Home » Isings, Jetses en Bottema. Grote illustratoren.

 

   Isings, Jetses en Bottema. Grote illustratoren.

 

 

                                                          Tjeerd Bottema.

 

 

                                                

 

 

                                 * 6 februari 1884 te Langezwaag    -  †  8 maart 1978 te Katwijk.

 

 

 

Is Tjeerd Bottema een vreemde eend in het rijtje van Isings, Jetses en Bottema? Isings en Jetses waren echte kanjers in hun vakgebied. Zij waren vooral bekend door de leesboekjes en wandplaten op de lagere school. Tjeerd Bottema was dat nou niet direct. Hoewel hij ook wel wandplaten heeft gemaakt. Toch bewaar ik ook prettige herinneringen aan de schoolboekjes die door hem waren geïllustreerd. Toch maar eens kijken wie Tjeerd Bottema eigenlijk was. Ik ben daarbij aangewezen op een boek wat eigenlijk door hem zelf is geschreven. Het heeft als titel: ‘Tjeerd Bottema, Mijn leven’. Het is uitgegeven door Lykele Jansma te Buitenpost.

 

Tjeerd Bottema is geboren op 6 februari 1884 te Langezwaag in Friesland. Hij was een zoon van Johannes Bottema en Tjitske Bottema – de Vries. Het gezin Bottema had vier kinderen. Allemaal jongens. Tjerk en Tjeerd. Als Tjeerd op de lagere school zit verhuisd het gezin naar een boerderij in Tijnje. Sytze, Roelof volgden vader op in het bedrijf. Tjerk en Tjeerd gingen na de lagere school het voortgezet lager onderwijs in. Dat hield in dat ze in Maastricht naar de Rijkskweekschool gingen. Tjerk en Tjeerd hadden ieder een ander kosthuis gingen. Tjerk had het beter getroffen dan Tjeerd. Tjerk leerde in Maastricht een sigarenhandelaar Otterdissen kennen. Deze was ook nog eens kunstschilder. Otterdissen leerden Tjeerd de eerste beginselen van het schilderen met olieverf bij. Tjerk legde met succes het onderwijsexamen af, en vertrok weer naar Friesland. Via Tjerk kwam Tjeerd in contact met de plateelbakkerij de Distel. Nadat hij een paar proefstukken had gemaakt werd hij na het derde proefstuk aangenomen. Maar Tjeerd wilde meer. Af en toe kocht hij een krant. Daar stonden regelmatig kinderverhalen in met illustraties. Tjeerd vond dat dit ook wel iets voor hem was. Hij schreef een verhaaltje, maakte er tekeningen bij , en stuurde het naar de krant. Ook maakte hij reclametekeningen. Tjeerd kreeg het daardoor steeds drukker. Overdag Plateelschilder en in de avonduren illustraties en reclametekeningen maken. Van zijn broer Tjerk mocht hij de studieboeken lenen. Hij slaagde voor het examen Middelbaar Tekenen. Op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten kreeg hij teken, schilder, beeldhouw en etslessen. Vooral het etsen had zijn grote belangstelling. Hierin kreeg hij les van professor Dupont. Verder kreeg hij daar ook schilderlessen van professor van der Waay, tekenlessen van professor Dake en boetseerlessen van professor B. van Hove.

 

                                                                 De Prix de Rome.

 

 

Tjeerd Bottema had een vurige wens. Dat was de Prix de Rome een keer te winnen. Nu dat is niet niks. De Prix de Rome is een prijs die is ingesteld door koning Lodewijk Napoleon in 1808. Het is een prijs voor kunstenaars tot de leeftijd van 35 jaar. Aan de prijs was een gouden medaille en een jaarlijkse geldprijs van 2000 gulden. Vier jaar lang. Van de Academische school hadden zich drie deelnemers opgegeven. Dat waren Wim Haas. Frans Hogerwaard en …   Tjeerd Bottema. Frans Hogerwaard was er zeker van dat hij de prijs zou winnen. Ene Henk Meijer, die zich niet als kandidaat had opgegeven, waarschuwde hem voord Tjeerd Bottema. De grote dag in 1907 brak aan. Alle drie kregen een zeer sober atelier ter beschikking. Dat hield in een leeg vertrek met alleen de schilders benodigdheden. In absolute afzondering moest men een schets maken voor een olieverfschilderij aan de hand van de Bijbeltekst van Genesis 24: 16 – 18. Tjeerd heeft de Bijbeltekst behoorlijk bestudeerd. Hij vond dat hij de tekst goed moest begrijpen voordat hij het kon schilderen. Hij vond dat hij de knecht van Abraham moest schilderen als een arme vermoeide man die dorst had. De jonge vrouw gaf hem meer hoofdbrekens. In een uitdragerswinkel had hij een gipsen kop gevonden die er vies en grauw uit zag. Maar de vorm was precies goed. Hij schilderde deze kop als het hoofd van Rebekka. De ogen kregen een mooie zachte gloed. Hij vormde mooie gekleurde lippen, en de wangen werden zacht van kleur. Haar gelaat was een en al toewijding. De rest van de gestalte werd ook één en al schoonheid. Kortom een gracieuze verschijning met karakter. De knecht heeft hij geschilderd met een ontbloot bovenlijf. Het stond namelijk in de reglementen beschreven dat een schilderstuk moest blijken dat men bedreven was in het naakt schilderen en draperieën.

De spanning steeg wie de winnaar zou worden. Het gekozen thema zwaar. Ook al om de boodschap die er in zat. De jury was van mening dat Tjeerd Bottema de beste was. Frans Hogerwaard werd nummer twee en Wim Haas nummer 3. Tjeerd heeft daarna nog lang contact gehad met Frans en Wim. Wim Haas is overigens niet oud geworden. Hij had een slechte gezondheid. Frans heeft later toch nog de Prix de Rome gewonnen.

