Home » Kinderpagina Tiel en omstreken.

                  Kinderpagina Tiel en omstreken.

 

 Ben je dol op dieren? klik dan vooral op: 

Alle dieren horen er bij.  

 . StoerLachen

                                                       

   

 

 

 

                               Tekeningen Tjeerd Bottema.

 

                                              Hallo allemaal.

Hoe vinden jullie dat. Helemaal een pagina voor jullie alleen. Maar natuurlijk mogen ook jullie ouders wel mee kijken hoor. Weet je, ik ben van plan om hier hele leuke of boeiende dingen op te zetten voor jullie. Dat is voor mij natuurlijk wel heel moeilijk hoor. Want, ik ben vergeleken met jullie al heel erg oud. Ik ben al 76 jaar. En jullie misschien nog maar 7 of 8 jaar. Maar ik denk dat dit helemaal niet zo erg is. Weet je waarom? Ik houd heel veel van kinderen. Ik zal daarom proberen om het allemaal wat eenvoudig te vertellen.

 

Misschien wil je wel eens weten wat de kinderen van vroeger voor spelletjes deden.

Toen ik een kind was zag het er alles wel een beetje anders uit. Wij hadden geen mobieltje. Geen televisie. Geen computer. Geen, nou ja, al die dingen die jullie nou hebben hadden wij vroeger niet. Saai he? Nou saai! Vergeet dat maar hoor. Zal ik je eens vertellen dat er vroeger helemaal geen auto’ s in de straat stonden. Alleen de vuilniswagen kwam om de week om de vuilnisemmers te legen. Die emmers waren lang niet zo groot als die grote kliko’ s van nu. Ik zal je vertellen waarom die niet zo groot waren. Er was gewoon minder afval. Plastic verpakking was er niet. En het groenteafval werd op de mesthoop gegooid. Daar kwam ook de mest van de w c op. Dat was goed voor het land. Omdat wij op een dorp woonden hadden wij een stukje land. Hoewel het in mijn jeugd oorlog was konden wij toch nog leuk spelen op straat. Dat kon omdat er bijna geen auto’ s door de straat reden. We deden pakvangertje, verstoppertje, tollen, boompje verwisselen, hinkelen, hoepelen, touwtje springen, voetballen, kaatsenballen, landjepik. Ja, noem maar op. En als het slecht weer was speelden we binnen. De meisjes breidden vaak maar ook klosje breien. Dat laatste deden de jongens ook wel. De meisjes maakten, van het lange snoer wat je kreeg bij het klosje breien, een dekje voor een rond kussen. En de jongens gebruikten het lange snoer als leidsel voor het paardje spelen. Op onderstaand adres kun je heel veel vinden over hoe het vroeger ging.

http://www.seniorplaza.nl/SpelletjesVanVroeger.htm

 

 

                                               Wist je dat….?

 

...... er ver voor onze jaartelling een leeuwensoort in onze streken leefde? En dat hij een schouderhoogte had van 120 tot 150 centimeter hoog? En dat hij ruim twee meter lang was? En dat hij de grootste leeuwensoort was die er ooit is geweest? En dat hij de Grottenleeuw wordt genoemd? En dat deze mannetjesleeuwen geen manen hadden?

Oef, dat weet je dus maar weer.

 

Robert Walker in 1800 in  Londen de eerste ijzeren drukpers ontwikkelde?

 

De Schot William Cruikshank in 1800 een manier heeft  uitgedacht om watervoorraden te zuiveren met chloor? En dat dit heel belangrijk was voor de hygiëne.?

 

In de 17 e eeuw in Italië Jan Klaassen en Katrijn al bestonden ?  En dat ze in de 18e eeuw al in Engeland en Nederland waren als handpoppen voor de poppenkast?

 

De grootste stad van heel de wereld in 1801het Kanton in China is met 1,5 miljoen inwoners?

 

De eerste crackers in 1801 werden geproduceerd door oud kapitein Josia Bent uit Massachutts in de Verenigde Staten? Dit was tegen indigestie.  Dat is een storing van de spijsvertering .

 

 Dat in 1803  in Engeland het eerste abortusverbod van kracht werd ?

 

Dat Richard Trevithick , die leefde van 1771 tot 1833, de eerste locomotief op stoom demonstreert?  

 

Dat Frederick Tudor uit  Massachutts circa 1805 een ijshandel in het bouwen van ijshuizen had?

 

Dat, ook omstreeks die tijd,  het eerste kunstmatig verlichtte huis is verlicht met een gaslichtinstallatie? En dat dit is gedaan door Samuel Clegg in een huis in Londen?

