Home » Stamboom fa. Bunskoek, van de Haar, de Graaf en van Wier. » Stamboom Albertus van de Haar en Jacobje Andriessen.

 

Stamboom Albertus van de Haar en Jacobje Andriessen.

 

                   MogelijkAlbertusvandeHaar-2.jpg

        

Links boven uit het fotoarchief familie van de Haar. Dit is een fotootje uit een familiefoto. Wij wisten niet dat er een familiefoto was van het hele gezin waartoe Albertus behoorde. We dachten dat dit een fotootje was voor een gelegenheid. Tot Henque van Maanen contact met mij kreeg via deze site. Zo komen de puzzelstukjes bij beetjes op de plaats terecht. Rechts boven een foto uit het fotoarchief van Mieni Japink - Hagels. Zeer waarschijnlijk is dit Albertus van de Haar op oudere leeftijd. 

 Link Hans van de Haar Zuid - Afrika: http://www.vandehaar.us/home

                                             Albertus van de Haar.

 

 * 7 juni om 0930 uur in 1871 te Veenendaal. † 20 december 1930 te Glanerbrug.

 

Mijn opa Albertus van de Haar heb ik nooit gekend. Mijn vader heeft het wel eens over hem gehad. Als kind vroeg ik daar wel eens naar. Maar het beeld wat ik als kind over die tijd had was over het algemeen grijs. Mogelijk hebben kinderen dat. Later veranderde dat wel natuurlijk. Vooral toen er een foto van mijn opa opdook in de familie. Toen kwam er een beeld bij. Mijn vader had wel eens verteld dat hij maar 59 jaar was geworden. En dat hij blind was geworden, en waren zijn beide benen verlamd. Mogelijk diabetes . Vanaf dat moment was hij hulpbehoevend. Maar horen kon hij als de beste. Mijn vader zat als jongen graag bij de melkpan.Ik heb dat niet van een vreemde hoor. Ongezien kon dat natuurlijk wel. Maar ongehoord natuurlijk niet, hoewel de melkpan in de keuken stond en opa in de kamer op een stoel zat. Als opoe thuis was riep hij altijd: ‘Coba er zit er eentje bij de melkpan’. Maar als opoe niet thuis was, wachtte opa altijd tot er iemand de kamer binnen kwam. Vanaf dat moment zeilde er altijd wel een of ander voorwerp naar de deur die van de kamer naar de keuken leidde. Mijn vader wist dat op de duur. Als hij na het snoepen naar de kamer ging, deed hij altijd de deur open en direct weer dicht. Wachtte op de knal en kon dan naar binnen. Want een tweede voorwerp was niet zo gauw voorhanden. Opa moet een harde werker zijn geweest. Hij moet spinner zijn geweest in de textiel. In Veenendaal was hij sigarenmaker.Een spinner had vroeger altijd een aantal aanlappers bij zich. Mijn opa had minder aanlappers bij zich dan de andere spinners. Hij vond dat hij dat loon er wel bij kon verdienen door keihard te gaan werken.

Ik heb mij later wel eens afgevraagd hoe ver ik terug kon gaan in de lijn van het geslacht van de Haar. Toen mijn vrouw, Betsy en ik, al een aantal jaren in Tiel woonden hebben wij veel gefietst. Als wij over de Burg. Bonhoflaan in het voormalig dorp Drumpt fietsten had je aan de linkerkant op no 1 een prachtig kasteeltjesachtig pand met een mooi trapgeveltje. Mijn vrouw zei wel eens dat ze daar graag zou willen wonen. Ik zei dan wel eens dat het zeker een keer zou gebeuren dat wij dat zouden bezitten. En dat zij een mooie hoepelrok zou dragen en ik een mooi zwart pak met een hoge zijden hoed. Enige jaren later waren wij in het kasteel ‘de Haar’ in Haarzuilen. En wat stond daar met gouden letters in de balk geschreven? Juist de naam van de Haar. Ik zei tegen Betsy dat de hoepelrok steeds dichterbij kwam. Totdat, ja totdat ik een Kwartierstaat van Johannes van de Haar kreeg, geschreven door mijn zeer gewaardeerde neef Bertus de Jongeburcht in Almelo. Toen ik dat doorlas heb ik verschillende keren mijn wenkbrauwen gefronst. Weg hoepelrok, mooie pak en de hoge zijden hoed. Opa was een buitenechtelijk kind. Of zoals het in het doopboek van de Hervormde Kerk van Veenendaal stond ‘onecht’. Goeiedag, dat is me even wat. Weg kasteel! Het werd een luchtkasteel.

