Home » Kerkgeschiedenis Twente, Enschede, Glanerbrug tot en met de Vrijmaking. » Kerkgeschiedenis Enschede deel 1, 2, 3 en 4.

   Kerkgeschiedenis Enschede deel 1, 2, 3 en 4.

                             Deel 1.

 

                                            De vroeg christelijke tijd.

 

Wanneer de kerk in Enschede is gesticht is niet bekend. Ook wie in Enschede het evangelie heeft gebracht evenmin. Verschillende medewerkers van Willibrord zijn in deze streken werkzaam geweest. We schreven het al Lebuïnus en Marcellinus, maar ook de beide medewerkers met dezelfde namen Ewald of Ewaldus. Het is niet bekend of dit broers waren. Deze twee hebben gewerkt onder de Saksen in Twente. Daarna zijn ze verder getrokken het gebied van Westfalen in. Daar zijn ze om het leven gebracht in het huis van een herder. Mogelijk hebben hun het evangelie gebracht in Enschede. Maar daarover is niets met zekerheid te zeggen. We tasten wat de eerste geschiedenis van de kerk in Enschede betreft volkomen in het duister. Wel weten we dat in 1928, tijdens een verbouwing van de Nederlands Hervormde kerk op de markt, resten zijn gevonden van naar alle waarschijnlijkheid een heidens tempeltje van de Saksische godsdienst. Circa anderhalve meter onder het maaiveld lag een stenen vloer van veldkeien van middelgrote afmetingen. Daaromheen een restant van een muur van los op elkaar gestapelde keien. Verder vier grote zwerfkeien. In de tijd dat het christendom zich hier vestigde bouwde men veelal op dezelfde plaats kerkjes. Paus Gregorius 1 heeft in het jaar 601 een bepaling uitgevaardigd dat men dergelijke tempeltjes niet moest verwoesten, maar ze voor de kerkdienst geschikt te maken. De stenen waarbij het volk zijn beloften deed naar hun goden werden, ten tijde van Karel de Grote, op een dusdanige wijze verwijderd dat ze niet meer door dat volk gevonden konden worden. We kunnen hier uit opmaken dat enerzijds zeer velen zich aan dat oude heidendom bleven vastklampen, en anderzijds de kerk probeerde om de laatste sporen van dat heidendom, wat de uiterlijke dienst betreft, te verwijderen. We kunnen er min of meer wel van uit gaan dat op de plaats waar nu de grote kerk op de markt staat vroeger een heidense cultusplaats is geweest. We gaan er van uit dat de bewoners uit die tijd afkomstig waren uit het Wezergebied in Duitsland. Dat was circa de 5e eeuw ten tijd van de volksverhuizing. De cultusplaats bevond zich in een bos. Nu weten we dat Twente vroeger heel rijk bebost was. Een eekhoorn, schrijft ds I. de Wolff, kon gemakkelijk van Delden naar Oldenzaal gaan zonder de grond te raken. Vooral aan de westkant van het toenmalige gebied waar de stad zich later heeft ontwikkeld. Bij zo’ n cultusplaats bevond zich ook een Doomshof. Deze werd bewoond door een Doom. Deze Doom was een machtig man. Hij was markrichter en tevens priester bij de Saksische godsdienst. De Doomshof heeft vermoedelijk gelegen aan de Langestraat. Maar ook wordt wel eens verondersteld dat het op de markt heeft gestaan. Men gaat er van uit dat om deze Doomshof later de stad Enschede zich heeft ontwikkeld. In deze streek lagen ook veel boerderijen. Nijhof, Bothof, Walhof en dergelijke. Ook komt men in deze streek veel namen tegen met een ing of ink aan het eind. Dat zijn namen die nog stammen uit die vroege periode. Het betekent eigenlijk ‘Zoon van’. De boerderijen lagen vaak in een wijde boog om een stuk grond. Dat was meestal een graanakker. Men noemde dat een Es. Verschillende straatnamen herinneren daar nog aan.

                                

De Markt in de vóór –christelijke tijd. Op de voorgrond de Doomhof. Op de achtergrond het altaar. Een illustratie van Nico Slothouber.

 

We noemen de Esweg, Esstraat, Espoortstraat, De Laaressingel, Esmarkelaan, Noord Esmarke, Zuid Esmarke. Uit de Zuid – Esmarke en Noord – Esmarke hebben zich later mogelijk de Drienermarke, de Twekkelermarke, en de Lonnekermarke ontwikkelt. Samen vormden ze een verbond van 5. Samen met de andere marken in Twente vormden ze een verbond van Marken. Men noemde dat een Gouw. Die vergaderde een keer per jaar in Markelo. Markelo is genoemd naar Marclo aan de Wezer. Daar komen de Twentenaren oorspronkelijk vandaan. Later, toen Twente onder het bestuur van de Franken kwam werden de Gouwen veranderd in Graafschappen. De marken werden veranderd in Boerschappen. En die Boerschappen werden geleid door Boerrichters. De naam Boerrichter is dus een hele oude naam. Dat was in de tijd dat het christendom hier werd ingevoerd. Zo komen we weer uit bij de kerk. Op deze heidense cultusplaats werd een kerkje gebouwd. De grond er om heen werd een gebied wat aan de kerk behoorde. Circa 1300 is er sprake van een kerkhof, dat in 1829 is geruimd. Terug naar de eerste christelijke kerk in Enschede. De Saksen hadden de gewoonte om hun doden te verbranden, en de as in urnen te begraven in opgeworpen heuveltjes. De kerk verbood dat ten strengste. Ze moesten nu hun doden begraven zegt ds. I de Wolff, ‘niet onder gehuil, maar onder psalmgezang.’ En dat gebeurde ook toen al in gewijde grond. Eind 10e eeuw, dus eind 9 honderd is er een nieuwe kerk gebouwd met funderingsmuren van wel 175cm dikte. In circa 1100 is de kerk aan de oostzijde vergroot. En circa 1200 aan de westzijde. De kerk zal niet alleen hebben gediend voor het houden van kerkdiensten, maar tevens zal het een toevluchtsoord zijn geweest als er gevaar dreigde. Het zal ± het jaar 1000 zijn geweest dat er een burcht is gebouwd. Deze heeft er gestaan tot circa 1500. Bij de burcht verschenen in die eerste eeuwen van de christelijke kerk ook al gauw huisjes en pakhuizen. Dicht bij de kerk was het veilig wonen. Kerk en kerkhof waren vrijplaatsen. Maar ook vanwege handelsbetrekkingen had het zijn voordeel. Enschede werd daardoor in de loop der eeuwen een behoorlijk stadje. In 1323 kreeg het dan ook stadsrechten. We gaan nu al richting de middeleeuwen. Maar toen in Enschede de kerk werd gesticht was de kerk al sterk verroomst.