 

Dat de Engelse chemicus Michael Faraday al in 1823 een manier ontdekt dat door bepaalde gassen op een bepaalde manier kunnen worden gebruikt om te koelen?

 

 

 Een vreemde man in de tuin.

Onderstaand verhaal heb ik lang geleden eens geschreven. Het leek mij wel leuk voor jullie. En je kunt er nog van leren ook. Karel en Suzan van Haren zijn met hun ouders en de vriendjes van Karel naar Beekoord gegaan. Daar wonen Grootva en Grootmoe van Karel en Suzan. Ze zijn met een paard en wagen naar Beekoord gegaan. Hoe het verder gaat kun je lezen in het vervolg.

 

Een verhaal van Egbert van de Haar.

 

Karel en Suzan laten Geert en Krelis alles zien. De boomgaard, het varken, de kalfjes, de schapen de geiten, en de kippe…… .

Maar wat is dat nou? Daar loopt een vreemde man in de tuin. Kijk hij gaat naar een klein hokje met allemaal kastjes er in. Karel en Suzan snappen er niets van. Die man hebben ze hier nog nooit gezien. Geert vindt het ook maar eng. En die man ziet er zo vreemd uit. Hij heeft een vreemde kap of zo op zijn hoofd. En een gordijn, of zo, voor zijn gezicht, en hele, grote handschoenen aan, en een rare pijp in zijn mond. De kinderen snappen er niets van.

‘Dat ga ik aan Grootva vragen,’ zegt Suzan.

‘Ik ook, zegt Karel.’ En hard hollen ze naar huis om het aan Grootva te vertellen. Ook Geert rent hen achterna.

Alleen Krelis niet. Krelis weet wel wat dat voor een man is. Hij roept hen nog na. Maar geen van drieën horen het.

Met een zwaai vliegt de keukendeur open.

‘Grootva, Grootmoe, er loopt een vreemde man in de tuin. Hij ziet er heel griezelig uit,’ roept Karel.

‘Ja,’ zegt Suzan, ‘en hij heeft een gordijn over z’ n hoofd, en een rare hoed op, en een grote pijp in zijn mond. En hele, grote handschoenen aan.’

‘Oh, het is heel eng,’ roept Geert. ‘Het is vast een grote dief. Hij haalde kistjes uit een hokje. U moet hem grijpen. Straks neemt hij alles mee.’

Vader en moeder vliegen verschrikt overeind. Maar Grootva en Grootmoe beginnen te lachen.

‘Oh, dat is Boerkamp, de buurman van hiernaast, die heeft hier een hokje staan met wat bijenkorven er in. Ga er maar naar toe, dan kun jullie eens kijken hoe dat gaat. Dat vindt hij vast wel leuk. Maar pas op dat je er niet te dicht bij komt. Want als de bijen jullie prikken kan dat gemeen zeer doen.’

                                            ---------------------

                                       DE  HONINGBIJ.

 

Als ze alle drie weer naar buiten komen, zien ze Krelis staan lachen.

‘Weten jullie niet wat dat voor een man is? Dat is een iemker’, lacht Krelis.’Ik heb jullie nog nageroepen. Maar jullie renden zo hard. Het was net of jullie door een zwerm bijen werden nagezeten. Ha, ha, ha.’

‘Krelis heeft groot gelijk hoor,’ klinkt het ineens vanaf het hokje. ‘Ik ben naast boer ook nog iemker.’ Het is de buurman Boerkamp.

‘Ik zou ook geschrokken hoor. Want ik zie er wel gek uit in dit pak.’

‘Ik dacht dat u een dief was,’ zegt Geert.

‘Nou, een beetje ben ik dat ook wel hoor,’ zegt Boerkamp. ‘Maar dan niet bij de mensen hoor, maar bij de bijen.’

‘Bij de bijen?’ roepen ze allemaal in koor!

‘Ja, bij de bijen, jongens,’ zegt Boerkamp. ‘Ik haal er immers de honing uit de raten?’

‘Wilt u er wat van vertellen, mijnheer Boerkamp?’ vraagt Karel.

‘Ja, dat wil ik wel doen hoor. Maar dan ga ik bij het begin beginnen.

Weet je wel hoeveel soorten bijen er zijn op deze wereld?’

‘Nee,’ zeggen ze bedeesd.

‘Er zijn er wel twintigduizend verschillende soorten.’

‘En zijn die ook allemaal in ons land?’ vraagt Suzan.

‘Nee hoor, gelukkig niet. Maar er zijn er in België en Nederland wel zo’ n drie honderd verschillende soorten.

Bijen hebben een woning nodig. In de natuur maken ze meestal een nest in een holle boom, of in een rotsspleet.

