Hennepe.jouwweb.nl

Het drama op de Lingedijk in Tiel 1945.

 

 Link: http://www.boekenleggertiel.nl/

                           Drama Lingedijk Tiel 11 juni 1945.

 

 

Dhr. Jac. van der Kolk uit Ermelo heeft een boekje geschreven over zijn belevenissen in de oorlog. Het heet: ‘Wegwezen.’                                                                                                                                         

"Een persoonlijk verhaal. Over onderduiken en evacueren. Over een jongmens en zijn meisje. Over zijn onderduikouders en het overlijden van zijn vader. Over tabak snijden, kerkstrijd en de mislukte landing bij Arnhem. Over de Feldgendarmerie, een veerman en slapen in een kelder vol water. Over een Duitse latrine in de achtertuin. Over de tragische dood van vijf kleuters. Over hoop en twijfel, verdriet en spanning. Over donkerheid en.....over Licht".

Het boekje is niet in de handel verkrijgbaar. Maar voor wie het wil lezen kan dat doen in het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel. Een gedeelte van zijn verhaal publiceer ik, met goedkeuring van de schrijver, hieronder. Het gaat over die verschrikkelijke gebeurtenis op 11 juni 1945 in Tiel. Tiel is op het eind van de oorlog frontstad geweest. Een groot gedeelte van de binnenstad lag in puin. De stad is vrijwel onbewoond omdat de inwoners moesten evacueren vanwege de enorme beschietingen van de overkant van de Waal door de geallieerden. Na de capitulatie van de Duitsers treffen de inwoners een grote chaos aan. Ook Jac. van der Kolk. Teruggekomen na vijf maanden evacuatie is hij bezig het ouderlijk huis op de Lingedijk 74 weer bewoonbaar te maken. Dat huis was beschadigd ,vervuild en leeggeplunderd door Duitse soldaten,die er vijf maanden in hadden gebivakkeerd.

Egbert van de Haar, Tiel. 2009.                                                                           

 

              Een waar gebeurd verhaal, geschreven door de oud Tielenaar

              Jac. van der Kolk.

                                                                                                                                         

        NeldenUyl-1.jpg                                     

Links Nel den Uyl verloofde van Jac. van der Kolk, rechts. 

 

Nogmaals: het is 11 juni 1945, een uur of drie ’s middags. Ik sta nog wat te klussen in huis. Daar komt buiten op straat een stel kleuters aan. Allemaal van een jaar of vijf tot zeven. Zij marcheren op hun manier, met een geïmproviseerde trommel, allemaal een helm op, op een na, en allemaal met een stok als geweer. Zij spelen oorlogje. Het jongetje zonder helm ( ik ken hem wel) vraagt aan mij: “Hebt u een helm voor mij?” Natuurlijk, ik heb er wel een stuk of zes in de kelder liggen. Ik zoek dan een mooie helm voor hem uit en daar gaan ze weer verder: De jeugd marcheert. Allemaal geleerd in de oorlog. Ik ga weer naar binnen en nog geen vijf minuten later is daar een oorverdovende knal. De hele omgeving schudt. Iedereen schrikt zich wezenloos. Wat gebeurt daar? Ik hol in de richting waar die jongetjes naar toe zijn gegaan. Want daar hoor ik ook die knal vandaan komen.

Wat ik even later aantref is met geen pen te beschrijven. En ik zal dat mijn hele leven ook niet meer vergeten. Het blijft gegrift op mijn netvlies. Daar liggen, ‘mijn’ kinderen van zoëven op de grond: zwaar gewond of dood. Ik weet het niet. Geschreeuw alom. Kruipende en bloedende kinderen. Schreeuwende volwassenen die willen helpen, maar niet kunnen. Ik ken ze allemaal, stuk voor stuk. Ze waren vijf minuten geleden nog bij mij. Kinderen van Sijsma, knulletje van Zijderveld, en meisje Bennink, en jochie Simons, vriendjes, broertjes en neefjes. O, God!