Egbert van de Haar, Tiel februari 2008.

 

Kerkgeschiedenis Enschede. Deel 2.

 

Kerkgeschiedenis Enschede

Deel 2. De Reformatie.

Ten tijde van de Reformatie woede er in ons land een verschrikkelijke oorlog. Deze kennen we als de tachtigjarige oorlog. Dat was van 1568 tot 1648. Vele onder ons weten nog wel van de wreedheden van de Duitse militairen in ons land in 1940 - 1945. Maar ook de Spanjaarden konden er wat van. Brandstapels en terechtstellingen, razzia’s zeegevechten etc, etc. De oorlog met Spanje had z’ n politieke kant. Men vocht om de nationale goederen, eeuwenoude tradities en vrijheden. Daarbij stonden vele roomsen en protestanten zij aan zij. Maar de strijd had natuurlijk ook een godsdienstig aspect. Men streed ook voor om God in vrijheid te dienen naar eigen geweten. Dit gold voor humanisten en Calvinisten. Prins Filips was het hiermee niet eens. Hij zei: ‘Ik wilde om de katholieke godsdienst te bewaren duizend levens verliezen als ik ze had en liever al mijn staten verliezen dan over ketters regeren. De landvoogdes Margaretha zou zich liever in duizend stukken laten scheuren dan twee godsdiensten in het land te dulden. En Alva vond het beter een door een krijg een verdorven land te hebben en het voor God en koning te bewaren dan een bloeiend land in vrede te bezitten ten nutte van de duivel en de ketters, zijn dienaars.

Nu, dat was duidelijke taal. Maar het jonge calvinisme streed met leeuwenmoed, hoewel het procentueel in de minderheid was. Toch heeft dit calvinisme eeuwenlang haar stempel gezet op onze samenleving.

 

De situatie in Overijssel.

De situatie in dit gedeelte van ons land was niets beter dan in de rest van het land. Dat gold vooral voor het platteland. Daar was de situatie buitengewoon slecht te noemen. Men kan wel spreken van een soort anarchie.

Bandietengroepen heersten. Menige boerenhoeve was omgebouwd tot een kleine vesting. Daar komt ook nog bij dat de Spaanse troepen Overijssel gebruikten als rustplaats. Arme Overijsselse bevolking. Want alles wat maar eetbaar was werd in beslag genomen. Ook zwierven hier soms afgedankte troepen rond van het Staatse leger. Dit waren ook geen lieverdjes. Plattelandbewoners namen de wapens op. Zij noemden zich desperaten. Bij Raalte werden ze verslagen door het Staatse leger onder aanvoering van Hohenlo. In 1582 deed de prins van Oranje een waarschuwing naar Overijssel uitgaan om zich niet afzijdig te houden in de Spaanse oorlog. Maar om actief deel te nemen. Maar de Overijsselaars snakten naar rust. En de steden Deventer, Kampen en Zwolle verdienden ook behoorlijk met hun levendige handel met Spanje. Er zou nog veel meer te vertellen zijn over deze situatie in Overijssel. Maar we moeten verder. De slag bij Turnhout was wel belangrijk in het jaar 1597. Maar toch niet het belangrijkste voor prins Maurits. Met zijn vliegende leger spoedde hij zich naar Achterhoek en Twente. Eerst viel Rijsbergen. Dat was de enige rivierovergang die de Spanjaarden konden gebruiken om de vestingen in de Graafschap en Twente te hulp te schieten. De stadjes vielen een voor een. Dat waren Meurs, Grol, Bredevoort, Oldenzaal, Ootmarsum en Lingen.

                           

 

                                           Maurits voor Enschede. Tekening Nico Slobhouwer.

 

Zaterdag 18 oktober stond hij met zijn troepenmacht in de namiddag ten oosten voor Enschede. Deze troepenmacht bestond uit 8000 man infanterie, 1400 cavaleristen, en 12 kanonnen. Het Spaanse garnizoen in Enschede stelde niet zoveel voor. De zeven bolwerken in de stad waren slecht onderhouden. Er waren slechts 100 man en 1 kanon. Maurits stuurde afgezanten en trompetters naar de stad om de overgave te eisen. De sterkte van zijn leger werd bekend gemaakt. Men mocht zich komen overtuigen. En o wee als er een schot zou worden gelost door de tegenpartij. Dan zou er geen pardon gelden. Onder geleide gingen lt. Grootveld ( in Spaanse dienst) en sergeant Vasques kijken. Zij waren erg onder de indruk van de enorme troepenmacht van de prins. Men besloot de vesting over te geven. De arme Enschedese boerenbevolking is toen aan een ramp ontsnapt. Veel meer daarover staat te lezen in het lezenswaardige boekje van Ds. I. de Wolff, ‘Het Licht op de Kandelaar.’ Uitgegeven door J. Boersma Enschede 1948. Het leger kwam via Gronau, mogelijk over de brug van de Glanerbeek vanuit het oosten Enschede binnen. Terwijl Maurits met een groep mogelijk naar de westkant van de stad is gegaan. We denken hierbij aan de omgeving van de Veldpoort. Op deze manier was de stad redelijk omsingeld. Dicht bij de Veldpoort betekende ook dat hij tijd bespaarde voor het onderhandelen. Of Maurits zelf in de stad is geweest is niet met zekerheid te zeggen. Hij had veel haast. In de kerk werd zondags bekend gemaakt dat de prins opdracht had gegeven voor het slechten van de bolwerken en het dempen van de buitengracht. Dezelfde zondag is de prins naar Oldenzaal en Ootmarsum vertrokken.

  

 

                                                           

 

                                                           Prins Maurits, illustratie van Tjeerd Bottema.

De Reformatie is niet van bovenaf opgelegd. Het is vooral een vrucht geweest door de prediking van het Woord van God. Reformaties komen niet zomaar uit de lucht vallen. Het heeft wel degelijk een voorgeschiedenis. Het woord stond onder de bekende korenmaat. Met andere woorden: Het Woord was sterk verduisterd. Hoe diep was de kerk gezonken. Onderwijs in de Bijbel werd vrijwel niet meer gegeven. Men bediende zich meer met het leren van heiligenlegenden. Dit maakte weer de weg vrij voor een enorme zedelijke verwildering. Dit kenmerkte het geestelijke leven van de top van de rooms katholieke kerk tot aan de laagste geestelijke rang in de toenmalige kerk. Dezen konden vaak zelfs niet lezen nog schrijven. Bisschop Hendrik van Gelder van Luik had de reputatie niet minder dan 22 kinderen te hebben verwekt in ruim een jaar. Tegen deze achtergrond moeten we zien de opkomst van de Fraterhuizen. Meer daarover kunt u lezen in Deel 2 over de broeders des gemenen levens. Deze zijn heel belangrijk geweest.