Hoe is dat allemaal gegaan? Mijn neef Bertus heeft het allemaal opgeschreven.

Albertus is geboren op woensdag 7 juni om 0930 in 1871 geboren te Veenendaal. Getuigen bij de aangifte van de geboorte waren. Boelhouder (46) en Hendrik de Bruin (29) beiden fabrieksarbeider en wonende te Veenendaal. Hij kreeg de naam Albertus Prins. De achternaam Prins kreeg hij van zijn moeder Gijsbertje Prins. De biologische vader was immers niet bekend. Er gingen geruchten dat het een Oost Indiëganger moet zijn geweest. Maar daar was geen bewijs van. Reken maar dat het een schande was voor Gijsbertje Prins. En vooral in het toen zwaar christelijke Veenendaal. Gijsbertje Prins was Nederlands Hervormd (geref.) Op 15 mei 1875 trouwde Gijsbertje met Cornelis van de Haar uit Leersum. Deze Cornelis van de Haar heeft zich als vader ontfermd over Albertus. Daardoor kreeg hij de achternaam van de Haar.

 

 

            

 

 

Hierboven de doopinschrijving van Albertus. Samen met nog 2 andere kinderen werden ze als onecht ingeschreven. Onecht betekend waarvan de vader niet bekend is of er geen verantwoordelijkheid voor kon of wilde dragen. Hoe dan ook, Albertus had geen vader op dat moment.

                

 

             

 

                        

 

Cornelis en Gijsbertje van de Haar - Prins. Bij Gijsbertje op schoot is Aris, en bij Cornelis op de knie Albertus.   

Fotoarchief Bertus de Jongeburcht. Foto uit circa 1875.

 

 

        

Familieportret van de familie van de Haar. Een foto uit 1907. Ter gelegenheid waarom deze foto is gemaakt is niet bekend.    Henque van Maanen vermoed dat Cornelis en Gijsbertje 25 jaar waren getrouwd. Maar dat is niet zeker.

         Van links naar rechts:

            achterste rij: Teunis (Teus), Johannes Cornelis (Johan), Aris, Albertus, Aaltje (Alie)

           voorste rij: Bernard (Ben), Cornelia, Cornelis (vader) met Hermanus (Herman),

            Gijsbertje (moeder), Cornelis (Kees), Gijsbertus (Gijp).

             Fotoarchief Henque van Maanen uit Leiden.

                                                       

                             

Cornelis van de Haar geboren op 28-08-1888 te Veenendaal en zijn vrouw Jannetje van Manen. Op schoot het jongetje Kees. Dit is niet de Cornelis van hierboven maar de Cornelis naast Gijsbertje. Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

 

           

Oom Ben en tante Anne uit Veenendaal. Zomer 1965. Fotoarchief fam.van de Haar. Rechts Oom Aris. Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

 

Kinderen moesten in die tijd al spoedig mee in het arbeidsproces. Dat betekende voor Albertus dat hij op ongeveer 12 jarige leeftijd, of mogelijk al daar voor, al aan de slag moest. Een etenspotje naast wat sneden brood mee naar het werk was heel normaal. Het waren wel werkweken van meer dan 60 uur per week. En dat voor circa 12 stuivers per week. Zaterdags was het een makkie. Dan werkten ze zevenenhalf uur.