 

 

                                   

 

Genesis 24:16 – 18 is het gedeelte waarop de knecht van Abraham Rebekka ontmoet.

 In het verhaal gaat het over dat Abraham oud is. Sara is al overleden. Hun zoon Isaac heeft nog geen vrouw. Abraham maakt zich daar zorgen over. Isaac mag niet trouwen met een Kanaänitische. Daarom roept hij zijn knecht bij zich. Die moet onder ede beloven dat deze een vrouw moet zoeken uit het land Mesopotamië en uit de familie van Abraham en een vrouw moet zoeken voor Isaac. De knecht gaat op reis met veel kamelen en vele geschenken. De knecht roept bij deze opdracht de hulp van God in. Hij voelt dat hij dit niet alleen kan. Als hij op de bestemde plaats aankomt, zet hij zich met de kamelen neer bij de waterbron. Hij bad tot God: ‘Laat het nu zo gaan Here God dat U het meisje, tot wie ik zeg: ‘Geef mij toch wat water uit uw kruik! En dan zegt: Drink vrij, en ik zal ook uw kamelen water geven, bestemd hebt voor uw dienaar Isaac. Daaraan zal ik dan weten dat U mij goed gezind bent.’ De knecht was nog niet uitgesproken tot God of daar kwam Rebekka al naar buiten Zij was de dochter van Bethuël de zoon van de vrouw Milka , de vrouw van Nahur. Nahur was de broer van Abraham. Rebekka was bijzonder schoon en welgevormd. Ook was zij ongehuwd. Ze had nog aan geen enkele man toebehoord. De knecht liep op haar toe en vroeg of hij wat drinken mocht uit haar kruik. Zij stemde daarin toe en liet de kruik over haar hand glijden. Toen de knecht genoeg gedronken had vroeg Rebekka of zij de kamelen ook mocht laten drinken. De knecht stemde daarin toe. De knecht omhing haar met allerlei sierraden. Op zijn vraag wie zij wel was, antwoorde zij dat ze de dochter van Bethuël, die zij aan Nahur gegeven had. Overweldigt door de verhoring van zijn gebed viel de knecht op zijn knieën om God te danken. Immers zouden de nakomelingen van Abraham via Isaac talrijk zijn als het zand van de zee. Abraham roept zijn knecht bij zich

 

Zie voor meer van dit verhaal op:  http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Genesis+24&id18=1&l=nl&set=10&pos=0

 

Zie voor het gehele hoofdstuk: http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Gen+24&id16=1&l=nl&set=10&pos=0

 

Na het behalen van de Prix de Rome reisde Tjeerd nog wat rond in Italië om nog meer kennis te vergaren. Ook maakte hij diverse reizen naar, Marokko, Spanje, Frankrijk, Engeland en onze zuiderburen België. Daarna ging hij een poosje naar zijn ouders in het Friese Tijnje. Maar die rust was van korte duur. Tjeerd was een bekend persoon geworden. In 1908 ging hij via Parijs naar Rome in Italië. Daar ontmoete hij Pier Pander. En via Pander ook tal van andere kunstenaars. In 1910 maakte hij een reis naar Engeland om daar de werken van beroemde kunstenaars te bestuderen. Daar zag hij ook de begrafenisstoet van de Engelse koning aan zich voorbij trekken. In het gevolg liepen ook een aantal  vorsten uit verschillende Europese vorstenhuizen mee.                                                                                                            

 Terug in Nederland ging hij wonen aan de Houtweg 472.in het Gooische Laren. Tjeerd trouwde op 28 december met Cornelia van Amstel. Ook Cornelia had een artistieke aanleg. Zij kon heel goed tekenen, en was muzikaal. Ook maakte zij gedichten. In die tijd werd Tjeerd lid van de Club van Tien. Hij maakte een schilderij, het Larense boerendeel met koeien. Dat ging vlot van de hand. Tjeerd vond dat niet prettig. Hij beschouwde zijn schilderijen als zijn eigen kinderen. Hij besloot toen om zich meer te gaan toeleggen op het etsen. Een van zijn eerste werken was een Larens landschap met molen. Het was ook in die tijd dat de uitgeverij van Dishoeck zich melde. Deze uitgever bood hem aan om een nieuwe serie leesboekjes voor hem te illustreren. Tjeerd had al eens eerder de Zonneschijnserie geïllustreerd. Het werd een drukke tijd van etsen en tekenen. Ook schilderde hij tussendoor. Van van Dishoeck kwam steeds met meer illustratieopdrachten. Hoewel het illustreren goed verdiende, vond Tjeerd zich meer een etser. In 1919 verhuisde hij met zijn gezin naar Katwijk aan Zee. In Katwijk maakte hij de mooiste illustratie’ s van zijn leven. Isings en Jetses waren in zijn ogen ook grote kunstenaars.

Tjeerd ging zelf ook boekjes schrijven. De illustraties verzorgde hij uiteraard ook zelf. Het meeste plezier met het boekje: ‘Der wie ris in âld wyfke. Verder volgden de boekjes over vader Uggelebug, Dove Jabik en de betoverde vogelschrik, ‘Een Hollandse jongen in de Arizona,’ Gnobberdebob’ enz.                                                                                                                

 In 1927 kwam hij in contact met de theoloog Johan de Groot, Tjeerd maakte in samenwerking met hem een serie schilderijen( schoolplaten) over de Bijbelse Geschiedenis. Deze werden gebruikt op de H. B. S. en Gymnasium. De platen werden gedrukt bij Zomer en Keuning. De oorlog dreigde weer in Europa. Tjeerd en zijn vrouw bezonnen zich op de vraag of zij naar Amerika moesten vertrekken. Thuis, in de keuken, nam hij een oude Bijbel in de hand. Hij liet de Bijbel op een gegeven moment openvallen. Tot zijn grote verbazing viel de Bijbel open bij Jeremia 42 vers 10 tot 18. Indien u rustig in dit land blijft, dan zal ik u bouwen en niet afbreken……..Zie voor het hele verhaal op: http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Jeremia+42&id18=1&l=nl&set=10