 

 

Egbert van de Haar, Tiel februari 2008.

 

 

Kerkgeschiedenis Enschede. Deel 3.

 

Kerkgeschiedenis Enschede.

Deel 3.

 

Enschede algemeen, en een kort overzicht over de naam Gereformeerd.

 

De Afscheiding in Enschede heeft zich eigenlijk in drie fasen voltrokken. We zijn geneigd om te zeggen dat het een verlate Afscheiding of een vervroegde Doleantie is geweest. Ware het niet dat de Doleantie een meer georganiseerd gegeven is geweest. Hoe komt het dat de Afscheiding in Enschede later op gang is gekomen? Mogelijk doordat er in de Hervormde kerk in Enschede een aantal predikanten dienden die toch wel aan de behoudende kant waren. Dat waren de predikanten Ds. Kayser (1781-1827) en Ds. Hasselo(1807 – 1838). Deze moeten nog naar de inzichten van Dordt hebben gepreekt. Na deze predikanten, kwamen twee opvolgers die meer evangelisch waren in hun prediking. Dat waren de predikanten Ds. H.H. Evers (1828 – 1870) en Ds. H. ter Kuile (1840 – 1869). Ze zweefden met hun opvattingen tussen rechtzinnig en vrijzinnig. Fel moeten deze predikanten zich hebben gekeerd tegen de Afscheiding. Confessionele belijndheid wordt altijd als liefdeloosheid getypeerd, schrijft Dr. J. Wesseling in ‘De Afscheiding van Overijssel, blz. 173. Van de echte prediking naar de inzichten van Dordt is dan niets meer over. Als in 1855 Ds. W. Scheffer predikant wordt in de Herv. Kerk van Enschede is het dan ook alleen maar vrijzinnigheid wat in de kerk van Enschede de klok slaat De doorgaande Deformatie is in Enschede dan een feit geworden. En waar het Levende Woord niet wordt gepredikt gaat de gemeente dood. Tenzij?

Fase 1.

Ja, tenzij God ingrijpt. Hij gebruikt daarvoor vaak mensen. Ook in Enschede? Ja, ook in Enschede. Enschede was in de jaren 1860 een stadje in opkomst met circa 4500 inwoners. We moeten wel in rekening brengen dat Enschede geheel was omringd door het grondgebied van de gemeente Lonneker. Het oude stadje was in die tijd nog omringt door een moddersloot, die men gracht noemde. Deze gracht is vermoedelijk gedempt met het puinafval van de grote brand die Enschede trof op woensdag 4 mei 1862. 675 van de 798 woningen zijn toen in de vlammenzee verloren gegaan. En 116 van 134 percelen zoals pakhuizen kantoren en andere bedrijven. Het aantal daklozen wat die nacht in de openlucht moest doorbrengen bedroeg 3675. Met heel veel hulp uit alle delen van het land is de stad weer opgebouwd. Enschede veranderde in een paar uur tot een verschrikkelijke spookstad. Alles was zwart geblakerd.Heel veel leed onder de armoedige bevolking. Minister Thorbecke moet toen hebben gezegd: ‘Alles is voor overdrijving vatbaar, alleen de voorstelling van deze verwoesting niet.’ Door een grootschalige hulp en een enorme inspanning van het volk is de stad weer opgebouwd. Ruimer en grootser. Er werden handelsrelaties aan gegaan. In 1864 kreeg Enschede een stationsgebouw. Er kwam ook een telegraafverbinding tot stand. We kunnen nu wat lacherig doen over deze laatste feiten. Maar toen waren ze een teken van de economische vooruitgang.

Enschede schijnt een alleszins godsdienstige stad te zijn geweest. Iedereen was lid van een kerk. Het getal van kerkleden lag vrijwel gelijk aan dat van het inwonertal van circa 4500 personen. Maar lang niet iedereen ging naar de kerk. Ds. I. de Wolff zegt het zo in zijn boekje: Gods voortgaand Kerkwerk.‘Al te gemakkelijk offerde men de dag des Heeren aan allerlei genoegens ten koste van de kerkdiensten.Het leven was bovendien ruw. Enschede was althans vóór de brand berucht om zijn dronkenschappen en vechtpartijen, vooral tijdens de kermissen, die driemaal per jaar op de markt werden gehouden met publieke danserij en grote uitgelatenheid, een echt wereldse levensgenieting op laag niveau die een bepaalde openbaringsvorm was van een materialistische inslag, die Enschede eigen is.’

Toch, we schreven het al in het begin van dit hoofdstuk dat de Afscheiding zich in Enschede in drie fasen is voltrokken. Voor er een ontluiken van een nieuwe gemeente tot stand komt gebeurd er eerst iets anders. Of beter gezegd, het ontstaan van een nieuwe gemeente begint in het hart. Het is de Here God Die dat werkt door Zijn Geest. Ook in Enschede. Dat gebeurde bij Jan ten Brink en Hermen Kamp. (Zie ook de korte levensbeschrijving van deze beide mannen)

We moeten eerst iets zeggen over de Gereformeerde Gemeente onder het Kruis en de Christelijk Afgescheiden Gemeente. Beiden zijn voortgekomen uit de Afscheiding van de Nederlands Hervormde Kerk. In de Nederduits Gereformeerde kerk, zoals de Nederlands Hervormde kerk toen heette, was er al veel kritiek. Hendrik de Cock uit Ulrum kreeg van zijn gemeenteleden te horen dat zijn prediking te weinig diepgang had. Hij nam die kritiek heel serieus door zich te verdiepen in de geschriften van Calvijn. Openlijk leverde hij daarna kritiek. Enige tijd later, op 19 december 1833, werd hij door het kerkbestuur, van de inmiddels Nederlands Hervormde kerk geschorst. En weer enkele maanden later zelfs afgezet. Op 13 oktober 1834 scheidde Ds. H. de Cock en vrijwel zijn hele gemeente zich af van de Hervormde kerk. Op 14 oktober 1834 tekenden zij de Acte van Afscheiding of Wederkeer. De kerkelijke goederen moesten zij prijsgeven omdat die sinds de herstructurering, die koning Willem de ? in 1816 had doorgevoerd, eigendom waren van de landelijke kerk. Die regeling moest de oude kerkenordening van Dordt vervangen. Deze bovengenoemde zaken hebben er toe geleid dat er velen in het land zich hebben afgescheiden. Ze noemden zich in eerste instantie Gereformeerde kerk. Een deel van die kerken gingen er toe over, vanwege de vervolgingen, op een naamsverandering. Zij noemden zich Christelijke Afgescheiden Gemeenten. Een ander deel noemde zich Gereformeerde Kerken onder het Kruis. Zo ontstonden er na de Afscheiding twee kerkengroepen. Deze twee groeperingen hebben elkaar in 1869 weer gevonden. De naam werd toen Christelijk Gereformeerde Kerk. Anderen waren het hiermee niet eens en gingen verder als Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Amerika.

