De Rijn, de Waal, dijkdoorbraken in de Betuwe.

 Aan deze pagina wordt nog gewerkt.

 Link: http://www.boekenleggertiel.nl/

 

                    

 

De Waal, een zijarm van de Rijn bij Tiel. Deze foto is in de winter van 2011 genomen. Het was bitter koud op de Ophemertse dijk. Op de voorgrond het Inundatiekanaal. In de verte de Waal.

                                                                    De Rijn.

 

Wat is het toch een prachtige rivier. Op school werd ons geleerd dat hij ontspringt op de St. Gotthard. Heel veel mensen denken dan aan een berg. Maar dat is niet helemaal juist. De St. Gotthard is geen berg, maar een gebergtemassief in het Zwitserse kanton Graubünden. Een gebergtemassief bestaat uit meerdere bergen. Het St. Gotthardmassief bestaat uit vier bergen. De Dammastock 3620 meter. De Oberalpstock 3328 meter. De Pizzo Rotondo 3192 meter. En de Rheinwaldhorn van 3402 meter hoog. Deze zijn dus alle vier ruim 3000 meter hoog. Om precies te zijn ontspringt de Rijn in deTomasee.

Onderweg naar ons land stromen de volgende rivieren in: Dat zijn de Neckar, de Aare, de Main, de Lippe en de Moezel.                                                      

Vermoedelijk betekent de naam Rijn : ‘Stromen.’                                                    

De rivier heeft verschillende benamingen. In Zwitserland en Duitsland is het de Alpen – Rijn, Voor – Rijn, Achter – Rijn, Hoog – Rijn, Nieder – Rijn, Midden – Rijn en Boven–Rijn.                                                                                                             

 

Ook in Nederland heeft de Rijn meerdere namen. Boven – Rijn, Neder – Rijn, Lek, Merwede. Twee belangrijke zijarmen van de Rijn zijn: de IJssel en de Waal. De Waal vervoerd tweederde van het Rijnwater naar de zee. Verder zijn er nog de aftakkingen zoals de Kromme - Rijn en de Leidse - Rijn.                                    

Vanaf dat de Rijn bij Tolkamer ons land binnenkomt, is het een Delta rivier. Zoals ons land er nu uit ziet is het een gevolg van de laatste ijstijd. Door het opstuwende ijs is o. a de Utrechtse Heuvelrug ontstaan. Na het smelten van het ijs, 10.000 jaar voor Chr. was de zeespiegel nog zo laag dat de Rijn toen uitmondde bij de Doggersbank ten noorden van Engeland. De Theems was een zijrivier van de Rijn.

 

                             

 

                                     Het stroomgebied van de Rijn.

 

             

 

                  Bekijk de 8 minuten durende film op:

                  http://www.youtube.com/watch?v=1AkHWevJd0A&feature=related             

Stop niet bij als de film Ende aan geeft, want de film gaat door met zeer fraaie beelden.

 

 

De Grebbeberg, die in die tijd is ontstaan, is ongeveer 52 meter hoog. De Utrechtse Heuvelrug is rijk aan natuurschoon. Een heel mooi recreatiegebied is Kwintelooien tussen Rhenen en Veenendaal. Verder heb je hier vlakbij het Amerongse bos met de Amerongse Berg (70 meter) Dat is 1140. ha groot. Even verderop heb je de Kaapse bossen bij Doorn 423 ha. groot. En bij Leersum heb je nog een bosoppervlak van 662 ha. groot. Dus in de directe omgeving ruim 2000 ha. aan schitterende bossen. Met vaak al even schitterende uitzichten over de Betuwe. 

Zo'n 300 jaar geleden is het Pannerdens kanaal gegraven. Dat was nodig omdat de Waal steeds groter werd. Daardoor dreigden de Rijn en de IJssel droog te komen liggen. Door het graven van dit kanaal is dat toen voorkomen.                                                                                                                 

Een vredig gebied zul je dus zeggen. Ja, nu wel, maar dat is ook wel eens anders geweest.