Albertus , die maar klein van stuk was, werd heel veel geplaagd over zijn afkomst. Een buurjongen die op hetzelfde bedrijf werkte deed ook een duit in het zakje. Och, dat kleine jochie daar hoefde hij niet bang voor te zijn, zal hij waarschijnlijk hebben gedacht. Dat heeft hij geweten. Het etenspotje bewees niet alleen zijn diensten als waar het voor diende. Maar het regende slagen op het hoofd van de drie koppen grotere buurjongen. De moeder van de buurjongen deed haar beklag bij de moeder van Albertus. Albertus ontving daarna straf van zijn moeder. Dit voorval moet Albertus behoorlijk hebben gekrenkt. Het waren harde tijden. Ook, en vooral voor de jeugd. Toen Albertus werd gekeurd voor de nationale Militie voor de lichting Veenendaal, werd hij afgekeurd vanwege het feit dat hij te klein was. Dat vond Albertus heel erg. Na twee jaar was zijn lengte goed. Hij ging als plaatsvervanger van de lichting van 1895 uit Woudenberg. Hij werd ingelijfd bij het 3e Regiment Veld artillerie te Breda.

 

            

 

Links een uitvergroting van het gezicht van de foto van rechts. Het fotootje was uitgeknipt en opgeplakt. Ik zou graag de foto hebben gehad waar hij is uitgeknipt. Misschien bestaat hij nog in het archief van het genoemde Regiment.

 

Na zijn terugkeer uit de militaire dienst vertrok hij op 01 – 05 – 1897 naar Enschede. Daar leerde hij in 1898 op de markt zijn latere vrouw Jacobje Andriessen kennen. In 1900 traden zij in het huwelijk. Ze gingen wonen aan de Zuid – Esmarke ( Enschede). Hier werd hun eerste kindje Gijsbertje (Gijsje) geboren op maandag 24 september 1900, overleden op donderdag 21 mei 1987 te Glanerbrug.

 

 

Omdat Albertus beter betaald werk had gevonden in Gronau ging het gezin verhuizen naar de Noord – Esmarke in Lonneker. Het gezin stond ingeschreven als lidmaat van de Nederlands Hervormde Kerk. Mogelijk vond men deze kerk op den duur te licht en is men over gegaan naar de Gereformeerde Kerk aan de Schipholtstraat. Het kan ook zijn dat ze direct bij hun komst in Glanerbrug zich bij de Geref. Kerk hebben gevoegd. Bewijzen daarvan ontbreken echter. Het gezin stond bekend als streng gelovig. Twee keer per zondag naar de kerk. Met diensten van ongeveer 2 uur. Daarna moesten de kinderen naar de zondagsschool. Ook de rest van de zondag werd streng doorgebracht. Er werd ook in die tijd al behoorlijk gesmokkeld. Mijn vader deed daar ook aan mee. Albertus deed het ook een keer. Maar sloeg richting de grens af de Kerkstraat in. En ging dan weer via de Bentstraat en Achter het Heersche weer naar huis terug. Er werd in die tijd heel streng vermaand door de kerkenraad van de Geref. Kerk inzake het smokkelen. Het werd gezien als burgerlijke ongehoorzaamheid. En de overheid moest worden gezien als dienaresse van God. Mogelijk dat Albertus daar moeite mee heeft gehad.

In 1918 werd Albertus plotseling ziek. Een plotselinge blindheid en een verlamming aan beide benen veroordeelden hem op de stoel. Een rolstoel was er nog niet. Een zware tijd brak aan voor het gezin met vijf kinderen. Toch bleek Albertus een opgeruimd karakter te hebben. Hij moet een zeer gelovig en Godvrezend iemand zijn geweest. Vanaf dat moment tot aan zijn dood op 20 december 1930 is hij aan de stoel gekluisterd geweest. In het ziekenhuis in de Veenstraat in Enschede is hij op die dag overleden. Aangevers van het overlijden waren: Wieger Oord, 59 jaar, aanspreker en Pieter Astman, 32 jaar, boekhandelaar, beiden wonende te Lonneker. In een uittreksel van de overlijdensakte staat dat Albertus begraven ligt op de begraafplaats Dodenzorg te Glanerbrug, Veldstraat 70. Onder akte nummer 238.