Een verlate Afscheiding in Enschede, of een vroege Doleantie? Het ontluiken van de Gereformeerde Gemeente onder het Kruis. En de instituering van de gemeente.

Het ontstaan van de Gereformeerde kerk in Enschede is eigenlijk piepklein begonnen. Begon de gereformeerde kerk in Tiel bij alleen maar Frans Willem van Dee in het Betuwse Ommeren. In Enschede begon het bij Jan ten Brink. Het is niet precies na te gaan wanneer dat is gebeurd. Wel waar dat is gebeurd. Dat gebeurt altijd in het hart, of nog beter, in de ziel van de mens. In dit geval van Jan ten Brink. En vrijwel gelijktijdig of enige tijd daarna bij Hermen Kamp. Deze beide mannen zijn met al hun tekortkomingen pioniers geweest in de opbouw en ontwikkeling van de Gereformeerde kerk in Enschede. Over hen persoonlijk kunt u meer vinden in een korte memorie.

Zie : http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgesch-enschede-hermen-kamp

en : http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgesch-enschede-jan-ten-brink

We beginnen de geschiedenis van de Afscheiding van deze streek in Almelo. In deze plaats was in november 1861 een gemeente gesticht die was ontstaan uit de evangelisatie van de kerken in Overijssel. Mogelijk is de kerk uit Borne evenzo ontstaan. Ook kunnen we denken aan het gezelschappen die iets lazen van oude schrijvers. Daarover is geen zekerheid te vinden. Ook is het mogelijk dat leden van de kerk van Almelo in Borne woonden. Hoe dan ook, in Borne was een Gereformeerde gemeente onder het Kruis. Het eerste teken daarvan is een brief die de gemeente van Borne heeft gestuurd naar de classis - vergadering in Zwolle en of Zwartsluis. Dat was op 6 maart 1861. Omdat de vergaderplaats zover van Borne lag, stuurde men een brief. Reizen in die tijd was een hele onderneming. Jan ten Brink en zijn echtgenote uit Enschede hebben zich in 1861 aangesloten bij de Gereformeerde gemeente onder het Kruis te Borne. Ook Hermen Kamp en zijn vrouw Geziena waren geen onbekenden in de gemeente van Borne. Geziena Luijerink was in Borne geboren. Ook zij hebben zich aangesloten bij de kerk van Borne. Jan ten Brink werd in 1865 gekozen en bevestigd als diaken in de gemeente te Borne. In 1867 werd hij ouderling. Kamp volgde hem op als diaken. Het wil niet zeggen dat ze ook elke zondag in Borne kerkten. De afstand was in die tijd erg groot. Alles moest immers te voet. In Enschede werd daarom ook veel vergaderd. Dat gebeurde veelal ten huize van de familie Kamp, maar ook wel eens ten huize van de familie ten Brink. Langzamerhand groeide zo een kring in Enschede die men rustig een wijk van de kerk van Borne kon noemen. Een behoorlijk aantal uit Enschede werden lid. Op 13 maart 1864 Gerhardus Roskam met zijn vrouw Miena Kristen. Gerhardus is twee jaar later overleden. Op 13 april kwam Gerrit Wissink en Catharina Wissink – Goorhuis. Op 28 september Jannes ter Horst met echtgenote Johanna ter Horst – ter Riet. Elk echtpaar met één of meerdere kinderen. Verder kwam met attestatie van de kerk van Zwolle binnen Evert Weerds. En op 12 oktober 1866 meldde zich de vrijgezel Gerrit Ohman. Langzamerhand groeide deze groep zodanig om als plaatselijke gemeente te worden geïnstitueerd. Deze instituering liet dan ook niet lang op zich wachten. Dat was op zondag 13 oktober 1867, na uiteraard de voorbespreking en approbatie door de kerkelijk instanties. Dat was een blijde dag voor het toch wel kleine onaanzienlijke groepje in die bakkerij van de familie Kamp aan de Zuiderhagen. Voorganger was consulent Ds. Engelberts van de kerk van Zutphen die preekte over 2 Cor. 8:5b. “Maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons door de wil van God.” Ds Engelberts gebruikte de Statenvertaling.

‘Het gaat hier over de voorbeeldige liefde en ijver van de Macedonische christenen, die ondanks hun diepe armoede niettemin hun aandeel offeren voor de heiligen in Jeruzalem. De grondgedachte is, dat zij het offer van zichzelf brachten aan de Heere en aan de mensen door de wil Gods, en we behoeven er niet aan te twijfelen, dat de Prediker dit heeft aangewend op de afscheiding en het zoeken van de gemeen -schap der heiligen in het kerkverband, zoals dat impliciet beleden wordt in art. 28 Ned. Geloofsbelijdenis. Is het niet een grondpatroon voor elke reformatie.’ Aldus Ds. I. de Wolff in Gods voortgaand kerkwerk. Uitgave J. Boersma te Enschede.

Groot was de gemeente niet. Elf volwassenen en 19 kinderen. Onaanzienlijk in de wereld. Maar voor God wel degelijk van waarde, omdat men zich over gaf aan onze Here en Heiland Jezus Christus. De Heilige Geest had hun het geloof in hun harten gegeven. De gemeente groeide nog iets in aantal doordat Willem Lazonder met zijn vrouw Geziena Wilhelmina Schepers zich met hun 4 kinderen over kwamen uit Amsterdam. Verder kwamen binnen de familie Tobias Hendrik Riphagen met Maria Riphagen – van Brummen 1 kind uit Hattum maar behorend tot de kruisgemeente te Borne. Hermen Borkent. Deze is later in Enschede getrouwd met de weduwe Roskam – Kristen. Ook werden in deze tijd vier kinderen gedoopt. Te weten van de familie’ s ten Brink, Kamp, ter Horst en Wissink.

 

De Christelijk Afgescheiden Gemeente ( 1868 – 1869 ).