Bijen verzamelen honing. Of beter gezegd: De bijen maken de honing.’

‘Hoe kunnen bijen nou honing maken?’ zegt Geert.

‘Ja,’ zegt Krelis, ‘dat snap ik ook niet.’

‘Dat vertel ik jullie straks wel,’ zegt Boerkamp. ‘Laat ik eerst maar met het nest beginnen. De honingraten bouwen ze zelf van bijenwas. Dat is een stof die de jonge werksters in het nest afscheiden. Ze bouwen dus in deze kas hun huis van hun eigen lichaam.

Wilde bijen, die in een holle boom hun nest bouwen, gebruiken daarvoor hars of gom. En ook de kleverige stoffen van de knoppen van bomen of struiken. Dat is dus een soort stopverf. Het kleinste gaatje kunnen ze daar mee dicht stoppen. We hebben daar een geleerd woord voor. Propolis. Als het heel erg koud is, wordt het hard, en als het warm is wordt het elastisch. Propolis schijnt ook nog een geneesmiddel te zijn.’

‘Maar hoe komen er nu nieuwe bijen?’ vraagt Karel.

‘Dat zal ik je vertellen,’ zegt Boerkamp. ‘Op een gegeven moment vliegt een Koninginnebij uit een nest de lucht in. Ze spuit dan stof in de lucht. Dat noemen we Koninginnestof. De darren, dat zijn de mannetjesbijen, die ruiken dat, en vliegen de koningin achterna de lucht in. De koningin en de darren paren in de lucht. Ze wordt dan door verschillende darren bevrucht. Zij kan nu haar hele leven, dat zo’ n vijf jaar duurt, eitjes leggen. De darren gaan even later dood. En al mochten ze nog in het nest terug komen, dan worden ze door de werksters gedood.’

‘Dat vind ik heel erg,’ zegt Karel. ‘Waarom moeten die mannetjes nu dood?’

‘Dat is helemaal niet erg, hoor Karel. Want de Koninginnebij legt toch weer eitjes, en daar komen weer darren, koninginnetjes en werkmieren uit.

De koningin legt haar eitjes in een speciale honingraat.

Het gaat allemaal heel erg snel hoor. Als de eitjes na drie dagen uitkomen, zijn het larfjes. Die worden verzorgd door de werksters. Ze veranderen een paar keer van gedaante. Dat duurt zo’ n drie weken. Ze zijn zo’ n drie weken een huisbij, een werkster dus. Dan zijn ze een paar weken een haalbij. Om honing te halen dus. Dan gaat ze dood. Een honingbij leeft dus maar heel kort.

Alleen de werksters, die in het najaar geboren zijn, kunnen overwinteren.’

‘Maar zo’ n bijenhuis wordt toch heel vies van binnen,’ zegt Suzan. ‘Maken ze dat nooit schoon van binnen, mijnheer Boerkamp?’

‘Nee,’ vertelt Boerkamp, ‘bijen maken hun huis niet vies. Zo gauw ze de eerste keer uitvliegen, dan maken ze een reinigingsvlucht. Al die drukjes die ze heeft opgespaard in haar lichaam, doet ze er nu uit.

Daarna begint ze aan een verkenningsvlucht rondom het nest. Er rest haar nu nog één ding. De paar weken dat ze nog leeft, zoveel mogelijk honing verzamelen.’

‘Hoe weet de bij nou waar de honing is?’ vraagt Geert.

‘Ja,’ zegt Krelis. ‘Dat wil ik nu ook wel eens weten. En vertelt ze het ook aan de andere bijen?’

‘Geuren en kleuren zijn ook heel belangrijk,’ verteld Boerkamp. ‘Als een bij honing heeft gevonden, dan verzamelt ze die. Dan gaat ze snel naar het nest terug. In het nest, in het donker, maakt ze een rondedansje. Er zijn twee dansjes. De rondedans en de kwispeldans. Ze doet dat verschillende keren. Aan het dansje kunnen de andere bijen zien, of beter gezegd, voelen met hun voelsprieten, waar de honing te vinden is. En ook de geur van de bloemen, en de stand van de zon geven ze door.

Direct na het eerste dansje gaan er al haalbijen op pad. En als die terug komen doen die hetzelfde dansje.’

‘U vertelde zo even, mijnheer Boerkamp, dat de bijen zelf de honing maken. Maar u zegt ook dat de bijen de honing halen,’ zegt Geert.

‘Ja,’ zeggen nu ook de anderen.