 

Tjeerd was het met dit antwoord niet eens. Hij probeerde het nog eens en nog eens. Maar steeds kwam als antwoord Jeremia 42 tevoorschijn. Tjeerd en zijn gezin zijn de oorlog goed door gekomen. Al was dat echter niet zonder zorgen. Want met zijn broer Tjerk ging dat niet zo goed. Tjerk maakte o a spotprenten tegen het nazibewind. Al spoedig kwam hij op de zwarte lijst te staan. Bij een oversteek van Frankrijk naar Engeland met het schip ‘De Bérénice werd het schip door een Duitse torpedo geraakt en is gezonken. Tjerk kwam hierbij met vele anderen, o a de bekende Nederlandse dichter Marsman, om het leven.

Tjeerd en zijn gezin hebben geen gebrek geleden. Maar wat zij hadden deelden zij met hen die weinig of niets hadden. Wel moest hetgezin, op last van de bezetter, verhuizen naar Leiden. Hun dochter Johanna was in voorarrest wegens het helpen van Joodse kinderen. Hun dochter, Hil woonde in Arnhem. Maar was vandaar voor het oorlogsgeweld gevlucht. Lange tijd wiste Tjeerd en zijn vrouw niet waar ze was. Eind van de oorlog kwamen beide dochters weer terug. Na de oorlog kon het gezin weer terugkeren naar Katwijk. Tjeerd kreeg flinke opdrachten Voor Anne de Vries maakte hij de illustraties voor Het Grootvertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis. Ook illustreerde hij tal van boekjes van Jaap en Gerdientje van dezelfde schrijver Anne de Vries.

                                                  

                                

 

 

Het boekje Ratje was een van de eerste leesboekjes die ik kreeg. Ratje heet in feite Cornelis ( Cees ) van Dam. Hij woont in het Oliesteegje in een grote stad. Zijn vader en moeder drinken veel. Zij zitten vaak in het café. Ratje moet stelen om aan eten te komen voor zijn kleine broertje Janneman en voor zijn Zussie. Ratje wordt daardoor vaak achterna gezeten door boze marktkoopmannen. Maar Ratje is watervlug. Hij wil eigenlijk helemaal niet stelen. Maar door het drankgebruik van zijn ouders moet hij wel.Ratje heeft een grote goede vriend. Dat is de meester van de school waar ratje op zit. Die betekent veel voor Ratje. Zijn slechte buurjongen, Okkie, maakt misbruik van het stelen van Ratje. Het gaat van kwaad tot erger. Totdat Ratje wordt opgepakt. Hij komt in een observatiehuis terecht. Daar wordt hij goed opgevangen. Doordat Ratje wordt opgepakt, komt er ook een goede zorg voor zijn broertje Janneman en Zussie. Mensen van het Leger des Heils spelen ook een rol in Ratjes leven. Een pracht boek van Anne de Vries met zeer stemmige tekeningen van Tjeerd Bottema.

 

            

                                   

 

 

                                                                  

 

 

                         

 

Hierboven twee tekeningen uit het leesboekje, geschreven door Johan van Hulzen. Cor was overgegaan op school. Hij kreeg een autoped. Hij was er zo blij mee dat de autoped mee moest naar zijn slaapkamer. Hij kon hem dan even aanraken. Als er een harde wind is en je hebt een hoed op, dan heb je groot kans dat hij af waait.Twee mooie tekeningen  voor kinderen.

 

Triest was het overlijden van Tjeerd en Cornelia 's  dochter Hillegonde op 55 jarige leeftijd.Hil, zoals ze werd genoemd was een Nederlands graficus, illustrateur, kunstschilderes, tekenares, graficus en auteur. Ook beoefende zij de knipkunst. Zij was werkzaam op het Openluchtmuseum in Arnhem. Zij vervulde een vooraanstaande rol op gebied van de volkskunst. Zij bezat een behoorlijke talenkennis, en publiceerde in diverse buitenlandse media. Ook Tjeerd zijn vrouw Cornelia van Amstel  overleed enige tijd daarna.

In 1974 is zijn andere dochter Johanna overleden. Zij was een Nederlandse illustrator, kunstschilderes tekenares, en aquarelist. Zij volde een opleiding in de Haag aan de Academie voor beeldende kunsten. genoot haar opleiding aan de Akademie van beeldende kunsten. Tjeerd heeft zijn hele gezin overleefd.

 

                                                        

 

 

                                         Tjeerd Bottema fietste nog op 91 jarige leeftijd door Katwijk.

 

 

 

Literatuur:

‘Tjeerd Bottema, Mijn leven’. Het is uitgegeven door Lykele Jansma te Buitenpost.

En internet:

http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=bott016

http://www.oudejeugdboeken.nl/schrijvers/bottema.html

http://www.metzemaekers.com/kunstdatabank/kunstenaars/608811/bottema-tjeerd.html

 Wikipedia.

Film over Tjeerd Bottema:    http://www.youtube.com/watch?v=9mV4Ik7XlNM  en http://www.youtube.com/watch?v=lJAJCkryGdo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                      Wie was Cornelis Jetses?

 

 

 

                                                   

 

Jetses met zijn dochter Dien. Jetses is hier 75 jaar. Zijn dochter stond in de boekjes van Ot en Sien model voor Sien. Dien Kalsbeek - Jetses. Dien woonde de laatste jaren van haar leven samen met haar man Huib Kalsbeek in een bejaardencentrum in Amerongen.