 

De gebieden rondom de Rijn in Nederland zijn vaak het toneel geweest van oorlogshandelingen en gevechten. Al in het jaar 370 kwamen de Wilten uit de stad Utrecht. Daar hadden ze een burcht ‘De Wiltenburcht’ geheten.  Nou, deze Wilten kwamen de in groten getale de Rijn over om geheel Gallië te bezetten. Dat Gallië bestond toen grof weg gezegd uit Zuid – Nederland, België en Frankrijk. Maar de Romeinse keizer Valentianus  stuurde een hele grote vloot die de Rijn kwam over gevaren. De Wilten werden uiteen geslagen en verdreven. Drie honderd jaar later bouwt de Gallische koning Dagobert naast de Wiltenburcht in Utrecht een vesting. Ook bouwt hij daar een kerk.

Op 7 juli 1427 kwam Rudolf van Diepholt met een heel groot leger bij Rhenen de Rijn over. Dat leger had een sterkte van ruim 10.000 man. Alle dorpen langs de Rijn aan de Betuwse kant werden geplunderd en in brand gestoken. Het is niet bekend hoeveel levens dit heeft gekost. Maar dat het er veel zijn geweest staat wel vast.

 

In 10 augustus in 1528 vindt er een enorme belegering van de stad Tiel plaats. Een enorme troepenmacht van het Habsburgse leger sloeg het beleg op voor de stad Tiel. Rondom de stad liggen 18.000 soldaten. Bevreesd en met ontzag zullen de Tielse burgers vanaf de muren, poorten en torens, de bonte stoet hebben gadegeslagen. Op 10 augustus barste het geweld los. Het was een gebulder dat iedereen het horen en zien bijna verging. Meer dan 1100 schoten werden op de stad gericht. Het was dan ook een gigantische ravage wat ze hebben aangericht. De lucht hing vol met kruitdampen, en op verschillende plaatsen was vuur. De Kleibergse Poort, die nog met stro bedekt was, raakte in brand. En de ronde toren van het Tolhuis verloor zijn ticheldak. In de havens waren al verscheidene schepen tot zinken gebracht. Toch kwam de vijand niet de stad in. Op 13 augustus trekt de vijand zich terug. 1500 doden achterlatend. De Tielse burgers verdedigden zelf de stad onder leiding van Jelis van Riemsdijk. Zie voor het hele verhaal op: http://hennepe.jouwweb.nl/de-belegering-van-de-stad-tiel-in-1528

 

                                                      Overstromingen.

Maar ook door overstromingen heeft dit gebied enorm geleden. We hebben het dan voornamelijk over de Betuwe. Op 1 juli 1322 braken door het hoge waterstanden in de Rijn op verschillende plaatsen de dijken door. Het bracht veel schade aan, o. a.  de gewassen.

Twintig jaar later, in 1342, was het op 24 juli van dat jaar, weer raak. Op die dag zijn de dijken van de Rijn, Waal en Maas door gebroken. Heel de Over – Betuwe, Neder – Betuwe en de Tielerwaard stonden blank. Alleen de stad Tiel, en de dorpen Drumpt en Wadenoyen hielden het droog.

Circa 60 jaar later was het weer raak. In 1408 was het een gruwelijk strenge winter. Op 24 december begon het zeer streng te vriezen. Alle rivieren, vanaf de kust tot aan de bron van de Rijn kon men oversteken. Dat had uiteraard gevolgen. Op 10 februari 1409 stak er een stevige storm op. Met daarbij gepaard gaande hagelbuien en onweer kon je echt spreken van een verschrikkelijk noodweer. Op het eind van de maand volgde een grote overstroming in heel de Betuwe.

In 1421 ging het maar net goed. Het water stond onbeweeglijk stil tot aan de rand van de dijk. De onbekende schrijver van de Tielse wereldkroniek uit die tijd merkte op: Dank zij de bijzondere gunst en barmhartigheid van God was er geen noemenswaardige wind. Was dit wel het geval geweest dan was het water door de golfslag over de dijken geslagen, met mogelijk een dijkdoorbraak.

Twee jaar later, in 1423, was het zeer nat. Het begon op 24 juni te regenen. Het was één lange regenbui tot 11 november. Gelukkig hielden de dijken het toen wel. Het jaar daarop was het zeer droog. Het regende toen niet vanaf 23 april tot 10 oktober.