‘Jullie hebben goed geluisterd,’ zegt Boerkamp. ‘Ik heb dat ook gezegd hoor. Eigenlijk haalt de bij niet honing, maar nectar uit de bloem. En die nectar brengt ze naar de huisbij. Die neemt het op in de honingmaag. Daar komen er enzymen bij. Vervolgens geeft die het door aan een andere huisbij, waarbij het zelfde gebeurd. Dit gebeurt een aantal keren achter elkaar. Tijdens dat doorgeven aan elkaar verdampt er water in de nectar. De honing wordt daardoor steeds stroperiger. De laatste huisbij stopt het in een cel in de raat. Als de cel vol is dekt de bij het af met bijenwas. Als nu de raat helemaal vol is, haal ik hem eruit.

Weet je wat? Ik zal eens kijken of er een raat vol is. Ik denk het wel.’

Even later is Boerkamp terug met een volle raat.

‘Kijk, nu haal ik de bijenwas er met de ontzegelvork af. De raat doe ik nu in de honing

slinger. En als ik er dan aan draai dan gaat de raat heel snel in het rond. De honing wordt nu uit de raat geslingerd. Hier, willen jullie het ook eens proberen?’

De kinderen hebben met open mond staan luisteren naar het vertellen van Boerkamp.

Nu willen ze alle vier wel tegelijk aan de honingslinger draaien.

Als ze alle vier een beurt hebben gehad, mogen ze in de honingslinger kijken.

‘Zie je,’ zegt Boerkamp, ‘de honing is er nu uitgeslingerd.’

‘Het zit nu aan de zijkant,’ zegt Karel.

‘Ja,’ zegt Boerkamp, ‘de honing lekt nu naar beneden zodat ik het straks in een potje kan doen. En dan kan ik het verkopen. Maar jullie krijgen straks allemaal een klein potje honing van mij. En de lege raat doe ik terug in de kast. De bijen kunnen dan weer opnieuw beginnen.’

‘Waarom blies u zo pas wat rook in de kast?’ vraagt nu Suzan.

‘Nou, weet je, bijen kunnen wel eens kwaad worden. En als ik nu wat rook in de kast blaas dan worden ze een beetje suffig, en dan steken ze mij niet. Want ik ben natuurlijk wel een indringer voor hen. Maar dat is zo weer over hoor. Ik heb al gezegd, in het begin van mijn verhaal, dat ik een dief was, toch?’

De kinderen knikken bevestigend.

‘Maar,’ zegt Boerkamp, ‘ik geef ze wel weer wat terug hoor. Ze krijgen van mij wat suikerwater. Dat lusten ze graag.’

‘Ik denk dat de kinderen ook wel wat drinken willen hebben, buurman.’ Het is Grootva die er net aan komt.

‘We hebben al wat voor jullie klaar staan jongens. We zitten in de boomgaard. Kom je ook mee Boerkamp? We hebben ook nog wel een bakje koffie of thee er voor jou in zitten hoor.’

‘Zo,’ zeggen de anderen als iedereen heeft plaats genomen. ‘Was het interessant wat mijnheer Boerkamp allemaal heeft verteld?’

‘Ja,’ roepen ze alle vier tegelijk. ‘Het was heel mooi.’

‘Ik wist wel dat de bijen zorgden voor honing. Maar nou weet ik precies hoe,’ zegt Karel.

‘En ik word later iemker,’ zegt Geert. ‘Dan ga ik heel veel bijen houden. Bij ons achter in de tuin is nog wel plaats voor een hele grote bijenkas. Ik ga dan heel veel honing verkopen. En jij, Karel, krijgt elke week een potje honing van mij.’

‘Dan staan we gelijk, Geert’, zegt Karel. ‘Want van mij krijg je elke week een ei. Dat heb ik je beloofd.’

‘Jullie zijn wel een paar praatjesmakers,’ vind Grootmoe. ‘Maar ga nog maar een poosje buiten spelen, jongens. Over een uurtje gaan we gaan we eten.’

‘Ho, ho, ho,’ zegt Grootva, ‘wachten jullie eens even. In het rommelschuurtje zijn jullie zeker nog niet geweest, is het wel?’

‘Nee,’ antwoorden de kinderen.

‘Kom dan maar even met mij mee,’ zegt Grootva. ‘Want, waar jullie uiteindelijk allemaal voor zijn gekomen komen, daarvoor hebben jullie nog geen tijd voor gehad. Of weten jullie niet meer waarvoor jullie hier zijn gekomen?’

‘Oei,’ zegt Karel met een rood hoofd. ‘Voor het haantje en het kipje. Dat is waar ook’.

‘Kijk’, zegt Grootva. ‘Hier, in het schuurtje heb ik een noodhokje gemaakt. Ga jij maar eerst naar binnen, Karel.’