 

 

Ik kan het mij nog goed herinneren dat ik op de lagere school in Glanerbrug het lezen leerde door middel van een groot bord met daarop het Aap, Noot, Mies. Je moest dan met letters het woord of de naam maken. Maar niet alleen met het grote bord voor de klas. Maar ook met een eigen leesplankje. Het leren lezen werd al gauw opgevolgd met de boekjes, Ot en Sien, Pim en Mien, Piet Hein en Mientje. Ik vond het altijd heel verdrietig als we de boekjes uit hadden. Ik kon moeilijk afscheid nemen naar die fantastische plaatjes. Maar deze boekjes werden al gauw opgevolgd door Buurtkinderen, Dicht bij huis en de Wereld in. Wat heb ik daar van genoten. Prachtige heel verfijnt getekende plaatjes. Ze hebben toen een enorme indruk op mij gemaakt. Ook toen wist ik al wie die plaatjes had getekend. Cornelis Jetses.

 

                                

 

                                                      Wie kent ze niet Ot en Sien en de regenton.

 

Cornelis Jetses werd op 23 juni 1873 in de stad Groningen in de Nieuwstad, een smalle steeg, geboren. Zijn vader, Albert Jetses, deed op 25 juni aangifte van de geboorte. Zijn moeder heette Everdina van Prooijen. Op 27 juli werd Cornelis ten doop gehouden in de Nederlands Hervormde kerk. Dat was in de Martinikerk. Cornelis voorgeslacht bestond hoofdzakelijk uit ambachtslieden. Het huisje in de Nieuwstad was eigenlijk veel te klein en bovendien te ongezond om te blijven wonen. Bovendien hadden vader en moeder al het nodige verdriet achter de rug. In 1871 overleed hun tweede dochtertje enkele maande na haar geboorte. En acht weken later stierf ook hun oudste dochtertje. In 1876 verhuisde het gezin Jetses naar de Grote Leliestraat 129. Cornelis heeft in zijn jeugd wel een schrijnende armoede gekend. Vader Jetses werkte in die jaren op een korenzolder als korenarbeider. Dat was heel ongezond werk vanwege het zwavelen van het koren. De onderwijzer op school, meester Anema had al gauw gezien dat Cornelis goed kon tekenen. Hij heeft dat enorm gestimuleerd doordat Cornelis zaterdags, (toen gingen de kinderen ook nog naar school) zoveel mocht tekenen als hij wilde. Na de lagere school periode ging hij al gauw geld verdienen om mee te dragen in de kosten van het gezin. Het baantje dat hij deed was dat van orgeltrapper op de markt. Toen hij 13 jaar was kreeg hij een baantje op een steendrukkerij. Maar daar leerde hij uiteindelijk niets. Beter beviel het Cornelis bij de drukkerij Casparie. Daar kon hij zich goed ontwikkelen als lithograaf. S’ Avonds ging hij naar de Minerva Academie. Deze lessen werden betaald door mensen die de arme getalenteerde kinderen de gelegen gaven om zich beter te kunnen ontwikkelen. Hier kon hij zich verder kunnen ontplooien. Negen jaar heeft hij tekenlessen bij Minerva gevolgd. Maar Cornelis wilde meer. Via een oom kwam hij in Bremen terecht. Daar studeerde hij aan de Bremer Kunstgewerbeschule. Via deze school kwam hij in contact met Arthur Fitger, een groot decoratieschilder. Daar heeft hij jarenlang gewerkt. Toen Cornelis aan Fitger het plan voor legde om in Berlijn voor een opleiding te gaan volgen, was deze het daar niet mee eens. Het werd, op Fitger’ s aandringen, Amsterdam. Daar kreeg hij les van de profesoren Van der Waay en Allebé .

In 1897 ging hij naar Bremen terug. Daar ontwikkelde hij zich tot een zeer waardevolle medewerker van Arthur Fitger. Als lithograaf had hij geleerd om tot op een halve millimeter nauwkeurig te werken. Zijn eerste opdracht die hij helemaal zou uitvoeren was in een wijnkelder in Hamburg. Tal van grote opdrachten volgden elkaar op. Zoals het decoreren van de prachtige Bremer concertzaal ‘Kunstlerverein.’ Dank zij de beschrijving van Cornelis Jetses is toch bekend gebleven hoe dit alles eruit heeft gezien van deze in de Eerste Wereldoorlog verbrande concertzaal. Jetses werd alom geprezen voor zijn werk. Ook bleef zijn werk niet onopgemerkt bij de hoge adel. De hertog van Sachsen – Meiningen in Thüringen wilde graag een muurschildering van de strijd van de heilige Georg met de draak. Deze moest drie keer zo groter worden als levensgroot. Cornelis werd daarom ook onderwezen in de hofetiquette. Dat moest wel want Cornelis moest met de hem toegewezen dame aanzitten aan de lunch en het diner. Van de hertog en zijn vrouw. Jetses vond dat eigenlijk maar niets. Hij moest vaak met professor Kunz Meijer, die de leiding van het schilderwerk had, aanzitten bij diverse maaltijden. Daardoor schoot het werk niet echt op.

Cornelis Jetses trouwde op 24 augustus 1899 met Alberdina Holkamp. In 1901 kreeg hij een brief van J.B. Wolters uit Groningen Dat men werk voor hem had. Werk als het illustreren van kinderboeken.  De firma Wolters had tekeningen van Cornelis gezien die hij had gemaakt voor de meubelfabriek Nederland. De uitgever Wolters bracht hem in contact met H. Scheepstra en J. Ligthart. Al gauw bleek dit een gouden trio te zijn. De tekeningen van Ot en Sien zijn gemaakt naar echte voorbeelden. In Jetses tuin in Duitsland kwamen veel kinderen uit de buurt. Een van hen was Didi Damman. Didi heeft model gestaan voor Ot. En Jetses dochtertje Everdina stond model voor Sien. Het eerste boekje dat Cornelis Jetses illustreerde was uiteraard Ot en Sien. Maar al spoedig volgden: ‘Dicht bij huis’. Dit was een serie van vier deeltjes. Voor het zeer bekende kinderboek van de al even bekende Nienke van Hichtum, ‘Afkes Tiental logeerde Cornelis in Roordahuizen. Dominee B. Boers, predikant daar, bracht hem in contact met het gezin van de familie van der Woude. Dit bleek het perfecte gezin te zijn qua sfeer en entourage.