Ik moet handelen. Ik krijg een laken aangereikt en wikkel daarin een jongetje in een blauw ( matrozen - ? ) pakje, hij kijkt mij aan. Ik herken hem: Sjoertje, een zoontje van Ate en Lena Sijsma, zijn ingewanden puilen uit zijn opengereten buikje. Ontzettend. Ik strijk even voorzichtig door zijn krullenbol en wikkel hem dan in een laken en geef hem aan iemand ( een broeder of agent?) die verder voor hem zal zorgen.                                                                                                                                                

Dan ga ik naar de volgende. Die ligt een meter verder. Hij ligt te roepen. Hij is gewond aan zijn been. Ook hem wikkel ik in een laken en ook hij gaat naar het ziekenhuis. Het blijkt een neefje te zijn van het kereltje, dat ik eerder opgeraapt heb. Zijn broertje, ook een Sjoertje, wordt eveneens, dodelijk gewond, weggevoerd. Epétje Sijsma – want zo is zijn naam – is de enige, die de ramp overleeft. Ik ken hem goed. Hij is de jongste van de zes kinderen van de “optocht”van die middag.

Die dag, 11 juni dus, worden de getroffenen uit Tiel naar het ziekenhuis in de Mariënwaard gebracht. Nel zit daar op de administratie en zij moet de kinderen ‘administratief’ verwerken. Zij moet uit de mond van de ouders de nodige gegevens vernemen. Daarbij heeft de geloofsrust die Pie Sijsma, de moeder van het overleden Sjoertje en zijn gewonde broertje Epé, uitstraalt, een onuitwisbare indruk op haar gemaakt. Gedurende haar hele leven heeft Nel dat steeds weer gememoreerd.

Die 11e juni 1945 wordt en blijft een pikzwarte dag voor het teruggekeerde Tiel. Onbegrijpelijk, waarom toch, o God? Nu, deze jonge kinderen?

Een paar dagen later is de begrafenis. Vanuit Eben Haëzer, de Hervormde Kerk ( de Gereformeerde Kerk in het Scheidingsstraatje is tijdens de beschietingen volkomen verwoest). Ds. Wiepkema ( Gereformeerd) en Ds. Van ’t Hof ( Hervormd) leiden de dienst. Wij hebben ook een uitnodiging gekregen. Nel is ook aanwezig. Alles heel verdrietig en heel indrukwekkend.Maar wel onherroepelijk.

                                                                                                                                                                       

Later is gebleken dat de kinderen op die bewuste middag -  nadat zij bij mij zijn weggegaan, aan het eind van de Lingedijk op een soort vuilnishoop een kistje vinden. Zij pakken het op en één van de kinderen, nieuwsgierig als zij zijn, begint aan een schroefje te draaien. Achteraf blijkt het een soort trotylmijn te zijn geweest. Met als gevolg: vijf doden en een gewonde. Bij één jongetje blijkt zelfs het hoofd afgerukt te zijn en over een nabij gelegen boerderij geslingerd. Het werd later honderd meter verderop gevonden. Gruwelijk!

Onmiddellijk na het ongeluk wordt het terrein afgezet door de Canadese militaire autoriteiten. Deze geven daarbij vijftig of zestig Duitse krijgsgevangenen opdracht met pieken het omliggende terrein af te speuren naar nog meer mijnen. Je weet nooit of er nog meer verborgen liggen. Bij mijn weten is er nooit meer iets gevonden.

Jac. van der Kolk, Ermelo 2008.

 

 

  

 

Twee fraaie foto' s van van de jeugd van toen. Foto links de dame met de donkere mantel, in het midden, is Nel den Uijl de latere echtgenote van Koos van der Kolk, foto rechts knielend.

 

Op 4 mei 2009 heeft Jac. Van der Kolk een persoonlijke herdenking gehouden op de plaats waar het drama zich heeft afgespeeld. Hij heeft nog een keer de afstand gelopen van het toenmalig ouderlijk huis op de Lingedijk 74 in Tiel naar de plek van het onheil. Daar heeft hij aan de aanwezigen het verhaal verteld en het door hem gemaakte gedicht voorgedragen. Vervolgens heeft hij het gedicht opgehangen aan een paal. Van der Kolk werd begeleid door een zoon en kleinzoon. Aanwezig waren verder mevrouw Walraven – Bennink, zus van de omgekomen Willy Bennink, de heer J. van Zijderveld, broer van de omgekomen Albert van Zijderveld. Ook de heer P. Sijsma,  de enige overlevende was aanwezig. Verder een aantal belangstellenden, waaronder de plaatselijke pers en persfotograaf Jan Bouwhuis.