Negen jaar later, in de winter van 1432, stond het water in de rivieren weer zo hoog dat er overstromingen kwamen. Vele wintergewassen in de Betuwe gingen daardoor verloren.                                                                                 

Verdere wateroverlast of dijkdoorbraken in deze streek vonden  plaats in 1771, 1769, 1799, 1809, 1827, 1855, 1861,

Zo rond 900 begonnen de boeren al met het maken van dijken en dijkjes. Al gauw werden deze dijken met elkaar verbonden. Daarom gingen ze met elkaar samenwerken. Zo ontstonden er kleine dijkstoelen en polderdistricten. Vanaf de veertiende eeuw bemoeiden zich de hertogen en graven zich er mee. Kleine dijkstoelen werden samen gevoegd.  In 1327 ontstond op die manier de polderdistricten Neder – Betuwe en de Tielerwaard. Thans vallen deze onder het Waterschap Rivierenland. Dat is een gebied vanaf de Duitse grens tot aan de Alblasserwaard. Het enorme hoofdkantoor staat in Tiel.

 

Kijk voor een overzicht van de overstromingen de eeuwen door op: http://www.regionaalarchiefrivierenland.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=242

 

               

 

Opschrift op het dijkhuisje te Passewaai bij Tiel. Foto: John van de Haar.

 

Kijk voor een filmpje op: http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030328_rivierklei04

 

 

 

                

 

Op de Rijn op safari? Dat kan hoor. Kijk op: http://www.ruimtevoorderivier.nl/meta-navigatie/nieuwsoverzicht/blauwe-bever-'safari'-vaartochten/  Foto Egbert van de Haar.

 

 

Dag Egbert,

Prachtig verhaal! Zeer informatief met een hoog gehalte aan feiten die bovendien lang niet bij iedereen bekend zijn, en toch vlot lekker weglezend geschreven. Dat is het soort artikelen die ik onze bezoekers graag voorschotel, dus ik heb het gelinkt op http://www.plaatsengids.nl/betuwe, kopje Geschiedenis.

Gegroet,

Frank.

 

 

De hierboven en onderstaand geplaatste link is een echte aanrader. Hier kunt u meer te weten komen over elke stad,dorp of buurtschap bij u in de buurt.                              

http://www.plaatsengids.nl biedt u ook historische en toeristische informatie over alle 6.000 plaatsen van Nederland.

Egbert.

 

 

                                          Rhenen en Wageningen.

 

                                                    Rhenen.

 

Rhenen heeft een kleine 20.000 inwoners.

 

Rhenen wordt al heel vroeg in onze jaartelling genoemd. In 855 moet hier een villa Hreni zijn geweest. Een villa is meestal een groot landhuis. Maar Rhenen is nog wel wat ouder, want in de 7e of 8e eeuw moet er al een soort kasteel hebben gestaan.

 

In 1364 kreeg Rhenen stadsrechten. Bij het verkrijgen van het Stadsrecht moet zoiets worden verstaan als: tolrecht, stadsmuren, rechtspraak etc. Rhenen is regelmatig het strijdtoneel geweest van gevechten tussen de bisschop van Utrecht en de graven en of de hertogen van Gelre. De bisschop had hier ook een kasteel. Dat was kasteel ‘ter Horst’, wat in 1543 is afgebroken.

 

In de zeventiende eeuw had koning Frederik V van de Paltz hier zijn zomerresidentie.

 

In 1940 heeft het hier behoorlijk gespookt. Toen vonden op de Grebbeberg de verschrikkelijke gevechten plaats. Misschien kunt u zich dat nog herinneren, of er van hebben gehoord of gelezen. Ook een groot deel van het stadje is toen verwoest. Maar dat is ook tijdens de oorlof weer herbouwd. Wat nog rest is de indrukwekkende militaire begraafplaats op de Grebbeberg. Hier liggen ca. 850 gesneuvelden begraven.