Als Karel bij het hokje komt, dan ziet hij een prachtig wit krielhaantje met een vuurrode kam op zijn kop, en een mooi goudbruin gekleurd hennetje.

‘Oh,’ zegt Karel, ‘wat zijn ze mooi! Oh, kijk eens Suzan, Geert en Krelis, kom eens kijken wat mooi!’

Suzan en Krelis komen ook snel naar binnen. Maar ook Teddy de hond glipt ook snel, tussen hun benen door naar binnen. Hij drukt zijn neus tegen het gaas, en begint dreigend te grommen.

‘Ho, ho, dat mag niet Teddy. Af, jij stoute hond. Koest,’ roepen Karel en Suzan allebei tegelijk.

Krelis begint te lachen. ‘Dat wordt een echte jachthond, Suzan. Dat kun je zo wel zien. Je zult thuis de schuur voortaan wel dicht moeten houden, Karel!’

Dan, ineens, horen ze Grootva roepen. ‘Niet naar slaan, Geert. Stil blijven staan, jongen. Dan gaat hij vanzelf wel weer weg.’

Maar het is al te laat.

‘Au, au,’ roept Geert, ‘ik ben gestoken. Au, au, ik ben gestoken door een bij. Au, au, precies mijn oorlelletje, au, au.’

‘Kom,’ zegt Grootva, ‘dan gaan we snel naar Boerkamp.’

Met z’ n vijven gaan ze gauw naar Boerkamp. Die heeft een soort stiftje, en doet dat op de gestoken plek. En even later is de pijn verdwenen.

‘Jonge, jonge,’ zegt Geert, ‘wat doet dat gemeen zeer zeg.’

‘Ja,’ zegt Boerkamp, ‘ik als iemker ben ook wel eens gestoken door een bij. Ik weet dus wel wat je voelt, Geert.’

‘Ik word later geen iemker,’ zegt Geert.

Daar moeten ze allemaal om lachen. Alleen Geert niet.

Daarna is het etenstijd. Grootmoe heeft een overheerlijke broodmaaltijd op tafel gezet. En ook nog wat heerlijke pannenkoekjes. En er is van alles wat er op kan als beleg. Vleeswaren, kaas, jam, chocoladepasta. Maar de honingpot wordt door de kinderen het meest gebruikt. Alleen Geert niet.

‘Waarom neem jij geen honing, Geert?’ zegt Grootmoe.

Dan begint Geert te kleuren. En voorzichtig vraagt hij: ‘Prikt de honing dan niet, net zoals de bij prikt?’

‘Nee, natuurlijk niet Geert,’ zegt Karel. ‘Want een kippenei kakelt toch ook niet zoals een kip kakelt!’

‘Dat is waar,’ zegt Geert, en meteen neemt hij een grote schep honing op zijn boterham. ‘Bijenhoning is veel lekkerder dan een bijenprik,’ zegt hij.

Daar zijn ze het allemaal mee eens.

Na het eten leest Grootva uit de Bijbel een stukje van het boek Richteren. Het gaat over de jonge sterke Simson. Eens toen hij met zijn ouders op reis was, kwam er een jonge sterke leeuw op hem af . Maar God maakte dat Simson heel erg sterk werd. Zo sloeg Simson de leeuw dood. Een volgende keer toen ze weer samen op reis waren, ging Simson kijken wat er van de leeuw over was. Toen bleek dat er in het dode dier de bijen een nest hadden gemaakt, vol met lekkere honing. Hij at er van, en hij gaf ook wat aan zijn ouders, die waren doorgelopen.

En ook leest Grootva over het honingraadsel van Simson, dat zijn vrouw had verraden aan zijn tegenstanders.

 

Als de tafel is afgeruimd, gaat van Haren het paard weer uit de wei halen.

‘Kom, ouwe jongen, het is tijd om jou weer in te spannen.’

Het paard loopt gewillig mee.

‘Gaan we nu al weer naar huis?’ vraagt Karel.

‘Ja jongen, het is nog een behoorlijk ritje. En ik wil nog voor donker thuis wezen.’

Even later zitten ze allemaal weer op de huifkar. Ook het haantje en het hennetje.

Ze worden uitbundig na gezwaaid door Grootva en Grootmoe.

‘Nog bedankt voor het lekkere eten en drinken,’ roepen ze allemaal.

‘En ook voor het haantje en kipje, Grootva en Grootmoe,’ roept Karel.