 

 

                              

 

                          Die kleine Opa Albertus. Wat had ik hem graag gekend.

 

 

                      

 

Huwelijksfoto Cornelis de Jong en Grietje van de Haar op 4 mei 1929.  Getuige was Johannes van de Haar. De oudersvan Grietje waren er niet bij aanwezig. Zij hadden een acte getekend om toe te stemmen in het huwelijk. Zeer waarschijnlijk was de reden van hun afwezigheid de hulpbehoevendheid van de vader van Grietje. hij was blind en miste beide benen. Foto familiearchief Bertus de Jongeburcht.

 

TrijntjePostma-HuismanAaltjeenCorneliavandeHaar.jpg

  Foto hierboven v.l.n.r. Trijntje Postma - Huisman? Aaltje van de Haar, Griet van de Haar.

                     

 

Bezoek aan Grietje de Jong - van de Haar en Klaas - Jan Brilman  (2deechtgenoot van Grietje) in augustus 1964 te Losser van Neeltje van de Haar en Wouter van de Weerdhof.  Neeltje is de dochter van Aris van de Haar en Sophia van Dijk. V.l.n.r  Wouter van de Weerdhof, Neeltje van de Haar, Grietje van de Haar en Klaas Jan Brilman. Op de achtergrond de zoon van Grietje en Cees, Bertus.  Cees de Jong is in 1952 overleden.  

De foto is gemaakt aan de Scholtingstraat te Losser.

 

Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

 

 

Egbert van de Haar.

 

 

                      Jacobje van de Haar - Andriessen.

 

                        

               

                                                        *8 april 1975 - † 7 mei 1943.

 Links fotoarchief Bertus de Jongeburcht.  Rechts fotoarchief Bert van de Haar.

 

Johannes Andriessen was gehuwd met IJtske Noordbruis. Uit dit huwelijk:1. Grietje *1870. 2. Antje * 1872. 3. Jacobje *1875 onze grootmoeder. 4. Sipke * 1877, gehuwd met Jantje Dapper. 5. Hendrikje * 1879. 6. Jacob * 1883.7. Johannes *1887.

Bron: Bertus de Jongeburcht.

 

Jacobje Andriessen was een dochter van Johannes Andriessen (26) en IJtske Noordbruis (25). Kleine opoe werd ze door ons genoemd. Klein was ze ook. Ik denk rond tegen de 1 meter zestig. Ze zag het levenslicht op donderdag 8 april 1975 om 12.00 in de middag. Plaats van geboorte was in de gemeente Het Bildt. Aangevers waren de vader Johannes Andriessen, werkman en wonende in St. Jacobaparochie. Getuigen daarvan waren Sijtse Boonstra(25), werkman. En Johannes de Jong (43) beambte bij de secretarie beiden wonende in St. Jacobaparochie. Jacoba, die Cobe werd genoemd, is gedoopt in de Nederlands Hervormde Kerk. Ze woonde achtereenvolgens in de huizen met de nummers 417 A, 338, en 310 A.

Ook in dit overzicht maak ik gebruik van heel veel gegevens bijeen gebracht door mijn neef Bertus de Jongeburcht te Almelo. Ik heb als kind kleine opoe wel gekend. Maar ik kan mij niet herinneren dat ze ooit één woord tegen mijn zus Cobie en mij heeft gezegd. Ze zal dat wel gedaan hebben, maar daar is niets van bijgebleven. Toch is dat niet zo verwonderlijk. Haar leven is ook niet echt over rozen gegaan. Zij is, denk ik, nooit als kind behandelt. Lees maar eens verder. Van mijn vader weet ik dat ze, vanwege de armoede, al op 8 jarige leeftijd geld moest verdienen. Kindermeisje werd ze. Een kind dat op andere kinderen moest passen, en verzorgen. Later werd ze marktkraamverkoopster, wasvrouw. Kindermeid betekende, zo stel ik mij dat voor, de complete zorg voor meestal een vrij grote kinderschaar. Er waren in die tijd heel veel grote gezinnen. De lagere school zal ze heel weinig hebben bezocht. Mijn vader heeft wel eens verteld dat ze niet kon lezen nog schrijven. Mogelijk was dat heel gebrekkig. Toch kon zij zich blijkbaar wel redden met het rekenen volgens het werken op de markt.