Fase 2. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. In Enschede openbaarde zich in dezelfde tijd, naast de Kruisgemeente nog een afgescheiden gemeente. Deze gemeente is ontstaan mede dankzij de evangelisatiearbeid van de zendingsleraar C. de Best. Deze broeder verscheen op 27 mei 1868 op de classis Holten. Hij had als standplaats Enschede. Hij kreeg toestemming om zitting te nemen. Vervolgens overhandigde hij een schrijven van de brs. uit Enschede met het verzoek om als gemeente te worden geconstitueerd. De classis Holten benoemde daarvoor een commissie bestaande uit de predikanten W. van der Kleij, W.P. de Jonge en de ouderling J. Nijland. Op 5 juli sprak s ‘morgens ds W. van der Kleij over Gods bevel aan Israel. Exodus 14: 15b. Ds van der Kleij had zijn preek in drie punten verdeeld. 1e De toestand waarin dit bevel kwam. 2e Wat nodig is te gehoorzamen. 3e De zegen aan de gehoorzaamheid verbonden. Na deze dienst vond de constituering van de gemeente plaats, en werd door de manslidmaten een kerkeraad gekozen. In de namiddag sprak ds. W.P. de Jonge de vergadering toe. Hij wees de aanwezigen, naar Handelingen 2: 41 – 43a, op haar lieflijk karakter en de krachtige invloed daarvan.Daarna werden de gekozen broeders bevestigd in hun ambt. Ook werd in dezelfde dienst door een 40 tal het Heilig Avondmaal gevierd. De gemeente was maar klein van getal. Ze kwam samen in een klein gehuurd zaaltje. Maar na een jaar moesten ze daar al weer uit. Het was eigendom van de vrienden van de evangelisatie Ned. Herv. ? Deze wilden het niet meer verhuren aan de Afgescheidenen. In de Wekstem en Bazuin zijn verschillende oproepen gedaan om de brs. in Enschede te helpen. Hoe dat verder is gegaan wat betreft de vergaderruimte is mij niet bekend. Het is ook niet zo belangrijk, want er stonden grote veranderingen op stapel. C. de Best is er dan niet meer bij. Hij is dan al leraar bij de gemeente te Gees-teren.

De Samenvoeging van 1869.

Veranderingen door de Here God gewerkt in de harten van Zijn volk. De reden om apart op te trekken van beide gereformeerde kerken was vervallen doordat koning Willem ??? er geen bezwaar meer tegen maakte dat de naam Gereformeerd weer werd gebruikt. Dat was eigenlijk de reden geweest dat beide groepen apart optrokken? De Kruisgemeenten kunnen we volgens Dr. R.H. Bremmer zien als het strijdbare en het bevindelijke Element in de Afscheidingsbeweging van 1834, en de Christelijk Afgescheidenen meer het mildere element. Lang is over deze vereniging in Enschede niet vergaderd. Eén kerkeraadsvergadering maar. Op de synode van Middelburg – Rotterdam van 24 juni 1869 werd besloten tot samenvoeging, en op 9 juli gebeurde dat in Enschede. Dat is heel snel als we kijken hoe dat ging bij het tot stand komen van de P.K.N kerken. Bovendien is de P.K.N. kerk een modaliteitenkerk geworden. En dat was bij de samensmelting van de beide Afgescheiden groeperingen niet het geval. Op de vergadering in Enschede waren vertegenwoordigd de ouderlingen J. ten Brink en J. Havercate en de diakenen H. Kamp, A. A. de Croes en G Ohman. In de notulen stond de volgende aantekening: ‘Na enige discussie overwogen te hebben, is de wederzijdse vereniging goed gevonden, en hebben zich de kerkeraden hartelijk en eendrachtelijk verenigd.’ Men ging toen verder onder de naam ‘Christelijk Gereformeerde Gemeente.’ Landelijk werd dat Christelijk Gereformeerde Kerk. Waar het in het voorgaande die discussie over ging is niet bekend. Besloten werd dat de leden die in Hengelo woonden bij Borne zouden behoren. En niet bij Enschede. Dit omdat Borne maar één uur lopen was, en Enschede circa twee uur. Dat de gemeente door de samenvoeging groeide had tot gevolg dat men moest uitzien een grotere vergaderlokaliteit. De kerkeraad nam in april 1870 een verstandig besluit. Men besloot om, in verband met de te verwachten groei, een kerk met pastorie te gaan bouwen. In de straat Achter het Hofje, dat nog net in de binnenstad lag, kon een stuk grond worden gekocht van de heer Ter Kuile voor de som van fl. 775, - De bouw koste fl. 5775,10.- dat werd verkregen door hypotheken van de fabrikanten. Op 6 augustus 1871 preekte er voor het eerst Ds. Klinkert uit Rotterdam. De gemeente bleef groeien. Regelmatig werden er nieuw ingekomen afgekondigd.

Omstreeks deze groeiperiode werd de gemeente opgeschrikt door het overlijden van ouderling ten Brink op de jonge leeftijd van 43 jaar en 8 maanden. J Brink was samen met H Kamp een grote steunpilaar voor de gemeente. Het is enerzijds bijzonder jammer dat ten Brink niet die geweldige groei heeft mogen mee maken. Anderzijds vond de Here God het genoeg voor hem en heeft Hij ten Brink op genomen in Zijn Heerlijkheid. Daar mag hij nu juichen voor Gods troon tot in alle eeuwigheid. De wasdom die God gaf in Enschede, is zeer groot geworden.

De predikanten die de gemeente dienden tot circa 1900:
Ds G. Strik. 7 december 1873 – 30 januari1876.
Ds. J. Graansma. 10 april 1877 – 4 juli 1881.

Ds. A. H. Op ’t Holt. 12 augustus 1883 – 30 mei 1886.
Ds. M. Schuurman. 9 oktober 1887 – 29 oktober 1893.
Ds. J. Gideonse. 5 augustus 1894 – 24 april 1905.

 

De bevolking van Enschede groeide zeer snel. Tussen 1890 en 1900 was het migratiepercentage het hoogst. Namelijk 31,53 %.

 

De Doleantie van 1886.