Dan klakt van Haren met z’ n tong en zet het paard zich in beweging. Het eerste gedeelte, op de zandweg gaat het nog wat langzaam. Maar even later op de verharde weg gaat het in een behoorlijk drafje. Het paard heeft er zin in. Na enige ogenblikken rijden ze de Dorpstraat in. Voor het huis stopt van Haren, en bindt het paard vast.

‘Kom Karel, de kippen moeten in het hok jongen,’ zegt van Haren.

Allemaal gaan ze mee om te kijken hoe dat gaat.

Als Karel ze in het rennetje heeft gezet, loopt het haantje parmantig in het rond.

‘Tok, tok, tok tok.’ Het is net of hij tegen het hennetje zegt van: ‘Wat vindt je er van. Heb ik niet voor een mooi huisje gezorgd voor ons tweetjes?’

‘Nou,’ zegt moeder, ‘die hebben het, zo te zien, wel naar de zin.’

‘Ja, zegt vader, maar weet wie ook zin heeft naar z’ n hokje? Dat is het paard van Reinders. Kom Krelis, dan breng ik jou naar huis, jongen.’

‘Ik kan wel naar huis lopen, mijnheer van Haren,’ zegt Krelis.

‘Niks ervan jongen. Ik breng jou naar huis.’

Als ze even later de Bosweg inrijden zegt Krelis tegen van Haren: ‘Ik wil u hartelijk bedanken, meneer van Haren, voor de hele mooie dag, en voor het mooie voertuig waar u voor gezorgd heeft.’

‘Geen dank, jongen. Ik heb het graag voor jou gedaan hoor. Doe je ouders de groeten van mij. En je weet het, als je eens wil praten. Of als jij je eens verveelt dan weet je het. Je bent bij ons altijd welkom.’

Krelis knikt, geeft van Haren een hand. ‘Dag,’ zegt hij. En weg is Krelis.

 

Wil je meer weten over de bij? Of over het paard, de koe of de mieren? Kijk dan op: http://hennepe.jouwweb.nl/alle-dieren-horen-er-bij

Daar heb ik al verschillende dieren beschreven. En er komen er steeds meer bij. En het eind is nog lang niet in zicht.

 

 

 

Wat is nou een Parlevinker??????

                     

Ik kwam laatst een heel raar woord tegen. Het is het woordje Parlevinker. Wat een raar woord he? Wat zou dat woordje nou betekenen? Zou dat een vogel zijn? Nu ken ik wel een vogel die we vink noemen. Dat is het niet. Ik ken ook wel mensen met de achternaam Vink. Laatst sprak ik nog een meneer die de achternaam Vink had. Maar dat is het ook niet. Weetje wat een parlevinker is? Het is een meneer met een klein bootje. Het is natuurlijk niet een piepklein bootje. Want er staat wel een heleboel spullen in hoor. Eten en drinken. En nog heel veel meer spullen. Weet je,vroeger konden de mensen, die op de vrachtschepen over de rivieren voeren, niet zomaar even naar een supermarkt aan de wal gaan. Nou, en daarom waren er die kleinere bootjes op de Waal, de Maas, de Rijn en de IJssel. En dat noemden ze Parlevinker. Een Parlevinker is soort van minisupermarkt die varend over het water naar de grote schepen ging om zijn spullen te verkopen. Hoe dat ging kun je zien op het volgende filmpje; Klik maar op:

 http://www.youtube.com/watch?v=aVHkCtuQdXE

 Wel goed onthouden hoor wat een Parlevinker is. Nu heb je weer wat geleerd.

 

 

                                   

 

 

                                    Een Parlevinker van lang geleden.

 

 

 

                                                     K l e u r e n .

 

Houd je van kleuren? Ik wel hoor. Ik heb heel veel tekeningen gemaakt. Ook toen ik nog naar de lagere school ging. Met tekenen was ik één van de besten van de klas. En als ik een tekening af had kleurde ik het altijd heel mooi in. Eigenlijk maakte ik mijn eigen kleurplaten. Als je wat van mijn tekeningen wilt zien moet je op de onderstaande link klikken.

http://hennepe.jouwweb.nl/mijn-tekeningen

 

 

Er zijn ook hele mooie kleurplaten over Bijbelse verhalen. Mooi om te kleuren. Maar ook mooi om de verhalen te leren.

 

http://www.gkvapeldoornzuid.nl/index.php/speciaal/kleurplaten

 

Kijk ook eens op het onderstaand adres voor kinderverhalen.

 

http://www.vanderwelle-boersma.nl/kinderverhalen.htm

 

En natuurlijk ontbreekt ook niet:       Flipje Tiel.

 

                                        

  

          Een  ruim 30 jaar oude  tekening  van mij.