We gaan even terug naar haar jeugd. Toen ze zeven was vertrok ze met haar ouders naar de Sneek. Dat was op 08 – 11 – 1882. Ze moet dat heel mooi hebben gevonden. Ze heeft genoten van de zeilwedstrijden. Het zogenaamde Skûtsjesilen. Er was dan kermis, en veel muziek. Of ze daar naar toe ging valt nog te betwijfelen. Want het kermisvermaak was toen heel wat anders dan nu het geval is. Daar werd toen veel aan waarzeggerij, loterij en dergelijke dingen gedaan. En dat was in de ogen van veel gereformeerden streng verboden. Ik denk dat daar ook geen geld voor was. Maar van de gezelligheid van het Skûtsjesilen en heel veel dingen daar omheen heeft ze als heel prettig ervaren. Zeven jaar heeft het gezin van Johannes en IJtske daar gewoond. Op 17 – 09 -1887 vertrok ze naar Albergen. Albergen licht zeven kilometer ten oosten van Almelo. Een hele verandering dus van bevolking. Hoewel er in die tijd heel veel Friezen naar deze streken in Overijssel vertrokken voor een betere broodwinning. In Albergen trad ze in dienst bij een boer. Daar heeft ze drie jaar gewerkt. Maar leuk vond ze het daar niet. Sterker nog. Ze woonde daar met grote tegenzin. Ze vond de boeren daar maar uitbuiters. Ze hadden weinig of niets over voor hun personeel. In 15 – 10 – 1890 vond ze werk bij een marktkoopman in Enschede. Mogelijk is ze bij deze marktkoopman in de kost geweest. Op 04 – 07 – 1891 vertrok ze naar haar ouders, die inmiddels woonden in de Beekhoek gemeente Losser. Ze was toen zestien jaar. Daarna is ze met haar ouders verhuisd naar Glanerbrug gemeente Lonneker. Op de markt in Enschede leerde Jacobje Andriessen Albertus van de Haar kennen. Schijnbaar klikte het al gauw. Op vrijdag 20 april 1900 vond het huwelijk plaats. Uit dat huwelijk werden vijf kinderen geboren. Gijsbertje van de Haar 24 september 1900 - overleden 21 mei 1987. Johannes 23 december 1901 - overleden 30 september 1990. Cornelia 29 augustus 1904 - overleden 1978. Grietje 15 oktober 1907 – overleden 20 november 1984. Aaltje 2 februari 1910 – 20 juli 1991. In die tijd moet er ook een neef van haar man genaamd Albertus Prins, geboren op 09 – 10 – 1885, Deze kwam op 18 – 06 – 1904 naar Glanerbrug gemeente Lonneker bij hun hebben ingewoond. Deze was spinner van beroep. Op de lagere school zat later een Albert Prins bij mij in de Klas. Deze moet ver weg familie van mij zijn geweest. Deze Albert was een zoon van de kruidenier in de Dokter Stamstraat. Op de winkel stond de tekst: Niet voor het gewin, maar voor het gezin. Ook is er vanaf 21 – 04 – 1908 nog ene Cornelis van de Haar bij hen in de kost geweest. Deze is later vertrokken naar het adres 1.C68 te Lonneker.