 

Maar dit militaire ereveld is niet de enige begraafplaats in Rhenen. Op de Donderberg, ten westen, van Rhenen ligt de grootste, de langst gebruikte, en misschien ook wel de rijkste begraafplaats van Nederland. Het bevat of bevatte ruim 1100 graven uit de vierde t/m de achtste eeuw. Bestaande uit circa 300 crematies en 820 lijkbegravingen. Daarbij ook nog 14 paardengraven. Er zijn bij de opgravingen meer dan 3000 voorwerpen opgegraven. Hierbij moeten we denken aan rijke collecties van sierraden, kralen, glaswerk, keramiek, werkgereedschap en wapens. Deze opgravingen zijn gedaan in 1951. De Donderberg ligt ten westen van Rhenen, provincie Utrecht.

 

Het landgoed Prattenburg tussen Rhenen en Amerongen is ook al heel oud. Het stamt uit 1502. Het kasteelachtige huis met park is al sinds enkele eeuwen in het bezit van de familie Van Asch van Wijck. Het is dan ook niet toegankelijk voor het publiek. Maar het prachtige bos wel.

 

De Cunerakerk is in 1934 door een brand gedeeltelijk verwoest. Maar in 1936 was hij weer volledig gerestaureerd.

 

 

 Cunera.

De naam van de kerk is een klein onderzoekje waard. Cunera van Rhenen moet op 28 oktober in het jaar 340 zijn overleden. Ze was een maagd en martelares. Zij was een beschermheilige tegen keel en veeziekten. Ook werd zij gezien als beschermheilige van Rhenen.

 

Zij maakte deel uit van de tienduizend maagden van de heilige Ursula van Keulen. Deze groep werd bij Keulen overvallen door de Hunnen. De Friese koning Radboud redde haar en bracht haar naar zijn kasteel ‘De Prattenburg’ bij Rhenen. Toen Radboud op jacht was beroofde zijn vrouw Aldegonde Cunera van het leven. Dit omdat Aldegonde jaloers was op Cunera. Cunera was zeer geliefd bij de arme bevolking. Cunera werd begraven in de veestal. Maar als door een wonder werd dat ontdekt. Radboud bekeerde zich daardoor tot het christendom.

 

De historische juistheid van dit verhaal ontbreekt echter.

 

De heilige Ursula heeft waarschijnlijk nooit bestaan. Mogelijk is ook dit afkomstig van ene Sigebert, die mogelijk nooit een voet buiten het klooster heeft gezet. Want hij is mogelijk ook degene die een verhaal heeft geschreven over Ursula die met 11000 maagden in circa 400 de Gallische haven Tiel aan deed.

 

Er is geen koning Radboud uit de vierde eeuw bekend.

 

Het kasteel ‘De Prattenburg’ komt in geen enkel middeleeuws geschrift voor. Het landgoed ‘Prattenburg’ wordt pas genoemd in de 16e eeuw.

 

Toch ontstond er een bedevaart naar Rhenen. De Utrechtse bisschop Willibrord liet Cunera drie eeuwen later bijzetten. De Petruskerk werd ingewijd aan Cunera. Deze kerk werd later herbouwd tot Cunera kerk met toren. Dat was in 1531. Toen later bij de reformatie de Cunera kerk over ging tot het Calvinisme werden de relieken verhuisd naar Emmerik ( Duitsland) en Uden. De feestdag van Cunera wordt nog steeds op 12 juni gevierd.

 

Voor de legende zie: http://www.rhenen.nl/Smartsite.shtml?id=66476

 

 

 

                                                       Wageningen.

 

Wageningen heeft een inwonertal van circa 37.000 inwoners. Wageningen is heel bekend geworden doordat in het hotel ‘De Wereld’ in 1945 de capitulatie werd getekend van de W O 2 werd getekend. Ook de Wageningse Universiteit is heel bekend. Toch is er wel wat meer te vertellen over Wageningen. De stad ligt gelegen langs de Veluwerand, de Gelderse Vallei, zeg maar Bennekom en de Neder-Rijn.

 

Wageningen is vermoedelijk ontstaan onderaan de Wageningse berg. Daar zijn dakpannen gevonden met een Romeins stempel. Dat was aan de Holleweg. Dat wil niet zeggen dat de Romeinen hier hebben gewoond. De grens waar ze woonden was vooral ten zuiden van de Rijn.