 

http://www.streekmuseumtiel.nl/2009/index.php 

 

Ook heel mooi is de site over vogelhuisjes. Kijk daarvoor op: http://www.vogelhuisjesophemert.nl/

 

 

 

Wat kun je nog meer aan de weet komen? Hieronder een lijstje.

 

1 Holle Bolle Gijs.

2 Kerk, wat is dat nou?

3 Jij en je mobieltje.

4 Oh, die mooie Marspolder.

6 Heb jij zin in sporten?

7 Peuter in ontwikkeling. Is vervallen.

8 Berenbank vol beren.

                                       -------------------------

 

 

                                       1 Holle Bolle Gijs.

 

 

                             

 

 

Heb jij wel eens van Holle bolle Gijs gehoord? Die kon heel veel eten. Geloof je dat niet. Lees dan het volgende versje maar eens.

 

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen

Waar die Holle Bolle Gijs op zat?

Hij kon schrokken, grote brokken

Een koe en een kalf en een heel paard

half een os en een stier en zeven tonnen bier

Een schip vol schapen en een kerk vol rapen

En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

 

Er zijn meer versjes over die hongerige Gijs.

 

Een - twee - drie - vier - vijf - zes - zeven,

Holle - wolle - wagen kwam mij tegen,

Waar die grote Gijs op zat,

Hij kon schrokken

Grote brokken

Een koe en een kalf

En een dood paard half

Toen zag Gijs een levende beer;

Hap zei Gijs en 'k lust niet meer.

 

 

                                                                  ------------------------------

 

 

2 Kerk, wat is dat nou?

In heel de wereld gaan er mensen naar de kerk. Ook heel veel kinderen.Jij misschien ook? Misschien ook niet. Misschien heb je er thuis wel eens iets over gehoord. Misschien gaan je ouders of verzorgers niet naar een kerk. Ik ga elke zondag twee keer. En weet je, ik vind het nog heel fijn ook. In onze kerk, de Magnificatkerk in Tiel, gaan ook heel veel kinderen naar de kerk. In de kerk wordt ook heel veel gezongen. Dat is heel moeilijk zul je denken. Nou, dat valt wel mee hoor. Ook de kinderen in de kerk kunnen heel goed zingen. Dat hebben ze in de kerk geleerd, en ook van hun ouders. Zo was er laatst een liedje over de wet van God. Oh, de wet van God, zul je denken, dat is vast heel moeilijk. Nou, nee hoor, dat is helemaal niet moeilijk. Weet je wat ik doe? Ik plaats de tekst van het lied wat we zongen hier onder. Dan zul je zien dat het eigenlijk heel mooi is.

 

Ken jij de woorden van 1 tot tien?

God laat zo Zijn wil voor heel het leven zien

Al die woorden zijn er ook voor jou en mij

Leven zoals God wil dat maakt je vrij.

 

1. Dat is de Heer, niemand is als God

In Zijn Vaderhand ligt heel ons levenslot

 

2. Maak geen beelden; Hij is altijd meer

Dien geen andere goden dan de Heer.

 

3. Dat is de naam van de hoge God

Hij vraagt ook aan jou dat jij niet met Hem spot.

 

4. Dat is de rustdag, dag van onze Heer

Elke week een feestdag, vandaag ook weer.

 

5. Vijfde woord van God, blijf je ouders trouw

Denk aan wat ze deden in hun zorg voor jouw

 

6. Je moet niet haten, dat brengt veel verdriet

schelden, slaan en schoppen dat helpt niet.

 

7. Is Gods Woord, ja probeer het maar,

dwars door dik en dun toch trouw zijn aan elkaar.

 

8. Je mag niet stelen wat van anderen is.

Als je toch iets meepikt dan gaat het mis.

 

9. Spreek geen kwaad en maak niemand zwart.

Zeg alleen de waarheid, houd een zuiver hart.

 

10. Wees niet jaloers op wat een ander heeft.

Je wordt zielsgelukkig als je zo leeft.

 

 

Nu weet je wel de woorden, maar nog niet de wijs. Nou, de wijs kun je horen als je hier op klikt. http://www.youtube.com/watch?v=aHM5TcGQUiE Alleen zijn dat weer andere woorden.

 

Wil je meer weten over kinderen in de kerk? kijk dan op : http://www.magnificatkerk.nl/kinderclub.html

 

 

                                               -----------------------------

 

 

 

                                               3 Jij en je mobieltje.

 

 

 

                             

 

 

 

Bovenstaand mobieltje is natuurlijk wel wat onhandig. Bovendien zit het vast aan een snoer.

 

VerrastOOOOH ???? Is dat zoooo ????