Van Wolters in Groningen kreeg Jetses steeds meer werk. Ook tekende hij voor het Duitse Zondagschoolblad ‘Unser Kinder’ tal van illustraties. Verder ook nog voor de nieuwe leesmethode die op de scholen in Bremen werd gebruikt. Een hele mooie opdracht kreeg Cornelis om voor het kleine prinsesje Juliana een prachtig leesplankje mocht maken. In oktober 1909 vertrok Cornelis voorgoed uit Duitsland naar Nederland. Hij ging wonen in het toen nog rustige, maar nog altijd mooie Zeist. Dit om enerzijds omdat zijn leermeester en werkgever in dat jaar was overleden, en de belangstelling voor muurschilderingen was afgenomen. Anderzijds speelde het ook dat Cornelis ernstig ziek was geweest. Dat kwam omdat hij in Bremen een jong paar, dat door het ijs was gezakt, had gered. Daarna was hij zelf ook te water geraakt. Omdat het ijs steeds afbrokkelde duurde het enige tijd duurde het enige tijd voordat hij zichzelf op het droge had kunnen werken. Een jarenlange steeds weer terugkerende voorhoofdsholteontsteking was het gevolg. Daaraan is hij verschillende keren geopereerd. Artsen achten het toen raadzamer dat hij beter op de zandgronden kon gaan wonen.

 

                               

 

 

                   Uit: Dicht bij huis. Piet, Hein en Mientje. Boekjes met aanschouwelijk onderwijs.

 

 

In Zeist heeft hij eerst in de Tulpstraat 18 gewoond. In mei 1912 werd het de Bergweg 37. Dit huis is gebouwd naar eigen ontwerp. Daar hebben ze tien jaar gewoond. De opdrachten bleven binnenstromen. Ook hier tekende hij onder andere een aantal prachtige schoolplaten. Hij maakte heel veel voorstudie van zijn tekeningen. Bezocht heel veel bibliotheken en musea. Door vakmensen, zoals molenaars, timmerlui, vissers, poolreizigers, kaasmakers etc. liet hij zich uitvoerig uitleggen hoe het allemaal in zijn werk ging. Kortom, het aanschouwelijk onderwijs. In 1909 kwam Jetses in contact met de toen al bekende Isings. Deze was zeer onder de indruk van het werk van Jetses. Isings wilde graag nog wat technieken van Jetses leren die hij nog niet kon. Deze twee grootheden op tekentechniek zijn daarna vrienden voor het leven gebleven. Dat kwam ook toen Isings zijn eerste vrouw en kinderen was verloren. Hij heeft een jaar bij Jetses en zijn gezin in Zeist gewoond. In 1919 verhuisd Cornelis met zijn gezin naar Scheveningen. Dat was in verband met de wens van zijn werkgever. De firma Wolters had in den Haag een groot pand gekocht. In de dertiger jaren werden de opdrachten van de firma Wolters voor Cornelis een stuk minder. Mogelijk zal mede zijn veroorzaakt door de crisisjaren in die tijd. Cornelis achtte zich toen niet meer gebonden aan de afspraak met J.B. Wolters. Hij schilderde op verzoek portretten voor particulieren om zich op die manier te kunnen voorzien in levensonderhoud. Hij hoopte intussen wel dat hij meer werk van de firma Wolters zou komen. En dat gebeurde ook. Van Wolters kreeg hij in 1939 de opdracht om het Groot Vertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis van Anne de Vries te illustreren. Jetses was hiermee bijzonder ingenomen. Dit vanwege dat hij ook een oprecht christen was. Hij was lid van de Nederlands Hervormde Kerk. Hij leefde elke dag naar Gods Woord en de in dat Woord verankerde Beloften. Verheugend was dat, na het uitkomen van dit boek de recensies zeer goed waren. Men schreef dat de illustraties van superieure kwaliteit waren.

 

 

           

Uit: De wereld in.  Rechts: Hiltje uit Buurkinderen. Het kleine meisje wil wat beter op de tafel kijken. Jetses heeft haar getekend staande op de kap van de klomp.

 

Echter trof Cornelis in die tijd ook een hele zware slag. Zijn vrouw, Albertina, overleed op 27 april 1939 in het Bronovo diaconessenziekenhuis in den Haag aan een niervergiftiging. Vlak voor haar heengaan zegde ze, samen met haar man Cornelis, het gezang op: ‘k Wil U o God mijn dank betalen, U prijzen in mijn avondlied. Alberdina Jetses – Holkamp is begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in den Haag. Bijna 40 jaar waren ze getrouwd. Een huwelijk dat gedragen werd door liefde tot God en tot elkaar. Het ziek zijn en het overlijden van zijn vrouw is enorm zwaar geweest voor Cornelis. Maar na enige tijd neemt hij het leven als illustrator toch weer op. Hij kreeg een opdracht de grote Friese familieroman ‘Aldfaers Groun’, van J.P. Wiersma te illustreren. Cornelis was toen al 70 jaar.

 

                                        

 

 

Het gevecht van David met Goliath. Uit: Groot Bijbels Vertelboek van Anne de Vries.