In 1930 overleed Albertus. Jacoba stond er toen alleen voor. Hoewel de kinderen al volwassen waren viel het voor Jacoba niet mee om rond te komen. Het was in de crisistijd van de jaren dertig van de vorige eeuw. Er woonden nog twee kinderen thuis. Jacoba kreeg van de Gereformeerde kerk een kleine bijdrage als steun. Maar dat lang niet genoeg om van te leven. Grietje was getrouwd met Cornelis de Jong. Gijsje met Karst Kuit. En mijn vader Johannes met Maasje Bunskoek. In 1940 trouwde Aaltje met Willem Hagels. Ik kan mij daar nog iets van herinneren. Ik weet dat ik daar bij was, maar meer ook niet. Cornelia trouwde in 1942 met Gerrit Wildeboer, een weduwnaar uit Losser. Maar na twee weken overleed Gerrit Wildeboer vrij plotseling. Later is ze getrouwd met Albert Kooi uit Glanerbrug. Cornelia leed aan de ziekte van Parkinson. Jacoba woonde in die jaren aan de Rijksweg 90, Schipholtstraat 147 en de Weth. Eekmanstraat 35 te Glanerbrug. Jacoba, die haar leven lang hard had gewerkt werd ziek. Ze kreeg keelkanker. Ze wilde zich niet laten opereren. Ondanks aandringen van de arts en haar kinderen. Toen ze het wel wilde was het te laat. Op 7 mei 1943 is ze om 15.00 uur te Enschede in het ziekenhuis overleden. Ik kan mij nog herinneren dat ze ziek was. Ze lag in een groot geel ledikant in de voorkamer. Omdat er woningnood was werd het huis aan de achterkant bewoond door de dochter Aaltje met haar man Willem Hagels. Cornelia woonde bij opoe in de voorkamer. De begrafenis heb ik niet meegemaakt. Ik zie oma nog liggen in dat grote bed. Toen ze overleden was heb ik haar zien liggen in de kist. Later heeft mijn moeder haar schoentjes geërfd. Of mijn moeder ze ooit heeft gedragen weet ik niet. Ik echter wel. Dat kwam omdat ik in die tijd nogal wat klompen versleet. Om de paar weken had ik een paar nieuwe klompen nodig , gekocht bij de klompenhandel van de Straat. Toen mijn moeder met mij weer een paar klompen moest kopen kreeg ik te horen dat als deze weer zo snel versleten waren, ik de schoentjes van kleine opoe aan moest naar school. Ik dacht natuurlijk dat het niet zo’ n vaart zou lopen en voetbalde en schopte er lustig op los. Na een paar weken bleek dat het dreigement van moeder ten uitvoer werd gebracht. Ik moest de schoentjes met enigszins hoge hak aan naar school. Gelukkig was het maar een halve dag. Het was op een woensdag.

Kleine opoe. Een knotje in het haar, een grijze rok en blouse, mogelijk ook blauw, en een blauwe schort. Wat ze zondags aan had weet ik niet. Ik was nog maar zes toen ze overleed.

 

 

                         

 

 Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

                        IJTSKE ANDRIESSEN - NOORDBRUIS.

                        * 8 april 1849. † 4 november 1918.

IJtske woonde in de W.C. Schoutenstraat in Glanerbrug.

 

IJtske Andriessen - Noordbruis. Moeder van Jacobje. Geboren op dinsdag 29 mei 1849. Overleden op maandag 4 november 1918. Een verzorgt uitziende vrouw. Maar let eens op haar werkhanden.

 

 

                                  

 

Grafsteen van ome Hannes en ome Jacob Andriessen. Broers van Jacobje Andriessen. Foto Bert van de Haar.

 

GijsjeKuit-vandeHaar.jpg

 

Gijsje van de Haar. *maandag 24 september 1900  - 20 november 1987. 

Hannes.jpg

Johannes van de Haar. * maandag 23 december 1901. - † 30 september 1990.

 Kneel.jpg

Cornelia van de Haar. * maandag 29 augustus 1904. - † woensdag 18 januari 1978.

 

 

 TanteGriethelder.jpg

Grietje  van de Haar.* Dinsdag 15 oktober 1907 - † Dinsdag 21 mei 1987.

 AAl.jpg

Aaltje van de Haar. * woensdag 2 februari 1910 - †  zaterdag 20 juli 1991.

 

 

   

 Zoon Johannes van de Haar. Huwelijksfoto van Johannes (Hannes) met Maasje ( Masje) Bunskoek.  