 

Heb jij ook een mobieltje? Makkelijk toch? Je bent overal bereikbaar. Je vader of moeder hoeft niet meer de straat op om jou te roepen als het etenstijd is. Trouwens als je niets tussendoor snoept voel je het wel of het etenstijd is aan je maag. Zo' n mobieltje is toch wel handig. Je bent voor iedereen bereikbaar. Maar is dat nou wel zo verstandig om vaak met zo' n ding aan je oor te staan? Vandaag las ik in de krant dat het helemaal niet zo gezond is voor je oor. Je kunt, in het ergste geval, last krijgen van tumoren in je oor. Nou kunnen tumoren heel gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Dat is toch wel iets om je even achter je oor te krabben. En er over na te denken. Ga gewoon naar je vriendje of vriendinnetje toe. En als die niet thuis is heb je in ieder geval een lekker eindje gefiets of gelopen. Ook dat komt jou gezondheid wel ten goede. Maar wel goed uitkijken in het verkeer.

 

                                                               --------------------------------------

 

 

                 4 Oh, die mooie Marspolder.

 

 

 

               

 

Dit is de poldermolen in de Marspolder bij Lienden.

Nederland is een echt molenland. In de Marspolder bij Lienden staat er ook één. Ben je wel eens in de Marspolder geweest? Moet je gewoon eens een keer doen. Aan een polder denk je meestal aan een heel vlak land met grote akkers, weilanden en hele lange wegen. Maar dat is de Marspolder niet hoor. Er is kleinschalige landbouw enz. Wat die Marspolder eigenlijk zo mooi maakt dat zijn de oude waterlopen van wat heel lang geleden de Rijn was. Strangen noemt men die. Ook de oude dijkdoorbraken van heel lang geleden hebben hun sporen nagelaten. Zoals de Klokkenwaai en de Oude waai. Een waai is een dijkdoorbraak. Om zo' n doorbraak werd dan een dijk gelegd. Er ontstond dan een diepe kolk. Zo' n diepe kolk noemt men ook wel een Wiel. Als je over het oude Romeinse Rijndijkje fiets richting Kesteren, dan kun je dat allemaal heel goed zien. Ook heb je op de achtergrond een prachtig uitzicht op de Utrechtse Heuvelrug. Omdat de bewoners in de Marspolder heel lang geleden veel last hadden van het hemel en kwelwater heeft men er in 1758 een molen gebouwd. Deze is in 1884 afgebrand. Maar ook weer opgebouwd. Tussen 1999 en 2001 is de molen weer gerestaureerd. Maar ook de informatieborden langs het dijkje vertellen heel veel over de geschiedenis van de Marspolder. En dat is heel boeiend.

Wil je meer weten over de polder de Mars kijk dan op: http://hennepe.jouwweb.nl/vergeten-buurtschappen-in-de-betuwe

Misschien weten je ouders nog geen vakantie adres. Nou bij die fraaie Marspolder is ook een camping. Kijk maar op: http://www.campingbetuwe.nl/omgeving

Jij en je ouders zullen vast geen spijt van hebben. Want je hebt dan wel een 1e klas vakantie wat de omgeving betrefd. Daar kan geen pretpark of een buitenlandse reis tegen op.

 

 

                                        -----------------------------

 

 Kindersporten.jpg

 6  Heb jij zin in sporten?

Heel veel kinderen in Nederland doen niet aan sport. 340.000 kinderen kunnen dat niet omdat hun ouders daar geen geld voor hebben. Als jij wel graag aan sport wil doen, maar je ouders hebben daar geen geld voor dan kun je op het onderstaande adres om informatie vragen.

 

www.jeugdsportfonds.nl.StoerVerstomd

 

7

 7 is vervallen.

 8 Een berenbank vol beren.

 

                  

 

Wat weet jij over beren. Zijn het echt knuffelberen? Ja, deze op de foto wel hoor. Hoeveel tel jij er? 17? Ik weet het niet want ik ben de tel kwijt. Maar zijn ze echt zo lief? Nou ik denk het niet. Beren zijn zelfs heel gevaarlijk. Het is dan ook een echt roofdier. Beren lusten graag honing. Maar ook bessen. Ook houden sommigen wel van vis. Toch leven er ook heel veel beren in gevangenschap. Daar worden ze gebruikt om kunstjes te doen voor de mensen. Deze beren hebben het heel slecht. Ouwehands Dierenpark heeft een speciaal bos voor deze dieren. Het berenbos.

Kijk maar eens op: http://www.ouwehand.nl/Park/Berenbos.html

Je kunt ook zelf wat doen voor deze beren. Kijk dan op: http://www.vriendenvanhetberenbos.nl/