Fase 3. We schreven het al eerder. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Hij vergaderd Zijn volk uit alle stam, volk, taal en natie. In 1886 kwam er een enorme reformatorische beweging op gang in de Nederlands Hervormde Kerk. Reformatorisch omdat ook deze beweging terug ging naar Gods Woord, de Belijdenisgeschriften en de Dordtse Kerkorde. Deze beweging heeft zich niet zonder meer afgescheide van de Nederlands Hervormde kerk. Men verbrak wel de band met de organisatie, maar men wenste wel in de kerk te blijven om zo van binnen uit aan het herstel van de kerk te werken. De Doleantiebeweging begon in Amsterdam. Daar werden in januari 1886 ruim 80 ambtsdragers geschorst omdat deze weigerden mee te werken aan de aan de hervormde kerkbesturen. Zeer sterk kwam in die tijd het modernisme opzetten via de Rijksuniversiteit van Leiden. En deze stroming nestelde zich behoorlijk in de Nederlands Hervormde kerk. Het modernisme is gebouwd op de moderne wetenschap. Het werd ook steeds duide- lijker dat Hervormde synode de leervrijheid toe liet. Sterker nog, ze als wettelijk en reglementair beschouwde. De Schriftgetrouwe gemeenten waren tegen deze infiltratie van vorm van vrijzinnigheid niet opgewassen. Kerkeraden konden de aanhangers van het modernisme niet tegen houden. Als een kerkeraad het toch probeerde deed een lid gewoon in een naburige gemeente belijdenis bij een vrijzinnig predikant. Daarna meldde hij of zij zich bij de plaatselijke kerkeraad. Ook waren er predikanten die geen waarde meer hechten aan de Doop in de naam van de Vader Zoon en Heilige Geest. Steeds werden er nieuwe doopformules bedacht. Kerkeraden stonden machteloos. Dit verontrustte de gemeente. Nou, uit verzet van kerkeraden en gemeente is hierdoor de Doleantie ontstaan. In de kerkeraad van Amsterdam hadden drie hoogleraren van de Vrije Universiteit grote invloed. Dat waren de heren Dr. A. Kuyper, Dr. F.L. Rutgers en Mr. A.F. de Savornin – Lohman. Van daaruit is onder andere de Doleantie ontstaan. Doleantie betekend: Klagend over het onrecht wat hen is aangedaan. In januari 1887 hield men in Amsterdam een kerkelijk congres. Daar heeft men het kerkelijk juk van de hiërarchie af geworpen. Later nam men de naam Nederduits Gereformeerd aan. Zonder Dolerend. De Doleantie gaf heel veel verdriet. De scheuring ging dwars familie’ s. Ging ook dwars door gemeenten van rechtzinnige signatuur. Ook het onderwijs en politiek ontkwamen er niet aan. De Doleantie beperkte zich niet tot bepaalde streken, maar voltrok zich over het gehele land.

 

Enschede. Doleantie en Vereniging.

 

In Enschede kwamen in november1885 de brs. J. Lasonder Gzn., B. Huckriede en A.G.W.A.D. Heusinkveld samen om te bespreken hoe en op welke wijze de gereformeerde leer in de gemeente de beste ingang kon vinden. Een gevolg van deze bespreking was dat er in januari 1886 weer werd vergaderd waarbij nog meer broeders waren genodigd. Op die vergadering is besloten dat men op geregelde tijden samenkom-sten zou beleggen om de kerkelijke situatie in het licht van het Woord van God en de Ned. Geloofsbelijdenis te bespreken. Later kwam daar nog bij de Heidelbergse catechismus, met eens in de drie weken een gedeelte uit de Heilige Schrift. Een soort studievereniging of mannenvereniging dus. Ook begon men de gereformeerde lectuur te lezen waaronder natuurlijk het wekelijks orgaan ‘De Heraut’, van Dr. A. Kuyper. Langzaam, maar zeker, werkte God bij hen het geloof in hun ziel. De ogen gingen open voor de misstanden in de Ned. Herv. Kerk. Sommigen begonnen aan te dringen om met de hiërarchie te breken en over te gaan tot reformatie. Op 16 oktober 1887 werd de ‘Vergadering van ondertekenaren der verzamellijst voor de kerk van Enschede’ geconstitueerd. Het aantal ondertekenaars bedroeg op die datum 21 mannelijke personen. Later kwamen daar ook nog wat vrouwen bij. Dit is het begin van de Doleantie in Enschede hoewel men nog wel lid was van de Nederlands Hervormde kerk in Enschede. Innerlijk was er wel een breuk. Op 19 december 1887 hebben de brs A.J. Elderink, J. Lasonder Gzn. En J. Schouwink na- mens de vergadering, een schrijven gericht aan de Hervormde kerkeraad. Daarin hebben zij o.a. aan de brs ambtsdragers van de Hervormde kerk verzocht om de reformatie in de gemeente weer ter hand te nemen. Op 14 januari 1888 komt daarop een afwijzend antwoordt. In maart is er wederom een schrijven van dezelfde brs. gericht aan de Hervormde kerkeraad met een inhoud van gelijke strekking als de vorige. Daarop is geen antwoordt binnen gekomen. Op 17 april is er s’ avonds een bidstond gehouden die werd geleid door Ds. Boonstra uit Zwolle. Op zondag 18 april zijn de brs. J. Lasonder Gzn. En A.J. Elderink geko- zen als ouderling. En de brs. D. Geerling en W. Assink als diaken. Op 14 mei zijn ze door Ds. Boonstra bevestigd in hun ambt. Daarmee is de Nederduits Gereformeerde kerk geïnstitueerd.
De gemeente zal circa 150 leden groot zijn geweest.
De predikanten die deze gemeente hebben gediend zijn:
Ds. C.J. Binsbergen 20 maart 1892 – 29 januari 1895.
Ds. D.J.B. Wijers 10 mei 1896 – 16 november 1899.
Ds. E. Prinsen oktober 1899 – 7 september 1933.

Zo ontstonden er twee Gereformeerde kerken in Enschede. De Christelijk Gereformeerde Kerk noemde men de A kerk. En de Nederduits Gereformeerde Kerk de B kerk. De kerkgeschiedenis eind 1800 loopt in Enschede parallel met die in het land. Op 17 juni 1892 vond er in Amsterdam een belangrijke vergadering plaats tussen de Afgescheidenen en de Dolerenden. Daar vond officieel de eenwording van beide kerken plaats. Men noemde zich De Gereformeerde Kerken in Nederland.

 

De eerste kerkeraadsvergadering werd gehouden op 1 juni 1888. Deze vergadering stond onder leiding van Ds. K. Fernhout uit Zwartsluis. Al vrij gauw heeft men een schrijven gericht aan de koning, de burgemeester en de kerkvoogden. In dat schrijven werd meegedeeld tot opzegging van het synodale juk voor de kerk van Enschede. Ook komt al vrij snel de verhouding tot de Christelijk Gereformeerde gemeente aan de orde Op 13 maart 1900 werd besloten dat de beide kerken zich zouden gaan verenigen. Op 24 april hielden beide kerkeraden apart hun laatste vergadering.

                  

 

 

                              De Oosterkerk aan de Wilhelminastraat te Enschede.