 

De oorlogsjaren zijn ook niet aan Jetses voorbij gegaan. Berichten van inkwartiering, die achteraf niet door gingen. Toen Wassenaar – Zuid moest worden ontruimd kreeg Jetses de mogelijkheid om zijn belangrijke spullen onder te brengen in een gebouw van de Provinciale Waterstaat. Helaas is dat gebouw, tijdens het oorlogsgeweld, in brand gevlogen, en is alles verbrand. Slechte voeding in de oorlogsjaren deden Cornelis, die regelmatig lange wandelingen maakte, aanzienlijk verzwakken. Zelfs het Bijbellezen kon hij af en toe niet meer volbrengen. Gelukkig kregen hij en zijn dochter, Dien, van verschillende kanten versterkende middelen, zodat hij weer opknapte. Na de oorlog maakte hij nog tal van tekeningen. Ook na de geboorte van de prinsesjes. Cornelis leefde weer helemaal op. Vooral toen zijn dochter Dien, die hem al die jaren heeft verzorgd, met zijn a. s. schoonzoon Huib Kalsbeek thuiskwam. Na hun huwelijk kwam het jonge paar bij Jetses inwonen. Jetses kreeg opdracht om verschillende schoolboekjes opnieuw te voorzien van nieuwe bijdetijdse illustraties. Dit omdat de oudere plaatjes niet meer pasten in de naoorlogse tijd. Naarmate hij ouder werd viel het tekenen hem steeds zwaarder. In januari 1955, hij was toen 77 jaar, vond men hem bewusteloos op zijn tekentafel. Daarna werd het tekenen duidelijk minder. In zijn 81e levensjaar heeft hij stil zijn tekenspullen opgeborgen. Op 18 september in het jaar 1954 vierde hij voor het laatst het Heilig Avondmaal in de kerk. Lopen kon hij niet zo goed meer. In een invalidenwagentje (tegenwoordig een rolstoel) maakte dochter Dien en haar man nog lange wandelingen met hem. Op 9 juni 1955 werd door zijn schoonzoon Huib na het eten gezang 49 uit de Hervormde bundel gelezen: Cornelis sloot zijn ogen. ‘Jezus, leven van mijn leven, Jezus, dood van mijnen dood. Die voor mij U hebt gegeven, in den bangsten zielennood.’ Op deze wijze is hij die nacht overleden. Cornelis Jetses is, na een rijk arbeidsleven op bijna 82 jarige leeftijd heengegaan. Hij is begraven op de begraafplaats te Wassenaar. Ook is zijn echtgenoot bij hem herbegraven. Een groot illustrator is heengegaan. Maar zijn nalatenschap is van zeer grote betekenis geweest. En is dat nog steeds. Miljoenen kinderen hebben genoten van de werkelijk unieke tafereeltjes. Zelfs tot ver in het buitenland. Ook voor het verre Indië heeft hij getekend.

Jan A. Niemeijer verteld in zijn prachtige boek, wat ik iedereen aanbeveel, ‘De wereld van Cornelis Jetses’ Jetses was geen vechter, geen activist, geen barricaden bestormer, Hij was een zachtmoedig, fijnzinnig man die zeer bewogen was met zijn medemensen en die dat toonde door ze diepgevoelde, diepmenselijke tekeningen te schenken.

 

Literatuur: De Wereld van Cornelis Jetses. Jan Niemeijer. Uitgave De Vuurbaak. ISBN 906015 323 3

Internet Wikipedia en andere site' s.

 

Zie voor meer Cornelis Jetses op: http://www.jetses.nl/ Een zeer fraaie site.

 

                                   

 

                                   

 

 

Zijn de bovenstaande tekeningen van Jetsesof of Bottema? Wie weet mag het zeggen.

Inmiddels heeft de echte tekenaar zich gemeld. Het is : Teun Berserik. Kijk daarvoor op:  http://www.berserik.com/

 

 

                                                                  -----------------------------------

     

 

                                                                           Herman Isings.

 

                                                     

 

                                     

                                                                   De jonge Herman Isings.

 

 

Wie Rembrandt was weten jullie wel natuurlijk. En Jan Steen ook wel zeker. En Vincent van Gogh ook nog wel. Dat waren hele beroemde Nederlandse schilders, zul je zeggen. Maar dan houd het bij velen van jullie zeker wel op. Jij weet natuurlijk veel meer over de hitlijsten van de hedendaagse muziek. Je moet wel natuurlijk, omdat anderen dat ook doen. En het is natuurlijk wel puntgaaf als jij je kunt meten met anderen van jouw leeftijd. En met jouw mobieltje kun je natuurlijk ook heel veel. O. a . foto’ s maken, overal waar je maar wilt. Je bent heel goed op internet. Nee, als je wat wil weten is het effe klikkuh toch? Je krijgt er ook nog een kick van ook. En leren op school dat doe je toch heel veel via de computer. Je kunt eigenlijk niet meer zonder he? Boeken, wie leest ze nog. Een flutromannetje misschien? Maar, wat weet jij nog van je eigen land en stad of dorp waar je woont? Hoe deed men dat nu vroeger op school? Hoe bracht een meester of juf bijvoorbeeld de geschiedenis van ons land over op de kinderen? Nu, dat deden illustratoren. Illustratoren? Wat zijn dat nu? Nou, heel gewoon. Dat waren mensen die heel goed konden tekenen. Deze mensen maakten hele mooie wandplaten. En die waren door hun zo knap uitgedacht dat de meester of juf er zo een verhaal over konden vertellen. Iemand die hele mooie platen heeft gemaakt was Johannes Herman Isings.

 

 

 

                         

 

Krijgsraad voor de Vierdaagse zeeslag. Een schoolplaat van. J. H. Isings.

 

 

Johannes Herman Isings werd op 31 juli 1884 geboren te Amsterdam. Hij was het 11e kind in het gezin van 13 kinderen van meesterbakker Johannes Herman Isings en Alida Isings – Timmermans. Van de dertien kinderen overleden er 5 op jonge leeftijd.