 

Een Holleweg, je komt die naam wel eens vaker tegen, dat is een weg, of pad, dat is uitgesleten of gegraven. Het is een weg die tussen twee hellingen ligt. Hollewegen of paden komen veel voor langs de stuwwallen op de Veluwe, Achterhoek, Salland, en Limburg. Nu, aan de Holleweg lag de oudste nederzetting van Wageningen. Aan het begin van de Middeleeuwen, zo rond het jaar 1000, verhuisde deze nederzetting naar hoger op de berg. Daar heeft een kapel of een kerkje gestaan. Ook kunnen we denken aan enkele boerenhoeve’ s

 

Maar in de 12e eeuw was er onderaan de berg al weer een nieuwe nederzetting. In die tijd is ook de kade aangelegd.

 

Op 12 juni 1263 kreeg Wageningen stadsrechten van Graaf Otto 2 van Gelre. Dus 100 jaar eerder dan Rhenen.

 

Het kasteel van Wageningen is rond 1500 gebouwd. Karel van Gelre kocht een stuk grond en bouwde het in drie fasen op. De bewoners waren niet blij met het kasteel, en wilden dat het werd gesloopt. Ze werden namelijk zeer onderdrukt door de Drost. Maar die sloop ging niet door vanwege een dreigende inval vanuit Utrecht. Het kasteel heeft de tachtigjarige oorlog doorstaan. Maar in het jaar 1672 is het door de terugtrekkende Franse troepen volledig verwoest.

 

Wageningen was in die tijd vooral agrarisch van plaatselijk belang. Rond 1700 komt de tabaksteelt opzetten. Met daarbij de sigarenindustrie.

 

In 1876 wordt er gestart met het agrarisch onderwijs. Na de tweede wereldoorlog ontwikkelt dit onderwijs zich tot een internationaal toonaangevende universiteit.

 

In de oude dagbladen lees ik dat er in 1906 een staking is geweest van steenbakkers bij een steenfabriek.

 

Aan de zuidkant van Wageningen bevindt zich het natuurgebied ‘De Blauwe Kamer. Nabij dit gebied vaart de pont Opheusden – Wageningen. Het is één van de oudste veerverbindingen van ons land.

 

Egbert van de Haar. april 2012.

 

Zie meer over de Wilten en de Wiltenburch op:

http://members.chello.nl/~r.olijve1/vroege_middeleeuwen.htm

http://www.dbnl.org/tekst/_tij003193501_01/_tij003193501_01.pdf

http://www.ijpelaan.nl/Archief/Kennemerland/Tegen-Traditionalisme.html#wilt

 

 

De onbekende schrijver van het bekende Chronicon Tielense ( de Tielse Wereldkroniek) begint zijn zesde deel als volgt:

Na verloop van vele jaren zijn vanwege de zonden der mensheid talrijke barbaarse volkeren met vertoon van macht en gewapenderhand opgerukt vanuit het Maeotische merengebied en uit Scandinavië. Tot deze hoorden de Gepiden, Alanen,Germaten,Vandalen,Schoten, Avaren en verder nog de Hunnen, de Slaven alsmede de Wilten. Met Gods toestemming teisterden op een vreselijke manier heel Europa en in bloedige slachting onderwierpen ze tal van heerschappijen. De Gepiden veroverden Italië, de Alanen Austria, De Germaten Pannonië, de Vandalen Afrika, de Schoten Catalonië, de Avaren en Hunnen Gallië, de Slaven en de Wilten heel Holland. Dit woeste volk der Wilten bouwde na verwoesting van de stad Anthonina een zeer geduchte versterking; naar heerschappij van deze stam werd ze de Wiltenborch genoemd.

 

 

 

Literatuur:

 

De Tielse Wereldkroniek. Auteur onbekend.

 

Het leven in Tiel, art. auteur Wim Veerman.

 

De beteugelde rivier, Wilfried ten Brinke.

 

De Rijn van Lobith tot Katwijk, Paul Geelen en Marja Dirkzwager.

 

Onze grote rivieren, Dr. Jac. P. Thysse.

 

Internet.