 

Zondags daarna is in de kerk aan de Wilhelminastraat een gemeenschappelijke dank en bidstond gehouden, die voor alle leden bestemd was. Daar spraken ook de predikanten van beide gemeenten Ds. Gideonse en Ds. Prinsen. Een aantal leden was het met deze Vereniging niet eens en hebben zich ontrokken. Deze zijn later verder gegaan als Christelijk Gereformeerde Kerk. Het feit dat de samensmelting in Enschede 8 jaar later is geschied kwam doordat er onenigheid is geweest betreffende de kerkbouw aan de Wilhelminastraat.Maar door al de menselijke zonden en zwakheden heen heeft de Here God Zijn kinderen in Enschede rijkelijk gezegend.

 

Literatuur: Gods voortgaand kerkwerk, Ds. I. de Wolff.
Het begon in een huiskamer, Dr. R.H. Bremmer.
Dispereert niet, A. en H. Algra.
De Afscheiding van 1834 in Overijssel. Deel 2.
De classis Holten/Ommen. Door Dr. J. Wesseling.
Nieuwe Nederlandse kerkgeschiedenis Deel ??. Ds. C.G. Bos.
Drs. W.A.E. Brink – Blijdorp.

 

 Egbert van de Haar, maart 2008.

 

 

Kerkgeschiedenis Enschede. Deel 4.

 

KERKGESCHIEDENIS ENSCHEDE. DEEL 4.

De vrijmaking en de woelige jaren zestig.

 

We komen nu aan in de oorlogsjaren 1940 – 1945. Het zijn de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Het zijn de jaren van bezetting en onderdrukking van het Nazi – Duitsland. Het is oorlog in Nederland. Maar ook in de Gereformeerde kerken in Nederland wordt een bittere strijd geleverd. Een strijd om de Waarheid van Gods beloften. We moeten daar voor terug naar de hereniging van de Dolerenden met de Afgescheiden gemeenten van 1892. Toen was er al een verschil in opvatting over verbond en doop tussen een aantal afgescheidenen en dolerenden. Daar werd in de jaren na 1892 regelmatig over gediscussieerd in de kerkelijke bladen. Dat resulteerde in een uitspraak van de Synode van 1905. De synode-uitspraak was echter voor tweeërlei uitleg vatbaar. We geven die uitspraak hieronder gedeeltelijk weer.

Het begin van de synodeverklaring van 1905 luidde als volgt:

‘De synode verklaart: dat volgens de belijdenis van onze kerken het zaad des verbonds krachtens de beloften Gods te houden is voor wedergeboren en in Christus geheiligd, totdat bij het opwassen uit hun wandel of leer het tegendeel blijkt; dat het echter minder juist is te zeggen, dat de doop aan de kinderen der gelovigen bediend wordt op grond van hunne onderstelde wedergeboorte, omdat de grond van de doop is het bevel en de belofte Gods(….)’

In de eerste regel krijgen de Kuyperianen hun zin, terwijl in de tweede regel de leer van Kuyper wordt af gewezen. In de kerk waren er toen wel meer Kuyperiaanse gedachtenconstructies waarop bezwaren werden ingediend. We denken aan de algemene genade, de pluriformiteit van de kerk. De bovengenoemde regel heeft jarenlang als een soort vredesformule gefunctioneerd. Het was uiteindelijk een tweeërlei leeropvatting. In de jaren dertig van de vorige eeuw laaide hierover de discussie weer op. Maar niet alleen over dit onderwerp. We noemden ze al even. Toen de discussies hierover losbarsten in de Gereformeerde kerken leefde Kuyper zelf al niet meer. Maar hij had wel zijn volgelingen. Zijn volgelingen waren o.a. de profesoren aan de Vrije Universiteit in Leiden de heren V Hepp en H.H. Kuyper. Zij werden bestreden door de profesoren S. Greijdanus en K. Schilder. Maar er waren ook anderen die maar niet klakkeloos aannamen wat Kuyper had geleerd. Dat waren de profesoren D. H. Th. Vollenhoven, H. Dooijeweerd en de onderwijzer Janse uit Biggekerke. Deze kwamen tot de ontdekking dat de opvattingen van Kuyper helemaal niet zo volgens de Bijbel waren. Er groeide een sfeer van wantrouwen in de Gereformeerde kerken. Laatstgenoemden noemde men revolutionair. Een open discussie werd steeds moeilijker. Het spitste zich uiteindelijk toe op synodeniveau.

Op drie synodes is het aan de orde gekomen. Maar er ging niet alleen fout op het gebied van de leer in de kerk, maar ook op het gebied van de kerkregering.

In de Nieuwe Nederlandse kerkgeschiedenis Deel ??. Ds. C.G. Bos. Drs. W.A.E. Brink – Blijdorp. Deel 2 staat het zo:

Op het gebied van de leer gebeurde het volgende:

a. de synode van Amsterdam 1936-1938 stelde de zaak aan de orde;

b. de synode van Sneek - Utrecht 1939-1943 verklaarde de Kuyperiaanse verbondsleer bindend.

c. de synode van Utrecht 1943-1945 wees alle bezwaarschriften tegen deze binding af.

Op kerkrechtelijk gebied zijn vooral de volgende punten van belang:

a. ‘ Amsterdam’ stelde de zaak aan de orde zonder dat er van uit de kerken om gevraagd was;

b. ‘Sneek – Utrecht’ verlengde zichzelf met een paar jaar en zette zaken op haar agendum die niet door de kerken aan de orde gesteld waren.

c. ‘Utrecht schorste eigenmachtig verschillende bezwaarde ambtsdragers.

In het kort kwam dat hier op neer: De leer van Kuyper overheerste en werd als bindend opgelegd. Een groot aantal kerken had intussen gevraagd om te wachten met de behandeling van de leergeschillen tot er betere tijden kwamen. Het was immers oorlog? Maar dat was volgens de synode niet nodig. De synode had al beslist achter gesloten deuren. Verschillende kerkeraden, profesoren, predikanten en ouderlingen en gewone kerkleden kwamen door de uitspraken van de synode in gewetensnood. Professor K. Schilder maakte in een brief aan de synode kenbaar bezwaar te hebben tegen de synodebesluiten omdat ze ‘innerlijk tegenstrijdig en voor een deel onjuist waren.’ Daarop stuurde professor K. Schilder deze brief aan alle kerkeraden. Dat stak de synode. Het werd beschouwd als een ondermijning van haar gezag, en uiteraard als scheurmakerij aangemerkt. Gevolg was dat hij als hoogleraar werd geschorst. Ook werd hij door de synode als emerituspredikant van Rotterdam – Delfshaven geschorst. Daarna afgezet. Ook anderen ondergingen een dergelijk lot. Er volgde een massale afzetting.