 

Oorspronkelijk komen de Isings uit het Duitse Hessen. Een kleinzoon van een zekere Jan Harmens Isings, Barteld Fokken Isings, verliet in 1834 Bingum in Duitsland en ging wonen in Amsterdam als meesterbroodbakker. Een zoon van Barteld, Johannes Herman Isings, was de vader van zeer getalenteerde J.H. Isings. Getalenteerd is dat je een aantal dingen heel goed kunt die heel veel andere mensen niet kunnen. Onze Herman moest al vroeg de handen uit de mouwen steken. s ’ Morgens voordat hij naar de christelijke lagere school ging moest hij eerst broodventen in Amsterdam. Daardoor kwam hij vaak te laat op school. Het waren in die tijd zware tijden voor de broodbakkers vanwege de opkomst van de broodfabrieken.

 

Het gezin Isings was Gereformeerd. In het gezin werd elke dag uit de Bijbel gelezen. Men leefde uit dat Woord van God. Dat was de norm. De belangstelling die de jonge Herman had voor de geschiedenis van ons land kwam door meester Lankamp. Deze kon vol overgave vertellen over de bruisende stad Amsterdam. Als jongen zwierf Herman vaak door de oude stad. De prachtige oude panden, de levendige bedrijvigheid in de havens met de vele prachtige schepen van toen sloeg hij in zijn geheugen op. Op 13 jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste baantje bij een decoratieschilder. Decoratieschilder was wel een duur woord voor een gewoon schildersbedrijf. Herman moest er o. a. gebruikte verfpotjes schoon krabben etc. Toen hij een keer een ruit moest afleveren bij een school maakte hij daar kennis met de prachtige schoolplaten van Charles Rochussen. Veel heeft hij ook geleerd in de Tijdingzaal van de Telegraaf. Na enige tijd kreeg hij een baantje bij het metaalbedrijf Landré en Glindermans op de tekenkamer. Daar leerde hij het technisch tekenen. s ’ Avonds volgde hij lessen aan de Tekenschool voor Kunstambachten. Daar kreeg hij les van Georg Rueter. Isings heel vaak bibliotheken, zoals de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Veel leerde Herman ook van Van der Waag over het aquarelleren, compositiesopbouw en dergelijke. Omdat hij zich ook op autodidacte wijze , dat is door zelfstudie, enorm ontplooide kreeg hij al gauw aanbiedingen van uitgevers als Callenbach te Nijkerk, Voorhoeve te den Haag, Kluitman te Alkmaar en nog enkele anderen.

 

Herman Isings trouwde op 18 februari 1909 met Clasina, Elisabeth, Maria van Dungen.

 

 

 

 

                                                  

 

                                                              Isings op middelbare leeftijd.

 

 

 

Omdat Herman het beste kon werken in een rustige stille omgeving verhuisde hij en Clasina naar het rustige Soest. Hier kon hij rustig werken in zijn atelier. Op een dag kreeg hij enkele schoolleesboekjes onder ogen die waren geïllustreerd door de voor hem nog onbekende Cornelis Jetses. Herman raakte geboeid door de ragfijne tekentechniek, en besloot contact met Jetses te zoeken. Dat gelukte via de uitgever van de boekjes J. B. Wolters te Groningen. De ontmoeting die daaruit voortvloeide is voor Isings van groot belang geweest. Dit, omdat Jetses een gedegen scholing had genoten. Beiden zijn vrienden voor het leven geworden.

 

Herman en Clasina kregen in 1913 een zoontje, dat de naam Herman Johan kreeg. Daar waren ze heel blij mee. Toch bleek dat geluk maar tijdelijk te zijn. Er werd bij Clasina t. b. c. geconstateerd. Het betekend Tuberculose. Dat was in die tijd een heel besmettelijke bacteriële infectieziekte. Voor deze vreselijke ziekte was toen nog geen medicijn. Tevens bleek ze ook in verwachting te zijn van een tweeling. Deze jongen en meisje zijn kort na de geboorte op 30 mei 1916 overleden. Ze zijn naamloos begraven. Maar er zou nog iets ergs gebeuren. De kleine Herman werd ernstig ziek. Hij is, nog maar net 4 jaar oud, op 4 juli 1916 aan een hersenvliesontsteking overleden. Met Clasina ging het ook steeds slechter. Totdat op 23 oktober 1916 ook zij overleed. Op de grafsteen staan de woorden: ‘In Christus geheiligd – Familiegraf Isings.’ Alles wat Herman lief had was hem afgenomen. Het jaar 1916 is voor Johan Herman Isings een zeer zwaar jaar geweest. Als je kunstenaar bent, dan ben je ook heel gevoelig voor deze dingen. Voor Isings was het daarom heel moeilijk om hele mooie en ook ingewikkelde tekeningen te maken. Hij moest daarbij denken aan het Bijbelse verhaal van Job. Ook Job was alles wat hij bezat afgenomen. Herman beruste daarin net zo als Job. Kijk maar op: http://www.online-bijbel.nl/bijbelboek/Job/1/1-22

 

Zijn grote vriend, Cornelis Jetses, nam hem mee naar zijn huis in Zeist. In zijn grote woning aan de Bergweg 37 was ruimte genoeg. Dat was heel mooi van die meneer Jetses. Daar bleef hij anderhalf jaar. Om zijn stropdas had hij de trouwring van Clasina geschoven. Omdat de twee mannen niet konden werken in één ruimte, kreeg Herman een houten atelier van Jetses tot zijn beschikking. Dat was ook van Jetses. Dat stond iets verderop tussen de bomen. Na enige tijd herstelde Herman weer enigszins.

