformeerde middelbare school ‘Guido de Bres’. Daar slaagde hij in 1984. De weg naar de Theologische Universiteit in Kampen lag open. Op 03-04-1992 slaagde hij daar voor zijn doctoraal examen. Op 01-05-1992 was hij, na met goed gevolg het classisexamen voor de classis Kampen te hebben afgelegd, beroepbaar.

Hij kreeg acht beroepen. Hij aanvaarde op 09-06-1992 het, door de kerk van Hoek op hem uitgebrachte, beroep. Op 04- 10, de dag van de Bijlmerramp, werd Ds. A.Souman daar bevestigt.

In 1998 verruilde hij deze gemeente voor de dubbele gemeenten van Tiel en Zaltbommel.

Op 26-01-2003 vertrok hij weer vandaar naar de kerk van Smithville in Ontario in Canada.

Dominee Anthoni Souman trouwde op 05-06-1992 te Kampen met de op 10-03-1972 geboren Antje Dorothea Dorgelo.

Uit dit huwelijk werden tot op heden (08-11-2005) vier kinderen geboren. Esther, Judith, David en Nathan.

Antje Dorothea Dorgelo is een dochter van Hendrikus Josephus Johannes Dorgelo uit Kampen en Dina Groen uit Hoofddorp. Antje Dorothea is het eerste uit een gezin met 6 kinderen. Twee meisjes, twee jongens, twee meisjes.

Ds. A.Souman is 1994. 1995. 1996. 1997 en 1998 afgevaardigde geweest naar de P.S. van Zeeland – Noord - Brabant en Limburg. In 1999 maakte hij deel uit van de P.S. van Gelderland.

Gegevens Ds. A. Souman.

 

Ds. Ulbe van der Meer.

 

 Ulbe.jpg

 

 25 januari 2004.  - 19 juni  2016.