Onder het trouwboekje van de gemeente Lonneker. Later Enschede.

 

Knipsel-16.jpg

      KnipselJPG6-2.jpg

 

                                              

 

 Cornelia Kooi - van de Haar. * 29 - 08 - 1904 - 18 - 01 - 1978.

Cornelia was getrouwt met Albert Kooi * 03 - 09 - 1896 - 13 - 12 - 1972. Ze woonden aan de Ekerdijk 35 in Glanerbrug.

Rechts een foto van Gerrit Johan Wildeboer de eerste man van Cornelia van de Haar.Gerrit Johann Wildeboer is vrij gauw na het huwelijk overleden. Mogelijk aan een longontsteking. Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

 

AaltjevandeHaarJacobjeAndriessenenrechtsCorneliavandeHaarErvoorCobievandeHaar.jpg

 

    AaltjeHagelsvdHaarSchipholtstraat155Glanerbrug3.jpg                   IMG_00093.jpg 

 

Aaltje van de Haar bij ons thuis.             Aaltje en Willem Hagels.  

Fotoarchief Mieni Japink - Hagels.

   

                        

 

 

V.l.n.r. Aaltje Hagels - van de Haar. Grietje de Jong - van de Haar. Willem Hagels. Willem werkte bij Vredestein bandenfabriek. Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

 

 

 

                  

 

 

Grafsteen van Aaltje Hagels - van de Haar. Fotoarchief Bertus de Jongeburcht.

 

 

 

                          

 

V.l.n.r.Masje (Maasje) van de Haar - Bunskoek. Griet de Jong - van de Haar. Willem Hagels. Aaltje Hagels - van de Haar. Beide jongetjes zijn Gerard en Bertus Hagels. Half zichtbaar Cornelis de Jong met zoontje Bertus. De naam de Jong bleek bij nader onderzoek van zoon Bertus, de Jongeburcht te zijn.

 

              

 Bovenstaande foto is genomen ter gelegenheid van het 25 jarig huwelijk van Johannes en Masje van de Haar - Bunskoek. Zittend links Johannes, rechts Masje. In het midden dochtertje Bea.

Staande links Bert, midden Cobie, rechts Egbert. HannesenMasje25jaargetroiuwd.jpg

                                                             Gezin Hannes en Masje van de Haar - Bunskoek.

 

                      

 

 

                                   Mien Va met zien piepke.

 

                             

 

Cobie van de Haar met haar mooie poppenwagen met een verzameling poppen. Helaas was deze foto nogal beschadigd. Ik heb het wel enigzins kunnen restaureren.

 

 

 

 

 

 

                  

 

Zeer fraaie intieme foto. V.l.n.r. Bert, Bea met moeder, en rechts tussen de bladeren vader van de Haar.

                      

 

  Aan de kleding te zien hoort deze bij de bovenstaande foto. Gezelligheid troef.

 

 

                             

 

 

            Hannes en Masje van de Haar - Bunskoek met dochtertje Bea.

 

 

 

                       

 

Uitbreiding van de familie. Het eerste kleinkind is er. V.l.n.r. Bert half verstopt achter de kinderwagen, Corrie Bunskoek, Oma Masje, op de achtergrond Egbert, kleine Ceesje op de arm van de trotse opa Hannes.

 

                

 

Cobie en Wolter Evers - van de Haar met op de knie Cees, daarachter Bea van de Haar.

 

                  

 

                             In het kippenhok. Bea met vader.

 

            

 

 

                       Oma Masje met de kleine Cees.

 

 

 

 

                                     

 

                           Bert van de Haar op zijn fraaie nieuwe fiets.

 

              

 

 

Cobie en moeder. Een paar jaar later was de tuin door mij helemaal veranderd in een bloementuin met gazon. Moeder heeft het gelukkig nog meegemaakt. Ze is helaas maar vijftig geworden.

 

            

 

 

Bron: Bertus de Jongeburcht.

Mijn herinneringen.

Egbert van de Haar.