 

Tijdens de ziekte van Clasina is zij verpleegd door Elisabeth Niesten. Deze was directrice van het Koloniehuis trein 8.28 aan de Kolonieweg in Soest. Dit huis stond vlak bij het huis van Isings. Er was een vriendschap ontstaan tussen Herman en Clasina enerzijds, en de directrice anderzijds. Na het overlijden van Clasina bleef het contact bestaan. Na verloop van tijd groeide er een innige liefde tussen hun beiden. Dat leidde er toe dat ze op 13 april 1918 in het huwelijk traden. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren. Clasina, Hermine en Johannes. Isings heeft toen, evenals bij de tragedie in zijn eerste huwelijk, gedacht aan het Bijbelboek Prediker. Een vrouw en drie kinderen werden hem toen ontnomen. Een vrouw en drie kinderen kreeg hij weer terug. Herman moest weer aan Job denken. http://www.online-bijbel.nl/bijbelboek/Job/42/10-17

 

Na verloop van enige jaren ging het allemaal heel moeilijk in Nederland. Er was bijna geen werk in ons land. Er was een economische crisis. Net zo als nu, maar toen met heel veel armoede. Ook voor Herman Isings werd het heel moeilijk. Er werden heel weinig schoolboekjes gemaakt. Dus kon hij ook niet zoveel tekeningen maken voor die boekjes. Ook was er in die tijd een nieuwe spelling ingevoerd. Een nieuwe spelling betekend dat je een aantal woorden iets anders moet schrijven of drukken. Nou, de uitgever van de schoolboekjes, de uitgeverij J. B. Wolters er heel veel gedrukte boeken moesten worden vernietigd. Dat was een schadepost van naar schatting miljoenen guldens. Omgerekend naar nu meer dan een miljoen euro. Dit allemaal betekende dat Herman Isings geen of weinig opdrachten kreeg. Na enige jaren ging het weer wat beter in Nederland. Ook Herman Isings kreeg weer meer werk. Maar dat duurde niet zo lang. Het werd oorlog in ons land. De Duitser vielen in 1940 ons land binnen. Er was al gauw een tekort aan turf en kolen. Dus de kachel warm stoken kon haast niet meer. Dat betekende dat Herman niet in een koud atelier kon werken. Met steenkoude vingers kun je ook niet tekenen. Een elektrische straalkachel mocht je niet aan hebben. Dat vonden de Duitsers niet goed. En dat terwijl hij met de mooiste opdracht was begonnen van zijn leven. Namelijk met het maken van serie van zestig Bijbelplaten. Voor het boek van Wolf Meesters: ‘De Bijbel behandeld voor jonge mensen.’ In februari 1943 moest Herman met zijn gezin ongewild het huis, waarin zij woonden, verlaten. Omdat de Duitser het huis wilden hebben. Ze kregen amper de tijd om de nodige huisraad mee te nemen. Het was niet de enigste keer dat het gezin Isings gedwongen moest verhuizen. Herman Isings is twee keer zeer scherp verhoord door de Duitsers. Maar Herman is niet bang geweest. Hij verteld later dat het was of dat Christus naast hem stond en hij Hem de hand kon geven. Dat Herman Isings twee keer is verhoord komt zeer waarschijnlijk van zijn pro Duitse buurman. Deze gaf in eigen beheer een blad uit met de naam: ‘De Hollandsche Post.’ Dit was het pro Duitse blad. Herman Isings had tegen die buurman gezegd dat hij het blad niet in de brievenbus wilde hebben. En dat hij ook niets meer met de buurman te maken wilde hebben.

                    

                                

 

Een prachtige plaat van Isings betreffende Paulus gevangenschap te Rome. Alle aandacht op deze plaat gaat richting Paulus. De ene hand naar de mensen gericht, terwijl de andere hand naar boven wijst. De soldaten vertegenwoordigen de macht van het Caesarenrijk.  De soldaten behoren tot de keurbende van de keizerlijke lijfwacht. De man in het lange kleed vertegenwoordigd de ambtenarij. Alle vier kijken en luisteren geboeid naar Paulus. Deze Paulus is een nietig figuur, maar hij beheerst het gehele beeld. Hij is de brenger van het Woord. Dat Woord dat overwint. Want ook deze mensen nemen het aan.

Als de bevrijding komt kan Herman met zijn gezin nog niet naar hun huis terug. Het huis is namelijk heel erg beschadigd. Zijn bibliotheek was verdwenen, en ook de meubels. Dit alles is later voor een deel terug gevonden. Ook hebben er na de bevrijding nog Canadese militairen in hun huis gewoond. In de zomer kunnen ze weer naar hun huis terug, nadat het eerst grondig was hersteld. In deze zware tijden heeft de uitgeverij J. B. Wolters met raad en daad, ook financieel Herman Isings bijgestaan.

 

Na de bevrijding heeft Herman Isings honderden en nog eens honderden tekeningen, schoolplaten gemaakt. Denk maar eens aan De Noormannen voor Dorestad, De overwintering op Nova Zembla, de hagepreek bij Rijswijk, de Muiderkring, de krijgsraad voor de vierdaagse zeeslag. Kijk maar eens op: http://www.schoolplatentekoop.nl/Geschiedenis(2).htm voor heel veel schoolplaten.

 

Honderden schoolboeken zijn van hem voorzien met prachtige tekeningen.

 

 

 

Op 29 april 1971 overlijd zijn vrouw Elisabeth in een leeftijd van 91 jaar.

 

Johan Herman Isings overleed te Soest, 19 augustus 1977 op 93 jarige leeftijd.

 

In Soest is een woonerf naar hem genoemd. ‘J. H. Isingserf.

 

 

Literatuur:

 

Zestig Bijbelplaten, ingeleid door Wolff Meesters.

J. H. Isings historyschilder en illustrator. Jan. A. Niemeijer.

Internet.