       

   

       

   

        

    

Op de foto v.l.n.r. Mevrouw Walraven - Bennink, Jac. van der Kolk en dhr. J. van Zijderveld.

 

 

De zes kinderen.

Ze stappen de hoek van de Bönhoflaan om                                                                               

Met namaakgeweren en speelgoedtrom,                                                                                   

Hun helmen in soorten en maten                                                                                 

Creëren zes stoere soldaten.

 

 

Ik zie ze marcheren: drie rijen van twee                                                                                                               

De Sjoerdjes en Helmus, Willy, Albert en Pé                                                                               

Hun leger rukt op naar het noorden                                                                                                        

Soldatencadans zonder woorden.                                                                                            

Op de Lingedijk: halt! bij de grenspaal van Drumpt                                                                          

Waar mensen het oorlogsvuil hebben gedumpt                                                                        

Dat zij thuis niet durfden bewaren                                                                                       

Een plek vol verborgen gevaren.

 

Die vuilstort trekt als een magneet                                                                       

Nieuwsgierigheid maakt blind                                                                                                    

Een kistje krap een handpalm breed                                                                                     

Betovert ieder kind.                                                                                                           

Dan barst de bom, een hels akkoord                                                                                           

Met bliksems woest en wrang.                                                                                                   

Vijf kleuters worden bruut vermoord                                                                                 

Een kind krijgt levenslang.

 

Gedenk dan, wie dit leest of hoort,                                                                                            

De kind’ren in hun dood.                                                                                                            

Die achterbleven lijden voort                                                                                                              

Met vragen levensgroot.                                                                                                  

Bemoedig hen die verder gaan,                                                                                           

Gekwetst, gewond, geraakt,                                                                                                 

Zodat in hun beproefd bestaan                                                                                           

Weer ruimte wordt gemaakt.

 

Ermelo, 4 mei 2009                   Jac. Van der Kolk

 

 

Egbert van de Haar, Tiel. 2009.

 

Jac van der Kolk is op 24 december 2010 op 87 jarige leeftijd te Ermelo overleden.

 

Hieronder een gedicht van  Marie C. van Zeggelen  (1870-1957)                                            

Mogelijk is dit gedicht bewerkt door de vader van Wlly Bennink. Dit gedicht is mij ter hand gesteld door Mevrouw Walraven - Bennink zus van de omgekomen Willy Bennink.

 

Zes dappere soldaatjes

 

Zes dappere soldaatjes

Die stapten over ’t veld

Ze droegen vlag en wapens

De voorste was hun held!

 

Ze deden als de moffen

En schreeuwden “Ëin, Zwei, Drei”

Zelfs Willy liep er achter

Ze hoorde er ook bij!

 

Het was een veilig spelen

Daar op het open veld

Want vrede was gekomen

Had vader hun verteld.

 

Vijf van haar beste vriendjes

Die waren wat vooruit.

Wat zag je tusschen ’t gras daar

Wat stak daar bovenuit?

 

Het leek een blik of doosje

“Soldaatjes kom toch hier!”

Misschien is het wel speelgoed

Dat daar ligt voor plezier!

 

En de soldaatjes kwamen

’t Bevel klonk, rechts om keert!

Vooruit met vlag en wapen

De vijand dient geweerd!

 

De vijand lag te loeren

Heel dicht bij Willy’ s  hand

Een knal, een vlam, een rookzuil

------------------------------------------

Verscheurd, vernield, verbrand.

 

Vijf van de zes soldaatjes

Daar in het open veld

Zij werden met ons Willy

Genadeloos neergeveld.

 

De hemel stond er boven

Een koepel vol van licht

Een engel dekte rouwvol

Zich ’t heilig aangezicht.

 

Toen ging de poorten open

Van t Hemelsch Vaderhuis.

Vijf dappere soldaatjes

Die waren eindelijk thuis.

 

             -0-0-0- 

 

 

Maak een Gratis Website met JouwWeb