Op 11 augustus 1944 werd er in den Haag een vergadering belegd die door zeer veel mensen uit het land werd bezocht. Dit met gevaar voor eigen leven. Daar is door professor K. Schilder de Acte van Vrijmaking en Wederkeer voor. Op verschillende plaatsen ging men over tot de vrijmaking. Let op, men maakte zich niet vrij van het kerkverband maar van de onschriftuurlijke uitspraken van de synode. De synode kreeg stapels bezwaarschriften te verwerken. Maar met nog meer kracht reageerde deze met nog meer vonnissen, tucht en buiten het verbandplaatsingen van kerkleden of groepen van kerkleden. De breuk werd dus definitief.

Nu heeft zich niet iedereen zich om dezelfde reden vrijgemaakt. Kort samengevat kwam dat hier op neer. De hoofdstroming maakte zich vrij om de onschriftuurlijke uitspraken van de synode en het kerkrecht. Een behoorlijke minderheid maakte zich vrij om het alleen het kerkrecht en of het hiërarchische optreden van de synode. Anderen weer door andere oorzaken zoals het niet eens zijn met de gevolgde procedures en dergelijke. Dit gegeven zou in de komende jaren tot uiting komen in een enorme geestelijke strijd die zich dan landelijk zal openbaren in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Ook in de kerken van Enschede en Glanerbrug zal dat diepe sporen achterlaten. De breuklijnen zullen dan openbaar worden.

De voorlopige synode van Enschede.

In Enschede vond in oktober 1945 de eerste (voorlopige) synode plaats. Eind 1944, na de bewuste vrijmakingsvergadering hadden zich al bijna 70 gemeenten gevormd, (circa 40.000 leden), die de leerbesluiten van de synode der Gereformeerde kerken hadden verworpen. De voorlopige synode van Enschede moest zo snel mogelijk een aantal zaken regelen. Er moest met grote spoed weer een kerkverband worden gevormd. Welke naam moest men het geven. Gekozen is om de naam Gereformeerde kerken in Nederland. Daarmee gaven de kerken aan dat ze het recht op die naam wilden handhaafden. Er kwam wel een bijvoegsel bij. Dat was onderhoudend artikel 31 k.o. Dit ter onderscheiding. Verder moest op deze voorlopige synode in Enschede het besluit worden genomen tot een nieuwe Theologische opleiding voor predikanten. Immers hadden de curatoren van Theologische Hogeschool in Kampen gekozen voor de hiërarchische koers die van de synode van de inmiddels gebonden kerken. Gebonden betekent hier: Gebonden aan de besluiten van de synode. De Gereformeerde kerken vrijgemaakt zaten dus zonder Theologische opleiding. Een in de haast opgerichte Stichting voor financiële verzorging tot de Dienst des Woords kon al vrij spoedig een pand aankopen in de Broederweg in Kampen. Vijf mannen werden daar benoemd Ds. P. Deddens (Kerkrecht en kerkgeschiedenis), Ds. B. Holwerda ( Oude Testament), Ds. C. Veenhof (ambtelijke vakken) Drs. H. M. Mulder (lector klassieke talen) Ds. D.K. Wielenga (lector zendingswetenschappen), Professor K. Schilder bleef (Dogmatiek geven) en Professor Greijdanus ( Nieuwe Testament). Verder regelde de voorlopige synode van Enschede de contacten met de buitenlandse kerken. In begin 1946 waren er al 216 vrijgemaakte kerken met circa 77.000 leden. De verklaring over de doop van 1905 werd door de vrijgemaakte synode van Groningen (1946) afgeschaft. Ze had veel ellende veroorzaakt.

 

De breuklijnen worden openbaar.

Al spoedig kwamen er spanningen in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). De Oosterbeekse conferenties van Ds. B.A. Bos. Samensprekingen. Open brief van Drs. G. Puchinger. De zaak rond Ds. H. Eenhoorn. Het independentisme in Noord en Zuid Holland. De Leer van de zielenslaap van ds. B. Telder in Breda. Ds. B.J.F. Schoep opsteller van de Open Brief aan de Tehuisgemeente in Groningen.

In Enschede – Noord spitste zich dat toe op de zaak Ds. O. Mooiweer. En in Glanerbrug ronddom Ds. C. Bakker.

Enschede.

Gegevens Classis Enschede, kerk Enschede, 1946.

1946. Handboek Gereformeerde kerken in Nederland. (Onderhoudend art. 31. k.o.).

Enschede.

Geref. Gem. onder ’t Kruis 1867;

Chr. Afgesch. Gem. 5 juli 1868, verenigt 4 juli 1869;

Nederl. Geref. Kerk 1 juni 1888,

samensmelting A en B 25 april 1900 - 13 sept. 1944 - 4323 - 2365.

Predikanten: H. Meulink, geb. 7 april 1875. Pred. te Meliskerke 6 mei 1900. H . I . Ambacht 29 mei 1910. Wolvega 6 febr. 1916. Enschede 17 dec. 1919. Adres: 1e Veldkampstraat 1, tel. 5759. Postr, 759335. I de Wolff, geb. 8 febr.1901. Pred. te Mussel 15 juni 1930. Enschede 24 sept. 1935. Adres: Lasondersingel 20. Tel. 2679. Postr. 155363. H. Vogel, geb. 13 nov. 1907. Pred. te Roden 27 nov. 1932. Loppersum 26 mei 1935. Amstelveen 19 maart 1939. Enschede 21 mei 1943. Adres Wilhelminastraat 18. Tel. 5990. Postr. 401714. ( heeft het beroep naar Amsterdam – Zuid – Nieuwer Amstel aangenomen). G. van Dooren, geb. 13 aug. 1911. Pred. te Mussel 1 maart 1936. Wezep 7 mei 1939. Enschede 21 maart 1946. Postr. 289622. Adres: Lasondersingel 115.

Adres Kerkeraad: W. Nugteren, Lasondersingel 25; Diaconie: J. Doorn, Parkweg 101. Postr. 257505; Evangelisatie: H.G. Westerholt, Geraniumstraat 58;

Zendings - comm.: H. Kroezen, Richtersbleekstraat 59;

Justus – corr.: J . J. Kuitert, Varviksingel 6.

Kerkdiensten:

Noorderkerk, Lasondersingel 18: 9 en 2.30 uur;

Oosterkerk, Wilhelminastraat 16: 10.30 en 4.30 uur;

Zuiderkerk, Haaksbergerstraat 118: 9 en 2.30 uur.

 

Zie voor kerkgeschiedenis van Glanerbrug op:

http://hennepe.jouwweb.nl/kerkgeschiedenis-glanerbrug-van-afgescheidenen-tot-vrijgemaakten